
Foto: Tony Rebelo, CC BY-SA 4.0 · bron
Eenjarige plant · Tropaeolaceae
Kanariekers
Tropaeolum peregrinum
In andere talen: Capucine des canaris (Français) · Canary creeper (English)
Kanariekers is een eenjarige klimmer uit de Andes in Zuid-Amerika, verwant aan de oost-indische kers. Hij klimt in één zomer tot 2–3 m met grillig gelobd, blauwgroen blad en kleine, kanariegele bloemen met sterk gefranjerde bovenste kroonbladen. Die doen denken aan kleine gele vogeltjes die op het blad zitten of vliegen, vandaar de naam. Hij bloeit van juli tot de eerste vorst en doet het ook in halfschaduw goed. Je zaait hem in april binnen of eind mei ter plaatse, en binnen weken bedekt hij een hek of klimnet.
Licht
Zon of halfschaduw
liefst wat zon
Vocht
Normaal
geen natte voeten
Grond
Zand, leem of klei
elke zuurtegraad
Winterhard
tot 0 °C
beschermen in strenge winters
Grootte
2,5 m
hoog, 0,5 m breed
Bloei
juli–oktober
| Hoogte | 2,5 m |
|---|---|
| Inheems in België | Nee, aangeplant |
| Giftig voor mens en huisdier | Niet als giftig bekend |
| Bloei | juli–oktober |
Herkennen
Hoe herken je een kanariekers?
- Groeivorm
- Eenjarige klimmer van 2–3 m die zich vasthoudt met kronkelende bladstelen, ongeveer 50 cm breed.
- Blad
- Diep 5-lobbig, blauw- tot grijsgroen en fijn gelobd, ongeveer 5–7 cm breed.
- Bloem
- Kanariegeel, 2–3 cm, met twee grote gefranjerde bovenste kroonbladen en drie kleinere onderste, van juli tot oktober.
- Zaad
- Grote zaden in kleine, driedelige vruchten; ze rijpen in september–oktober.
- Wortels
- Fijn en ondiep; de plant verdraagt verplanten slecht, zaai daarom in aparte potjes.
Bloei: juli–oktober · Oogst en vruchten: juni–oktober · Zaaien: april–mei · Planten: mei–juni
In je tuin
Waarom in je tuin?
- Groeit razendsnel: in één zomer tot 2–3 m, ideaal om een kaal hek, schutting of obelisk te bedekken.
- Bloeit van juli tot de eerste vorst met kanariegele, gefranjerde bloemen.
- Doet het ook in halfschaduw, waar weinig eenjarige klimmers bloeien.
- Bloemen en jonge bladeren zijn eetbaar en hebben een lichtjes peperige smaak.
- Goedkoop en makkelijk te kweken uit zaad.
Waar staat een kanariekers graag?
- Zon tot halfschaduw; in te veel schaduw blijft de bloei beperkt.
- Gewone, goed doorlatende tuingrond: zand, leem of klei, zuur tot kalkrijk.
- Liever schrale tot gewone grond: te veel voeding geeft veel blad en weinig bloemen.
- Beschut tegen harde wind, met een klimhulp: gaas, takken, touwen of een klimnet.
- Plant op 30–40 cm van elkaar aan de voet van een hek, wand of obelisk.
- Licht
- Zon en halfschaduw
- Grondsoort
- Zand, leem of klei
- Zuurtegraad
- Niet kieskeurig
- Vocht
- Normaal
- Grootte
- 2,5 m hoog, 0,5 m breed
- Winterhard
- Vorstgevoelig: pas buiten na de laatste nachtvorst (half mei)
Mooi samen met
- Siererwt: Geurende bloemen op hetzelfde klimnet; samen maken ze een kleurrijke wand.
- Zwartoogje (Thunbergia): Oranje bloemen met een zwarte keel naast het kanariegeel van de kers.
- Winde (Ipomoea): Blauwe trompetbloemen contrasteren mooi met de gele bloemen.
- Clematis: De kanariekers klimt door de takken en bloeit als de clematis klaar is.
- Goudsbloem: Oranje bloemen aan de voet bij de gele klimmer.
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een kanariekers?
Planten in mei–juni.
- Zaai in april binnen, of van eind mei ter plaatse, als er geen vorst meer dreigt.
- Week de grote zaden een nacht in lauw water en zaai ze 1–2 cm diep, per stuk in een potje van 7–9 cm.
- Zet de potjes op een lichte plek bij 15–20 °C; ze kiemen na ongeveer 2–3 weken.
- Plant de jonge planten vanaf eind mei buiten, op 30–40 cm van elkaar, nadat je ze goed hebt afgehard.
- Geef een klimhulp mee en geef meteen water; leid de jonge ranken naar het gaas.
- Een laag mulch van gras of compost rond de voet houdt de grond vochtig.
