Witte calla (Zantedeschia aethiopica)

Foto: Octagon, CC BY-SA 3.0 · bron

Bol- of knolgewas · Araceae

Witte calla

Zantedeschia aethiopica

In andere talen: Arum d’Éthiopie (Français) · Arum lily (English)

De witte calla komt uit zuidelijk Afrika, waar ze in moerassen, langs beken en in vochtige graslanden groeit. Uit een dikke wortelstok groeien grote, glanzend donkergroene, pijlvormige bladeren op lange stelen, tot ongeveer 90 cm hoog. Van juni tot augustus verschijnen de bekende witte ‘bloemen’: eigenlijk een groot, trechtervormig schutblad rond een gele bloeikolf met de echte, piepkleine bloemetjes. Ze is een sterke snijbloem en een van de weinige sierplanten die met de voeten in het water kan staan. Bekende rassen zijn ‘Crowborough’, die als extra winterhard geldt, en ‘Green Goddess’, met groene schutbladen en een witte keel.

Let op: Alle delen zijn giftig: ze bevatten calciumoxalaatkristallen die bij het opeten een branderig gevoel en zwelling in mond en keel geven. Gevaarlijk voor kinderen en huisdieren zoals honden en katten. Het sap kan de huid irriteren: draag handschoenen als je de wortelstok deelt.

  • Licht

    Zon of halfschaduw

    liefst wat zon

  • Vocht

    Normaal tot nat

    mag niet uitdrogen

  • Grond

    Leem, klei of veen

    elke zuurtegraad

  • Winterhard

    tot -10 °C

    beschermen in strenge winters

  • Grootte

    0,9 m

    hoog, 0,6 m breed

  • Bloei

    juni–augustus

Feiten op een rij
Hoogte0,9 m
Inheems in BelgiëNee, aangeplant
Giftig voor mens en huisdierJa, let op met kinderen en huisdieren
Bloeijuni–augustus

Herkennen

Hoe herken je een witte calla?

Groeivorm
Brede pol van 60–90 cm hoog en ongeveer 60 cm breed, met bladeren en bloemstelen die recht uit de grond komen.
Blad
Groot, pijl- tot hartvormig, glanzend donkergroen, op lange, vlezige stelen. In zachte winters blijft het staan, bij vorst sterft het af.
Bloem
Een trechtervormig schutblad van 10–25 cm rond een gele bloeikolf, van juni tot augustus.
Kleur
Zuiver wit met een gele kolf; bij ‘Green Goddess’ groen met een witte keel.
Wortelstok
Dikke, vlezige wortelstok die zich langzaam uitbreidt tot een flinke pol.

Bloei: juni–augustus · Planten: april–mei

In je tuin

Waarom in je tuin?

  • Statige, witte bloemen van juni tot augustus, die lang mooi blijven aan de plant en in de vaas.
  • Groot, glanzend blad dat de border of de vijverrand ook zonder bloemen een weelderige, exotische sfeer geeft.
  • Een van de weinige planten voor natte, zware grond en zelfs voor ondiep water aan de vijverrand.
  • Een klassieke snijbloem: één plant geeft elke zomer verschillende stelen.
  • Weinig werk: geen snoei, enkel water, wat mest en een winterdeken van mulch.

Waar staat een witte calla graag?

  • Zon of halfschaduw; in volle zon moet de grond altijd vochtig blijven.
  • Rijke, humusrijke grond: leem, klei of veen, zuur, neutraal of kalkrijk.
  • Vochtig tot nat: aan de vijverrand, in een moerasborder of in ondiep water.
  • Een warme, beschutte plek, bijvoorbeeld bij een zuidmuur, helpt haar door de winter.
  • Reken op ongeveer 60 cm ruimte per plant.
Licht
Zon en halfschaduw
Grondsoort
Leem, klei of veen
Zuurtegraad
Niet kieskeurig
Vocht
Normaal of nat
Grootte
0,9 m hoog, 0,6 m breed
Winterhard
Matig winterhard (tot -10 °C): bescherm hem in strenge winters

Mooi samen met

  • Hosta: Groot blad in blauw of geelgroen naast het glanzende blad van de calla, op dezelfde vochtige plek.
  • Koningsvaren: Een grote varen voor natte grond, met fijner blad als contrast.
  • Gele lis: Gele bloemen aan de vijverrand in mei–juni, net voor de calla bloeit.
  • Astilbe: Pluimen in roze en rood in dezelfde vochtige halfschaduw.
  • Kattenstaart: Paarse aren aan de waterkant in juli–augustus, die bijen en vlinders lokken.

Onderhoud

Hoe en wanneer plant je een witte calla?

Planten in april–mei.

  1. Plant in april–mei, als de grond opgewarmd is en er geen strenge vorst meer dreigt.
  2. Graaf een ruim plantgat en meng er een paar scheppen compost of goed verteerde mest door.
  3. Leg de wortelstok 10 cm diep, met de groeipunten naar boven, en zet de planten ongeveer 60 cm uit elkaar.
  4. In de vijver: plant in een vijvermand met zware tuingrond en zet die aan de rand in water van hoogstens 30 cm diep.
  5. Geef meteen flink water en hou de grond de eerste weken goed vochtig.
  6. Leg een laag mulch rond de voet om het vocht vast te houden.

