
Foto: Wikimedia Commons, CC BY-SA 3.0 · bron
Heester · Anacardiaceae
Fluweelboom
Rhus typhina
In andere talen: Sumac de Virginie (Français) · Staghorn sumac (English)
De fluweelboom komt uit het oosten van Noord-Amerika, waar hij op open, droge plekken en langs bosranden groeit. Het is een grote struik of kleine boom met een brede, platte kroon en dikke takken vol roodbruine, fluwelige haartjes, zoals het gewei van een jong hert. De lange, geveerde bladeren kleuren in de herfst vurig oranje, scharlakenrood en geel. Vrouwelijke planten dragen rechtopstaande, donkerrode vruchtkolven die de hele winter blijven staan. Het ras ‘Dissecta’ heeft fijn ingesneden, varenachtige bladeren.
Let op: Vormt veel wortelopslag, tot meters van de plant, en kan zo borders, terrassen en buurtuinen overwoekeren. Plant hem niet zonder wortelscherm in een kleine tuin, spit niet rond de plant en verplaats hem niet. In delen van Europa verwildert hij in de natuur: gooi opslag nooit weg in de natuur. Het melksap kan de huid irriteren.
Licht
Volle zon
warm en licht
Vocht
Droog tot normaal
geen natte voeten
Grond
Zand, leem of klei
elke zuurtegraad
Winterhard
Volledig winterhard
tot -35 °C
Grootte
4 m
hoog, 5 m breed
Bloei
juni–juli
| Snoeimaanden | februari–maart |
|---|---|
| Hoogte | 4 m |
| Inheems in België | Nee, aangeplant |
| Goed voor bijen, vlinders en vogels | Ja, voor bijen |
| Giftig voor mens en huisdier | Niet als giftig bekend |
| Bloei | juni–juli |
Herkennen
Hoe herken je een fluweelboom?
- Groeivorm
- Brede struik of kleine boom, tot ongeveer 4 m hoog en 5 m breed, vaak met meerdere stammen en een brede, platte kroon.
- Takken
- Dik en weinig vertakt, bedekt met roodbruine, fluwelige haren. Bij een wonde komt er melkachtig sap uit.
- Blad
- Geveerd, 30–60 cm lang, met 11–31 gezaagde blaadjes; in de herfst oranje, scharlakenrood en geel.
- Bloem
- Rechtopstaande pluimen met groengele bloempjes in juni–juli. Mannelijke en vrouwelijke bloemen staan op aparte planten.
- Vrucht
- Op vrouwelijke planten dichte, kegelvormige kolven van harige, donkerrode vruchtjes, tot diep in de winter.
- Wortels
- Ondiep en ver uitlopend. Elke beschadiging zet ze aan tot nieuwe wortelopslag.
Bloei: juni–juli · Planten: maart–april en oktober–november · Snoeien: februari–maart
In je tuin
Waarom in je tuin?
- Een van de felste herfstkleuren in de tuin, in oranje, rood en geel.
- Ook in de winter mooi: kale, fluwelige takken en, op vrouwelijke planten, donkerrode vruchtkolven.
- Groeit snel en krijgt al na een paar jaar een exotisch ogende parasolvorm.
- Droogtebestendig en weinig kieskeurig: groeit ook op arme zand-, leem- of kleigrond.
- Bijen bezoeken de groengele bloempluimen in juni–juli.
Waar staat een fluweelboom graag?
- Volle zon geeft de mooiste herfstkleur.
- Elke goed doorlatende grond: zand, leem of klei, zuur tot kalkrijk.
- Droog tot normaal vochtig; natte voeten verdraagt hij slecht.
- Geef hem een vrije plek van minstens 5 m breed, weg van borders en terrassen, of plant hem in een gazon waar je de opslag wegmaait.
- Een wat beschutte plek voorkomt dat de brosse takken bij storm afbreken.
- Licht
- Zon
- Grondsoort
- Zand, leem of klei
- Zuurtegraad
- Niet kieskeurig
- Vocht
- Droog of normaal
- Grootte
- 4 m hoog, 5 m breed
- Winterhard
- Winterhard (tot -35 °C)
Mooi samen met
- Prachtriet: Hoge, wuivende pluimen naast de exotische bladeren, en een mooi winterbeeld.
- Hemelsleutel: Roze schermen in de nazomer en, net als de fluweelboom, droogtebestendig.
- Herfstaster: Paarse en blauwe bloemen die mooi afsteken bij de rode herfstkleur.
- Rode zonnehoed: Roze bloemen in de nazomer op dezelfde zonnige plek, ook goed voor bijen.
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een fluweelboom?