Verzorgen
- Water
- Matig: laat de bovenste laag opdrogen, maar geef bij langdurige droogte flink water, vooral in potten.
- Bemesten
- Weinig of niet. Te veel stikstof geeft veel blad en weinig bloemen. In potten volstaat af en toe een bloeivoeding.
- Steun
- Leid de ranken naar boven; ze klimmen met kronkelende bladstelen en hebben gaas, takken of touwen nodig.
- Uitgebloeide bloemen
- Hoeft niet. Laat een paar bloemen staan voor zaad of knip ze weg voor een langere bloei.
- Oogsten
- Pluk bloemen en jonge blaadjes vers voor in salade of als versiering; gebruik alleen planten die je niet hebt bespoten.
Tip: Zaai hem in aparte potjes: hij verdraagt verplanten slecht. Een stevig klimnet of takken geven hem houvast, en op schrale grond bloeit hij het rijkst.
Wanneer snoei je een kanariekers?
Wanneer: Hij wordt niet gesnoeid; stuur de ranken bij tijdens het groeiseizoen en knip overtollige scheuten in juli.
Hoe:
- Knip in de zomer te lange of verwarde ranken in om de plant goed te leiden.
- Haal verdorde bladeren en bloemen weg.
- Na de eerste vorst trek je de hele plant eruit en composteer je hem.
Vermeerderen
- Zaaien
- In april binnen, in potjes van 7–9 cm; 1–2 cm diep bij 15–20 °C. Of vanaf eind mei ter plaatse op 30–40 cm.
- Eigen zaad
- Laat enkele bloemen uitrijpen en pluk de zaden in september–oktober zodra ze droog zijn. Bewaar ze droog en koel tot volgend voorjaar.
Hoe komt een kanariekers de winter door?
Winterhard tot 0 °C: beschermen in strenge winters.
- Eenjarig en vorstgevoelig: bij de eerste vorst sterft de plant af.
- Trek hem er dan uit en composteer hem; bewaar eventueel zaad voor volgend jaar.
- Hij overwintert niet buiten en in een pot binnen groeit hij nauwelijks door.
Ziektes en plagen
- Bladluis: Zwarte of groene luizen op jonge scheuten, vooral bij droogte. Afspuiten met water of de toppen wegknippen; lieveheersbeestjes helpen.
- Koolwitrupsen: Gaten in het blad in juli–augustus. Raap de rupsen af of dek de planten af met een fijn net.
- Slakken: Jonge planten worden snel opgegeten. Strooi slakkenkorrels op basis van ijzerfosfaat of raap ze ’s avonds af.
- Weinig bloemen: Meestal te veel voeding, te veel schaduw of te veel water. Stop met bemesten en geef minder water.
- Meeldauw: Wit poeder op het blad in droge late zomers. Water aan de voet geven en aangetaste bladeren wegknippen.
Het jaar rond
- April: Binnen zaaien in potjes van 7–9 cm.
- Mei: Afharden. Vanaf eind mei buiten planten of ter plaatse zaaien.
- Juni: Klimhulp geven. Ranken naar boven leiden.
- Juli: Eerste bloei. Water geven bij droogte.
- Augustus: Volle bloei. Letten op bladluis en rupsen.
- September: Bloeit door. Eerste zaad plukken.
- Oktober: Laatste bloemen tot de eerste vorst. Plant opruimen.
Gebruiken
Eetbaar en bruikbaar
- Bloemen (juli–oktober)
- Pluk de kleine, gele, gefranjerde bloempjes van juli tot oktober. Ze smaken peperig, zoals Oost-Indische kers, maar zachter: mooi en pittig op salade, in kruidenboter of op een boterham met zachte kaas.
- Blad (juni–oktober)
- De jonge, handvormige blaadjes van juni tot oktober zijn ook eetbaar, met een scherpe kerssmaak: een paar fijngesneden in salade, roomkaas of kruidenboter.
- Bewaring
- Bloemen en blad zijn vers het lekkerst: pluk ze vlak voor gebruik. In een doosje met een vochtig keukenpapier blijven ze een dag goed in de koelkast.
Let op: Kanariekers is eetbaar in gewone hoeveelheden; eet er niet te veel tegelijk van, want de scherpe mosterdoliën kunnen maag en nieren prikkelen. Hij is niet winterhard: zaai hem elk voorjaar opnieuw.
Eten en gebruiken doe je op eigen risico: zie de gebruiksvoorwaarden.
Recepten
- Kruidenboter met kanariekers (Andere · ± 125 g · 10 min)
Jij en deze soort
Wist je dat?
- De soortnaam peregrinum betekent ‘vreemd’ of ‘zwervend’ in het Latijn.
- De Engelse naam canary creeper, en soms canary bird vine, komt van de bloemen die op kleine gele vogels lijken.
- Hij klimt niet met ranken, maar met kronkelende bladstelen die zich om steunen winden.