Heideaster (Symphyotrichum ericoides)

Foto: davecz2, CC BY-SA 4.0 · bron

Vaste plant · Asteraceae

Heideaster

Symphyotrichum ericoides

In andere talen: Aster éricoïde (Français) · Heath aster (English)

De heideaster groeit van nature op droge, open plekken in Noord-Amerika, van prairies tot bermen. Hij draagt zijn naam omdat de fijne, draadachtige takken met piepkleine, smalle blaadjes aan heide doen denken. In september en oktober verdwijnt de plant onder duizenden kleine witte sterretjes met een geel hart die langzaam roze of bruin verkleuren. Hij wordt ongeveer 90 cm hoog, is volledig winterhard en bestand tegen droogte. Hij is minder gevoelig voor meeldauw dan veel andere herfstasters en is een uitstekend vulmateriaal in de border en in boeketten.

  • Licht

    Volle zon

    warm en licht

  • Vocht

    Droog tot normaal

    geen natte voeten

  • Grond

    Zand of leem

    elke zuurtegraad

  • Winterhard

    Volledig winterhard

    tot -35 °C

  • Grootte

    0,9 m

    hoog, 0,6 m breed

  • Bloei

    september–oktober

Feiten op een rij
Snoeimaandenmaart en mei
Hoogte0,9 m
Inheems in BelgiëNee, aangeplant
Goed voor bijen, vlinders en vogelsJa, voor bijen en vlinders
Giftig voor mens en huisdierNiet als giftig bekend
Bloeiseptember–oktober

Herkennen

Hoe herken je een heideaster?

Groeivorm
Rechtopgaande, fijn vertakte pol van 80–100 cm hoog en 50–60 cm breed, met stevige, draadachtige stengels.
Blad
Zeer smal en kort, 1–3 cm, donkergroen en een beetje ruw; doet denken aan heide.
Bloem
Kleine margrietachtige bloempjes van ongeveer 1 cm, in grote aantallen aan de toppen van de takken, in september en oktober.
Kleur
Wit met een geel hart dat verkleurt naar roze of bruin; er bestaan ook lichtblauwe en roze rassen.
Wortels
Kruipende wortelstokken: de plant breidt langzaam uit tot een pol en laat zich makkelijk delen.

Bloei: september–oktober · Planten: maart–mei · Snoeien: maart en mei

In je tuin

Waarom in je tuin?

  • Bloeit in september en oktober met duizenden fijne sterretjes, een luchtige wolk in de herfstborder.
  • Een belangrijke late nectarbron voor bijen, hommels en vlinders.
  • Droogtebestendig en weinig ziektegevoelig: een sterke vaste plant voor zonnige, doorlatende grond.
  • Prachtig als snijbloem en als vulling in een herfstboeket.
  • Het fijne, heideachtige blad en de dunne takken geven structuur, ook voor de bloei.

Waar staat een heideaster graag?

  • Volle zon voor de rijkste bloei; in de schaduw wordt hij lang en slap.
  • Doorlatende grond: zand of leem, zuur tot kalkrijk. Hij verkiest een niet te rijke grond.
  • Droog tot normaal vochtig; hij verdraagt droogte beter dan de meeste herfstasters.
  • Plant op 50–60 cm van elkaar, in een groep voor het mooiste effect.
Licht
Zon
Grondsoort
Zand of leem
Zuurtegraad
Niet kieskeurig
Vocht
Droog of normaal
Grootte
0,9 m hoog, 0,6 m breed
Winterhard
Winterhard (tot -35 °C)

Mooi samen met

  • Siergrassen: Pluimen en fijn gras naast de sterretjes geven een luchtig geheel.
  • Vetkruid: Bloeit in dezelfde periode, met brede, roze schermen.
  • Zonnehoed: Bloemen en zaadhoofdjes in warme tinten naast de witte wolk.
  • Anemoon: De Japanse anemoon bloeit tegelijk in roze en wit.
  • Lavendel: Een grijs, geurend randje voor de heideaster.

Onderhoud

Hoe en wanneer plant je een heideaster?

Planten in maart–mei.

  1. Plant in maart–mei, als de grond niet bevroren of te nat is.
  2. Graaf een plantgat dat iets breder is dan de kluit en meng er een beetje compost of zand door als de grond zwaar is.
  3. Zet de plant even diep als in de pot en druk de grond goed aan.
  4. Houd 50–60 cm afstand tussen de planten.
  5. Geef meteen een flinke gieter water en geef het eerste jaar water bij droogte.
  6. Strooi een dun laagje compost of fijn grind rond de voet; houd de kroon vrij.

