
Foto: Nadiatalent, CC BY-SA 4.0 · bron
Eenjarige plant · Solanaceae
Salpiglossis
Salpiglossis sinuata
In andere talen: Painted tongue (English)
Salpiglossis komt uit de Andes van Chili en Argentinië en hoort bij de nachtschadefamilie, net als petunia en tomaat. Het is een slanke, vertakte eenjarige van 45–75 cm met trechtervormige, fluwelen bloemen van 5–6 cm die doorweven zijn met fijne, donkere nerven. De kleuren lopen van rood, oranje en geel tot paars, blauwviolet en crème, vaak in dezelfde bloem gecombineerd. Van juli tot september bloeit hij op zonnige, warme plekken. Hij is mooi als snijbloem, maar wat gevoelig voor nat en koud weer en heeft steun nodig. Je zaait hem zelf in het voorjaar binnen.
Licht
Volle zon
warm en licht
Vocht
Normaal
geen natte voeten
Grond
Zand, leem of klei
zuur tot neutraal
Winterhard
tot 0 °C
beschermen in strenge winters
Grootte
0,6 m
hoog, 0,3 m breed
Bloei
juli–september
| Hoogte | 0,6 m |
|---|---|
| Inheems in België | Nee, aangeplant |
| Giftig voor mens en huisdier | Niet als giftig bekend |
| Bloei | juli–september |
Herkennen
Hoe herken je een salpiglossis?
- Groeivorm
- Slanke, vertakte eenjarige van 45–75 cm hoog en ongeveer 30 cm breed; de dunne stengels zijn broos.
- Blad
- Smal lancetvormig tot gelobd met golvende of getande rand; onderaan groter, bovenaan smaller, licht klierachtig behaard en dus wat plakkerig.
- Bloem
- Trechtervormig, 5–6 cm, fluwelig en doorweven met fijne, donkere nerven, van juli tot september.
- Kleur
- Rood, oranje, geel, paars, blauwviolet en crème, vaak met een contrasterende nervatuur.
- Verwantschap
- Hoort bij de nachtschadefamilie, samen met petunia, tomaat en tabak.
Bloei: juli–september · Zaaien: maart–april · Planten: mei–juni
In je tuin
Waarom in je tuin?
- Ongewoon fluwelen, geaderde trompetbloemen in rijke, warme kleuren, die opvallen in elke border.
- Bloeit van juli tot september, wanneer veel andere eenjarigen al vermoeid raken.
- Prima snijbloem: de stengels met knoppen zijn mooi in de vaas.
- Compact (ongeveer 60 cm) en slank: geschikt voor het midden van de border en voor grote potten.
- Eenvoudig te kweken uit zaad dat je zelf in maart–april binnen zaait.
Waar staat een salpiglossis graag?
- Volle zon voor een rijke bloei; op een schaduwrijke plek blijft hij ijl.
- Humusrijke, goed doorlatende grond: zand, leem of klei, zuur tot neutraal. Natte, koude grond vermijden.
- Gelijkmatig vochtig maar nooit nat; hij verdraagt geen natte voeten.
- Warm en beschut: hij is gevoelig voor harde wind en voor koude, natte zomers.
- Plant op 25–30 cm van elkaar; in een pot van 30 cm drie planten.
- Licht
- Zon
- Grondsoort
- Zand, leem of klei
- Zuurtegraad
- Zuur of neutraal
- Vocht
- Normaal
- Grootte
- 0,6 m hoog, 0,3 m breed
- Winterhard
- Vorstgevoelig: pas buiten na de laatste nachtvorst (half mei)
Mooi samen met
- Cosmea: Luchtige bloemen op hoge stengels, in dezelfde zonnige border.
- Leeuwenbek: Rechte aren met bloemen in warme kleuren die de fluwelen trompetten aanvullen.
- Zinnia: Dezelfde zon en warmte, met stevige kleuren.
- Siergrassen: Fijne halmen en pluimen die de rijke kleuren rustiger maken.
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een salpiglossis?
Planten in mei–juni.
- Zaai in maart–april binnen en plant uit na half mei, als er geen nachtvorst meer wordt verwacht.
