Foto: Walter Siegmund, CC BY 2.5 · bron
Vaste plant · Saxifragaceae
Franjekelk
Tellima grandiflora
In andere talen: Tellima à grandes fleurs (Français) · Fringe cups (English)
De franjekelk (Tellima grandiflora) komt uit de vochtige bossen van westelijk Noord-Amerika, van Alaska tot Californië. Het is een bijna groenblijvende vaste plant met een rozet van hartvormige, gelobde en zacht behaarde bladeren. Van april tot juni verschijnen slanke stengels van 40–60 cm met rijen kleine, groenwitte belletjes met gefranjerde bloemblaadjes, die met de tijd roze tot rood kleuren. Hij is een uitstekende bodembedekker voor droge schaduw onder struiken en bomen, en bijen bezoeken de bloemen. Het ras ‘Rubra’ heeft purperbronzen blad. Hij zaait zich vanzelf wat uit, waardoor hij op plekken die moeilijk te beplanten zijn een groen tapijt vormt.
Licht
Halfschaduw of schaduw
verdraagt weinig zon
Vocht
Droog tot normaal
geen natte voeten
Grond
Zand, leem of klei
elke zuurtegraad
Winterhard
Volledig winterhard
tot -30 °C
Grootte
0,6 m
hoog, 0,4 m breed
Bloei
april–juni
| Snoeimaanden | maart en juni |
|---|---|
| Hoogte | 0,6 m |
| Inheems in België | Nee, aangeplant |
| Goed voor bijen, vlinders en vogels | Ja, voor bijen |
| Giftig voor mens en huisdier | Niet als giftig bekend |
| Bloei | april–juni |
Herkennen
Hoe herken je een franjekelk?
- Groeivorm
- Lage bladrozet van ongeveer 20–30 cm hoog en 40 cm breed; de bloemstengels worden 40–60 cm.
- Blad
- Hartvormig, gelobd en zacht behaard, 5–10 cm breed; bijna groenblijvend en soms bronzen in de winter.
- Bloem
- Slanke aren met kleine groenwitte belletjes met gefranjerde bloemblaadjes, van april tot juni.
- Kleur
- Groenwit, met de tijd roze tot rood; ‘Rubra’ heeft purperbronzen blad.
- Wortels
- Kort wortelstokje dat langzaam een tapijt vormt; zaailingen komen vanzelf op.
Bloei: april–juni · Planten: maart–april en september–oktober · Snoeien: maart en juni
In je tuin
Waarom in je tuin?
- Bijna groenblijvende bodembedekker voor droge schaduw, een plek waar weinig anders wil groeien.
- Bloeit van april tot juni met sierlijke, groenwitte belletjes die later roze kleuren.
- Bijen bezoeken de bloemen in het voorjaar.
- Het zachte, gelobde blad onderdrukt onkruid en kleurt in de winter vaak bronzen.
- Weinig onderhoud: één snoeibeurt per jaar volstaat.
Waar staat een franjekelk graag?
- Halfschaduw of schaduw; in volle zon verbrandt het blad.
- Humusrijke grond: zand, leem of klei, zuur tot kalkrijk.
- Droog tot normaal vochtig; eenmaal gevestigd verdraagt hij droge schaduw.
- Reken op 30–40 cm tussen de planten.
- Licht
- Halfschaduw en schaduw
- Grondsoort
- Zand, leem of klei
- Zuurtegraad
- Niet kieskeurig
- Vocht
- Droog of normaal
- Grootte
- 0,6 m hoog, 0,4 m breed
- Winterhard
- Winterhard (tot -30 °C)
Mooi samen met
- Elfenbloem: Een andere bodembedekker voor dezelfde droge schaduw.
- Purperklokje: Gekleurd blad naast het groene blad van de franjekelk.
- Ooievaarsbek: Bodembedekkende soorten vullen de ruimte onder struiken.
- Varens: Fijne, veerdelige bladeren in dezelfde schaduw.
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een franjekelk?
Planten in maart–april en september–oktober.
- Plant in maart–april of in september–oktober, als de grond niet bevroren is.
- Graaf een plantgat twee keer zo breed als de kluit en meng er bladcompost of compost door.
