Sesleria nitida

Foto: Krzysztof Ziarnek, Kenraiz, CC BY-SA 4.0 · bron

Siergras · Poaceae

Sesleria nitida

In andere talen: Grey moor grass (English)

Sesleria nitida is een stevig siergras uit de bergen van Italië, vooral de Apennijnen, waar het op droge, kalkrijke hellingen groeit. Het vormt compacte pollen van rechtopstaand, grijsblauw blad dat het hele jaar zijn kleur behoudt. In april en mei verschijnen smalle, zilverachtige aren die iets boven het blad uitsteken. In de tuin is het een tijdloze, groenblijvende plant voor zonnige randen, rotstuinen en grindtuinen, en voor droge plekken waar veel andere planten het laten afweten. Het is gemakkelijk, wintergroen en vraagt nauwelijks onderhoud.

  • Licht

    Zon of halfschaduw

    liefst wat zon

  • Vocht

    Droog

    verdraagt droogte

  • Grond

    Zand, leem of klei

    neutraal tot kalkrijk

  • Winterhard

    Volledig winterhard

    tot -20 °C

  • Grootte

    0,5 m

    hoog, 0,4 m breed

  • Bloei

    april–mei

Feiten op een rij
Snoeimaandenmaart
Hoogte0,5 m
Inheems in BelgiëNee, aangeplant
Giftig voor mens en huisdierNiet als giftig bekend
Bloeiapril–mei

Herkennen

Hoe herken je een Sesleria nitida?

Groeivorm
Dichte, rechtopstaande pol van ongeveer 50 cm hoog en 40 cm breed, die geleidelijk groter wordt.
Blad
Stevig, smal en recht; grijsblauw en groenblijvend, met een fijn gepunte top.
Bloem
Smalle, zilverachtige aren in april–mei, net boven het blad.
Seizoen
Een koelteminnend gras: het groeit vooral in het voorjaar en de herfst en blijft in de winter grijsblauw.
Wortels
Vezelig en diep, perfect aangepast aan droge berghellingen.

Bloei: april–mei · Planten: maart–mei en september–oktober · Snoeien: maart

In je tuin

Waarom in je tuin?

  • Grijsblauw, groenblijvend blad dat er het hele jaar goed uitziet, ook in de winter.
  • Verdraagt droogte en arme, kalkrijke grond: ideaal voor zonnige, droge plekken.
  • Compacte, nette pollen van ongeveer 50 cm: geschikt voor randen, rotstuinen, grindtuinen en bakken.
  • Zilverachtige aren in april–mei, een zachte bloei die niet storend werkt.
  • Weinig onderhoud: enkel de oude bladeren uitkammen of wegknippen in het voorjaar.

Waar staat een Sesleria nitida graag?

  • Zon tot halfschaduw: hoe zonniger, hoe blauwer het blad.
  • Goed doorlatende grond: zand, leem of klei, neutraal tot kalkrijk. Verdraagt arme, steenachtige grond.
  • Droog: eenmaal ingeworteld redt hij zich bij droogte. Natte, zware grond verdraagt hij niet.
  • Ideaal in een rotstuin, een grindbed of aan de voet van een zonnige muur.
  • Reken op 30–40 cm tussen de planten.
Licht
Zon en halfschaduw
Grondsoort
Zand, leem of klei
Zuurtegraad
Neutraal of kalkrijk
Vocht
Droog
Grootte
0,5 m hoog, 0,4 m breed
Winterhard
Winterhard (tot -20 °C)

Mooi samen met

  • Lavendel: Paarse bloemen en geur, dezelfde droge, kalkrijke zon.
  • Salie: Paarse bloemspitsen in de late lente en zomer, zelfde droge grond.
  • Hemelsleutel: Vlezige bladeren en late bloei in de nazomer, zelfde plek.
  • Wolfsmelk: Geelgroene bloemen in het voorjaar, mooi naast het grijsblauwe blad.
  • Kruiptijm: Lage, geurende mat voor tussen de pollen op droge grond.

Onderhoud

Hoe en wanneer plant je een Sesleria nitida?

Planten in maart–mei en september–oktober.

