
Foto: NPS Photo, Public domain · bron
Vaste plant · Rosaceae
Pimpernel
Sanguisorba canadensis
In andere talen: Sanguisorbe du Canada (Français) · Canadian burnet (English)
Sanguisorba canadensis, ook Canadese pimpernel genoemd, is een forse vaste plant uit de vochtige weiden en moerassige randen van het oosten van Noord-Amerika. Uit een pol van geveerd blad rijzen in de late zomer stevige stengels tot 1,8 m hoog, met lange, witte flessenborstelaren. Hij bloeit van augustus tot oktober, als veel andere vaste planten al uitgebloeid zijn. De pluizige look komt van de meeldraden, want de bloemen hebben geen kroonbladeren. Dankzij zijn liefde voor natte grond is hij ideaal voor de rand van een vijver of een vochtige border.
Licht
Zon of halfschaduw
liefst wat zon
Vocht
Vochtig tot nat
mag niet uitdrogen
Grond
Leem, klei of veen
zuur tot neutraal
Winterhard
Volledig winterhard
tot -30 °C
Grootte
1,8 m
hoog, 0,6 m breed
Bloei
augustus–oktober
| Snoeimaanden | februari–maart |
|---|---|
| Hoogte | 1,8 m |
| Inheems in België | Nee, aangeplant |
| Goed voor bijen, vlinders en vogels | Ja, voor bijen |
| Giftig voor mens en huisdier | Niet als giftig bekend |
| Bloei | augustus–oktober |
Herkennen
Hoe herken je een pimpernel?
- Groeivorm
- Stevige pol van 1,5–1,8 m hoog en ongeveer 60 cm breed, met rechtopstaande, vertakte bloemstengels.
- Blad
- Geveerd, met ovale tot langwerpige, getande deelblaadjes; groen en een beetje ruw van structuur.
- Bloem
- Lange, witte, flessenborstelachtige aren van augustus tot oktober. De bloemen hebben geen kroonbladeren: de witte kleur komt van de meeldraden.
- Wortels
- Kruipende wortelstok waarmee de pol langzaam breder wordt. Goed te delen in het voorjaar.
Bloei: augustus–oktober · Planten: maart–mei en september–oktober · Snoeien: februari–maart
In je tuin
Waarom in je tuin?
- Bloeit van augustus tot oktober, wanneer veel borders al aan kleur inboeten.
- De witte, luchtige aren op 1,5–1,8 m hoge stengels geven hoogte en beweging aan een vochtige border of vijverrand.
- Bijen en andere insecten bezoeken de bloemen in de late zomer.
- Groeit goed in natte, zware grond waar veel andere vaste planten het moeilijk hebben.
- Volledig winterhard en weinig onderhoud: één keer per jaar terugknippen volstaat.
Waar staat een pimpernel graag?
- Volle zon tot halfschaduw; in volle zon heeft hij meer water nodig.
- Vochtige tot natte, humusrijke grond: leem, klei of veen, zuur tot neutraal.
- Laat de grond ’s zomers niet uitdrogen; natte voeten zijn juist welkom, bijvoorbeeld aan een vijverrand.
- Reken op 50–60 cm per plant en zet hem bij voorkeur tussen stevige buren, want de hoge stengels kunnen omvallen.
- Licht
- Zon en halfschaduw
- Grondsoort
- Leem, klei of veen
- Zuurtegraad
- Zuur of neutraal
- Vocht
- Nat
- Grootte
- 1,8 m hoog, 0,6 m breed
- Winterhard
- Winterhard (tot -30 °C)
Mooi samen met
- Koninginnenkruid: Hoge, late bloeier die dezelfde vochtige grond verdraagt.
- Moerasspirea: Vochtminnend; zijn schuimige pluimen bloeien eerder in de zomer.
- Pijpenstrootje: Een luchtig siergras dat de witte aren omlijst.
- Kattenstaart: Paarse bloemspitsen in dezelfde natte grond.
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een pimpernel?
Planten in maart–mei en september–oktober.
- Plant in maart–mei of in september–oktober, als de grond niet bevroren is.
