
Foto: No machine-readable author provided. Svdmolen assumed (based on copyright claims)., CC BY 2.5 · bron
Vaste plant · Violaceae
Bleeksporig bosviooltje
Viola riviniana
In andere talen: Violette de Rivinus (Français) · Common dog-violet (English)
Het bleeksporig bosviooltje is een inheems, laag viooltje van loofbossen, houtkanten, bermen en schrale graslanden in bijna heel Europa. Het vormt kleine rozetten van hartvormige bladeren op lange steeltjes, met van maart tot mei blauwviolette bloemen van 1,5–2,5 cm. Je herkent het aan het lichte, bijna witte spoortje achteraan de bloem, dat aan de punt wat ingekeept is. Anders dan het maarts viooltje ruikt het niet, maar het is sterk, groeit in schaduw en zaait zich graag uit tot een losse bodembedekker. Het is een belangrijke waardplant voor de rupsen van parelmoervlinders. De vorm met purper blad wordt vaak als Viola labradorica verkocht.
Licht
Halfschaduw of schaduw
verdraagt weinig zon
Vocht
Normaal
geen natte voeten
Grond
Zand, leem of klei
elke zuurtegraad
Winterhard
Volledig winterhard
tot -30 °C
Grootte
0,1 m
hoog, 0,3 m breed
Bloei
maart–mei
| Hoogte | 0,1 m |
|---|---|
| Inheems in België | Ja |
| Goed voor bijen, vlinders en vogels | Ja, voor bijen en vlinders |
| Giftig voor mens en huisdier | Niet als giftig bekend |
| Bloei | maart–mei |
Herkennen
Hoe herken je een bleeksporig bosviooltje?
- Groeivorm
- Lage rozetten van 5–10 cm hoog en tot 30 cm breed, zonder uitlopers; de bloemstengels groeien uit de bladoksels, niet uit het hart.
- Blad
- Hartvormig, 2–4 cm, op lange stelen, met een fijn gekartelde rand. Bij de purpervorm donker purpergroen.
- Bloem
- Blauwviolet, 1,5–2,5 cm, met een dik, bleek tot witachtig spoortje dat aan de punt ingekeept is. Geurloos. Bloeit van maart tot mei.
- Vrucht
- Een driekleppige doosvrucht die openspringt en de zaden wegschiet. Mieren slepen ze daarna verder weg.
- Wortels
- Een korte, vertakte wortelstok met fijne wortels.
Bloei: maart–mei · Planten: maart–april en september–oktober
In je tuin
Waarom in je tuin?
- Een vroege bloeier: van maart tot mei blauwviolette bloemen in halfschaduw en schaduw.
- Waardplant voor de rupsen van verschillende parelmoervlinders, en vroege nectar voor bijen en hommels.
- Een losse, natuurlijke bodembedekker onder struiken, aan de voet van een haag of tussen varens.
- Inheems en heel makkelijk: geen bemesting, geen snoei en hij vult zelf kale plekjes op.
- De purperbladige vorm geeft het hele jaar door kleur aan een schaduwhoek.
Waar staat een bleeksporig bosviooltje graag?
- Halfschaduw tot schaduw, onder loofbomen, struiken of aan de noordkant van een haag. In volle zon alleen als de grond niet uitdroogt.
- Zand, leem of klei, zuur tot kalkrijk, liefst met wat humus van afgevallen blad.
- Normaal vochtige grond; hij verdraagt geen natte voeten en ook geen langdurige droogte in de zon.
- Plant op 20–25 cm afstand voor een gesloten tapijt na een paar jaar.
- Licht
- Halfschaduw en schaduw
- Grondsoort
- Zand, leem of klei
- Zuurtegraad
- Niet kieskeurig
- Vocht
- Normaal
- Grootte
- 0,1 m hoog, 0,3 m breed
- Winterhard
- Winterhard (tot -30 °C)
Mooi samen met
- Bosanemoon: Witte bloemen in dezelfde weken en dezelfde schaduw onder loofbomen.
- Stengelloze sleutelbloem: Lichtgele bloemen als vrolijk contrast met het violet.
- Lievevrouwebedstro: Witte sterretjes en fris groen blad als bodembedekker ernaast.
- Varens: Varenbladeren rollen open als het viooltje bloeit en vullen de plek in de zomer.
- Grootbloemmuur: Witte sterbloemen aan de voet van dezelfde haag.
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een bleeksporig bosviooltje?
Planten in maart–april en september–oktober.
- Plant in maart–april of in september–oktober.
- Maak de grond los en meng er wat bladcompost door, zeker onder bomen waar de grond arm en droog is.