Verzorgen

Water
Het eerste jaar water geven bij droogte. Daarna is hij zeer droogtebestendig; enkel in lange droge zomers heeft hij een beurt nodig.
Bemesten
Weinig of niet bemesten: op een voedselrijke grond wordt hij te lang en valt hij om. Af en toe een beetje compost volstaat.
Steun
Op een arme grond staat hij zelf. Op een rijke plek helpt een lichte steun met twijgen of een ring.
Toppen inkorten
Kniep eind mei de toppen met een derde in voor een compactere, steviger plant. De bloei begint dan iets later.
Delen
Verdeel de pol om de drie à vier jaar in het voorjaar om hem vitaal te houden.

Tip: Kniep eind mei de toppen met een derde in: de plant wordt compacter en stevig genoeg om zonder steun te staan. Op een arme, droge grond heeft hij dit niet nodig.

Wanneer snoei je een heideaster?

Snoeimaanden: maart en mei.

Wanneer: Eind februari tot maart, voor de nieuwe scheuten verschijnen; eventueel een lichte snoei eind mei.

Hoe:

  • Knip de oude, verdorde stengels tot 10 cm boven de grond.
  • Laat de uitgebloeide pluimen in de winter staan: ze sieren de tuin en bieden vogels en insecten voedsel en schuilplaats.
  • Kniep eind mei de scheuttoppen met een derde in voor een dichtere groei en minder omvallen.
  • Ruim de afgestorven bladeren rond de voet op.

Snoeien: wanneer en hoe · Snoeikalender en basisregels

Vermeerderen

Delen
In maart–april: graaf de pol uit, scheur hem in handgrote stukken met wortels en plant ze meteen terug.
Stekken
In mei: stekken van 5–8 cm van jonge scheuten in vochtige stekgrond, op een lichte plek. Na enkele weken zijn ze beworteld.
Zaaien
In het voorjaar op vochtige zaaigrond, lichtjes bedekt; de soort laat zich uit zaad kweken, rassen blijven niet altijd gelijk.

Hoe komt een heideaster de winter door?

Winterhard tot −35 °C.

  • Volledig winterhard, tot ongeveer −35 °C: ook in strenge Belgische winters is geen bescherming nodig.
  • Laat de stengels staan tot het voorjaar: met rijp erop zijn ze een wintersieraad.
  • In een pot: zet hem tegen een beschutte muur en wikkel de pot in jute of noppenfolie, zodat de wortels niet bevriezen.

Ziektes en plagen

  • Omvallen: Op voedselrijke of te schaduwrijke plekken wordt hij lang en slap. Kniep in mei in, bemest niet en kies een zonnige plek.
  • Meeldauw: Wit poeder op de bladeren, vooral in benauwde zomers. Plant ruim, geef water aan de voet bij langdurige droogte en knip aangetaste stengels weg.
  • Slakken: Jonge scheuten worden in het voorjaar kaalgevreten. Verzamel de slakken ’s avonds of leg een slakkenval.
  • Verslappende scheuten: Door te natte grond sterven scheuten af. Zorg voor goede drainage.

Het jaar rond

  • Maart: Oude stengels tot 10 cm terugsnoeien. Pol delen. Planten.
  • April: Planten of verplanten. Weinig mest, wat compost.
  • Mei: Planten. Toppen met een derde inkorten. Letten op slakken.
  • Juni: Groei. Bij langdurige droogte water geven.
  • Augustus: Knoppen vormen zich. De plant is bijna klaar om te bloeien.
  • September: Begin van de bloei. Snijden voor een boeket.
  • Oktober: Volle bloei, bijen en vlinders komen af op de nectar.
  • November: Niets doen. Laat de pluimen staan voor insecten en vogels.

Gebruiken

Goed voor dieren

Bijen
Nectar en stuifmeel voor honingbijen en wilde bijen.
Vlinders
Nectar voor dagvlinders.

Jij en deze soort

Wist je dat?

  • De soortnaam ericoides betekent ‘op heide lijkend’, naar het fijne blad dat aan de heide (Erica) doet denken.
  • In Noord-Amerika groeit de soort van nature op droge, open plekken, van de prairie tot langs wegen.
  • De takjes zijn populair in de bloemisterij, als vulling in boeketten.

Tuinplanten · Alle soorten

Laden…