- Graaf een plantgat dat twee keer zo breed is als de kluit en meng er wat compost of bladaarde door.
- Zet de plant even diep als in de pot, met de top van de kluit gelijk met het grondoppervlak.
- Houd 50–60 cm afstand tussen de planten.
- Geef meteen een flinke gieter water en houd de grond het eerste jaar vochtig.
- Leg een laag mulch van compost of schimmelaarde rond de plant.
Verzorgen
- Water
- Houd de grond altijd vochtig. Geef bij langdurige droogte rijkelijk water aan de voet; aan een vijverrand is gieten zelden nodig.
- Bemesten
- Een laag compost in maart volstaat. Geef geen extra stikstofmest: dat geeft lange, slappe stengels die omvallen.
- Mulchen
- Een laag compost of bladaarde in het voorjaar houdt de grond koel en vochtig.
- Steun
- Op een winderige plek of in rijke grond kunnen de hoge stengels omvallen. Stevige buren of een plantensteun houden ze rechtop.
- Uitgebloeide aren
- Laat ze staan: ze geven structuur in de herfst en winter. Knip alles in februari–maart terug.
Tip: Zet hem tussen stevige buren zoals koninginnenkruid en siergrassen: die houden de hoge stengels recht. Een vochtige plek met een laag mulch voorkomt droogtestress.
Wanneer snoei je een pimpernel?
Snoeimaanden: februari–maart.
Wanneer: In februari–maart, voor de nieuwe scheuten uit de grond komen.
Hoe:
- Knip alle dode stengels en bladeren terug tot vlak boven de grond.
- Gebruik een scherpe snoeischaar of heggenschaar en ruim het snoeisel op.
- Verwijder in de zomer dode of gebroken stengels meteen aan de voet.
Vermeerderen
- Delen
- In maart–april of september–oktober de pol met een spade in stukken steken, elk met wortels en scheuten, en meteen herplanten. Delen om de paar jaar houdt de pol vitaal.
- Zaaien
- Het zaad kiemt het best na een koude periode: zaai in de herfst in een zaaibak en zet die buiten tot het voorjaar.
Hoe komt een pimpernel de winter door?
Winterhard tot −30 °C.
- Volledig winterhard, tot ongeveer −30 °C: in Belgische winters is geen bescherming nodig.
- Laat de droge stengels staan tot februari: ze geven structuur in de wintertuin.
- Geef pas geplante exemplaren in de herfst een laag bladeren of compost als extra bescherming.
Ziektes en plagen
- Omvallen: Hoge stengels buigen door na regen of wind. Zet hem tussen stevige buren, geef steun en vermijd te rijke voeding.
- Droogtestress: Bladranden worden bruin en de plant verlept. Geef ruim water en mulch de grond.
- Meeldauw: Wit poeder op het blad aan het einde van de zomer, vooral bij droogte. Water aan de voet geven en aangetaste bladeren wegknippen.
- Slakken: Ze vreten jonge scheuten in het voorjaar. Verzamel ze ’s avonds en bescherm de nieuwe scheuten.
Het jaar rond
- Februari: Dode stengels terugknippen tot vlak boven de grond.
- Maart: Snoeien indien nog niet gedaan. Compost geven. Planten of delen.
- April: Planten of delen. Mulch aanbrengen.
- Mei: Planten. Plantensteun plaatsen. Letten op slakken.
- Juni: Water geven bij droogte; de grond vochtig houden.
- Juli: Water geven bij droogte.
- Augustus: Begin van de bloei. Insecten bezoeken de aren.
- September: Volle bloei. Nog planten mogelijk.
- Oktober: Laatste bloei. Planten of delen.
- November: Stengels laten staan als wintersieraad.
- December: Rust.
Gebruiken
Goed voor dieren
- Bijen
- Nectar en stuifmeel voor honingbijen en wilde bijen.
Jij en deze soort
Wist je dat?
- De ‘pluisjes’ van de aren zijn geen bloemblaadjes maar lange meeldraden: de bloemen hebben geen kroonbladeren.
- Net als aardbei, appel en roos hoort hij bij de rozenfamilie (Rosaceae).