Kamerplant · Gesneriaceae
Streptocarpus
Streptocarpus × hybridus
In andere talen: Cape primrose (English)
Streptocarpus is een bloeiende kamerplant uit de familie van het Kaaps viooltje, gekweekt uit soorten die in bossen en op schaduwrijke rotsen in Zuid-Afrika groeien. De plant vormt een rozet van lange, smalle, gerimpelde en zacht behaarde bladeren, waaruit van april tot oktober telkens nieuwe dunne stelen met trompetvormige bloemen groeien. De bloemen zijn er in blauw, paars, lila, roze, rood en wit, vaak met een getekende of geaderde keel. Hij is minder bekend dan het Kaaps viooltje, maar bloeit langer en royaler en is even makkelijk op een lichte vensterbank zonder felle zon. Er bestaan honderden rassen, van compacte minivormen tot planten met grote, gegolfde bloemen.
Licht
Halfschaduw
geen felle middagzon
Vocht
Normaal
geen natte voeten
Grond
Potgrond
Winterhard
Kamerplant
min. 10 °C
Grootte
0,3 m
hoog, 0,4 m breed
Bloei
april–oktober
| Hoogte | 0,3 m |
|---|---|
| Giftig voor mens en huisdier | Niet als giftig bekend |
| Bloei | april–oktober |
Herkennen
Hoe herken je een streptocarpus?
- Groeivorm
- Stengelloze rozet van zo’n 30 cm hoog en 40 cm breed; de bladeren staan half uitgespreid.
- Blad
- Lang en smal, 15–30 cm, gerimpeld, zacht behaard en wat broos; frisgroen tot donkergroen.
- Bloem
- Trompetvormige bloemen van 3–6 cm met twee kleinere en drie grotere slippen, op dunne stelen boven het blad, van april tot oktober.
- Kleur
- Blauw, paars, lila, roze, rood en wit, vaak met een gele of geaderde keel.
- Vrucht
- Een lange, smalle doosvrucht die bij het rijpen spiraalvormig opendraait.
- Wortels
- Fijn en ondiep: hij groeit het best in een brede, ondiepe pot.
Bloei: april–oktober · Planten: maart–april
In je tuin
Waarom in je tuin?
- Bloeit maandenlang, van april tot oktober, met telkens nieuwe bloemstelen.
- Een grote keuze aan kleuren en tekeningen, van zacht lila tot diep paars en roze.
- Doet het goed op een lichte plek zonder felle zon, zoals bij een raam op het oosten of het noorden.
- Makkelijk te vermeerderen: uit één blad kun je veel nieuwe plantjes kweken.
- Compact: past op elke vensterbank en blijft jarenlang mooi als je hem af en toe verjongt.
- Een rijk bloeiende afwisseling voor het Kaaps viooltje, met dezelfde eenvoudige verzorging.
Waar staat een streptocarpus graag?
- Licht zonder directe zon: bij een raam op het oosten of het noorden, of een eind van een raam op het zuiden of westen. Felle zon verbrandt het blad.
- Kamertemperatuur van 16–24 °C; in de winter mag het koeler, maar niet onder 10 °C.
- Matig vochtige lucht; vermijd een plek vlak boven de verwarming.
- Geen koude tocht en geen bladeren die tegen een koude ruit liggen.
- Licht
- Licht, zonder felle zon
- Potgrond
- Gewone potgrond of luchtige, humusrijke potgrond
- Zuurtegraad
- Zuur of neutraal
- Water geven
- Gewoon
- Grootte
- 0,3 m hoog, 0,4 m breed
- Temperatuur
- Minimum 10 °C
Mooi samen met
- Kaaps viooltje: Naaste familie met dezelfde verzorging; samen een bloeiende vensterbank.
- Begonia: Bloeiende en bontbladige vormen voor dezelfde lichte plek zonder felle zon.
- Vlinderorchidee: Houdt ook van licht zonder felle zon en van water pas als het substraat iets is opgedroogd.
- Mozaïekplant: Laag, getekend blad als groene voet naast de bloemen.
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een streptocarpus?
Planten in maart–april.
- Verpot in maart of april, als de pot vol wortels zit, meestal elk jaar.
- Kies een brede, ondiepe pot met een gat in de bodem; hij bloeit het best in een pot die niet te groot is.
- Gebruik luchtige potgrond voor Kaapse viooltjes of kamerplanten, gemengd met zo’n derde perliet.
- Zet de plant even diep als voorheen: de voet van de rozet mag niet onder de grond verdwijnen.
- Giet licht aan met water op kamertemperatuur en laat het overtollige water weglopen.
