Rhipsalis (Rhipsalis baccifera)

Foto: Frank Vincentz, CC BY-SA 3.0 · bron

Kamerplant · Cactaceae

Rhipsalis

Rhipsalis baccifera

In andere talen: Mistletoe cactus (English)

De rhipsalis is een cactus uit het regenwoud, zonder stekels. Hij groeit van nature als epifyt in bomen in tropisch Amerika en ook in delen van Afrika en Azië, en hangt met lange, dunne, groene stengels naar beneden als een gordijn. Na de kleine, witte bloemetjes volgen witte besjes die aan die van maretak doen denken, vandaar de Engelse naam ‘mistletoe cactus’. Binnen wordt hij ongeveer 80 cm lang en 50 cm breed. Mensen kiezen hem als stevige, weinig veeleisende hangplant voor een lichte plek zonder felle zon.

  • Licht

    Halfschaduw

    geen felle middagzon

  • Vocht

    Normaal

    geen natte voeten

  • Grond

    Potgrond

  • Winterhard

    Kamerplant

    min. 10 °C

  • Grootte

    0,8 m

    hoog, 0,5 m breed

Feiten op een rij
Hoogte0,8 m
Giftig voor mens en huisdierNiet als giftig bekend

Herkennen

Hoe herken je een rhipsalis?

Groeivorm
Hangende, sterk vertakte epifytische cactus, binnen ongeveer 80 cm lang en 50 cm breed.
Stengels
Dun, rond en groen (enkele millimeters dik), in lange, vertakte ranken zonder stekels.
Bloem
Kleine, witte tot crèmekleurige bloemetjes, meestal in de winter of het vroege voorjaar.
Vrucht
Kleine, ronde, witte besjes die aan maretak doen denken.
Wortels
Fijn en ondiep: als epifyt houdt hij van luchtige, snel afwaterende grond.
Herkomst
Regenwouden van tropisch Amerika; hij komt ook voor in delen van Afrika en Azië.

Planten: maart–april

In je tuin

Waarom in je tuin?

  • Een cactus zonder stekels: veilig en makkelijk te hanteren.
  • Bijzonder hangend bladbeeld: een groen gordijn van dunne stengels in een hangpot of op een kast.
  • Heel makkelijk: weinig water en weinig voeding.
  • Groenblijvend en het hele jaar mooi; de kleine bloemen en besjes zijn een leuke bonus.
  • Groeit goed in halfschaduw en staat ook graag in een lichte, vochtige ruimte.
  • Makkelijk te vermeerderen met stekjes.

Waar staat een rhipsalis graag?

  • Halfschaduw of een lichte plek: veel licht, maar zonder felle zon. Direct middagzon geeft bleke of roodbruine stengels.
  • Zeer luchtige, humusrijke grond: cactusgrond gemengd met potgrond en perliet of orchideeënschors; licht zuur tot neutraal.
  • Normaal vochtig: de grond mag tussen twee beurten bovenaan opdrogen, maar nooit helemaal.
  • Kamertemperatuur van 15–25 °C en nooit onder 10 °C.
  • Hang hem op of zet hem hoog, zodat de ranken vrij kunnen hangen, en zonder tocht.
Licht
Licht, zonder felle zon
Potgrond
Gewone potgrond of luchtige, humusrijke potgrond
Zuurtegraad
Zuur of neutraal
Water geven
Gewoon
Grootte
0,8 m hoog, 0,5 m breed
Temperatuur
Minimum 10 °C

Mooi samen met

  • Kerstcactus: Een verwante jungle-cactus met dezelfde verzorging en rijke bloei in de winter.
  • Scindapsus: Een hangende plant met zilvergrijs blad, houdt van hetzelfde licht.
  • Hoya: Een hangende plant met leerachtig blad en geurende bloemen op een lichte plek.

Onderhoud

Hoe en wanneer plant je een rhipsalis?

Planten in maart–april.

  1. Pot in maart–april, wanneer hij weer groeit.
  2. Kies een ondiepe, brede pot of hangpot met afvoergat: de wortels zijn fijn en ondiep.
  3. Meng cactusgrond of potgrond met perliet en wat orchideeënschors voor een luchtige grond.
  4. Plaats de plant even diep als voorheen en druk de grond licht aan.
  5. Geef een beetje water en laat het overtollige weglopen; houd de grond de eerste weken matig vochtig.
  6. Hang of zet hem op een lichte plek zonder felle zon.

