Afrikaan (Tagetes erecta)

Foto: Wikimedia Commons, CC BY-SA 3.0 · bron

Eenjarige plant · Asteraceae

Afrikaan

Tagetes erecta

In andere talen: Rose d’Inde (Français) · African marigold (English)

De afrikaan komt, ondanks zijn naam, uit Mexico en Midden-Amerika. Het is een stevige, rechtopgaande eenjarige met fijn ingesneden, sterk geurend blad en grote, vaak volledig gevulde bloemhoofdjes in geel, goud, oranje of roomwit. Afhankelijk van het ras wordt hij 30–100 cm hoog, en hij bloeit van juni tot de eerste nachtvorst. De hoge rassen zijn uitstekende snijbloemen. Omdat hij een lange groeitijd heeft, zaai je hem het best al in maart–april binnen.

  • Licht

    Volle zon

    warm en licht

  • Vocht

    Droog tot normaal

    geen natte voeten

  • Grond

    Zand, leem of klei

    elke zuurtegraad

  • Winterhard

    tot 0 °C

    beschermen in strenge winters

  • Grootte

    0,7 m

    hoog, 0,4 m breed

  • Bloei

    juni–oktober

Feiten op een rij
Hoogte0,7 m
Inheems in BelgiëNee, aangeplant
Giftig voor mens en huisdierNiet als giftig bekend
Bloeijuni–oktober

Herkennen

Hoe herken je een afrikaan?

Groeivorm
Rechtopgaande, vertakte eenjarige van 30–100 cm, afhankelijk van het ras; stevige stengels.
Blad
Geveerd en fijn ingesneden, donkergroen, met een sterke, kruidige geur als je het aanraakt.
Bloem
Grote, bolle bloemhoofdjes van 5–12 cm, meestal volledig gevuld, op een lange steel.
Kleur
Citroengeel, goudgeel, oranje en roomwit.
Zaad
Lange, smalle, zwarte zaden in het uitgebloeide hoofdje; makkelijk te oogsten bij rassen die geen F1-hybride zijn.

Bloei: juni–oktober · Zaaien: maart–mei · Planten: mei–juni

In je tuin

Waarom in je tuin?

  • Een lange, uitbundige bloei, van juni tot de eerste nachtvorst.
  • Felle, warme kleuren die opvallen in een border, een pot of de moestuin.
  • Stevige, lang houdbare snijbloemen voor een vrolijk boeket.
  • Makkelijk uit zaad te kweken, ook voor beginners.
  • Verdraagt zon, warmte en wat droogte goed.

Waar staat een afrikaan graag?

  • Volle zon: in de schaduw bloeit hij nauwelijks.
  • Elke goed doorlatende tuingrond, van zand tot klei; niet te rijk, anders krijg je vooral blad.
  • Droog tot normaal vochtig: geen natte voeten, wel water bij lange droogte.
  • Een beschutte plek voor de hoge rassen, want wind en regen kunnen ze omverduwen.
  • Plant op 30–40 cm uit elkaar, lage rassen op 25 cm.
Licht
Zon
Grondsoort
Zand, leem of klei
Zuurtegraad
Niet kieskeurig
Vocht
Droog of normaal
Grootte
0,7 m hoog, 0,4 m breed
Winterhard
Vorstgevoelig: pas buiten na de laatste nachtvorst (half mei)

Mooi samen met

  • Blauwe salie: Blauwe aren als contrast bij de gele en oranje bollen.
  • Zinnia: Even zonminnend, voor een kleurrijke rij snijbloemen.
  • Cosmea: Luchtige roze of witte bloemen naast de compacte afrikaan.
  • Tomaat: In de moestuin brengt hij kleur tussen de groenten.
  • Leverbalsem: Lage, blauwe bloemen vooraan, voor de hoge afrikanen.

Onderhoud

Hoe en wanneer plant je een afrikaan?

Planten in mei–juni.

  1. Zaai in maart–april binnen bij 18–20 °C; de zaden kiemen na ongeveer een week.
  2. Verspeen de zaailingen in aparte potjes zodra ze twee echte blaadjes hebben.
  3. Laat ze vanaf begin mei overdag een week buiten wennen (afharden).
  4. Plant uit na half mei of in juni, als er geen nachtvorst meer komt, op 30–40 cm uit elkaar.
  5. Zet ze iets dieper dan in het potje en geef ruim water.
  6. Bescherm jonge planten de eerste weken tegen slakken.

