
Foto: GerardM, CC BY-SA 3.0 · bron
Kruidachtige plant · Aronskelkfamilie (Araceae)
Gevlekte aronskelk
Arum maculatum
In andere talen: Gouet tacheté (Français) · Lords-and-ladies (English)
Komt in België in het wild voor.
De gevlekte aronskelk is een inheemse, overblijvende knolplant van loofbossen, houtkanten en schaduwrijke hagen. In België is hij vrij algemeen op vochtige, voedselrijke leem- en kalkgrond; op arme zandgrond, zoals in de Kempen, zie je hem minder. Al in januari of februari steken de glanzende, pijlvormige bladeren boven de grond, vaak met donkere vlekken. In april–mei verschijnt een bleekgroene schede rond een paarsbruine kolf, en in de zomer blijft enkel een tros felrode bessen over. Een boeiende plant voor een schaduwtuin, maar alle delen zijn giftig.
Let op: Alle delen zijn giftig, vooral de felrode bessen, die kinderen kunnen aantrekken. Ze bevatten naaldvormige kristallen die een brandend gevoel en zwelling in mond en keel geven. Ook gevaarlijk voor honden, katten en grazende dieren. Het sap kan de huid irriteren: draag handschoenen.
Licht
Halfschaduw of schaduw
verdraagt weinig zon
Vocht
Normaal
geen natte voeten
Winterhard
Volledig winterhard
tot -25 °C
Grootte
0,4 m
hoog, 0,25 m breed
Bloei
april–mei
| Hoogte | 0,4 m |
|---|---|
| Inheems in België | Ja |
| Bloei | april–mei |
Herkennen
Zo herken je hem
- Groeivorm
- Kale, overblijvende plant van 30–50 cm met een ondergrondse knol; bladeren en bloeiwijze komen rechtstreeks uit de grond.
- Blad
- Pijl- of spiesvormig, 10–20 cm, glanzend groen met netvormige nerven, vaak met zwartpaarse vlekken (niet altijd). Lang gesteeld; verschijnt vanaf januari en verwelkt in juni.
- Bloem
- In april–mei een bleekgroene tot geelgroene schede van 10–25 cm rond een paarsbruine, soms gele kolf. De eigenlijke bloempjes zitten verborgen onderaan in de ketel.
- Vrucht
- Een dichte tros bessen aan een kale steel, eerst groen, in juli–september felrood tot oranjerood, als de bladeren al verdwenen zijn.
- Wortels
- Een witachtige knol, enkele centimeters onder de grond, waaruit elk jaar nieuwe bladeren komen.
- Verwarring met
- Italiaanse aronskelk (Arum italicum) heeft wit geaderde bladeren die al in de herfst verschijnen. Jonge bladeren lijken wat op zuring of daslook: daslook heeft lancetvormige bladeren met evenwijdige nerven en ruikt naar look, aronskelk heeft pijlvormige bladeren met netnerven en ruikt niet.
Bloei: april–mei
In je tuin
Waarom in je tuin?
- Een van de eerste groene bladeren in het bos: al vanaf januari vult hij kale plekken onder bomen en struiken.
- De bloeiwijze is een slimme val: de kolf wordt warm en verspreidt een geur die kleine motmuggen in de ketel lokt, waar ze de bloemen bestuiven.
- De oranjerode bessen in juli–september geven kleur op een plek waar verder weinig te zien is.
- Sommige vogels eten de bessen en verspreiden zo de zaden.
- Typische soort van oude bossen en houtkanten: een stukje echte bosflora in je tuin.
Waar staat een gevlekte aronskelk graag?
- In het wild: vochtige loofbossen, houtwallen, hagen en schaduwrijke bermen, vaak op leem- of kalkgrond.
- In de tuin: halfschaduw tot schaduw, onder struiken, aan de voet van een haag of in een bostuin.
- Humusrijke, vochthoudende grond die in de zomer niet helemaal uitdroogt; liefst leem of klei, neutraal tot kalkrijk.
- Kies een plek waar kinderen niet spelen, of waar je de bessen makkelijk kunt weghalen.
Mooi samen met
- Bosanemoon: Bloeit tegelijk wit in dezelfde schaduw en verdwijnt ook in de zomer.
- Speenkruid: Gele sterretjes in maart–april onder struiken; ook een voorjaarsplant die in de zomer verdwijnt.
- Wilde hyacint: Blauwe bloemen in mei op dezelfde vochtige, humusrijke grond.
- Mannetjesvaren: Vult de plek op als de aronskelk in de zomer verdwijnt.
- Hazelaar: Een klassieke struik waaronder de aronskelk graag groeit.
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een gevlekte aronskelk?
- Koop knollen of potplanten bij een kwekerij voor inheemse planten. Graaf nooit planten of knollen uit in de natuur.
