
Foto: Cillas, CC BY-SA 4.0 · bron
Kruid · Lamiaceae
Spaanse salie
Salvia lavandulifolia
In andere talen: Sauge d’Espagne (Français) · Spanish sage (English)
Spaanse salie is een kleine, groenblijvende halfstruik uit Spanje en het zuiden van Frankrijk, waar hij op droge, kalkrijke hellingen groeit. Het smalle, grijsgroene blad is zacht behaard en ruikt kruidig, iets lichter dan dat van echte salie. In juni–juli verschijnen er blauwpaarse bloemen in losse aren, die bijen en hommels flink aantrekken. De plant wordt zo’n 40 cm hoog, is winterhard tot ongeveer −15 °C en houdt van een zonnige, droge plek. In de keuken is het blad bruikbaar zoals echte salie, maar de smaak is zachter.
Licht
Volle zon
warm en licht
Vocht
Droog
verdraagt droogte
Grond
Zand, leem of klei
neutraal tot kalkrijk
Winterhard
tot -15 °C
jonge planten beschermen
Grootte
0,4 m
hoog, 0,5 m breed
Bloei
juni–juli
| Snoeimaanden | april en juli |
|---|---|
| Hoogte | 0,4 m |
| Inheems in België | Nee, aangeplant |
| Goed voor bijen, vlinders en vogels | Ja, voor bijen |
| Giftig voor mens en huisdier | Niet als giftig bekend |
| Bloei | juni–juli |
Herkennen
Hoe herken je een Spaanse salie?
- Groeivorm
- Kleine, bossige halfstruik van 40 cm hoog en 50 cm breed, met een houtige voet.
- Blad
- Smal lancetvormig tot langwerpig, 2–4 cm, grijsgroen en zacht behaard; groenblijvend.
- Bloem
- Blauwpaarse tot lila bloemen in losse aren, in juni–juli.
- Geur
- Kruidig en fris, met een licht lavendelachtige toon.
- Wortels
- Diepgaand en vertakt: de plant verdraagt droogte, maar geen natte voeten.
Bloei: juni–juli · Oogst en vruchten: mei–september · Planten: april–mei · Snoeien: april en juli
In je tuin
Waarom in je tuin?
- Smal, grijsgroen blad dat het hele jaar mooi blijft en een zilverkleurig accent geeft in de border.
- Een zachtere smaak dan echte salie: fijn voor vlees, gebakken groenten en kruidenthee.
- De blauwpaarse bloemen zijn een bijentrekker in juni–juli.
- Droogtebestendig en weinig veeleisend op een warme, droge plek.
- Compact en mooi in een pot, in een rotstuin of als lage rand.
Waar staat een Spaanse salie graag?
- Volle zon op een warme, beschutte plek.
- Doorlatende, arme tot matig voedselrijke grond: zand, leem of klei, neutraal tot kalkrijk.
- Droog: natte klei, zeker in de winter, geeft wortelrot. Meng bij zware grond zand of grind door de grond.
- Reken op 40–50 cm tussen de planten.
- Een plek tegen een zuidmuur of op een talud is ideaal.
- Licht
- Zon
- Grondsoort
- Zand, leem of klei
- Zuurtegraad
- Neutraal of kalkrijk
- Vocht
- Droog
- Grootte
- 0,4 m hoog, 0,5 m breed
- Winterhard
- Winterhard (tot -15 °C)
Mooi samen met
- Lavendel: Dezelfde warme, droge plek en kleurrijke bloemen voor bijen.
- Rozemarijn: Een stevige, groenblijvende kruidenstruik met dezelfde eisen.
- Tijm: Een lage plant aan de voet, ook droogtebestendig.
- Zonneroosje: Een lage bloeier die houdt van dezelfde droge, zonnige grond.
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een Spaanse salie?
Planten in april–mei.
- Plant in april–mei, als de grond opwarmt en nachtvorst voorbij is.
- Graaf een plantgat dat twee keer zo breed is als de kluit; meng bij zware grond zand of grind door de uitgegraven grond.
- Zet de plant even diep als in de pot, op 40–50 cm van de volgende, en druk de grond aan.
- Geef bij het planten een flinke gieter water; in het eerste jaar bij droogte nog af en toe.
- Gebruik grind of zand als mulch, geen dikke laag compost.
Verzorgen
- Water
- Het eerste jaar bij langdurige droogte water geven. Daarna is hij droogtebestendig.
- Bemesten
- Niet nodig, of hoogstens een beetje compost in het voorjaar. Te veel voeding geeft zacht blad en minder smaak.
- Oogsten
- Pluk jonge toppen en blad naar behoefte, vooral voor de bloei. Neem het eerste jaar niet te veel.