Verzorgen

Water
Geef water zodra de bovenste 2–3 cm droog is en laat het overtollige weglopen. In de zomer vaker, in de winter minder; laat de grond nooit helemaal uitdrogen. Regenwater of kalkarm water is ideaal.
Bemesten
Van april tot september elke 4 weken een meststof voor cactussen of kamerplanten, op halve sterkte. In de winter niet.
Luchtvochtigheid
Hij houdt van wat vochtige lucht: nevel af en toe, zeker in de verwarmde winter.
Verpotten
Zelden: om de 2–3 jaar in het voorjaar, als de pot vol is. Hij groeit goed in een kleine pot.
Plek
Laat hem staan waar hij goed groeit: verplaatsen of tocht kan segmenten doen afvallen.

Tip: Geef liever iets te weinig dan te veel water, maar laat de grond nooit helemaal uitdrogen: beginnen de stengels te rimpelen, dan heeft hij dorst.

Wanneer snoei je een rhipsalis?

Wanneer: Hij hoeft niet gesnoeid: knip enkel te lange, beschadigde of dode ranken weg, het best in het voorjaar.

Hoe:

  • Knip te lange ranken terug tot net boven een vertakking met een schone schaar.
  • Haal dode, geplooide of rotte stengels aan de basis weg.
  • Gebruik de afgeknipte stukken als stek.

Snoeikalender en basisregels

Vermeerderen

Stengelstek
In april–augustus: knip stukjes van 5–10 cm, laat ze 1–2 dagen aan de lucht drogen en leg of steek ze in lichtvochtige, luchtige grond. Ze wortelen binnen enkele weken.
Meerdere stekken
Steek enkele stekken samen in één pot voor een volle plant.

Hoe komt een rhipsalis de winter door?

  • Niet winterhard: houd hem binnen bij minstens 10 °C; ideaal is 12–18 °C.
  • Zet hem op een lichte plek zonder tocht en niet boven de radiator.
  • Geef veel minder water, pas als de grond voor een groot deel droog is, en bemest niet.
  • Een koelere winter bevordert vaak de bloei.

Ziektes en plagen

  • Rimpelende stengels: Te droog of rotte wortels. Voel de grond: is hij droog, geef dan water; is hij nat, laat hem opdrogen en controleer de wortels.
  • Zachte, bruine voet: Rot door te veel water. Snij gezonde stukken af voor stek, gooi de rest weg en gebruik luchtiger grond.
  • Rode of gele stengels: Te veel zon. Zet hem lichter, maar zonder rechtstreekse zon.
  • Wolluis: Witte pluisjes tussen de stengelsegmenten. Dep ze weg met een doekje met zeepwater.
  • Vallende segmenten: Door tocht, verplaatsen of droogte. Zoek een vaste plek en houd de grond licht vochtig.

Het jaar rond

  • Januari: Rust. Licht en koel (12–18 °C). Weinig water.
  • Februari: Rust. Weinig water. Bloei mogelijk.
  • Maart: Weer iets meer water. Verpotten als de pot vol is.
  • April: Verpotten. Stekken nemen. Starten met bemesten.
  • Mei: Bemesten elke 4 weken. Water geven als de bovenkant droog is.
  • Juni: Bemesten. Niet in felle zon.
  • Juli: Bemesten. Stekken nemen. Nevelen bij droge lucht.
  • Augustus: Bemesten. Water geven bij warm weer.
  • September: Laatste keer bemesten.
  • Oktober: Minder water geven. Koeler zetten.
  • November: Rust. Niet bemesten. Weinig water.
  • December: Rust. Licht en koel; geen tocht.

Jij en deze soort

Wist je dat?

  • Hij geldt als de enige cactus die ook buiten Amerika in het wild voorkomt. Hoe hij daar kwam, is niet helemaal zeker: misschien verspreidden vogels de besjes.
  • De soortnaam baccifera betekent ‘besdragend’, naar de witte besjes.
  • In tegenstelling tot woestijncactussen groeit hij in de vochtige tropen, in boomkruinen, en heeft hij geen stekels.

Tuinplanten · Alle soorten

Laden…