- Plant knollen in september–oktober, 8–10 cm diep, met 20–30 cm tussenruimte.
- Potplanten zet je in de herfst of vroeg in het voorjaar, even diep als in de pot.
- Zaaien kan ook: haal in de nazomer het vruchtvlees van rijpe bessen (met handschoenen) en zaai de zaden meteen buiten of in een pot. Ze hebben een koude periode nodig en kiemen vaak pas na een of twee jaar.
- Geef water na het planten en mulch met bladcompost; daarna zorgt hij voor zichzelf.
- Draag handschoenen bij het planten en zaaien: het sap irriteert de huid.
Verzorgen
- Water
- Enkel het eerste voorjaar bij droogte. Daarna niet nodig: in de zomer is de plant in rust.
- Bemesten
- Niet nodig. Een laag bladcompost of afgevallen blad in de herfst is genoeg, net als in het bos.
- Blad laten afsterven
- Laat het blad in juni vanzelf geel worden en verwelken: zo trekt de knol voedsel terug voor volgend jaar.
- Bessen
- Heb je kleine kinderen of een hond die alles proeft? Knip dan de bessenstengels af zodra ze verschijnen (met handschoenen).
- Uitbreiden
- Hij breidt zich langzaam uit met dochterknolletjes en zaad; woekeren doet hij zelden.
Tip: Markeer de plek met een stokje of een steen: in de zomer is de plant onzichtbaar en anders graaf je de knollen per ongeluk op.
Snoeien en maaien
Wanneer: Niet nodig: de plant sterft in de zomer vanzelf af.
Hoe:
- Laat de bladeren staan tot ze helemaal verwelkt zijn; knip ze niet groen af.
- Wil je geen bessen, knip dan na de bloei de kolf met de jonge vruchten af.
- Laat afgestorven blad liggen als natuurlijke mulch.
Let op: Draag altijd handschoenen: het sap en vooral de bessen zijn giftig en irriterend.
Vermeerderen
- Zaad
- In augustus–september rijpe bessen plukken, vruchtvlees verwijderen (met handschoenen) en de zaden meteen buiten zaaien. Ze kiemen na een winter, soms pas na twee jaar; bloei volgt na enkele jaren.
- Knolletjes
- In de nazomer, als de plant in rust is, de kleine zijknolletjes losmaken en elders 8–10 cm diep planten.
Hoe komt een gevlekte aronskelk de winter door?
Winterhard tot −25 °C.
- In de herfst is er bovengronds niets te zien, maar vanaf januari–februari, soms al in december, komen de nieuwe bladeren boven.
- Het blad kan goed tegen vorst; bij strenge vorst hangt het slap, maar het herstelt.
- Volledig winterhard: de knol zit veilig in de grond, ook bij −25 °C.
Ziektes en plagen
- Giftige bessen: Felrode bessen trekken kinderen aan. Knip de bessenstengels weg of kies een plek buiten het speelgebied.
- Slakken: Kunnen het jonge blad aanvreten. Meestal valt de schade mee; laat egels en loopkevers hun werk doen.
- Geen bloei: Jonge planten uit zaad bloeien pas na enkele jaren. Op een te droge of te donkere plek bloeit hij weinig.
- Verwarring met eetbare planten: Pluk je daslook of zuring, kijk dan goed: een aronskelkblad tussen de daslook kan een vergiftiging veroorzaken.
Het jaar rond
- Januari: De eerste bladeren komen boven.
- Februari: Het blad groeit; glanzend groen in de kale tuin.
- Maart: Volop blad. Bladcompost rond de planten strooien.
- April: Bloei: de groene schede met kolf verschijnt.
- Mei: Einde van de bloei. Kijk of er motmuggen in de ketel zitten.
- Juni: Het blad wordt geel en verwelkt.
- Juli: Groene bessentrossen kleuren oranjerood. Wegknippen als er kleine kinderen zijn.
- Augustus: Rode bessen. Rijpe bessen plukken om te zaaien (met handschoenen).
- September: Zaaien of knolletjes verplanten.
- Oktober: Knollen of potplanten planten.
- November: Afgevallen blad als mulch laten liggen.
- December: Rust; soms al de eerste bladpunten.
Jij en deze soort
Wist je dat?
- De kolf kan enkele graden warmer worden dan de lucht. Zo verspreidt hij een geur die motmuggen lokt; haartjes houden de insecten in de ketel vast tot de bestuiving gebeurd is.
- In de 16e eeuw maakte men van de knollen zetmeel om de grote geplooide kragen te stijven; het was zo scherp dat het de handen van de wasvrouwen beschadigde.
- Niet elke gevlekte aronskelk is gevlekt: in veel streken heeft een groot deel van de planten effen groene bladeren.