- Zet de plantjes even diep als in de pot; het hart van de rozet blijft net boven de grond.
- Houd 20–25 cm tussen de planten, in groepjes tussen andere bosplanten.
- Druk aan en geef meteen flink water. Houd de grond de eerste weken vochtig.
Verzorgen
- Water
- Het eerste voorjaar en in droge periodes water geven. Daarna redt hij zich zelf in de schaduw.
- Bemesten
- Niet nodig. Afgevallen blad en een dun laagje bladcompost in de herfst zijn genoeg.
- Mulchen
- Een laag bladcompost houdt de grond vochtig, maar bedek de rozetten zelf niet.
- Zaailingen
- Laat ze staan waar ze welkom zijn en trek de rest uit zolang ze klein zijn.
- Rupsen
- Aangevreten blad in het voorjaar kan het werk zijn van rupsen van parelmoervlinders: laat ze hun gang gaan.
Tip: Laat hem zich vrij uitzaaien in een schaduwrijke border of onder een haag: zo groeit vanzelf een tapijt. De purperbladige vorm, vaak verkocht als Viola labradorica, geeft extra kleur.
Wanneer snoei je een bleeksporig bosviooltje?
Wanneer: Hij wordt niet gesnoeid. Een beetje opruimen in de late winter is genoeg.
Hoe:
- Haal in februari–maart bruine, afgestorven bladeren weg met de hand, voor de nieuwe bladeren en bloemen verschijnen.
- Laat de uitgebloeide bloemen staan als je wilt dat hij zich uitzaait.
- Trek ongewenste zaailingen uit in plaats van te knippen.
Vermeerderen
- Zaad
- Pluk de doosvruchten zodra ze rechtop gaan staan en lichtbruin kleuren, en laat ze in een papieren zak openspringen. Zaai meteen in een pot met zaaigrond die je buiten laat staan; na de winterkou kiemt het zaad.
- Scheuren
- Na de bloei of in september: graaf een oudere pol op en verdeel hem in stukjes met elk een rozet en wortels.
- Zaailingen verplanten
- Zelf uitgezaaide plantjes steek je in het voorjaar of de herfst met een kluitje uit en plant je elders.
Hoe komt een bleeksporig bosviooltje de winter door?
Winterhard tot −30 °C.
- Volledig winterhard, tot ongeveer −30 °C: in België is geen bescherming nodig.
- Een deel van het blad blijft in de winter staan. Laat afgevallen blad van bomen eromheen liggen, maar niet dik op de rozetten.
- In een pot: zet hem in de schaduw tegen een muur; hij verdraagt vorst, maar de pot mag niet doorweekt raken.
Ziektes en plagen
- Slakken: Vreten gaten in het jonge blad en de bloemen. ’s Avonds rapen; in een natuurtuin helpen egels, padden en lijsters.
- Rode spint: Fijn gespikkeld, dof blad met soms fijne spinseltjes in droge, warme zomers. Een koelere plek en water geven helpen.
- Bladvlekken en roest: Bruine vlekjes of oranje puistjes op het blad, vooral bij vochtig weer. Aangetast blad weghalen en de planten niet te dicht zetten.
- Te veel zaailingen: Hij zaait zich vlot uit, ook in grind en tussen tegels. Trek ze uit zolang ze klein zijn of verplant ze.
Het jaar rond
- Februari: Bruine bladeren weghalen.
- Maart: Begin van de bloei. Planten.
- April: Volle bloei. Bijen en hommels op de bloemen.
- Mei: Laatste bloemen. Letten op rupsen van parelmoervlinders.
- Juni: Rijpe doosvruchten plukken en zaaien.
- Juli: Water geven bij droogte.
- September: Scheuren en planten. Zaailingen verplanten.
- Oktober: Planten. Een dun laagje bladcompost geven.
Gebruiken
Goed voor dieren
- Bijen
- Nectar en stuifmeel voor honingbijen en wilde bijen.
- Vlinders
- Nectar voor dagvlinders.
Jij en deze soort
Wist je dat?
- De rupsen van verschillende parelmoervlinders leven op wilde viooltjes. Zonder viooltjes kunnen deze vlinders zich niet voortplanten.
- De rijpe doosvrucht schiet de zaden weg. Aan elk zaadje zit een vetrijk aanhangsel, waardoor mieren ze meenemen naar hun nest en zo verder verspreiden.
- Anders dan het maarts viooltje ruikt het bleeksporig bosviooltje niet. In het Engels heet het daarom dog-violet: een viooltje van mindere waarde, zonder geur.