
Foto: Didier Descouens, CC BY-SA 4.0 · bron
Vaste plant · Campanulaceae
Lobelia
Lobelia × speciosa
In andere talen: Lobélie hybride (Français) · Hybrid cardinal flower (English)
Lobelia × speciosa is de verzamelnaam voor tuinhybriden die ontstaan zijn uit Noord-Amerikaanse en Mexicaanse soorten, zoals de rode lobelia (Lobelia cardinalis) en de blauwe lobelia (Lobelia siphilitica). Het zijn rechtopgroeiende vaste planten van ongeveer 80 cm met stevige bloemstengels vol tweelippige buisbloemen in intens rood, roze of paars, van juli tot september. Veel rassen hebben ook bronskleurig tot donkerpaars blad. De planten houden van vochtige, humusrijke grond en zijn mooi in een vochtige border of langs een vijverrand. Ze zijn minder winterhard dan de blauwe lobelia en leven vaak niet lang. Alle delen zijn giftig.
Let op: Giftig: alle delen bevatten alkaloïden en het melkachtige sap kan de huid irriteren. Kinderen, katten, honden en grazende dieren mogen er niet van eten; draag handschoenen bij het snoeien.
Licht
Zon of halfschaduw
liefst wat zon
Vocht
Normaal tot nat
mag niet uitdrogen
Grond
Leem, klei of veen
zuur tot neutraal
Winterhard
Volledig winterhard
tot -20 °C
Grootte
0,8 m
hoog, 0,3 m breed
Bloei
juli–september
| Snoeimaanden | maart |
|---|---|
| Hoogte | 0,8 m |
| Inheems in België | Nee, aangeplant |
| Goed voor bijen, vlinders en vogels | Ja, voor bijen |
| Giftig voor mens en huisdier | Ja, let op met kinderen en huisdieren |
| Bloei | juli–september |
Herkennen
Hoe herken je een lobelia?
- Groeivorm
- Rechtopgaande, horstvormige vaste plant van ongeveer 80 cm hoog en 30 cm breed, met onvertakte, stevige bloemstengels.
- Blad
- Lancetvormig, 10–15 cm lang, groen tot bronsrood of donkerpaars (afhankelijk van het ras); rozet aan de basis, bladeren verspreid langs de stengel.
- Bloem
- Tweelippige buisbloemen van ongeveer 3–4 cm in lange, dichte aren, in rood, roze of paars, van juli tot september.
- Sap
- Melkachtig sap in stengels en bladeren, dat giftig is en de huid kan irriteren.
- Wortels
- Ondiep, vezelig wortelstelsel dat veel vocht nodig heeft; vormt in de herfst nieuwe wortelrozetten.
Bloei: juli–september · Planten: mei–juni · Snoeien: maart
In je tuin
Waarom in je tuin?
- Felgekleurde bloemtorens in rood, roze of paars van juli tot september, wanneer veel andere borders vermoeid worden.
- Veel rassen hebben bronskleurig of purperen blad dat ook zonder bloemen sierwaarde heeft.
- Past in vochtige plekken waar veel andere vaste planten het laten afweten, zoals een vijverrand of een beek.
- De buisbloemen worden bezocht door bijen en hommels.
- Mooi als verticaal accent in een border met grote bladplanten of siergrassen.
Waar staat een lobelia graag?
- Zon tot halfschaduw; op een zonnige plek heeft hij meer water nodig, in de halfschaduw blijft de bloemkleur frisser.
- Humusrijke leem-, klei- of veengrond die vochtig blijft, zuur tot neutraal; licht zure grond is ideaal.
- Normaal tot nat: de grond mag nooit uitdrogen, maar staand water in de winter kan de rozet laten rotten.
- Een beschutte plek, want de hoge stengels waaien gemakkelijk om; geschikt voor vijverrand, vochtige border en beekrand.
- Reken op 30–40 cm tussen de planten.
- Licht
- Zon en halfschaduw
- Grondsoort
- Leem, klei of veen
- Zuurtegraad
- Zuur of neutraal
- Vocht
- Normaal of nat
- Grootte
- 0,8 m hoog, 0,3 m breed
- Winterhard
- Winterhard (tot -20 °C)
Mooi samen met
- Daglelie: Gelijkaardige vochtige plek; oranje of geel contrasteert met rood.
- Moerasspirea: Schuimige witte of roze pluimen die met de rechtopstaande aren combineren.
- Gele lis: Past aan de vijverrand en bloeit eerder in het seizoen.
- Astilbe: Pluimen in roze en rood in dezelfde vochtige halfschaduw.
- Pijpenstrootje: Fijn gras dat de felle bloemtorens luchtig omlijst.
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een lobelia?
Planten in mei–juni.
- Plant in mei of juni, als er geen nachtvorst meer wordt verwacht.
- Maak de grond los en werk er een flinke hoeveelheid compost of bladcompost door.