- Zet de plant even diep als in de pot, met de top van de kluit gelijk met de grond.
- Houd 30–40 cm afstand tussen de planten.
- Geef meteen een flinke gieter water en houd de grond het eerste seizoen licht vochtig.
- Leg een laagje bladcompost rond de plant.
Verzorgen
- Water
- Het eerste jaar bij droogte wekelijks water geven. Daarna redt hij zich zelf, ook in droge schaduw.
- Bemesten
- Meestal niet nodig. In het voorjaar een laagje compost of bladcompost.
- Mulchen
- Een laagje bladcompost in het najaar of voorjaar houdt de grond koel en vochtig.
- Uitgebloeide bloemen
- Knip de bloemstengels na de bloei weg als je geen zaailingen wilt; laat een paar staan als je ze graag ziet verspreiden.
- Delen
- Om de 3–4 jaar in het voorjaar of de herfst de pol delen houdt hem vitaal.
Tip: Gebruik hem als bodembedekker onder struiken in droge schaduw en knip in het voorjaar de beschadigde bladeren weg. Ruim ongewenste zaailingen vroeg op.
Wanneer snoei je een franjekelk?
Snoeimaanden: maart en juni.
Wanneer: In maart, om oude of beschadigde bladeren weg te knippen; in juni, na de bloei, de bloemstengels.
Hoe:
- Knip in maart de lelijke, beschadigde bladeren van de winter weg, zodat het nieuwe blad zichtbaar wordt.
- Knip na de bloei de bloemstengels tot aan de bladrozet af.
- Haal tussendoor dode of vergeelde bladeren aan de voet weg.
Vermeerderen
- Delen
- In maart–april of september–oktober: steek de pol met een spade in stukken met wortels en bladeren en plant ze meteen terug.
- Zaaien
- In het voorjaar op de vensterbank of in een zaaibak, zonder het zaad te bedekken (lichtkiemer). Zaailingen kunnen ook gewoon uit de tuin worden verplaatst.
Hoe komt een franjekelk de winter door?
Winterhard tot −30 °C.
- Volledig winterhard, tot ongeveer −30 °C: in België is geen bescherming nodig.
- Het blad blijft grotendeels groen en kan bronzen kleuren; in strenge vorst kan het beschadigd raken, dat knip je in het voorjaar weg.
- In een pot: zet hem op een beschutte plek en wikkel de pot in jute bij strenge vorst.
Ziektes en plagen
- Taxuskever: De larven vreten de wortels aan: de plant verwelkt en laat zich loshalen. Bestrijd ze in augustus–september met aaltjes (nematoden) in vochtige grond.
- Slakken: Ze vreten het zachte blad. Raap ze ’s avonds op en bescherm jonge planten.
- Verbrand blad: Bruine randen op te zonnige of te droge plekken. Verplaats hem naar de schaduw en geef water.
- Veel zaailingen: De plant zaait zich uit. Trek ongewenste zaailingen uit of knip de bloemstengels weg voor het zaad rijp is.
Het jaar rond
- Maart: Beschadigde bladeren wegknippen. Planten of delen. Compost geven.
- April: Bloei begint. Planten of delen.
- Mei: Bloei. Op slakken letten.
- Juni: Uitgebloeide stengels wegknippen of laten staan.
- Juli: Water geven in het eerste jaar bij droogte.
- Augustus: Op taxuskever letten; nematoden gebruiken indien nodig.
- September: Planten of delen.
- Oktober: Planten of delen. Laagje bladcompost aanbrengen.
- November: Rust. Blad blijft groen of kleurt bronzen.
- December: Rust.
Gebruiken
Goed voor dieren
- Bijen
- Nectar en stuifmeel voor honingbijen en wilde bijen.
Jij en deze soort
Wist je dat?
- De naam Tellima is een anagram van Mitella, een verwant geslacht van bossen in Noord-Amerika.
- De franjekelk hoort tot dezelfde familie als purperklokje (Heuchera) en schuimbloem (Tiarella).
- De bloemen van de franjekelk kleuren van groenwit naar roze naarmate ze ouder worden.