Foto: Bruce Marlin, CC BY 3.0 · bron
Boom · Rosaceae
Sierpeer
Pyrus calleryana
In andere talen: Poirier de Callery (Français) · Callery pear (English)
De sierpeer komt uit China en Korea. Het is een middelgrote boom die door zijn smalle, regelmatige kroon veel als laanboom wordt geplant. In maart–april, vaak nog voor of tegelijk met het blad, zit hij helemaal vol witte bloemen. Het glanzende, eironde blad blijft lang aan de boom en kleurt in de herfst laat en lang rood, oranje tot paars. De kleine, harde, bruine peertjes zijn niet om te eten, maar vogels pikken ze in de winter wel op. Het bekendste ras is ‘Chanticleer’, met een smalle, kegelvormige kroon; in Amerika werd vooral ‘Bradford’ veel aangeplant.
Let op: In het oosten van de Verenigde Staten is de sierpeer verwilderd en een probleemsoort geworden. Bij ons is dat niet het geval, maar haal zaailingen weg als je ze vindt. Kies ook een ras met een stevige kroon: bij sommige rassen splijten takken bij storm.
Licht
Zon of halfschaduw
liefst wat zon
Vocht
Droog tot normaal
geen natte voeten
Grond
Zand, leem of klei
elke zuurtegraad
Winterhard
Volledig winterhard
tot -28 °C
Grootte
12 m
hoog, 6 m breed
Bloei
maart–april
| Snoeimaanden | december–februari |
|---|---|
| Hoogte | 12 m |
| Inheems in België | Nee, aangeplant |
| Goed voor bijen, vlinders en vogels | Ja, voor bijen |
| Giftig voor mens en huisdier | Niet als giftig bekend |
| Bloei | maart–april |
Herkennen
Hoe herken je een sierpeer?
- Groeivorm
- Middelgrote boom met een smalle, kegel- tot eivormige kroon; tot ongeveer 12 m hoog en 6 m breed.
- Blad
- Eirond tot breed elliptisch, 4–8 cm, met een fijn gekartelde rand; glanzend donkergroen, in de herfst laat rood, oranje tot paars.
- Bloem
- Witte bloemen van 2–3 cm in trosjes, in maart–april, voor of tegelijk met het blad. Ze ruiken onaangenaam.
- Vrucht
- Kleine, ronde, bruine peertjes van ongeveer 1 cm, hard en niet om te eten.
- Takken
- Wilde vormen hebben soms doorns; de gekweekte rassen zijn meestal doornloos.
Bloei: maart–april · Planten: maart–april en oktober–december · Snoeien: december–februari
In je tuin
Waarom in je tuin?
- Een overvloedige witte bloei in maart–april, als er nog weinig bloeit: welkom voor vroege bijen.
- Een late, lang aanhoudende herfstkleur in rood, oranje en paars.
- Een smalle, regelmatige kroon: geschikt voor straten, opritten en kleinere tuinen.
- Verdraagt droogte, verharding en stadslucht goed.
- Glanzend, gezond ogend blad de hele zomer lang.
Waar staat een sierpeer graag?
- Zon of halfschaduw; in de volle zon bloeit hij het rijkst en is de herfstkleur het mooist.
- Elke goed doorlatende grond: zand, leem of klei, neutraal tot kalkrijk.
- Droog tot normaal vochtig: eens geworteld verdraagt hij droogte goed.
- Plant hem niet vlak naast een terras of een raam: de bloemen ruiken onaangenaam.
- Reken op 5–6 m ruimte; als laanboom op 6–8 m van elkaar.
- Licht
- Zon en halfschaduw
- Grondsoort
- Zand, leem of klei
- Zuurtegraad
- Niet kieskeurig
- Vocht
- Droog of normaal
- Grootte
- 12 m hoog, 6 m breed
- Winterhard
- Winterhard (tot -28 °C)
Mooi samen met
- Sneeuwroem: Blauwe sterretjes onder de witte bloesem in maart.
- Narcis: Bloeit tegelijk met de boom en vult de voet met geel.
- Siergras: Wuivende halmen onder de smalle kroon, mooi met de herfstkleur.
- Herfstaster: Paarse en blauwe bloemen naast het rode herfstblad.
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een sierpeer?
Planten in maart–april en oktober–december.
- Plant in maart–april of van oktober tot december, als de grond niet bevroren of te nat is.
- Graaf een plantgat twee keer zo breed als de kluit en maak de bodem los; meng wat compost door de uitgegraven grond.
- Zet de boom even diep als hij in de pot of de kwekerij stond; de entplaats blijft boven de grond.
