
Foto: Sten Porse, CC BY-SA 3.0 · bron
Bol- of knolgewas · Liliaceae
Tulipa sprengeri
In andere talen: Tulipe de Sprenger (Français) · Sprenger's tulip (English)
Tulipa sprengeri is een botanische tulp uit Noord-Turkije die in het wild zeer zeldzaam is, maar in tuinen juist gemakkelijk groeit. Hij is genoemd naar Carl Sprenger, de plantenkweker die hem in cultuur bracht. Op 30–45 cm hoge stengels openen in mei en juni bekervormige, vurig oranjerode bloemen met een bleke, gelige buitenkant. Hij is de laatste tulp van het seizoen en een van de weinige die zich uitzaait: in gras en lichte halfschaduw vormt hij na verloop van tijd kleine groepen.
Let op: Tulpen zijn giftig, vooral de bol. Kinderen, katten, honden en paarden mogen er niet van eten. Bewaar bollen buiten bereik en draag handschoenen als je er vaak mee werkt. Deze soort zaait zich uit: verwijder zaaddozen als je dat niet wilt.
Licht
Zon of halfschaduw
liefst wat zon
Vocht
Normaal
geen natte voeten
Grond
Zand of leem
neutraal tot kalkrijk
Winterhard
Volledig winterhard
tot -20 °C
Grootte
0,4 m
hoog, 0,1 m breed
Bloei
mei–juni
| Hoogte | 0,4 m |
|---|---|
| Inheems in België | Nee, aangeplant |
| Giftig voor mens en huisdier | Ja, let op met kinderen en huisdieren |
| Bloei | mei–juni |
Herkennen
Hoe herken je een Tulipa sprengeri?
- Groeivorm
- Bolplant van 30–45 cm hoog en ongeveer 10 cm breed, met rechte, slanke stengels.
- Blad
- Smal lancetvormig tot lijnvormig, frisgroen; verschijnt in het voorjaar en sterft na de bloei af.
- Bloem
- Eén bekervormige bloem per stengel in oranjerood tot scharlaken, met spitse bloemblaadjes en een bleke, groenig gele buitenkant.
- Bloeitijd
- Mei tot juni, vaak de laatste tulp van het jaar.
- Bol
- Kleine tot middelgrote bol met een bruin, papierachtig vel. Hij zaait zich uit via zaad en maakt ook broedbolletjes.
Bloei: mei–juni · Planten: september–november
In je tuin
Waarom in je tuin?
- Bloeit in mei–juni, wanneer alle andere tulpen allang uitgebloeid zijn.
- Zaait zich uit: zonder werk groeit hij uit tot een natuurlijke groep, ook in gras.
- Verdraagt halfschaduw, wat voor een tulp ongewoon is.
- Vurig oranjerood geeft kleur aan de late lente, naast jonge vaste planten.
- Bijen en hommels bezoeken de open bloemen op zonnige dagen.
Waar staat een Tulipa sprengeri graag?
- Zon tot lichte halfschaduw; het best op een plek met ochtend- of middagzon.
- Doorlatende, gewone grond: zand of leem, neutraal tot kalkrijk.
- Gewoon vochtig; in de zomer niet te nat, want natte grond laat de bol rotten.
- Plant in groepen van 10–20 bollen, op 8–10 cm van elkaar; ook geschikt voor een bloemenweide of een grasrand.
- Licht
- Zon en halfschaduw
- Grondsoort
- Zand of leem
- Zuurtegraad
- Neutraal of kalkrijk
- Vocht
- Normaal
- Grootte
- 0,4 m hoog, 0,1 m breed
- Winterhard
- Winterhard (tot -20 °C)
Mooi samen met
- Vergeet-me-nietje: Blauwe wolken die mooi contrasteren met het oranjerood.
- Akelei: Bloeit tegelijk in halfschaduw en past bij het natuurlijke karakter.
- Ooievaarsbek: Vult de plek op als de tulpen uitgebloeid zijn en verbergt het afstervende blad.
- Sierui: Bloeit in dezelfde periode en geeft een ronde bloem in paars naast de tulpen.
- Siergrassen: Zachte pluimen verbergen het afstervende blad en passen bij de natuurlijke uitstraling.
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een Tulipa sprengeri?
Planten in september–november.
- Plant van september tot november, als de grond niet bevroren of drassig is.
- Graaf een plantgat van 10–15 cm diep. Leg op zware grond 2–3 cm grof zand onderin.
- Zet de bollen met de punt naar boven op 8–10 cm van elkaar, in groepjes en niet in een rij.
- Dek af met grond en druk licht aan. Geef water als het droog blijft, zodat de wortels kunnen groeien.
- Plant je in gras, maai die plek dan pas na de bloei en nadat het blad is afgestorven.
Verzorgen
- Water
- Na het planten bij droogte licht water geven; in het voorjaar alleen bij langdurige droogte. In de zomer is geen water nodig.
