
Foto: Photo by and (c)2007 Derek Ramsey (Ram-Man), GFDL 1.2 · bron
Bol- of knolgewas · Araceae
Roze calla
Zantedeschia rehmannii
In andere talen: Calla rose (Français) · Pink calla (English)
De roze calla komt uit het oosten van Zuid-Afrika en is een kleinere, compactere neef van de bekende witte calla. De ‘bloem’ is eigenlijk een trechtervormig schutblad in roze tot purperen tinten, met in het midden een gele kolf met de echte, kleine bloempjes. Het lanspuntvormige blad is vaak wit gespikkeld. De plant wordt 30–45 cm hoog en bloeit van juli tot september. Ze groeit uit een knol en is niet winterhard: in België plant je ze na de ijsheiligen en haal je de knol in de herfst binnen.
Let op: Alle delen van de calla zijn giftig: het sap bevat stoffen die mond, keel en huid prikkelen. Kinderen, katten en honden mogen er niet aan knabbelen. Draag handschoenen als je de knollen deelt en was je handen daarna.
Licht
Zon of halfschaduw
liefst wat zon
Vocht
Normaal
geen natte voeten
Grond
Zand of leem
zuur tot neutraal
Winterhard
tot 2 °C
beschermen in strenge winters
Grootte
0,4 m
hoog, 0,3 m breed
Bloei
juli–september
| Hoogte | 0,4 m |
|---|---|
| Inheems in België | Nee, aangeplant |
| Giftig voor mens en huisdier | Ja, let op met kinderen en huisdieren |
| Bloei | juli–september |
Herkennen
Hoe herken je een roze calla?
- Groeivorm
- Compacte knolplant van 30–45 cm hoog en ongeveer 30 cm breed, die in de winter in rust gaat.
- Blad
- Lanspuntvormig, groen en vaak met doorschijnende witte vlekken.
- Bloem
- Trechtervormig schutblad in roze tot purperroze met een gele kolf in het midden; staat op rechte, stevige stelen.
- Bloeitijd
- Juli tot september.
- Knol
- Dikke, ronde knol (wortelstok) die in de winter droog wordt bewaard.
Bloei: juli–september · Planten: mei–juni
In je tuin
Waarom in je tuin?
- Bloeit van juli tot in september, wanneer veel vaste planten al op hun einde lopen.
- Compact: een stuk lager dan de witte calla, perfect voor potten, bakken en de voorkant van de border.
- Mooie, vaak wit gespikkelde bladeren, ook zonder bloemen sierlijk.
- Prima als snijbloem: de bloemen blijven lang goed in de vaas.
- De knol kun je jaar na jaar bewaren en hergebruiken.
Waar staat een roze calla graag?
- Zon tot halfschaduw; in de volle zon in de middag verbrandt het blad soms, dus liefst een lichte schaduw in de warmste uren.
- Goed doorlatende, humusrijke grond: zand of leem, zuur tot neutraal.
- Gewoon vochtig tijdens de groei, maar nooit drassig: staande nattigheid laat de knol rotten.
- Plant op 25–30 cm van elkaar; in een pot van 20–25 cm doorsnede passen 3 knollen.
- Licht
- Zon en halfschaduw
- Grondsoort
- Zand of leem
- Zuurtegraad
- Zuur of neutraal
- Vocht
- Normaal
- Grootte
- 0,4 m hoog, 0,3 m breed
- Winterhard
- Vorstgevoelig: haal de bollen of knollen voor de vorst binnen en bewaar ze vorstvrij
Mooi samen met
- Dahlia: Compacte dahlia’s bloeien in dezelfde periode en kleuren mooi bij het roze.
- Heuchera: Het purperen of bronskleurige blad geeft een mooi contrast met de lichtere calla.
- Fuchsia: Een zomerbloeier voor halfschaduw met een vergelijkbare vochtbehoefte.
- Lobelia: Blauwe bloemen als rand in een pot of bak onder de calla.
- Siergras: Zachte halmen geven structuur naast het stevige, sculpturale blad.
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een roze calla?
Planten in mei–juni.
- Plant in mei–juni, pas na de ijsheiligen (half mei), als er geen vorst meer komt en de grond is opgewarmd.
- Graaf een plantgat van 5–8 cm diep en meng wat compost of potgrond door de grond. Op zware grond leg je onderin wat grof zand.
- Leg de knol met de ogen of de bolle kant naar boven. Plant op 25–30 cm van elkaar.
- Geef na het planten pas weinig water, tot de eerste scheuten boven de grond komen: in koude, natte grond rot de knol.
- In een pot: kies een pot met gaten en een luchtig mengsel van potgrond met zand. Je kunt in april binnen voortrekken en na half mei buiten zetten.
Verzorgen
- Water
- Houd de grond licht vochtig tijdens de groei en bloei; laat hem tussen twee gietbeurten licht afdrogen. Laat geen water in de schotel staan.
- Bemesten
- Elke twee weken een meststof met veel kalium (bijvoorbeeld tomatenmeststof) tijdens de bloei. Te veel stikstof geeft blad en weinig bloemen.
