Moerasrozemarijn (Rhododendron tomentosum)

Foto: Wikimedia Commons, CC BY-SA 3.0 · bron

Heester · Ericaceae

Moerasrozemarijn

Rhododendron tomentosum

In andere talen: Lédon des marais (Français) · Marsh Labrador tea (English)

De moerasrozemarijn (Rhododendron tomentosum, vroeger Ledum palustre) groeit in hoogvenen en natte, zure bossen in het noorden van Europa, Azië en Noord-Amerika. Het is een groenblijvende struik van ongeveer 1 m hoog met smalle, leerachtige bladeren die aan de onderkant bedekt zijn met roestbruin vilt en sterk kruidig-harsachtig geuren. Van mei tot juli draagt hij ronde schermen witte bloemen die bijen aantrekken. De plant heeft niets met keukenrozemarijn te maken en is giftig. Hij is extreem winterhard, maar heeft altijd een natte, zure en venige plek nodig, zoals een veenbed of de rand van een vijver in de heidetuin.

Let op: Alle delen zijn giftig, ook het sterk geurende blad. Kinderen, katten, honden en grazende dieren zoals schapen, geiten en paarden kunnen ziek worden als ze ervan eten. Gebruik de plant nooit als kruid of thee, ook al heet hij ‘rozemarijn’, en laat kinderen geen bladeren of bloemen in de mond steken.

  • Licht

    Zon of halfschaduw

    liefst wat zon

  • Vocht

    Vochtig tot nat

    mag niet uitdrogen

  • Grond

    Zand of veen

    zuur

  • Winterhard

    Volledig winterhard

    tot -40 °C

  • Grootte

    1 m

    hoog, 1 m breed

  • Bloei

    mei–juli

Feiten op een rij
Hoogte1 m
Inheems in BelgiëNee, aangeplant
Goed voor bijen, vlinders en vogelsJa, voor bijen
Giftig voor mens en huisdierJa, let op met kinderen en huisdieren
Bloeimei–juli

Herkennen

Hoe herken je een moerasrozemarijn?

Groeivorm
Compacte, groenblijvende struik van ongeveer 1 m hoog en breed met rechtopstaande takken.
Blad
Smal, langwerpig en leerachtig, 1,5–5 cm lang, met omgekrulde randen. Bovenkant donkergroen, onderkant met dicht roestbruin vilt; jonge scheuten zijn viltig behaard.
Bloem
Kleine witte bloemen in ronde schermen aan de takuiteinden, van mei tot juli.
Geur
Het blad geurt sterk kruidig en harsachtig, vooral als je er in wrijft of als de zon erop schijnt.
Vrucht
Smalle doosvruchtjes die in de herfst openspringen en heel fijn zaad vrijgeven.

Bloei: mei–juli · Planten: maart–april en september–oktober

In je tuin

Waarom in je tuin?

  • Groenblijvende struik voor de natte, zure plek waar weinig andere struiken groeien.
  • Lange bloei van mei tot juli, met ronde schermen witte bloemen.
  • Sterk aromatisch blad met roestbruin vilt aan de onderkant.
  • Extreem winterhard, tot ongeveer −40 °C.
  • De bloemen worden bezocht door bijen en hommels.

Waar staat een moerasrozemarijn graag?

  • Zon tot halfschaduw; in volle zon moet de grond altijd nat blijven.
  • Zure, venige grond (pH ongeveer 4–5,5). Geen kalk. Gebruik liefst veenvrije zure potgrond met bladaarde als alternatief voor veen.
  • Altijd nat tot zeer vochtig: een veenbed, een moerasachtig hoekje of de rand van een vijver met zuur water. Hij kan niet tegen uitdrogen.
  • Reken op 80–100 cm ruimte per plant. Beschut tegen hete middagzon is prettig.
Licht
Zon en halfschaduw
Grondsoort
Zand of veen
Zuurtegraad
Zuur
Vocht
Nat
Grootte
1 m hoog, 1 m breed
Winterhard
Winterhard (tot -40 °C)

Mooi samen met

  • Dopheide: Een inheemse heide voor dezelfde natte, zure grond.
  • Wollegras: Pluisjes in de zomer en een natuurlijke, moerassige sfeer.
  • Zonnedauw: Een klein, vleesetend plantje voor een zuur veenbed.
  • Gagel: Een aromatische moerasstruik voor een natte, zure plek.

Onderhoud

Hoe en wanneer plant je een moerasrozemarijn?

Planten in maart–april en september–oktober.

  1. Plant in maart–april of in september–oktober.
  2. Maak een veenbed: graaf een kuil van 40–50 cm diep, bekleed hem met vijverfolie met een paar gaatjes en vul hem met zure, veenvrije potgrond en bladaarde. Zo blijft de grond nat.
  3. Week de kluit in een emmer water tot er geen luchtbellen meer opstijgen en maak de wortels voorzichtig los.
  4. Zet de plant even diep als in de pot en druk de grond aan. Geef meteen regenwater.
  5. Leg een laag van 5 cm naaldmulch of dennenschors rond de voet.

