
Foto: Mark Marathon, CC BY-SA 3.0 · bron
Eenjarige plant · Asteraceae
Strobloem
Xerochrysum bracteatum
In andere talen: Immortelle à bractées (Français) · Strawflower (English)
De strobloem komt uit Australië en wordt bij ons als eenjarige gekweekt, voor de tuin en voor droogboeketten. Hij vormt rechte, vertakte stengels van 60–90 cm met lancetvormige, grijsgroene bladeren. Van juli tot oktober verschijnen er bloemen van 3–6 cm met glanzende, papierachtige schutbladeren in geel, oranje, rood, roze, wit of paars. Die schutbladeren voelen aan als stro en blijven na het drogen jarenlang mooi. Hij houdt van zon en een schrale, droge grond en bloeit tot de eerste vorst.
Licht
Volle zon
warm en licht
Vocht
Droog tot normaal
geen natte voeten
Grond
Zand of leem
elke zuurtegraad
Winterhard
tot 0 °C
beschermen in strenge winters
Grootte
0,8 m
hoog, 0,3 m breed
Bloei
juli–oktober
| Hoogte | 0,8 m |
|---|---|
| Inheems in België | Nee, aangeplant |
| Goed voor bijen, vlinders en vogels | Ja, voor bijen |
| Giftig voor mens en huisdier | Niet als giftig bekend |
| Bloei | juli–oktober |
Herkennen
Hoe herken je een strobloem?
- Groeivorm
- Rechtopstaande, vertakte eenjarige van 60–90 cm hoog en ongeveer 30 cm breed.
- Blad
- Lancetvormig, 5–10 cm lang, grijsgroen en ruw tot licht behaard.
- Bloem
- Bloemen van 3–6 cm met glanzende, papierachtige schutbladeren rond een gele kern, van juli tot oktober.
- Kleur
- Geel, oranje, rood, roze, wit of paars; ook gevulde vormen bestaan.
- Wortels
- Vezelig en vrij ondiep; planten uit potjes wortelen vlot aan.
Bloei: juli–oktober · Zaaien: maart–mei · Planten: mei–juni
In je tuin
Waarom in je tuin?
- Glanzende, papierachtige bloemen in warme kleuren van juli tot oktober.
- Ideaal om te drogen: de bloemen behouden hun vorm en kleur jarenlang.
- Houdt van zon en droge, schrale grond waar veel andere zomerbloeiers het laten afweten.
- Bijen en andere insecten bezoeken de bloemen.
- Geschikt als snijbloem voor verse en droogboeketten.
Waar staat een strobloem graag?
- Volle zon: hoe zonniger, hoe rijker de bloei.
- Doorlatende, schrale zand- of leemgrond, neutraal tot kalkrijk.
- Droog tot normaal: hij houdt niet van natte voeten en verdraagt droogte goed.
- Reken op 25–30 cm tussen de planten; hoge rassen geef je steun op winderige plekken.
- Licht
- Zon
- Grondsoort
- Zand of leem
- Zuurtegraad
- Niet kieskeurig
- Vocht
- Droog of normaal
- Grootte
- 0,8 m hoog, 0,3 m breed
- Winterhard
- Vorstgevoelig: pas buiten na de laatste nachtvorst (half mei)
Mooi samen met
- Xeranthemum: Een tweede strobloem in roze en paars, in dezelfde droge, zonnige grond.
- Zinnia: Warme kleuren die zich thuis voelen in dezelfde zon.
- Cosmea: Luchtige bloemen en fijn blad naast de stevige, glanzende bloemen.
- Gipskruid: Wolkjes wit tussen de felle kleuren.
- Lavendel: Geurend blad en blauwe aren in volle zon.
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een strobloem?
Planten in mei–juni.
- Zaai in maart–april binnen op een lichte plek bij 18–21 °C; bedek het zaad nauwelijks, want het kiemt in het licht.
- Prik de zaailingen uit zodra ze twee echte bladeren hebben en kweek ze in potjes verder.
- Zaai je liever ter plaatse, doe dat dan in mei op een zonnige plek en dun uit op 25–30 cm.
- Zet de planten van eind mei tot in juni buiten, als er geen vorst meer dreigt, op 25–30 cm van elkaar.
