
Foto: Eric Hunt, CC BY-SA 4.0 · bron
Vaste plant · Colchicaceae
Uvularia
Uvularia grandiflora
In andere talen: Uvulaire à grandes fleurs (Français) · Large-flowered bellwort (English)
Uvularia grandiflora komt uit de loofbossen van het oosten van Noord-Amerika. Het is een rustige bosplant met bogende stengels en eironde, zachtgroene bladeren, waar de stengel dwars doorheen lijkt te groeien. In april en mei hangen er grote, lichtgele klokjes met licht gedraaide bloemblaadjes aan. Hij vormt zeer langzaam een dichte pol en is dan jarenlang een sieraad van de schaduwtuin. Zolang je hem ongestoord laat groeien in humusrijke grond, is hij volledig winterhard en bijna onderhoudsvrij.
Licht
Halfschaduw of schaduw
verdraagt weinig zon
Vocht
Normaal
geen natte voeten
Grond
Leem of klei
zuur tot neutraal
Winterhard
Volledig winterhard
tot -30 °C
Grootte
0,5 m
hoog, 0,3 m breed
Bloei
april–mei
| Hoogte | 0,5 m |
|---|---|
| Inheems in België | Nee, aangeplant |
| Giftig voor mens en huisdier | Niet als giftig bekend |
| Bloei | april–mei |
Herkennen
Hoe herken je een uvularia?
- Groeivorm
- Vaste plant van 40–60 cm hoog en 25–30 cm breed, met bogende, vertakte stengels uit een kruipende wortelstok.
- Blad
- Eirond tot lancetvormig, 5–12 cm, zachtgroen, onderaan licht behaard; de stengel groeit dwars door het blad.
- Bloem
- Hangende klokjes van 3–5 cm met iets gedraaide, smalle bloemblaadjes, in april–mei.
- Kleur
- Bleekgeel tot goudgeel.
- Wortels
- Een kruipende, vlezige wortelstok die heel traag uitbreidt.
Bloei: april–mei · Planten: maart–april en september–oktober
In je tuin
Waarom in je tuin?
- Hangende gele klokjes in april en mei, als de bostuin net ontwaakt.
- Zachtgroen, sierlijk blad dat de hele zomer mooi blijft.
- Zeer winterhard en onderhoudsvrij, ook onder bomen.
- Een rustige, elegante bosplant, ideaal in een natuurlijke schaduwtuin.
- Breidt zich geleidelijk uit zonder te woekeren.
Waar staat een uvularia graag?
- Halfschaduw: onder bladverliezende bomen of in een beschutte hoek met ochtendzon.
- Humusrijke, losse en vochthoudende grond: leem of klei verrijkt met bladcompost; zuur tot neutraal.
- Gewone tot licht vochtige grond; hij mag nooit lang droog staan.
- Beschut tegen harde wind. Reken op 25–30 cm tussen de planten en laat hem daarna ongestoord.
- Licht
- Halfschaduw en schaduw
- Grondsoort
- Leem of klei
- Zuurtegraad
- Zuur of neutraal
- Vocht
- Normaal
- Grootte
- 0,5 m hoog, 0,3 m breed
- Winterhard
- Winterhard (tot -30 °C)
Mooi samen met
- Salomonszegel: Zelfde bogende groei en een mooi contrast in blad.
- Varens: Een frisse, groene achtergrond voor de gele klokjes.
- Hosta: Grote bladeren aan de voet, in dezelfde halfschaduw.
- Gebroken hart: Hangende bloemen in roze en wit in dezelfde periode.
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een uvularia?
Planten in maart–april en september–oktober.
- Plant in maart–april of in september–oktober, als de grond niet bevroren of drassig is.
- Graaf een ruim plantgat en meng er bladcompost of bladaarde door.
- Zet de wortelstok horizontaal, ongeveer 5 cm onder het oppervlak; bij een potplant even diep als in de pot.
- Plant op 25–30 cm afstand van de buren; groepjes van 3–5 planten geven het mooiste effect.
- Geef meteen water en leg een laag bladcompost rond de plant.
Verzorgen
- Water
- Hou de grond gelijkmatig vochtig, vooral in het eerste jaar en in droge zomers.
- Bemesten
- Meestal niet nodig. Een laagje compost of bladaarde in het voorjaar is genoeg.
- Mulchen
- Een laag bladcompost of afgevallen blad houdt de grond koel en vochtig en voedt de bosgrond.
- Slakken
- Jonge scheuten in april zijn kwetsbaar: controleer ze op slakken.
- Verstoren
- Laat hem zo lang mogelijk ongestoord: verplanten kost soms een jaar bloei.
Tip: Verplant hem liever niet: hij is traag en neemt een verhuizing soms een jaar kwalijk. Een goede eerste plek in humusrijke grond is de beste investering.
Wanneer snoei je een uvularia?
Wanneer: Nauwelijks nodig; ruim het dode blad op in de herfst of eind winter.
Hoe:
- Knip de verdorde, gele stengels in de herfst of in maart terug tot vlak boven de grond.
- Je kunt ze ook laten liggen: ze vergaan tot voedzame bladaarde.
- Verwijder bij bladvlekken of ziekte het aangetaste blad.
Let op: Hij loopt laat uit in het voorjaar: markeer de pol, zodat je de nieuwe scheuten niet beschadigt bij het wieden.
Vermeerderen
- Delen
- Na de bloei of in september–oktober: een pol voorzichtig opgraven en met een scherp mes in stukken met wortels en knoppen snijden; meteen opnieuw planten.
- Zaaien
- Zaad kiemt traag, soms pas na een of twee jaar; de planten hebben enkele jaren nodig om te bloeien. Delen is veel sneller.
Hoe komt een uvularia de winter door?
Winterhard tot −30 °C.
- Volledig winterhard, tot ongeveer −30 °C: in Vlaanderen is geen bescherming nodig.
- Het blad sterft in de herfst af; de wortelstok overwintert onder de grond.
- Een laag bladeren of compost over de pol beschermt tegen late nachtvorst op de jonge scheuten.
- In een pot: zet hem op een beschutte plek en laat de pot niet in water staan.
Ziektes en plagen
- Slakken: Aangevreten jonge scheuten in april. Raap ze ’s avonds op en strooi grove schors rond de pol.
- Droogte: Bruine bladranden en vroeg vergelend blad in een droge zomer. Mulchen en water geven.
- Late nachtvorst: Slappe, zwart geworden jonge scheuten. Dek af met een doek bij vorst; de plant loopt meestal opnieuw uit.
- Geen bloei: Te dichte schaduw of recent verplant. Geef geduld en een lichtere plek.
Het jaar rond
- Maart: Dode bladresten opruimen. Planten of delen. Compost geven.
- April: Scheuten komen. Op slakken letten. Planten.
- Mei: Bloei. Mulch aanbrengen.
- Juni: Water geven bij droogte.
- Juli: Water geven bij droogte.
- Augustus: Blad begint te vergelen.
- September: Planten of delen.
- Oktober: Planten. Blad geel.
- November: Blad opruimen of laten liggen.
- December: Rust.
Jij en deze soort
Wist je dat?
- De naam Uvularia komt van het Latijnse uvula (huigje) en verwijst naar de hangende bloemen.
- De stengel lijkt door het blad heen te groeien: botanici noemen dat doorgroeid blad.
- De zaden hebben een vetrijk aanhangsel dat mieren aantrekt; zij slepen de zaden mee en helpen zo bij de verspreiding.