- Sla een schuine boompaal aan de windkant en bind de stam losjes vast.
- Druk de grond goed aan en geef meteen een paar emmers water.
- Hou een boomspiegel van ongeveer 1 m vrij van gras en leg er een laag mulch op.
Verzorgen
- Water
- De eerste twee jaar regelmatig water geven bij droogte. Daarna zelden nodig.
- Bemesten
- Meestal niet nodig. Een laag compost in het voorjaar volstaat.
- Boomspiegel
- Hou de eerste jaren de grond rond de stam vrij van gras en onkruid.
- Kroonopbouw
- Hou bij een jonge boom één doorgaande top en kies zijtakken met een brede hoek: zo splijt hij later minder snel.
- Vruchtjes
- Laat ze hangen voor de vogels; in de loop van de winter vallen ze af.
Tip: Plant hem op enige afstand van het terras of de voordeur: van ver is de witte bloei prachtig, van dichtbij is de geur minder aangenaam. Zorg bij een jonge boom voor één doorgaande top en brede takhoeken.
Wanneer snoei je een sierpeer?
Snoeimaanden: december–februari.
Wanneer: In de winterrust, van december tot februari, op een droge dag zonder vorst.
Hoe:
- Verwijder dode, zieke, beschadigde of kruisende takken.
- Haal bij een jonge boom concurrerende toppen weg, zodat er één doorgaande stam blijft.
- Verwijder takken met een heel scherpe, nauwe takhoek: die splijten later makkelijk af.
- Snoei verder zo weinig mogelijk; de smalle vorm is natuurlijk.
Let op: Ontsmet je snoeigereedschap als je zieke takken wegknipt, om vuurziekte niet te verspreiden.
Vermeerderen
- Enten
- Rassen worden in de winter geënt of in de zomer geoculeerd op een zaailing van de soort; dat is werk voor de vakman.
- Zaaien
- Zaai het zaad in de herfst in een pot buiten; het kiemt na de winterkou. De zaailingen verschillen van de rassen en kunnen doorns hebben.
Hoe komt een sierpeer de winter door?
Winterhard tot −28 °C.
- Zeer winterhard, tot ongeveer −28 °C: in België is geen bescherming nodig.
- Het blad blijft vaak tot in november hangen, wat de herfstkleur verlengt.
- Zware natte sneeuw of ijzel kan bij rassen met nauwe takhoeken takken doen afbreken; schud zware sneeuw van een jonge boom.
Ziektes en plagen
- Vuurziekte: Bloemen en scheuten worden plots zwart en verschrompelen alsof ze verbrand zijn, vaak met een omgebogen topje. Snoei ruim in gezond hout weg, ontsmet het gereedschap en voer het hout af.
- Gesplitste takken: Bij storm of zware sneeuw scheuren takken met een nauwe takhoek uit. Zorg met vormsnoei bij een jonge boom voor brede takhoeken.
- Perenroest: Oranje vlekken op het blad in de zomer. De schimmel overwintert op bepaalde jeneverbessen; plant die niet vlakbij en ruim aangetast blad op.
- Bladluis: Gekrulde bladeren aan de scheuttoppen in het voorjaar. Meestal ruimen lieveheersbeestjes ze op; anders afspuiten met water.
Het jaar rond
- Januari: Wintersnoei op een droge, vorstvrije dag.
- Februari: Wintersnoei afronden.
- Maart: Begin van de witte bloei. Planten.
- April: Bloei. Planten. Jonge bomen water geven bij droogte.
- Mei: Letten op bladluis.
- Juni: Jonge bomen water geven bij droogte.
- Juli: Letten op roest en vuurziekte.
- Augustus: Water geven bij langdurige droogte.
- Oktober: Begin van de herfstkleur. Planten.
- November: Volle herfstkleur. Planten.
- December: Planten bij zacht weer. Wintersnoei.
Gebruiken
Goed voor dieren
- Bijen
- Nectar en stuifmeel voor honingbijen en wilde bijen.
Jij en deze soort
Wist je dat?
- De soort is genoemd naar Joseph-Marie Callery, een Franse missionaris die in de 19e eeuw in China planten verzamelde.
- In het begin van de 20e eeuw verzamelde de plantenjager Frank Meyer zaad van de sierpeer in China voor het Amerikaanse ministerie van Landbouw, dat een onderstam zocht die beter bestand was tegen vuurziekte.
- In Amerika werd ‘Bradford’ op grote schaal aangeplant. Door kruisingen met andere rassen zette hij zaad en verwilderde de soort massaal; sommige staten verbieden nu de verkoop.