Verzorgen
- Water
- Laat de bovenste laag tussen twee gietbeurten opdrogen. Giet aan de rand van de pot of van onderen, en houd water uit het hart van de rozet. Een beetje droogte verdraagt hij beter dan natte voeten.
- Bemesten
- Van april tot september om de twee weken vloeibare mest voor bloeiende kamerplanten, aan halve dosis.
- Uitgebloeide bloemen
- Knip uitgebloeide bloemstelen bij de basis weg, zodat de plant nieuwe maakt.
- Blad
- Knip bruine bladpunten en oude, beschadigde bladeren weg; een te volle rozet mag je wat uitdunnen.
- Verpotten
- Elk voorjaar in verse grond; oude, grote planten deel je dan.
Tip: Kies een brede, ondiepe pot die niet te groot is en geef om de twee weken wat mest: een plant die zijn pot goed vult, bloeit het rijkst. Giet altijd naast de rozet, nooit in het hart.
Wanneer snoei je een streptocarpus?
Wanneer: Snoeien is niet nodig. Je knipt alleen uitgebloeide bloemstelen bij de basis weg en haalt oude of beschadigde bladeren weg.
Hoe:
- Knip uitgebloeide bloemstelen met een schaar zo dicht mogelijk bij de voet af.
- Knip bruine bladpunten weg; een te lang blad mag je ook recht inkorten.
- Haal oude, gele bladeren aan de voet weg, zodat er licht en lucht in de rozet komt.
Vermeerderen
- Bladstekken
- In het voorjaar of de zomer: snijd een gezond blad af, snijd de middennerf over de hele lengte weg en steek de twee helften met de snijkant 1 cm diep in vochtige stekgrond. Licht en warm onder plastic bij zo’n 20 °C groeien na enkele weken kleine plantjes langs de nerven.
- Bladstukken
- Je kunt een blad ook dwars in stukken van 5 cm snijden en die rechtop, met de onderkant naar beneden, in vochtige stekgrond steken.
- Delen
- Een oude plant met meerdere rozetten deel je in maart–april bij het verpotten.
Hoe komt een streptocarpus de winter door?
- Een kamerplant die het hele jaar binnen blijft: onder 10 °C krijgt hij schade.
- In de winter rust hij meestal: de bloei stopt en hij groeit trager. Zet hem dan op een lichte, iets koelere plek van 12–16 °C.
- Geef in de rust minder water en geen mest, en laat de grond iets meer opdrogen.
- Knip in maart oude bladeren weg en verpot hem: dan begint hij fris aan een nieuw bloeiseizoen.
Ziektes en plagen
- Weinig bloemen: Te weinig licht of te weinig voeding. Zet hem lichter, maar uit de felle zon, en geef regelmatig mest.
- Slap, hangend blad: Te droog of juist te nat. Voel aan de grond: bij droogte geef je water, bij natte grond laat je hem opdrogen en giet je voortaan minder.
- Grauwe schimmel: Grijs pluis op bloemen en blad, vooral bij kou en nat blad. Haal aangetaste delen weg en giet niet over het blad.
- Trips: Zilverachtige strepen en vlekjes op blad en bloemen. Spoel de plant af en hang een blauwe vangplaat op.
- Wolluis: Witte pluisjes aan de voet van de bladeren. Wegvegen met een vochtig wattenstaafje.
Het jaar rond
- Januari: Rust. Lichte, koele plek, weinig water, geen mest.
- Februari: Rust. Oude bladeren wegknippen.
- Maart: Verpotten in verse grond. Grote planten delen. Beginnen met bemesten.
- April: Begin van de bloei. Om de twee weken mest geven. Bladstekken nemen.
- Mei: Bloei. Uitgebloeide bloemstelen bij de basis wegknippen.
- Juni: Bloei. Uit de felle zon houden. Bladstekken nemen.
- Juli: Bloei. Gietbeurten aanpassen aan de warmte.
- Augustus: Bloei. Mest geven. Letten op trips.
- September: Bloei. Laatste mestbeurt.
- Oktober: Laatste bloemen. Minder water geven.
- November: Rust. Licht en wat koeler zetten.
- December: Rust. Weinig water.
Jij en deze soort
Wist je dat?
- De naam Streptocarpus betekent ‘gedraaide vrucht’: de lange zaaddoos draait bij het rijpen als een spiraal open.
- Sinds 2015 rekenen botanici ook het Kaaps viooltje tot het geslacht Streptocarpus; vroeger heette dat Saintpaulia.
- Sommige wilde soorten vormen maar één enkel, reusachtig blad, dat hun hele leven blijft doorgroeien.