Foto: Fritz Geller-Grimm, CC BY-SA 2.5 · bron
Vaste plant · Violaceae
Maarts viooltje
Viola odorata
In andere talen: Violette odorante (Français) · Sweet violet (English)
Het maarts viooltje is een laag, wintergroen plantje uit Europa, West-Azië en Noord-Afrika, dat bij ons vaak in oude tuinen, hagen en bosranden staat. Het vormt rozetten van hartvormige bladeren en verspreidt zich met bovengrondse uitlopers tot een dicht tapijt. Van februari tot april bloeit het met kleine violette, soms witte of roze bloemetjes die heerlijk zoet geuren. De bloemen zijn eetbaar en mooi in salades of gekonfijt op gebak. Bekende rassen zijn ‘Königin Charlotte’, met donkerpaarse bloemen die naar boven kijken, en de witte ‘Alba’.
Let op: Het maarts viooltje verspreidt zich via uitlopers en zaad dat mieren meenemen. In een border of gazon kan het gaan woekeren: plant het waar dat mag, of steek de randen elk jaar af.
Licht
Halfschaduw of schaduw
verdraagt weinig zon
Vocht
Normaal
geen natte voeten
Grond
Leem of klei
elke zuurtegraad
Winterhard
Volledig winterhard
tot -25 °C
Grootte
0,15 m
hoog, 0,3 m breed
Bloei
februari–april
| Hoogte | 0,15 m |
|---|---|
| Inheems in België | Nee, aangeplant |
| Goed voor bijen, vlinders en vogels | Ja, voor bijen en vlinders |
| Giftig voor mens en huisdier | Niet als giftig bekend |
| Bloei | februari–april |
Herkennen
Hoe herken je een maarts viooltje?
- Groeivorm
- Lage rozetten van 10–15 cm hoog, die zich met uitlopers uitbreiden tot een mat van 30 cm en meer.
- Blad
- Hartvormig, 3–7 cm, fijn gekarteld, donkergroen en licht behaard; in zachte winters groenblijvend.
- Bloem
- Kleine viooltjes van 1,5–2 cm met een spoor, violet, wit of roze, van februari tot april.
- Geur
- Zoet en poederig; het sterkst op een zonnige, windstille dag.
- Vrucht
- Kleine doosvruchten, vaak verstopt onder het blad, die de zaden wegschieten.
- Wortels
- Een korte wortelstok met lange uitlopers die overal nieuwe plantjes maken.
Bloei: februari–april · Oogst en vruchten: februari–mei · Planten: maart–april en september–oktober
In je tuin
Waarom in je tuin?
- Een van de eerste geurende bloemen van het jaar, al in februari en maart.
- Vroege bijen en hommels vinden er nectar; de rupsen van enkele parelmoervlinders leven op viooltjes.
- Een makkelijke bodembedekker onder heesters, in een haag of in een schaduwrijke hoek.
- Eetbare bloemen voor salades, desserts of om te konfijten.
- Het blad blijft in zachte winters groen en houdt onkruid tegen.
Waar staat een maarts viooltje graag?
- Halfschaduw of lichte schaduw, bijvoorbeeld onder bladverliezende heesters of aan de voet van een haag.
- Humusrijke leem- of kleigrond; zuur, neutraal of kalkrijk, alles gaat.
- Normaal vochtig: niet uitdrogend in de zomer en niet kletsnat in de winter.
- Plant op 20–30 cm afstand; via de uitlopers sluit het tapijt zich snel.
- Licht
- Halfschaduw en schaduw
- Grondsoort
- Leem of klei
- Zuurtegraad
- Niet kieskeurig
- Vocht
- Normaal
- Grootte
- 0,15 m hoog, 0,3 m breed
- Winterhard
- Winterhard (tot -25 °C)
Mooi samen met
- Sneeuwklokje: Bloeit tegelijk; samen vormen ze een vroeg voorjaarstapijt onder heesters.
- Stengelloze sleutelbloem: Lichtgele bloemen naast het violet, op dezelfde halfschaduwrijke plek.
- Kerstroos: Grote bloemen in de winter, met de viooltjes als lage onderbeplanting.
- Longkruid: Gevlekt blad en roze-blauwe bloemen in maart–april.
- Elfenbloem: Een andere stevige bodembedekker voor halfschaduw onder heesters.
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een maarts viooltje?
Planten in maart–april en september–oktober.
- Plant in maart–april of in september–oktober.
- Maak de grond los en meng er wat compost of bladaarde door.
- Zet de plant even diep als in de pot, met het hart op gelijke hoogte met de grond.
- Houd 20–30 cm tussen de planten; voor een snelle bodembedekking zet je er 9–12 per vierkante meter.
- Geef meteen goed water en houd de grond de eerste weken vochtig.
- Leg een dun laagje bladcompost tussen de planten.
Verzorgen
- Water
- Na het planten regelmatig. Daarna enkel bij langdurige droogte in de zomer.
- Bemesten
- In het najaar of het vroege voorjaar wat compost of bladaarde volstaat.