Verzorgen

Water
Bij droogte aan de voet water geven, niet over de bloemen: natte, gevulde bloemen gaan snel rotten.
Bemesten
Wat compost bij het planten volstaat. In een pot om de twee weken mest voor bloeiende planten.
Uitgebloeide bloemen
Knip ze regelmatig weg: zo blijft hij nieuwe knoppen maken tot in de herfst.
Steun
Geef hoge rassen een stok of plantensteun, zeker op een open plek.
Slakken
Jonge planten zijn erg geliefd bij slakken: ’s avonds controleren of een slakkenkraag gebruiken.

Tip: Kies voor een winderige plek een laag ras en bewaar de hoge rassen voor een beschutte hoek of de snijbloementuin.

Wanneer snoei je een afrikaan?

Wanneer: Een eenjarige: snoeien hoeft niet. Het belangrijkste werk is van juni tot oktober de uitgebloeide bloemen wegknippen.

Hoe:

  • Knip uitgebloeide bloemen weg tot net boven een blad of een zijknop.
  • Snijd bloemen voor een boeket ’s ochtends, als ze net helemaal open zijn, met een lange steel.
  • Laat op het einde van het seizoen een paar mooie bloemen uitbloeien en drogen als je zaad wilt oogsten.

Snoeikalender en basisregels

Vermeerderen

Zaaien binnen
In maart–april in zaaigrond, net bedekt, bij 18–20 °C. Na een week kiemen ze; verspenen en na half mei uitplanten.
Zaaien buiten
In mei rechtstreeks ter plaatse zaaien in fijne, warme grond en later uitdunnen tot 30 cm. Dan bloeit hij pas later in de zomer.
Zaad oogsten
In september–oktober droge, bruine bloemhoofdjes plukken en de zwarte zaden droog bewaren. Zaad van F1-rassen komt niet trouw uit.

Hoe komt een afrikaan de winter door?

Winterhard tot 0 °C: beschermen in strenge winters.

  • Een eenjarige die bij de eerste nachtvorst afsterft; overwinteren is niet mogelijk.
  • Oogst voor de eerste vorst zaad voor volgend jaar.
  • Gooi de afgestorven planten op de composthoop.

Ziektes en plagen

  • Slakken: Jonge planten worden in één nacht kaalgevreten. ’s Avonds rapen, een slakkenkraag gebruiken of de planten pas groter uitzetten.
  • Grauwe schimmel: Bruin, rottend en grijs beschimmeld bloemhart na natte dagen. Knip uitgebloeide en aangetaste bloemen weg, giet niet over de bloemen en plant ruim.
  • Spint: Fijne gele stippels en webjes op het blad bij heet, droog weer. Sproei het blad af en geef water bij droogte.
  • Omwaaien: Hoge rassen zakken door na regen of wind. Geef steun en plant ze op een beschutte plek.
  • Kiemschimmel: Zaailingen vallen om en rotten aan de voet. Zaai in schone zaaigrond, giet niet te veel en zorg voor frisse lucht.

Het jaar rond

  • Maart: Binnen zaaien bij 18–20 °C.
  • April: Binnen zaaien. Zaailingen verspenen.
  • Mei: Afharden. Na half mei uitplanten of buiten zaaien. Slakken in de gaten houden.
  • Juni: Uitplanten. Eerste bloemen. Hoge rassen steun geven.
  • Juli: Volle bloei. Uitgebloeide bloemen wegknippen. Water bij droogte.
  • Augustus: Bloei. Bloemen snijden voor een boeket.
  • September: Bloei. Zaad oogsten.
  • Oktober: Laatste bloemen tot de eerste nachtvorst. Planten op de composthoop.

Jij en deze soort

Wist je dat?

  • In Mexico heet hij cempasúchil; de oranje bloemen versieren er altaren en graven tijdens Día de los Muertos, begin november.
  • De gele kleurstof uit de bloemen (luteïne) wordt gebruikt in diervoeder, onder meer om eidooiers dieper geel te kleuren.
  • De wortels scheiden stoffen af die bepaalde aaltjes in de bodem remmen; daarom zaaien sommige telers afrikanen als groenbemester.

Tuinplanten · Alle soorten

Laden…