Goudsbloem (Calendula officinalis)

Foto: André Karwath aka Aka, CC BY-SA 2.5 · bron

Kruidachtige plant · Composietenfamilie (Asteraceae)

Goudsbloem

Calendula officinalis

In andere talen: Souci officinal (Français) · Pot marigold (English)

Komt van buiten Europa, maar staat hier veel in tuinen en parken.

De goudsbloem is een eenjarige tuinplant van 30–60 cm met stralende oranje of gele bloemhoofdjes, die van juni tot de eerste vorst bloeit. Ze is al eeuwen een vaste waarde in moestuinen, kloostertuinen en boerentuinen; haar precieze wilde oorsprong is niet bekend. Bij ons komt ze niet in het wild voor, maar in de tuin zaait ze zich makkelijk zelf uit. Je herkent haar aan de wat kleverige, licht behaarde bladeren met een kruidige geur, aan de bloemen die ’s avonds en bij regen dichtgaan en aan de gebogen, stekelige zaden. Ze lokt bijen en zweefvliegen en is ideaal om met kinderen te zaaien.

  • Licht

    Zon of halfschaduw

    liefst wat zon

  • Vocht

    Droog tot normaal

    geen natte voeten

  • Winterhard

    tot -5 °C

    beschermen in strenge winters

  • Grootte

    0,5 m

    hoog, 0,4 m breed

  • Bloei

    juni–oktober

Feiten op een rij
Snoeimaandenjuni–oktober
Hoogte0,5 m
Inheems in BelgiëNee, aangeplant
Bloeijuni–oktober

Herkennen

Zo herken je hem

Groeivorm
Eenjarige, vertakte plant van 30–60 cm, wat kleverig behaard en aromatisch.
Blad
Langwerpig tot spatelvormig, 5–15 cm, gaafrandig, lichtgroen en zacht behaard, wat kleverig.
Bloem
Bloemhoofdjes van 4–8 cm, oranje of geel, enkel of dubbel, van juni tot oktober; ze sluiten ’s avonds en bij somber weer.
Vrucht/Zaad
Gebogen, sikkel- tot ringvormige, stekelige zaden in verschillende vormen op één hoofdje.
Wortels
Een korte penwortel met fijne zijwortels.
Verwarring met
Afrikaantjes worden in het Engels ook marigold genoemd, maar hebben fijn ingesneden, sterk ruikende bladeren. De akkergoudsbloem is kleiner, met bloemhoofdjes van 1–2 cm.

Bloei: juni–oktober · Snoeien: juni–oktober

In je tuin

Waarom in je tuin?

  • Bloeit maandenlang, van juni tot de eerste vorst, zeker als je uitgebloeide bloemen wegknipt.
  • Enkelbloemige goudsbloemen worden druk bezocht door bijen, hommels en zweefvliegen, waarvan de larven bladluizen eten.
  • Ideaal in de moestuin: kleur en bestuivers tussen bonen, kolen en tomaten.
  • De bloemblaadjes zijn eetbaar en geven kleur aan salades; vroeger kleurde men er boter en kaas mee.
  • Makkelijk en snel: het grote zaad kiemt vlot, ideaal om met kinderen te zaaien.

Waar staat een goudsbloem graag?

  • Volle zon voor de rijkste bloei; halfschaduw gaat ook.
  • Elke goed doorlatende tuingrond, ook arme grond; op te rijke grond veel blad en minder bloemen.
  • In de moestuin, in een border, in een pluktuin of in potten en bakken op het terras.
  • Ze verdraagt hitte, maar bloeit in hete, droge zomers minder; in de nazomer bloeit ze weer volop.

Mooi samen met

  • Korenbloem: Blauw naast oranje: samen een klassiek bijenbed.
  • Bernagie: Blauwe sterretjes voor hommels, ook in de moestuin.
  • Tomaat: Kleur en bestuivers tussen de groenten in de moestuin.
  • Oost-Indische kers: Nog meer oranje en rood, en ook een eetbare bloem.
  • Lavendel: Paarse tegenkleur in een zonnige border.

Onderhoud

Hoe en wanneer plant je een goudsbloem?