- Mulchen
- Een laag gevallen blad of bladcompost bootst hun natuurlijke plek in de bosrand na.
- Uitlopers
- Haal uitlopers weg waar je geen viooltjes wilt, of plant ze elders.
- Oogsten
- Pluk de bloemen ’s ochtends, net open. Gebruik ze vers in salades of konfijt ze met eiwit en suiker.
Tip: Plant viooltjes langs een pad of onder een raam: zo ruik je ze in maart elke keer als je voorbijkomt. Pluk een paar bloemen voor een klein boeketje binnen; de geur vult de kamer.
Wanneer snoei je een maarts viooltje?
Wanneer: Het maarts viooltje hoef je niet te snoeien. Een beetje opruimen volstaat.
Hoe:
- Haal geel of beschadigd blad weg wanneer je het ziet.
- Knip uitlopers af die buiten de border kruipen.
- Wil je minder zaailingen, knip dan na de bloei de jonge zaaddozen af.
Vermeerderen
- Uitlopers
- Na de bloei of in september: een geworteld plantje aan een uitloper lossnijden en elders planten.
- Scheuren
- In maart–april, na de bloei, of in september een pol opgraven, in stukken trekken en meteen weer planten.
- Zaaien
- Vers zaad in de herfst buiten in een pot zaaien; het kiemt pas na een koude winter.
Hoe komt een maarts viooltje de winter door?
Winterhard tot −25 °C.
- Volledig winterhard, tot ongeveer −25 °C: geen bescherming nodig.
- In zachte winters blijft het blad groen en verschijnen de eerste bloemen soms al in januari.
- Laat gevallen blad gerust tussen de plantjes liggen: het beschermt en voedt de grond.
- In een pot of bak gewoon buiten laten staan; zorg dat overtollig water weg kan.
Ziektes en plagen
- Slakken: Gaten in jong blad en aangevreten bloemen, vooral in het voorjaar. ’s Avonds rapen of slakkenvallen zetten.
- Opgerold blad: Verdikte, opgerolde bladranden worden veroorzaakt door de larven van een galmugje. Knip aangetaste bladeren weg en gooi ze bij het restafval.
- Spint: Fijn gespikkeld, dof blad bij hitte en droogte. Geef water en zet de planten koeler en schaduwrijker.
- Woekeren: Op een goede plek verspreidt het viooltje zich snel via uitlopers en zaad. Steek de randen af en wied zaailingen weg.
Het jaar rond
- Februari: Eerste bloei. Bloemen plukken voor de keuken.
- Maart: Volle bloei en geur. Planten.
- April: Laatste bloei. Planten of scheuren na de bloei.
- Mei: Uitlopers weghalen waar ze ongewenst zijn. Letten op slakken.
- Juli: Water geven bij langdurige droogte.
- September: Planten. Gewortelde uitlopers verplanten. Vers zaad zaaien.
- Oktober: Planten. Compost of bladaarde tussen de planten strooien.
- December: Rust. Gevallen blad laten liggen.
Gebruiken
Eetbaar en bruikbaar
- Bloemen (februari–april)
- Pluk de geurige paarse (of witte) bloempjes van februari tot april, op een droge dag, met een stukje steel. Ze smaken zoet en geurig, zijn mooi op taart en in salade en geven siroop en suiker hun geur. Laat genoeg staan voor de vroege bijen en om zaad te zetten.
- Blad (maart–mei)
- De jonge, hartvormige blaadjes in maart–mei zijn mild en wat slijmerig: een paar in een gemengde salade of soep.
- Bewaring
- Verse bloempjes blijven een dag in een doosje met een vochtig keukenpapier in de koelkast. Gekonfijt houden ze maanden; als siroop een half jaar. Gedroogd verliezen ze hun geur.
Let op: Het Maarts viooltje zelf is eetbaar in gewone hoeveelheden. Eet geen wortels of zaden: die werken braakwekkend. Gebruik bloemen van planten die niet bespoten zijn; laat viooltjes uit het tuincentrum eerst enkele weken doorgroeien. Pluk in de natuur niet in reservaten.
Eten en gebruiken doe je op eigen risico: zie de gebruiksvoorwaarden.
Recepten
- Gekonfijte viooltjes (Andere · ± 40 bloempjes · 30 min + 1 dag drogen)
- Viooltjessiroop (Siroop · ± 300 ml · 20 min + 1 nacht trekken)
Goed voor dieren
- Bijen
- Nectar en stuifmeel voor honingbijen en wilde bijen.
- Vlinders
- Nectar voor dagvlinders.
Jij en deze soort
Wist je dat?
- Naast de bekende voorjaarsbloemen maakt het viooltje in de zomer kleine, gesloten bloempjes onder het blad. Die gaan nooit open en bestuiven zichzelf.
- De zaden hebben een vetrijk aanhangsel waar mieren gek op zijn. Ze slepen de zaden mee naar hun nest en zaaien het viooltje zo verder uit.
- De geur van viooltjes verdwijnt na een paar keer ruiken even: bepaalde geurstoffen in de bloem verdoven de neus tijdelijk.