  1. Plant in maart–mei of in september–oktober, als de grond niet bevroren of drassig is.
  2. Graaf een gat twee keer zo breed als de kluit. Meng op zware grond een flinke hoeveelheid grof zand of grind door de grond.
  3. Zet de plant even diep als in de pot en niet dieper: het hart van de pol moet boven de grond blijven.
  4. Laat 30–40 cm tussen de planten.
  5. Geef meteen een flinke gieter water, en het eerste jaar bij droogte wekelijks.
  6. Dek de grond af met een laagje grind rond de planten, zonder het hart te bedekken.

Verzorgen

Water
Alleen het eerste jaar bij droogte. Daarna redt hij zich, ook in een droge zomer.
Bemesten
Niet nodig: op arme, droge grond blijft hij compact en blauw.
Opruimen
Haal de oude, bruine bladeren in maart met je vingers of een kleine hark uit de pol of knip ze weg.
Mulchen
Een laagje grind houdt de voet droog en onderdrukt onkruid.
Delen
Wordt het hart van de pol kaal, deel hem dan in april (om de 4–5 jaar).

Tip: Plant hem op droge, kalkrijke grond en geef geen mest. Haal enkel de oude bladeren weg, want een groenblijvende pol die je te kort knipt, herstelt traag.

Wanneer snoei je een Sesleria nitida?

Snoeimaanden: maart.

Wanneer: In maart, voor de aren verschijnen.

Hoe:

  • Haal de dode, bruine bladeren met je (gehandschoende) vingers of een kleine hark uit de pol.
  • Knip enkel de oude, verdorde bladeren weg; de groene bladeren laat je staan.
  • Het snoeiafval kan op de composthoop.

Let op: Knip de pol nooit helemaal kaal: het groenblijvende blad is zijn sier en bescherming in de winter.

Snoeien: wanneer en hoe · Snoeikalender en basisregels

Vermeerderen

Delen
In april–mei (of in september): een pol met een scherpe spade in stukken delen, elk met wortels en bladeren, en meteen herplanten op dezelfde diepte. Goed water geven.
Zaaien
In het voorjaar op zaaigrond zaaien, nauwelijks bedekken en licht vochtig houden. Zaailingen groeien eerst langzaam: delen gaat sneller.

Hoe komt een Sesleria nitida de winter door?

Winterhard tot −20 °C.

  • Winterhard tot ongeveer −20 °C: in België is bescherming meestal niet nodig; het blad blijft grijsblauw.
  • Natte winters op zware grond zijn gevaarlijker dan vorst: zorg voor goede drainage of plant op een verhoging.
  • In een pot: zet hem op potvoetjes, houd hem uit de winterregen en wikkel de pot bij strenge vorst in jute.

Ziektes en plagen

  • Wegrotten: In natte, zware grond kan de pol in de winter wegrotten. Verbeter de afwatering met grof zand of grind, of plant op een verhoging.
  • Slappe, open pol: Door te veel schaduw, voeding of water. Verplaats naar een zonnige, droge plek en geef geen mest.
  • Bruine, dode bladeren: Normaal: oude bladeren sterven af en blijven in de pol hangen. Haal ze in maart weg.
  • Kaal hart: Een oude pol sterft in het midden af. Deel hem in april en plant de jonge buitenste delen terug.

Het jaar rond

  • Maart: Oude bladeren uitkammen vóór de aren verschijnen. Planten.
  • April: Begin van de bloei. Planten of delen.
  • Mei: Bloei met zilverachtige aren. Planten.
  • Juni: Rustige groei. Jonge planten bij langdurige droogte water geven.
  • September: Planten. Grond licht vochtig houden.
  • Oktober: Planten. Mulchen met grind.
  • November: Rust, het blad blijft grijsblauw.
  • December: Groenblijvend: de pollen sieren de tuin.

Jij en deze soort

Wist je dat?

  • De soortnaam nitida betekent ‘glanzend’ in het Latijn.
  • In het wild groeit hij op droge, kalkrijke berggraslanden in Italië.
  • Sesleria’s zijn koelteminnende grassen: ze groeien vooral in het voorjaar en de herfst en rusten in de hete zomer.

Tuinplanten · Alle soorten

Laden…