- Bemesten
- Op gewone grond niet nodig. Na de bloei kan een lichte gift bloembollenmeststof helpen op arme grond.
- Blad
- Laat het blad na de bloei staan tot het geel is en vanzelf afsterft (zes tot acht weken): zo bouwt de bol kracht op.
- Uitgebloeide bloemen
- Knip verwelkte bloemen weg als je geen zaailingen wilt; wil je dat hij zich uitzaait, laat dan de zaaddozen staan.
- Gras
- In gras niet maaien voor het blad geel is, meestal tot half juli.
Tip: Laat de zaaddozen staan in gras of in een natuurlijke border en maai pas als het blad geel is: dan vormt deze late tulp jaar na jaar een grotere groep.
Wanneer snoei je een Tulipa sprengeri?
Wanneer: Snoeien is niet nodig. Knip verwelkte bloemen weg zodra ze uitgebloeid zijn als je geen zaad wilt; het blad pas als het geel en slap is.
Hoe:
- Knip de verwelkte bloem net onder de bloem weg: dan vormt de plant geen zaaddoos en blijft hij op zijn plek.
- Laat de zaaddozen staan als je wilt dat hij zich uitzaait; ze zijn ook decoratief.
- Laat het blad volledig afsterven voor je het opruimt of maait.
- Haal geel, droog blad met je hand weg.
Let op: Knip het groene blad nooit af en knoop het niet vast: de bol bouwt er zijn bloei voor volgend jaar mee op.
Vermeerderen
- Zaad
- Hij zaait zich vanzelf uit. Wil je het zelf doen: verzamel de zaden in juli–augustus en zaai ze in de herfst in een bak met zandige grond buiten. Het duurt vier tot vijf jaar voor een zaailing bloeit.
- Broedbolletjes
- Rooi de bollen in juli als het blad is afgestorven, haal de kleine bolletjes eraf en plant ze in oktober opnieuw.
Hoe komt een Tulipa sprengeri de winter door?
Winterhard tot −20 °C.
- Winterhard tot ongeveer −20 °C: in België is bescherming niet nodig.
- Zorg voor goede afwatering: in natte wintergrond rotten de bollen sneller dan dat ze bevriezen.
- In een pot: gebruik een vorstbestendige pot met gaten en zet hem tegen een muur of onder een dakrand.
Ziektes en plagen
- Bolrot: In natte, koude grond worden de bollen zacht en schimmelig. Verwijder ze en plant op een drogere plek met grind of grof zand.
- Tulpenvuur: Bruine vlekken op het blad, vervormde scheuten en grijze schimmel. Verwijder aangetaste planten met de bol en plant enkele jaren geen tulpen op die plek.
- Knaagdieren: Muizen en eekhoorns eten de bollen. Plant in een mandje van kippengaas of leg gaas over de plek.
- Slakken: Ze vreten jonge scheuten in een zachte lente. Raap ze ’s avonds weg of leg scherp grind rond de plant.
- Te veel zaailingen: Als hij zich te sterk uitzaait, trek de zaailingen dan uit voor ze groot zijn, of verwijder de zaaddozen in juli.
Het jaar rond
- Maart: Het blad komt boven de grond. Nog geen water nodig.
- April: Het blad groeit; de knoppen vormen zich.
- Mei: Begin van de bloei. Genieten van de oranjerode bloemen.
- Juni: Bloei. Uitgebloeide bloemen weghalen of zaaddozen laten staan.
- Juli: Blad laten afsterven; zaden verzamelen. Rustperiode.
- September: Bollen kopen en planten, 10–15 cm diep.
- Oktober: Planten, in groepen op 8–10 cm afstand.
- November: Laatste plantmaand voor de vorst.
- December: Rust. Controleer of er geen water op de plek blijft staan.
Gebruiken
Eetbaar en bruikbaar
Niet eetbaar. Tulpen zijn giftig, vooral de bollen: ze geven braken en diarree, ook bij paarden en bij katten en honden die bollen opgraven of eraan knagen. Een tulpenbol lijkt op een ui of sjalot, maar ruikt er niet naar als je hem doorsnijdt. Bewaar bollen die je na de bloei opgraaft dus nooit bij de groenten in de keuken, de kelder of de berging, en zet er een etiket bij. Wie veel bollen hanteert, kan huiduitslag krijgen (tulpenvingers): draag handschoenen bij het planten. Bij inslikken: bel meteen het Antigifcentrum (in België 070 245 245) of je huisarts.
Jij en deze soort
Wist je dat?
- De soort is genoemd naar Carl Sprenger, een plantenkweker die hem in cultuur bracht.
- In het wild is deze tulp zeer zeldzaam, maar in tuinen groeit hij uitstekend en zaait hij zich uit.
- Hij bloeit weken later dan de meeste tulpen en verlengt zo het tulpenseizoen tot in juni.