- Uitgebloeide bloemen
- Trek verwelkte bloemstelen aan de voet uit de knol en laat het blad staan.
- Mulchen
- Een laagje compost of schors houdt de grond vochtig en koel in de zomer.
- Rustperiode
- Als het blad in de herfst vergeelt, geef je minder water en rooi je de knol.
Tip: Houd de knol in het voorjaar eerst bijna droog tot de scheuten boven de grond komen en haal hem in oktober binnen, droog en vorstvrij: zo bloeit hij jaren.
Wanneer snoei je een roze calla?
Wanneer: Snoeien is niet nodig. Verwijder verwelkte bloemstelen en gele bladeren tijdens het seizoen; in de herfst het afgestorven blad vlak voor het opbergen.
Hoe:
- Trek een verlepte bloemsteel met een korte ruk uit de basis; zo laat je geen stompje achter dat kan rotten.
- Knip gele of beschadigde bladeren aan de voet weg.
- In de herfst laat je het blad afsterven en knip je het weg vlak voor je de knol opbergt.
Let op: Verwijder het blad niet te vroeg in het seizoen: de knol heeft het nodig om voor de winter kracht op te bouwen.
Vermeerderen
- Knollen delen
- In het voorjaar, bij het opnieuw planten: deel de knol met een schoon mes in stukken die elk minstens één oog hebben. Laat de sneden een dag drogen voor je plant.
- Zaad
- Mogelijk, maar traag: zaai op 20–25 °C en reken op meerdere jaren voor een bloeiende plant.
Hoe komt een roze calla de winter door?
Winterhard tot 2 °C: beschermen in strenge winters.
- Niet winterhard: de plant verdraagt ongeveer 2 °C als minimum. Laat ze niet buiten overwinteren in België.
- Rooi de knol in oktober, vóór de eerste vorst, als het blad vergeelt. Laat hem een paar dagen drogen en verwijder de losse aarde.
- Bewaar de knol droog en vorstvrij bij ongeveer 5–10 °C, in turf, zand of een papieren zak, tot het voorjaar.
- In een pot: laat de pot droog staan tot het blad afsterft en zet hem dan zo koel en droog en vorstvrij weg.
Ziektes en plagen
- Knolrot: De knol wordt zacht en stinkt, het blad valt om. Vaak door te veel water of te koude grond. Verwijder de plant en plant op een luchtiger, drogere plek.
- Spint en trips: Fijne spikkeltjes en zilverige vlekken op het blad, vooral bij droge, warme lucht. Besproei regelmatig en spoel het blad af.
- Bladluis: Op jonge scheuten en bloemen. Afspuiten met water of laten opruimen door lieveheersbeestjes.
- Slakken: Ze vreten jonge scheuten en bladeren. Raap ze ’s avonds weg of leg een barrière van scherp grind.
- Weinig bloemen: Te veel stikstof, te weinig licht of een te kleine knol. Geef kaliumrijke meststof en zet de plant lichter.
Het jaar rond
- April: Eventueel knollen in potten binnen voortrekken.
- Mei: Na half mei buiten planten of de potten naar buiten zetten.
- Juni: Jonge scheuten verschijnen. Licht water geven; kaliumrijke meststof starten.
- Juli: Begin van de bloei. Water en bemesting regelmatig.
- Augustus: Bloei. Verwelkte stelen uit de basis trekken; bloemen snijden.
- September: Laatste bloemen. Minder water geven naar het einde toe.
- Oktober: Blad vergeelt: knollen rooien, laten drogen en vorstvrij wegzetten.
- November: Knollen droog en vorstvrij bewaren.
- December: Rust. Af en toe de knollen controleren op rot of uitdroging.
Gebruiken
Eetbaar en bruikbaar
Niet eetbaar. Alle delen van de calla zijn giftig: net als bij de aronskelk, een familielid, zit het sap vol naaldvormige kristallen (calciumoxalaat), die bij kauwen meteen een brandende pijn en zwelling van lippen, mond en keel geven, met kwijlen en soms moeite met slikken. Kinderen, en katten en honden die aan blad of bloemen knabbelen, lopen het meeste risico; heeft je kat of hond eraan geknaagd en kwijlt hij of zwelt zijn bek op, bel dan je dierenarts. De calla is geen echte lelie: anders dan lelies geeft ze katten geen nierfalen, maar zet een vaas met calla’s en een calla in een pot binnen toch buiten hun bereik. Het sap kan de huid irriteren: draag handschoenen als je de wortelstok of de knollen deelt, en was daarna je handen. Bij inslikken: bel meteen het Antigifcentrum (in België 070 245 245) of je huisarts.
Jij en deze soort
Wist je dat?
- De ‘bloem’ van een calla is eigenlijk een schutblad; de echte bloemetjes zitten op de gele kolf in het midden.
- De plantengeslachtnaam Zantedeschia is gegeven ter ere van de Italiaanse botanicus Giovanni Zantedeschi.
- Ondanks de Engelse naam ‘arum lily’ is een calla geen lelie, maar een lid van de aronskelkfamilie.