Verzorgen

Water
De grond mag nooit uitdrogen. Geef in droge perioden dagelijks of om de dag royaal regenwater; kraanwater bevat vaak kalk.
Bemesten
Nauwelijks. Van nature groeit hij op voedselarme veengrond. Meststoffen schaden eerder dan ze helpen.
Mulchen
Vernieuw elk voorjaar de laag naaldmulch of dennenschors om de grond vochtig en zuur te houden.
Onkruid
Haal gras en onkruid met de hand weg: de wortels liggen ondiep, dus niet spitten of hakken.
Uitgebloeide bloemen
Niet noodzakelijk. Uitgebloeide schermen kun je wegbreken voor een nettere struik.

Tip: Maak een veenbed met folie met gaatjes eronder en vul het bij met regenwater: moerasrozemarijn overleeft geen droge zomer, maar groeit jarenlang op een natte, zure plek.

Wanneer snoei je een moerasrozemarijn?

Wanneer: Hij heeft bijna geen snoei nodig. Knip dode takjes weg in maart.

Hoe:

  • Verwijder dode of bevroren takjes tot in het gezonde hout.
  • Breek uitgebloeide schermen in augustus weg als je wilt, zonder de jonge scheuten eronder te beschadigen.
  • Scheer hem niet: hou de natuurlijke, compacte vorm.

Let op: Hij groeit traag, dus snoei zo weinig mogelijk.

Snoeikalender en basisregels

Vermeerderen

Halfhoutige stekken
In juli–september: stekken van 5–8 cm van de scheuten van dit jaar, onderste bladeren weg, in een mengsel van zure zaaigrond en zand onder plastic. Ze wortelen traag.
Zaaien
Strooi het stofkleine zaad in januari–maart op vochtige zure zaaigrond, zonder af te dekken, en hou het licht en koel. Zaailingen groeien traag.

Hoe komt een moerasrozemarijn de winter door?

Winterhard tot −40 °C.

  • Extreem winterhard, tot ongeveer −40 °C: in Vlaanderen is geen bescherming nodig.
  • Het blad kan bij strenge vorst omkrullen of hangen; dat is een normale reactie en het herstelt in het voorjaar.
  • In een pot: zet de pot tegen een muur en wikkel hem in jute, zodat de wortels niet bevriezen. Laat de potgrond niet uitdrogen.

Ziektes en plagen

  • Droogteschade: Bruine bladranden en hangend, krullend blad in de zomer. Geef royaal regenwater en leg een dikke laag mulch.
  • Bladchlorose: Geel blad met groene nerven op te kalkrijke grond of bij kalkrijk water. Verzuur de grond met naaldmulch en bladaarde en geef regenwater.
  • Wortelrot: Slap, verdorrend blad in stilstaand, rottend water. Zorg dat het water kan doorsijpelen en vervang het regelmatig door vers regenwater.
  • Taxuskever: Halfronde happen uit de bladranden in de zomer; de larven eten de wortels, vooral bij planten in potten of op een droger deel van het veenbed. Zet in augustus–september aaltjes in de vochtige, warme grond.

Het jaar rond

  • Maart: Planten. Dode takjes wegknippen. Mulchlaag aanvullen.
  • April: Planten. Veenbed controleren en bijvullen met regenwater.
  • Mei: Bloei begint. Altijd nat houden.
  • Juni: Bloei. Dagelijks controleren op uitdroging.
  • Juli: Bloei en grote hitte: extra water geven met regenwater.
  • Augustus: Uitgebloeide schermen eventueel wegbreken. Aaltjes tegen taxuskeverlarven inzetten.
  • September: Planten. Stekken nemen.
  • Oktober: Planten. Mulchlaag aanvullen.
  • December: Rust. Bij strenge vorst het omkrullende blad met rust laten.

Gebruiken

Eetbaar en bruikbaar

Niet eetbaar. Labradorthee en moerasrozemarijn zijn in al hun delen giftig: het geurige blad bevat stoffen zoals ledol, die op het zenuwstelsel werken en braken en duizeligheid kunnen geven. De namen misleiden. In Noord-Amerika werd van het blad thee gezet, maar zet er zelf geen thee van; en de smalle blaadjes met een omgerolde rand doen aan rozemarijn denken, maar rozemarijn heeft een witachtige onderkant, deze planten een roestbruin vilt. Ook gevaarlijk voor schapen, geiten en paarden: geef het snoeisel niet aan dieren. Bij inslikken: bel meteen het Antigifcentrum (in België 070 245 245) of je huisarts.

Goed voor dieren

Bijen
Nectar en stuifmeel voor honingbijen en wilde bijen.

Jij en deze soort

Wist je dat?

  • De plant is niet verwant aan keukenrozemarijn: de naam verwijst alleen naar de sterke, kruidige geur.
  • De soortnaam tomentosum betekent ‘viltig’ en verwijst naar het dichte vilt onder het blad en op de jonge scheuten.
  • Vroeger heette hij Ledum palustre. DNA-onderzoek toonde aan dat hij bij het geslacht Rhododendron hoort.

Tuinplanten · Alle soorten

Laden…