
Foto: Carl Axel Magnus Lindman, Public domain · bron
Vaste plant · Rosaceae
Grote pimpernel
Sanguisorba officinalis
In andere talen: Grande pimprenelle (Français) · Great burnet (English)
De grote pimpernel is een inheemse vaste plant van vochtige hooilanden en rivieroevers, in België en in grote delen van Europa en Azië. Uit een rozet van geveerd blad met getande deelblaadjes groeien ijle, vertakte stengels tot 1,2 m. Van juni tot september dragen die tientallen kleine, ovale, donker wijnrode bloemhoofdjes, die als knopjes tussen andere planten wiegen. Tuiniers houden van zijn luchtige, natuurlijke uitstraling in een border met siergrassen, en hij is een waardplant voor zeldzame vlinders, de pimpernelblauwtjes. Bekende rassen zijn het compacte ‘Tanna’ van zo’n 50 cm en het rijk bloeiende ‘Red Thunder’.
Licht
Zon of halfschaduw
liefst wat zon
Vocht
Normaal tot nat
mag niet uitdrogen
Grond
Leem, klei of veen
elke zuurtegraad
Winterhard
Volledig winterhard
tot -30 °C
Grootte
1,2 m
hoog, 0,6 m breed
Bloei
juni–september
| Snoeimaanden | maart |
|---|---|
| Hoogte | 1,2 m |
| Inheems in België | Ja |
| Goed voor bijen, vlinders en vogels | Ja, voor bijen en vlinders |
| Giftig voor mens en huisdier | Niet als giftig bekend |
| Bloei | juni–september |
Herkennen
Hoe herken je een grote pimpernel?
- Groeivorm
- Bladrozet aan de grond met ijle, vertakte bloemstengels van 0,8–1,2 m; zo’n 60 cm breed.
- Blad
- Geveerd, met 7–15 eironde, getande deelblaadjes; frisgroen, aan de onderkant blauwgroen.
- Bloem
- Ovale hoofdjes van 1–2 cm, dicht bezet met kleine bloempjes zonder kroonbladen; de kleur komt van de kelkbladen.
- Kleur
- Donker wijnrood tot bordeaux.
- Wortels
- Een stevige, vertakte wortelstok; de pol wordt langzaam breder maar woekert niet.
Bloei: juni–september · Planten: maart–mei en september–oktober · Snoeien: maart
In je tuin
Waarom in je tuin?
- Luchtige, donkerrode knopjes van juni tot september, die de border licht en beweeglijk maken.
- Een inheemse plant die past in een natuurlijke tuin en een vochtige bloemenweide.
- Waardplant van het pimpernelblauwtje en het donker pimpernelblauwtje, twee zeldzame vlinders.
- Bijen, hommels en andere vlinders bezoeken de bloemhoofdjes.
- De donkere hoofdjes blijven tot in de winter staan en zijn ook mooi in een boeket.
Waar staat een grote pimpernel graag?
- Zon tot halfschaduw; in de volle zon bloeit hij het rijkst.
- Leem, klei of venige grond, zuur tot kalkrijk.
- Gewone tot natte grond: hij houdt van vochtige grond die in de zomer niet uitdroogt.
- Plant 50–60 cm uit elkaar, drie à vier planten per m², tussen andere planten en grassen die hem wat steunen.
- Licht
- Zon en halfschaduw
- Grondsoort
- Leem, klei of veen
- Zuurtegraad
- Niet kieskeurig
- Vocht
- Normaal of nat
- Grootte
- 1,2 m hoog, 0,6 m breed
- Winterhard
- Winterhard (tot -30 °C)
Mooi samen met
- Kattenstaart: Paarse aren naast de donkerrode knopjes, beide inheems en voor vochtige grond.
- Moerasspirea: Romige, geurende pluimen in dezelfde vochtige grond.
- Koninginnekruid: Roze schermen, inheems en een topper voor vlinders.
- Pijpenstrootje: Een inheems gras met luchtige pluimen waartussen de knopjes wiegen.
- Veronicastrum: Hoge, verticale aren naast de ijle stengels.
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een grote pimpernel?
Planten in maart–mei en september–oktober.