- Graaf een plantgat dat net zo diep is als de pot en tweemaal zo breed.
- Zet de plant even diep als in de pot, met de rozet op grondniveau; plant op 30–40 cm afstand.
- Geef meteen een flinke gieter water en houd de grond de eerste weken constant vochtig.
- Leg een laag van 5 cm bladcompost of schors rond de voet, zonder de rozet te bedekken.
Verzorgen
- Water
- Constant vochtig houden, ook in droge perioden en in de eerste zomer. Aan een vijver- of beekrand is dit meestal vanzelf het geval.
- Bemesten
- In het voorjaar compost of een organische mest. Niet te veel stikstof, anders worden de stengels slap.
- Mulchen
- Een laag bladcompost in het voorjaar houdt de grond koel en vochtig; in de late herfst een dikkere laag als wintertoedek.
- Uitgebloeide bloemen
- Knip uitgebloeide aren tot net boven een zijscheut; dan bloeit de plant langer.
- Steun
- Op een open plek de hoge stengels vastbinden of tussen andere planten laten groeien.
Tip: Rassen in rood, roze en paars voor vochtige border of vijverrand. Laat de grond nooit uitdrogen en dek de pol in strenge winters af.
Wanneer snoei je een lobelia?
Snoeimaanden: maart.
Wanneer: In maart knip je de oude stengels weg. Tijdens de bloei knip je de uitgebloeide aren.
Hoe:
- Knip alle oude, dode stengels in maart tot vlak boven de grond, zonder de nieuwe rozetten te beschadigen.
- Knip tijdens de bloei de uitgebloeide aren tot net boven een zijscheut.
- Laat de bladrozetten in de herfst en winter staan: ze beschermen de plant.
Let op: Draag handschoenen: het melkachtige sap is giftig en kan de huid irriteren.
Vermeerderen
- Delen
- Elke twee tot drie jaar in april: graaf de pol op, deel hem in stukken met een rozet en wortels en plant ze meteen terug. Hierdoor blijft de plant sterk en jong.
- Stekken
- In het voorjaar basale stekken van jonge scheuten of rozetten, in vochtige zandige potgrond op een lichte plaats.
Hoe komt een lobelia de winter door?
Winterhard tot −20 °C.
- Winterhard tot ongeveer −20 °C, maar vaak minder zeker bij langdurige natheid: de rozetten kunnen in natte winters wegrotten.
- Dek de pol in november af met een dikke laag bladcompost, droge bladeren of varens, zeker in strenge winters.
- Verzeker je van een reserve: neem in het voorjaar een paar stekken of bewaar een deelstuk in een koude kas.
Ziektes en plagen
- Slakken: Jonge rozetten en scheuten worden in het voorjaar aangevreten. Verzamel ze ’s avonds en bescherm jonge planten.
- Uitdrogen: Slap hangend blad en bruine randen bij droogte. Water geven en mulchen.
- Wegrotten in de winter: De rozet wordt zacht en bruin in natte grond. Zorg voor afvoer en dek af met droge bladeren.
- Bladluis: Soms op jonge scheuten. Afspuiten met water volstaat meestal.
Het jaar rond
- Maart: Oude stengels terugknippen. Compost geven.
- April: Pollen delen. Slakken in de gaten houden.
- Mei: Planten. Mulch aanbrengen.
- Juni: Planten. Water geven bij droogte.
- Juli: Begin van de bloei. Constant vochtig houden.
- Augustus: Bloei. Uitgebloeide aren wegknippen.
- September: Laatste bloei.
- November: Afdekken met een laag bladeren of compost.
Gebruiken
Eetbaar en bruikbaar
Niet eetbaar. Alle delen van de lobelia zijn giftig: ze bevatten lobeline en verwante alkaloïden, die werken zoals nicotine. Inslikken geeft misselijkheid, braken, speekselvloed en buikpijn, en bij grotere hoeveelheden duizeligheid, zweten, een snelle hartslag en ademhalingsproblemen. Een verwante soort werd vroeger als kruid tegen astma en om te stoppen met roken gebruikt: maak van je tuinlobelia nooit thee of middeltjes. Houd kinderen, honden, katten en grazende dieren weg van de plant, en draag handschoenen bij het snoeien, want het melksap kan de huid irriteren. Bij inslikken: bel meteen het Antigifcentrum (in België 070 245 245) of je huisarts.
Goed voor dieren
- Bijen
- Nectar en stuifmeel voor honingbijen en wilde bijen.
Jij en deze soort
Wist je dat?
- Het geslacht Lobelia is genoemd naar Matthias de l’Obel (1538–1616), een Vlaamse arts en plantkundige uit Rijsel.
- De rode lobelia (Lobelia cardinalis), één van de ouders, dankt haar Engelse naam ‘cardinal flower’ aan de rode kleding van katholieke kardinalen.
- Tuinhybriden zoals deze zijn ontstaan door kruisingen van onder meer de rode en de blauwe lobelia.