Palmlelie (Yucca gloriosa)

Foto: Penarc, CC BY-SA 4.0 · bron

Heester · Asparagaceae

Palmlelie

Yucca gloriosa

In andere talen: Yucca (Français) · Spanish dagger (English)

De palmlelie komt uit het zuidoosten van de Verenigde Staten, waar hij op zandige kustduinen groeit. Het is een groenblijvende plant met stijve, zwaardvormige, donker blauwgroene bladeren met een scherpe punt, die samen een grote rozet vormen. In augustus–september verschijnt een indrukwekkende bloemstengel tot ongeveer 2 m met hangende, crèmewitte klokvormige bloemen. Hij verdraagt droogte en wind en is winterhard tot ongeveer −15 °C, als hij maar niet in natte grond staat. Daardoor is hij een sterke blikvanger voor een zonnig terras, een grindtuin of een zuiders hoekje.

Let op: De bladpunten zijn hard en scherp en kunnen diepe wonden en oogletsel veroorzaken, zeker bij kinderen. Plant hem niet langs een pad of speelplek, draag handschoenen en een veiligheidsbril bij het opruimen en laat kinderen en huisdieren niet op de plant knagen.

  • Licht

    Volle zon

    warm en licht

  • Vocht

    Droog

    verdraagt droogte

  • Grond

    Zand, leem of klei

    elke zuurtegraad

  • Winterhard

    tot -15 °C

    jonge planten beschermen

  • Grootte

    2 m

    hoog, 1,5 m breed

  • Bloei

    augustus–september

Feiten op een rij
Hoogte2 m
Inheems in BelgiëNee, aangeplant
Giftig voor mens en huisdierNiet als giftig bekend
Bloeiaugustus–september

Herkennen

Hoe herken je een palmlelie?

Groeivorm
Groenblijvende, rozetvormige plant van 1,5–2 m hoog en 1–1,5 m breed. Met de jaren vormt hij een korte stam en zijscheuten.
Blad
Stijf en zwaardvormig, 40–60 cm lang, donker blauwgroen, met een harde, scherpe punt.
Bloem
Rechte pluim tot ongeveer 2 m met hangende, crèmewitte klokvormige bloemen in augustus–september. Jonge planten bloeien pas na enkele jaren.
Wortels
Diep, vlezig en sterk. Stukjes wortel die achterblijven, kunnen opnieuw uitlopen.

Bloei: augustus–september · Planten: april–mei

In je tuin

Waarom in je tuin?

  • Een architecturale plant die het hele jaar groen is, ook in de winter.
  • Indrukwekkende bloei in augustus–september: een metershoge pluim met crèmewitte klokjes.
  • Verdraagt droogte, hitte en wind.
  • Weinig werk: geen snoei, weinig water en nauwelijks bemesting.
  • Mooi in een pot, op een terras en in grind- of zuidertuinen.

Waar staat een palmlelie graag?

  • Volle zon, op een warme, beschutte plek, bij voorkeur tegen een zuidmuur.
  • Zandige of leemachtige, goed doorlatende grond, zuur tot kalkrijk. Arme grond is prima; kleigrond maak je doorlatend met grof zand of grind.
  • Droog: hij verdraagt droogte goed, maar geen natte voeten, zeker niet in de winter.
  • Plant hem niet langs een pad of speelplek, want de scherpe bladpunten kunnen verwondingen geven.
  • Reken op 1,5 m ruimte per plant.
Licht
Zon
Grondsoort
Zand, leem of klei
Zuurtegraad
Niet kieskeurig
Vocht
Droog
Grootte
2 m hoog, 1,5 m breed
Winterhard
Winterhard (tot -15 °C)

Mooi samen met

  • Lavendel: Zelfde zon en droge grond, met een zachte kleur naast de strakke bladeren.
  • Vetkruid: Een lage, droogtebestendige bodembedekker in de zon.
  • Zeedistel: Blauwe, stekelige bloemen in dezelfde warme stijl.
  • Siergrassen: Zachte pluimen vormen een contrast met de stijve bladeren.

Onderhoud

Hoe en wanneer plant je een palmlelie?

Planten in april–mei.

  1. Plant in april–mei, zodat hij voor de winter goed kan wortelen.
  2. Kies een zonnige, goed doorlatende plek, bij voorkeur op een lichte helling of verhoging.
  3. Graaf een plantgat twee keer zo breed als de kluit; meng bij zware grond veel grof zand of grind door de grond.
  4. Zet de plant even diep als in de pot en druk de grond aan. Laat de hals niet onder de grond verdwijnen.
  5. Geef meteen een flinke gieter water, daarna het eerste jaar alleen bij langdurige droogte.
  6. Strooi een laagje grind of split rond de voet; leg geen natte mulch tegen de stam.