- Plant in maart–mei of in september–oktober, als de grond niet bevroren of te nat is.
- Graaf een plantgat twee keer zo breed als de pot en meng er wat compost door.
- Zet de plant even diep als in de pot en druk de grond goed aan.
- Geef ruim water en hou de grond de eerste weken vochtig.
- Mulch met compost of bladaarde om het vocht vast te houden.
Verzorgen
- Water
- Hou de grond vochtig, zeker in de zon. Bij droogte bruint het blad en blijft de bloei beperkt.
- Bemesten
- Weinig nodig: een laag compost in het voorjaar. In te rijke grond gaan de stengels hangen.
- Steun
- De ijle stengels kunnen na regen overhangen. Zet hem tussen andere planten of geef een ring van takken.
- Uitgebloeide bloemen
- Laat ze staan: de donkere hoofdjes blijven mooi tot in de winter.
- Bloemenweide
- Groeit hij in een vochtige hooiweide, maai dan niet tussen half juni en half september, zodat de pimpernelblauwtjes hun cyclus kunnen afmaken.
Tip: Zet hem tussen grassen en andere vaste planten die hem steunen, in grond die vochtig blijft: dan wiegen de donkerrode knopjes de hele zomer door de border.
Wanneer snoei je een grote pimpernel?
Snoeimaanden: maart.
Wanneer: Laat de stengels de hele winter staan en knip ze in maart af, voor de nieuwe scheuten opkomen.
Hoe:
- Knip alle oude stengels vlak boven de grond af.
- Haal ook het dode blad uit het rozet weg.
- Uitgebloeide hoofdjes wegknippen hoeft niet: ze zijn mooi en nuttig in de winter.
Let op: Knip of maai niet in de zomer: de rupsen van de pimpernelblauwtjes leven dan in de bloemhoofdjes.
Vermeerderen
- Scheuren
- In maart–april of in september–oktober een pol opgraven en met een scherpe spade in stukken met elk een paar knoppen delen. Meteen terugplanten en water geven.
- Zaad
- Vers zaad in de herfst in een pot buiten zaaien: de koude helpt bij het kiemen. Rassen komen niet zuiver uit zaad, dus scheuren is eenvoudiger.
Hoe komt een grote pimpernel de winter door?
Winterhard tot −30 °C.
- Volledig winterhard, tot ongeveer −30 °C: in België is geen bescherming nodig.
- Laat de zaadhoofdjes staan: ze sieren de wintertuin.
- In een grote pot: hou de grond vochtig en zet de pot beschut tegen een muur.
Ziektes en plagen
- Meeldauw: Wit poeder op het blad, vooral in droge zomers. Water geven, ruimte laten en aangetaste bladeren wegknippen.
- Omvallende stengels: Te rijke grond of te veel schaduw. Plant hem tussen steunende buren of geef een ring van takken.
- Bruin blad: Teken van droogte. Water geven en mulchen.
- Slakken: Vreten in het voorjaar aan de jonge scheuten. ’s Avonds rapen.
Het jaar rond
- Maart: Oude stengels wegknippen. Compost geven. Planten of scheuren.
- April: Planten. Letten op slakken.
- Mei: Planten. Zo nodig steun plaatsen.
- Juni: Begin van de bloei.
- Juli: Bloei. Water geven bij droogte.
- Augustus: Volle bloei. Bijen en vlinders op de hoofdjes.
- September: Laatste bloei. Planten of scheuren.
- Oktober: Planten. Hoofdjes laten staan.
- December: De zaadhoofdjes sieren de wintertuin.
Gebruiken
Goed voor dieren
- Bijen
- Nectar en stuifmeel voor honingbijen en wilde bijen.
- Vlinders
- Nectar voor dagvlinders.
Jij en deze soort
Wist je dat?
- De rupsen van de pimpernelblauwtjes eten eerst in de bloemhoofdjes en laten zich daarna door bepaalde mieren naar hun nest dragen, waar ze verder leven van mierenbroed.
- Sanguisorba betekent ‘bloed opslorpen’: in oude kruidenboeken gold de plant als middel om bloedingen te stelpen.
- De grote pimpernel hoort bij de rozenfamilie, al zie je dat aan de bloemhoofdjes nauwelijks.