Verzorgen

Water
Ruim water in de groei- en bloeitijd: de grond mag nooit uitdrogen. Een pot mag in de zomer in een schotel met water staan.
Bemesten
In het voorjaar compost geven. Van mei tot augustus om de twee weken vloeibare mest voor bloeiende planten, zeker in een pot.
Uitgebloeide bloemen
Knip uitgebloeide bloemen met hun steel zo laag mogelijk af; zo blijft de plant netjes en steekt ze geen energie in zaad.
Mulchen
Leg in november een dikke laag van 10–15 cm stro, blad of houtsnippers over de wortelstok en haal die in april weer weg.
Afgestorven blad
Knip bevroren en afgestorven bladeren in het voorjaar weg, als de nieuwe scheuten verschijnen.

Tip: Hou de grond in de zomer altijd nat: hoe meer water, hoe rijker de bloei. Een pot mag dan gerust in een schotel water of op de vijverrand staan.

Wanneer snoei je een witte calla?

Wanneer: Een witte calla wordt niet echt gesnoeid. Je knipt alleen in de zomer uitgebloeide bloemstelen en in het voorjaar afgestorven blad weg.

Hoe:

  • Knip uitgebloeide bloemen met hun steel zo laag mogelijk af.
  • Laat bevroren blad in de winter liggen als extra bescherming en knip het in april weg.
  • Snij voor een boeket de stelen laag af, als het schutblad net helemaal open is.

Let op: Draag handschoenen: het sap kan de huid irriteren.

Snoeikalender en basisregels

Vermeerderen

Delen
In april–mei, bij het begin van de groei, de pol opgraven en de wortelstok met een scherp mes in stukken snijden, elk met een paar groeipunten. Meteen terugplanten op 10 cm diepte.
Zaaien
Rijpe bessen in de nazomer oogsten, de zaden uit het vruchtvlees halen en meteen binnen zaaien in vochtige zaaigrond bij ongeveer 20 °C. Zaailingen bloeien pas na enkele jaren.

Hoe komt een witte calla de winter door?

Winterhard tot −10 °C: beschermen in strenge winters.

  • Matig winterhard, tot ongeveer −10 °C: op een beschutte plek overleeft ze de meeste Belgische winters in de grond.
  • Leg in november een dikke laag van 10–15 cm stro, blad of houtsnippers over de wortelstok.
  • In de vijver ligt de wortelstok onder water beter beschut tegen vorst dan in de border.
  • In een pot: zet de pot voor de eerste vorst koel en vorstvrij, bijvoorbeeld in een garage of serre, en hou de grond net vochtig.

Ziektes en plagen

  • Slakken: Vreten gaten in jonge bladeren en bloemen. Raap ze ’s avonds op en bescherm de jonge scheuten in het voorjaar.
  • Bladluis: Op jonge bladeren en in opengaande schutbladen. Afspuiten met water; meestal ruimen lieveheersbeestjes ze op.
  • Geen bloei: Te weinig licht, te weinig water of een te jonge plant. Geef een lichtere plek, hou de grond nat en bemest in het voorjaar.
  • Zacht rot: Zachte, stinkende plekken op de wortelstok en slap, geel blad, vooral bij beschadigde wortelstokken of in een te warme, natte pot in de winter. Snij rotte delen weg of gooi de plant weg.
  • Bevroren blad: Na een vorstnacht wordt het blad glazig en zwart. Laat het liggen tot het voorjaar: een goed beschermde wortelstok loopt meestal opnieuw uit.

Het jaar rond

  • Januari: Rust. Controleer of de mulchlaag nog dik genoeg is.
  • Maart: Potplanten lichter zetten en iets meer water geven.
  • April: Mulch weghalen en afgestorven blad wegknippen. Planten en delen.
  • Mei: Planten. Potten na half mei naar buiten. Beginnen met bemesten.
  • Juni: Begin van de bloei. Ruim water geven. Bloemen snijden.
  • Juli: Bloei. Water geven en om de twee weken bemesten. Uitgebloeide stelen wegknippen.
  • Augustus: Bloei. Water geven. Uitgebloeide stelen wegknippen.
  • September: Stoppen met bemesten. Rijpe bessen oogsten als je wil zaaien.
  • Oktober: Potten voor de eerste vorst vorstvrij zetten.
  • November: Dikke laag mulch over de wortelstok in de grond.
  • December: Rust. Potten koel en vorstvrij, grond net vochtig.

Gebruiken

Eetbaar en bruikbaar

Niet eetbaar. Alle delen van de calla zijn giftig: net als bij de aronskelk, een familielid, zit het sap vol naaldvormige kristallen (calciumoxalaat), die bij kauwen meteen een brandende pijn en zwelling van lippen, mond en keel geven, met kwijlen en soms moeite met slikken. Kinderen, en katten en honden die aan blad of bloemen knabbelen, lopen het meeste risico; heeft je kat of hond eraan geknaagd en kwijlt hij of zwelt zijn bek op, bel dan je dierenarts. De calla is geen echte lelie: anders dan lelies geeft ze katten geen nierfalen, maar zet een vaas met calla’s en een calla in een pot binnen toch buiten hun bereik. Het sap kan de huid irriteren: draag handschoenen als je de wortelstok of de knollen deelt, en was daarna je handen. Bij inslikken: bel meteen het Antigifcentrum (in België 070 245 245) of je huisarts.

Jij en deze soort

Wist je dat?

  • De witte ‘bloem’ is een schutblad rond een kolf vol piepkleine bloemetjes, net als bij de gevlekte aronskelk uit onze bossen, een familielid.
  • Linnaeus noemde de plant Calla aethiopica; later kreeg ze een eigen geslacht, genoemd naar de Italiaanse botanicus Giovanni Zantedeschi. De naam calla is blijven hangen.
  • ‘Aethiopica’ wil niet zeggen dat ze uit Ethiopië komt: vroeger noemden Europeanen bijna heel Afrika ten zuiden van de Sahara zo.

Tuinplanten · Alle soorten

Laden…