Planten in maart–april en oktober–november.
- Plant in maart–april of in oktober–november.
- Kies meteen de definitieve plek: na verplanten lopen de achtergebleven wortels massaal uit.
- Graaf een ruim plantgat en zet in een kleine tuin een wortelscherm van minstens 60 cm diep in een ring rond de plant.
- Zet de plant even diep als in de pot en druk de grond goed aan.
- Geef meteen een flinke gieter water en het eerste jaar regelmatig bij droogte.
- Leg mulch rond de voet en spit daarna nooit meer rond de plant: beschadigde wortels geven opslag.
Verzorgen
- Water
- Alleen het eerste jaar bij droogte. Daarna redt hij zich prima.
- Bemesten
- Niet nodig: hij groeit ook op arme grond goed.
- Wortelopslag
- Knip of maai uitlopers het hele seizoen kort bij de grond af. Trek of spit ze niet uit: dat beschadigt de wortels en geeft nog meer opslag.
- Onkruid
- Niet hakken of spitten rond de plant; houd onkruid weg met een laag mulch.
- Handschoenen
- Draag handschoenen als je snoeit of opslag wegknipt: het melksap kan de huid irriteren.
Tip: Wil je in de winter rode vruchtkolven, kies dan een vrouwelijke plant: mannelijke planten dragen geen vruchten.
Wanneer snoei je een fluweelboom?
Snoeimaanden: februari–maart.
Wanneer: Hij hoeft niet gesnoeid te worden. Wil je het toch, doe het dan in februari–maart, als hij nog in rust is.
Hoe:
- Haal dode, gekruiste of afgebroken takken weg tot op de stam of een gezonde zijtak.
- Voor extra grote bladeren kun je hem om de 1–2 jaar in februari–maart terugzetten tot 30–60 cm boven de grond; hij bloeit en vrucht dan minder.
- Knip wortelopslag zo diep mogelijk bij de grond af, liever vaak dan te laat.
Let op: Snoeien en wortelschade wekken nog meer opslag op. Draag handschoenen en lange mouwen: het melksap kan de huid irriteren.
Vermeerderen
- Opslag
- In het voorjaar of de herfst een uitloper met een stuk wortel afsteken en meteen elders planten.
- Wortelstekken
- In de winter stukjes wortel van 5–8 cm in een pot met stekgrond leggen en licht afdekken. In het voorjaar lopen ze uit.
Hoe komt een fluweelboom de winter door?
Winterhard tot −35 °C.
- Volledig winterhard, tot ongeveer −35 °C: in België is geen bescherming nodig.
- De kale, fluwelige takken en de rode vruchtkolven van vrouwelijke planten sieren de wintertuin.
- Zware sneeuw kan de brosse takken doen breken: schud ze voorzichtig af.
Ziektes en plagen
- Wortelopslag: Overal in gazon en border nieuwe scheuten, tot meters van de plant. Maai of knip ze kort af, plaats een wortelscherm en spit niet rond de plant.
- Verwelkingsziekte: Takken die in de zomer plots verwelken, met donkere strepen in het hout. Knip aangetaste takken weg tot in gezond hout en ontsmet je snoeischaar.
- Takbreuk: Het hout is bros en breekt bij storm of sneeuw. Zaag gebroken takken glad af en kies een wat beschutte plek.
- Huidirritatie: Het melksap kan bij gevoelige mensen jeuk en roodheid geven. Draag handschoenen en lange mouwen bij het snoeien.
Het jaar rond
- Februari: Eventueel snoeien of terugzetten voor grotere bladeren.
- Maart: Planten. Snoei afronden voor de knoppen uitlopen.
- April: Planten. Wortelopslag kort afknippen of maaien.
- Juni: Bloei. Opslag wegknippen.
- Juli: Bloei. Opslag wegmaaien. Jonge planten water geven bij droogte.
- September: Opslag wegknippen. De herfstkleur begint.
- Oktober: Vurige herfstkleur. Planten.
- November: Planten. Bladval.
- December: Rode vruchtkolven en fluwelige takken sieren de tuin.
Gebruiken
Goed voor dieren
- Bijen
- Nectar en stuifmeel voor honingbijen en wilde bijen.
Jij en deze soort
Wist je dat?
- De Engelse naam staghorn sumac verwijst naar de fluwelige takken, die lijken op het gewei van een jong hert dat nog in de bast zit.
- Mannelijke en vrouwelijke bloemen groeien op aparte planten: alleen vrouwelijke planten dragen de rode vruchtkolven.
- In Noord-Amerika vormt één plant door zijn opslag vaak een hele groep die eigenlijk één kloon is.