- Drogen
- Bind toppen in bosjes en hang ze droog en luchtig op; bewaar het droge blad in een afgesloten pot.
- Vervangen
- Na 5–6 jaar wordt de plant houtig en kaal; vervang hem dan door een jonge plant uit stek.
Tip: Een kleinere salie met smal, grijs blad en een zachtere smaak dan echte salie. Geef hem een zonnige, droge plek: natte grond in de winter verdraagt hij niet.
Wanneer snoei je een Spaanse salie?
Snoeimaanden: april en juli.
Wanneer: In april, als er nieuwe scheuten verschijnen, en licht na de bloei, in juli.
Hoe:
- Snoei in april vorstschade weg en kort de oude scheuten in tot net boven de jonge groene knoppen.
- Knip in juli de uitgebloeide aren weg en neem een stukje van de scheuten mee.
- Houd de plant compact: snoei elk jaar licht, dan blijft hij dicht en bossig.
- Gebruik de toppen in de keuken.
Let op: Snoei niet in het kale, oude hout: daar loopt de plant meestal niet meer uit.
Vermeerderen
- Stekken
- In juni–augustus: stekken van 8–10 cm van halfverhoute scheuten, onderste bladeren weg, in zandige potgrond. Na 4–6 weken wortels.
- Zaaien
- In maart–april in een zaaikistje, licht bedekt, bij 15–20 °C. Kiemt traag. Prik uit en zet na de ijsheiligen buiten.
Hoe komt een Spaanse salie de winter door?
Winterhard tot −15 °C: jonge planten beschermen.
- Winterhard tot ongeveer −15 °C: in de meeste Belgische winters blijft hij buiten staan.
- Natte voeten zijn gevaarlijker dan kou: plant op doorlatende grond of in een pot met gaten.
- In een pot: zet de pot beschut tegen een muur, iets verhoogd, en bescherm de wortels met jute of noppenfolie.
- Snoei vorstschade pas weg in april, als je ziet waar de plant uitloopt.
Ziektes en plagen
- Wortelrot: De plant vergeelt en sterft af op natte, zware grond. Plant op doorlatende grond of in een pot met gaten.
- Kaal en houtig: Zonder snoei wordt de voet kaal. Snoei elk jaar licht en vervang de plant na 5–6 jaar.
- Schuimcicade: Wit schuim aan de stengels in het voorjaar. Onschadelijk: spoel het schuim af met water.
- Bladluis: Op jonge toppen. Afspuiten met water; lieveheersbeestjes ruimen ze meestal op.
Het jaar rond
- Maart: Zaaien onder glas. Plek voorbereiden.
- April: Planten. Vorstschade wegsnoeien en bijsnoeien.
- Mei: Planten. Jonge toppen plukken.
- Juni: Bloei begint. Stekken nemen.
- Juli: Bloei. Uitgebloeide aren wegknippen.
- Augustus: Stekken nemen. Droge periodes: nog water geven aan jonge planten.
- September: Laatste oogst en bladeren drogen.
- November: Rust. Controleer dat de grond niet te nat blijft.
Gebruiken
Eetbaar en bruikbaar
- Blad (mei–september)
- Pluk de smalle, grijsgroene blaadjes van mei tot september, het liefst voor de bloei. Spaanse salie smaakt als keukensalie, maar zachter en met een toets van lavendel en rozemarijn. Gebruik ze zoals gewone salie: in boter bij pasta, bij varkensvlees, kip, pompoen en bonen, of als thee.
- Bewaring
- Salie droogt goed: hang kleine bosjes ondersteboven op een luchtige, donkere plek en bewaar de blaadjes in een gesloten pot, tot een jaar. De plant blijft in zachte winters groen, zodat je ook in de winter wat kan plukken.
Let op: Als keukenkruid in gewone hoeveelheden is Spaanse salie veilig. Drink er niet wekenlang elke dag veel thee van, en niet tijdens zwangerschap of borstvoeding (salie remt de melkproductie). Neem de etherische olie nooit in. Spaanse salie wil een droge, schrale plek in de volle zon.
Eten en gebruiken doe je op eigen risico: zie de gebruiksvoorwaarden.
Recepten
- Pompoen met bruine salieboter (Gerecht · 4 personen · 40 min)
Goed voor dieren
- Bijen
- Nectar en stuifmeel voor honingbijen en wilde bijen.
Jij en deze soort
Wist je dat?
- De soortnaam lavandulifolia betekent ‘met lavendelachtig blad’.
- Spaanse salie hoort bij de lipbloemenfamilie, net als lavendel, rozemarijn en tijm.
- In het wild groeit hij op droge, kalkrijke hellingen in Spanje.