Verzorgen

Water
Het eerste jaar alleen bij langdurige droogte, daarna zelden. Te veel water is slechter dan te weinig.
Bemesten
Nauwelijks nodig: in mei een beetje compost of langzaam werkende mest is genoeg.
Opruimen
Haal in het voorjaar verdorde onderste bladeren weg: trek ze af of knip ze af. Draag handschoenen en een bril.
Uitgebloeide bloemen
Knip de bloemstengel na de bloei af tot op de rozet. De rozet die gebloeid heeft, sterft meestal af; de zijscheuten nemen het over.
Verpotten
In een pot: een brede, zware pot met gaten en grond met veel zand. Verpot om de 2–3 jaar in het voorjaar.

Tip: Plant hem op een licht verhoogd, zonnig plekje met doorlatende grond: natte voeten in de winter zijn gevaarlijker dan kou. Zet hem uit de buurt van paden, want de punten zijn scherp.

Wanneer snoei je een palmlelie?

Wanneer: Hij wordt niet gesnoeid, maar je ruimt wel op: in het voorjaar de verdorde bladeren en na de bloei de bloemstengel.

Hoe:

  • Trek of knip verdorde, bruine onderste bladeren in het voorjaar af.
  • Knip de uitgebloeide bloemstengel in september–oktober af tot op de rozet.
  • Een rozet die uitgebloeid is en afsterft, haal je weg met een zaag of scherp mes, zodat de zijscheuten ruimte krijgen.
  • Draag handschoenen en een veiligheidsbril: de bladpunten zijn scherp.

Let op: De bladpunten zijn hard en scherp: bescherm je ogen en handen.

Snoeikalender en basisregels

Vermeerderen

Zijscheuten
In april–mei een zijscheut met wat wortel met een scherp mes of spade van de moederplant losmaken en in zanderige potgrond zetten. Houd de grond licht vochtig tot hij aangroeit.
Stamstekken
Een afgezaagd stuk stam met een knop kan in zanderige, warme grond wortelen. Laat de snede eerst een paar dagen drogen. Wortelen kan weken tot maanden duren.

Hoe komt een palmlelie de winter door?

Winterhard tot −15 °C: jonge planten beschermen.

  • Winterhard tot ongeveer −15 °C. Niet de kou, maar de combinatie van natte grond en vorst is het gevaarlijkst.
  • Plant hem op een doorlatende plek en laat in de winter geen water bij de voet staan.
  • Bind bij strenge vorst de bladeren samen en bescherm de rozet met vlies of jute tegen regen en vorst.
  • In een pot: zet hem in een lichte, vorstvrije ruimte (ongeveer 0–10 °C) en geef weinig water.

Ziektes en plagen

  • Rot: Vergeelde, slap wordende bladeren en een zachte voet na een natte winter of in dichtgeslagen grond. Zorg voor een doorlatende plek, geef niet te veel water en snijd rotte delen weg.
  • Bruine bladpunten: Meestal vorstschade of een koude, natte winter. Knip bruine delen in het voorjaar af; nieuwe bladeren groeien gezond uit het hart.
  • Weinig bloei: Jonge planten bloeien pas na enkele jaren; ook te weinig zon of een koele zomer geeft geen bloemen. Geef hem volle zon en geduld.
  • Wol- en schildluis: Witte watten of bruine schildjes tussen de bladeren, vooral bij planten in een pot. Veeg ze weg met een zachte borstel en zeepwater en spoel af.

Het jaar rond

  • Maart: Winterbescherming weghalen. Verdorde bladeren wegnemen.
  • April: Planten. Zijscheuten afnemen.
  • Mei: Planten. Bij langdurige droogte af en toe water.
  • Juni: In de zon laten staan; nauwelijks water.
  • Juli: Bijna niets te doen; de bloemstengel groeit.
  • Augustus: Bloei begint: hoge pluim met crèmewitte klokjes.
  • September: Bloei. Uitgebloeide stengel afknippen.
  • Oktober: Stengel afknippen; planten in pot naar binnen halen.
  • November: Vlies of jute klaarleggen tegen natte vorst.
  • December: Rust.

Jij en deze soort

Wist je dat?

  • In zijn thuisland worden yuccabloemen bestoven door yuccamotten. Die ontbreken bij ons, daarom zet hij hier zelden zaad.
  • Hij hoort bij de aspergefamilie (Asparagaceae), net als asperge, agave en hyacint.
  • In het wild groeit hij vaak op zandduinen aan de kust van het zuidoosten van de Verenigde Staten, wat verklaart waarom hij droge, zandige grond verkiest.

Tuinplanten · Alle soorten

Laden…