  1. Zaai van maart tot mei rechtstreeks op de plek, 1 cm diep; een koudeperiode is niet nodig.
  2. Dun de zaailingen uit tot 25–30 cm tussen de planten.
  3. Je kunt ook in maart binnen in potjes voorzaaien en na half mei uitplanten.
  4. Zaai je in september, dan overwinteren de zaailingen in een zachte winter en bloeien ze vroeg in het voorjaar.
  5. Geef water tot de zaailingen goed groeien; daarna alleen bij droogte.
  6. Een tweede zaaironde in juni zorgt voor verse bloei tot in de herfst.

Verzorgen

Water
Bij lange droogte, aan de voet. In potten regelmatig.
Bemesten
Niet nodig; op rijke grond liever niet bemesten.
Uitbloeien
Knip uitgebloeide bloemen wekelijks weg: zo blijft ze bloeien tot de vorst.
Toppen
Knijp jonge planten bij 15 cm hoogte in: ze vertakken en worden voller.
Zaad laten vallen
Laat in september een paar bloemen zaad zetten: volgend jaar komen er vanzelf nieuwe planten op.

Tip: Knip elke week de uitgebloeide bloemen weg: hoe minder zaad de plant zet, hoe langer ze doorbloeit, vaak tot in november.

Snoeien en maaien

Snoeimaanden: juni–oktober.

Wanneer: Van juni tot oktober uitgebloeide bloemen wegknippen; in de zomer eventueel een derde terugknippen.

Hoe:

  • Knip elke uitgebloeide bloem af tot aan het volgende blad of de volgende knop.
  • Wordt de plant in juli–augustus lang en slap, knip haar dan een derde terug: ze loopt opnieuw uit en bloeit in de herfst.
  • Trek de planten na de eerste vorst uit en leg ze op de composthoop; laat een paar zaadhoofdjes rijpen voor volgend jaar.

Snoeien: wanneer en hoe · Snoeikalender en basisregels

Vermeerderen

Zaad
Oogst in de nazomer de droge, gebogen zaden van uitgebloeide hoofdjes, bewaar ze droog en koel en zaai in het voorjaar. Ze blijven een paar jaar kiemkrachtig.
Zelf uitzaaien
Laat zaailingen staan of verplant ze jong naar een andere plek.

Hoe komt een goudsbloem de winter door?

Winterhard tot −5 °C: beschermen in strenge winters.

  • Een eenjarige: de meeste planten sterven bij de eerste flinke vorst.
  • Lichte vorst tot ongeveer −5 °C overleeft ze; in zachte winters bloeit ze soms tot in december.
  • Zaad in de grond en in het najaar gezaaide zaailingen overwinteren en bloeien vroeg.

Ziektes en plagen

  • Meeldauw: Wit poeder op het blad vanaf de nazomer. Ruim zaaien, niet over het blad gieten, zwaar aangetaste planten weghalen.
  • Bladluis: Zwarte luizen op de toppen en knoppen. Afspuiten met water; lieveheersbeestjes en zweefvlieglarven doen de rest.
  • Slakken: Eten jonge zaailingen. ’s Avonds rapen of wat extra zaaien.
  • Weinig bloei in hitte: In hete, droge zomers rust ze even. Water geven, terugknippen, en ze bloeit opnieuw in de herfst.

Het jaar rond

  • Maart: Binnen voorzaaien of buiten zaaien op een beschutte plek.
  • April: Buiten zaaien. Dunnen tot 25–30 cm.
  • Mei: Uitplanten na half mei. Jonge planten toppen.
  • Juni: Bloei begint. Tweede zaaironde voor de herfst.
  • Juli: Uitgebloeide bloemen wegknippen. Letten op bladluis.
  • Augustus: Slappe planten een derde terugknippen. Water bij droogte.
  • September: Zaad oogsten. Zaaien voor vroege bloei volgend jaar.
  • Oktober: Laatste bloemen. Blijven uitbloeien.
  • November: Planten na de vorst uittrekken en composteren.

Jij en deze soort

Wist je dat?

  • Calendula komt van het Latijnse calendae, de eerste dag van de maand: de plant zou bijna elke maand bloeien.
  • De Franse naam souci komt van het Latijnse solsequia, ‘die de zon volgt’: de bloemen gaan open met de zon en sluiten ’s avonds.
  • Op één bloemhoofdje vormt de plant zaden van verschillende vormen, gekromd, met haakjes of ringvormig, die zich elk op hun eigen manier verspreiden.

Meer soorten uit Europa · Alle soorten

Laden…