- Laat de jonge planten eerst een week overdag buiten wennen en haal ze ’s nachts nog binnen.
- Maak de grond los en meng er een paar scheppen compost door; in een pot gebruik je losse potgrond.
- Zet de plant even diep als in de kweekpot, op 25–30 cm van elkaar, en druk de grond aan.
- Geef meteen water, maar daarna alleen als de grond droog aanvoelt.
- Plaats meteen steun: dunne takken, een rek of een steunring, want de stengels zijn broos.
Verzorgen
- Water
- Regelmatig en gelijkmatig, aan de voet en liefst ’s ochtends, zodat het blad droog blijft.
- Bemesten
- Om de twee weken een bloemenmest met weinig stikstof tijdens de bloei.
- Steun
- Geef tijdig steun met takken of een rek; de dunne stengels breken bij wind of regen.
- Toppen
- Knijp jonge planten op 10–15 cm uit voor een bossige vorm met meer bloemen.
- Uitgebloeide bloemen
- Knip verwelkte bloemen weg om de bloei langer te houden.
Tip: Zaai in maart–april binnen, plant na half mei op een beschutte, zonnige plek en zet meteen steun bij de broze stengels. Geef water aan de voet en knijp jonge planten uit voor meer bloemen.
Wanneer snoei je een salpiglossis?
Wanneer: Hij wordt niet echt gesnoeid; knijp jonge planten uit en knip tijdens de bloei verwelkte bloemen en slappe stengels weg.
Hoe:
- Knijp de top van de hoofdstengel uit als de plant 10–15 cm hoog is.
- Knip verwelkte bloemen of afgebloeide stengels weg tot een zijscheut.
- Verwijder in oktober de afgestorven planten.
Vermeerderen
- Zaaien
- In maart–april binnen bij 18–20 °C: zaai het fijne zaad dun en dek het licht af. Het kiemt in ongeveer 10–20 dagen. Verspeen de zaailingen in potjes en wen ze in mei aan de buitenlucht.
Hoe komt een salpiglossis de winter door?
Winterhard tot 0 °C: beschermen in strenge winters.
- Niet winterhard: hij verdraagt hooguit een lichte nachtvorst rond 0 °C en sterft in het najaar af.
- Ruim de planten in oktober op en leg ze op de composthoop.
- Zaai het volgende voorjaar opnieuw in maart–april; je kunt het zaad zelf oogsten uit de verdroogde zaaddozen.
Ziektes en plagen
- Bladluis: Kleine insecten op jonge scheuten en knoppen. Afspoelen met water of een zachte zeepoplossing; lieveheersbeestjes helpen.
- Grauwschimmel en stengelrot: Grijze schimmel en rottende stengels bij nat, koud weer. Zorg voor ruimte en lucht, geef water aan de voet en verwijder aangetaste delen.
- Omvalziekte: Zaailingen vallen om aan de voet. Gebruik schone zaaigrond, zaai niet te dicht en geef niet te veel water.
- Witte vlieg en spint: Kleverig blad of fijne webjes en gelige spikkels. Afspoelen met water en aangetaste delen verwijderen.
- Slakken: Jonge plantjes worden afgevreten. Verzamel slakken ’s avonds of leg slakkenvallen.
Het jaar rond
- Maart: Binnen zaaien bij 18–20 °C.
- April: Zaaien en verspenen. Overdag laten wennen aan de buitenlucht.
- Mei: Na half mei uitplanten. Steun plaatsen. Toppen uitknijpen.
- Juni: Eerste knoppen. Om de twee weken bemesten.
- Juli: Bloei begint. Bloemen snijden voor de vaas.
- Augustus: Volle bloei. Water geven en verwelkte bloemen wegknippen.
- September: Laatste bloei. Zaad oogsten.
- Oktober: Planten opruimen.
Jij en deze soort
Wist je dat?
- De naam Salpiglossis komt uit het Grieks: salpinx (trompet, buis) en glossa (tong).
- Hij is verwant aan petunia, tomaat en tabak, die ook tot de nachtschadefamilie horen.
- De Engelse naam ‘painted tongue’ (beschilderde tong) verwijst naar de getekende, fijn geaderde bloemen.