- Geef meteen water en knijp de top uit boven het derde bladpaar voor een bossige groei.
- Zet hoge rassen vast aan een stok of takken op winderige plekken.
Verzorgen
- Water
- Maar weinig: geef water bij langdurige droogte en vooral in potten. Te veel water laat de planten slap groeien en rotten.
- Bemesten
- Weinig of niet. Op voedselrijke grond groeit hij slap en bloeit hij minder.
- Uitknijpen
- Knijp jonge planten uit op 15–20 cm: zo krijg je meer vertakking en dus meer bloemen.
- Uitgebloeide bloemen
- Knip ze weg of pluk ze voor boeketten: zo komen er steeds nieuwe knoppen.
- Oogsten voor droogbloemen
- Pluk de bloemen als ze half open zijn, strip het blad, bind ze samen en hang ze ondersteboven op een luchtige, donkere plek.
Tip: Pluk de bloemen om te drogen als ze half open zijn en hang ze ondersteboven op een luchtige plek. Hij houdt van zon en een schrale, droge grond.
Wanneer snoei je een strobloem?
Wanneer: Hij wordt niet gesnoeid; knijp jonge planten uit en pluk of knip de bloemen tijdens de bloei.
Hoe:
- Knijp de top van jonge planten uit op 15–20 cm voor een bossige groei.
- Pluk of knip bloemen met een lange steel, vlak boven een bladpaar, voor boeketten of om te drogen.
- Knip uitgebloeide bloemen weg voor een langere bloei.
- Na de eerste vorst trek je de hele plant eruit.
Vermeerderen
- Zaaien binnen
- In maart–april in zaaitrays of potjes met zaaigrond. Strooi het zaad op de grond, bedek het nauwelijks en hou het vochtig bij 18–21 °C; het kiemt na ongeveer 1–2 weken.
- Zaaien ter plaatse
- In mei op een zonnige, droge plek. Dun uit op 25–30 cm; de bloei begint wat later dan bij voorgekweekte planten.
Hoe komt een strobloem de winter door?
Winterhard tot 0 °C: beschermen in strenge winters.
- Eenjarig en vorstgevoelig: bij de eerste vorst sterft de plant af.
- Hij overwintert niet buiten; hou zaad voor volgend jaar of koop nieuwe planten.
- Gedroogde bloemen houd je droog en donker bij een gelijkmatige temperatuur om hun kleur te bewaren.
Ziektes en plagen
- Bladluis: Op jonge scheuten en knoppen. Spuit af met water of laat lieveheersbeestjes hun werk doen.
- Slakken: Jonge planten worden aangevreten. Strooi slakkenkorrels op basis van ijzerfosfaat of raap ze ’s avonds af.
- Grauwe schimmel: Grijze schimmel op bloemen en stengels in vochtig weer. Zorg voor ruimte tussen de planten en knip aangetaste delen weg.
- Meeldauw: Wit poeder op het blad bij een benauwde zomer. Water aan de voet geven en voor luchtcirculatie zorgen.
- Slappe stengels: Door te veel voeding of schaduw. Plant in volle zon in schrale grond.
Het jaar rond
- Maart: Binnen zaaien op een lichte plek bij 18–21 °C.
- April: Zaailingen uitprikken en in potjes opkweken.
- Mei: Afharden en buiten planten. Ter plaatse zaaien.
- Juni: Planten uitknijpen. Eventueel steun plaatsen.
- Juli: Eerste bloei. Bloemen plukken om te drogen.
- Augustus: Volle bloei. Blijven plukken en uitbloeiers wegknippen.
- September: Bloei. Droge bloemen binnenhalen.
- Oktober: Laatste bloemen. Opruimen na de eerste vorst.
Gebruiken
Goed voor dieren
- Bijen
- Nectar en stuifmeel voor honingbijen en wilde bijen.
Jij en deze soort
Wist je dat?
- Vroeger heette hij Helichrysum bracteatum; de naam Xerochrysum betekent ‘droog goud’ in het Grieks.
- De ‘bloemblaadjes’ zijn eigenlijk droge schutbladeren; de echte bloemetjes zitten in de gele kern.
- In het wild groeit hij in Australië, meestal als kortlevende vaste plant, met vooral gele of oranje bloemen; in onze tuinen is hij eenjarig.