Twee op een rij
Beuk of haagbeuk? Zo zie je het verschil
Fagus sylvatica · Carpinus betulus
Een beuk herken je aan het blad met een gave, golvende rand en de gladde, zilvergrijze stam; een haagbeuk heeft scherp dubbel gezaagd, geplooid blad en een grijze stam met gedraaide richels.
Voel aan de bladrand. Beukenblad is glad en golvend, met zijdeachtige haartjes als het jong is; haagbeukenblad is scherp dubbel gezaagd en geplooid tussen 10–15 paar nerven. Ondanks zijn naam is de haagbeuk familie van de berk, niet van de beuk.
| Beuk | Haagbeuk | |
|---|---|---|
| Blad | Verspreid, eivormig, 5–10 cm, met gave, golvende rand; jong blad heeft zijdeachtige haartjes langs de rand. 5–9 paar evenwijdige nerven. | Verspreid, eivormig spits, 5–10 cm, scherp dubbel gezaagd, met 10–15 paar evenwijdige nerven waartussen het blad geplooid is. |
| Bloei | April–mei | April–mei |
| Vrucht | Driekantige beukennootjes in een stekelig napje dat openspringt in vier kleppen. | Nootjes aan een drielobbig vleugelblaadje, in hangende trossen. |
| Schors | Glad en zilvergrijs, ook bij heel oude bomen. Knoppen lang, spits en bruin, afstaand van de twijg. | Grijs en glad, met gedraaide richels alsof er spieren onder zitten. Knoppen spits en tegen de twijg aangedrukt. |
| Vorm en hoogte | Loofboom, 25–40 m | Loofboom, 15–25 m, vaak als haag |
| Standplaats | Zon tot schaduw, elke tuingrond, normaal | Zon tot schaduw, elke tuingrond, normaal |
| Inheems in België | Ja | Ja |
| Goed voor bijen, vlinders en vogels | Ja, voor vlinders en vogels | Ja, voor vlinders en vogels |
| Giftig voor mens en huisdier | Niet als giftig bekend | Niet als giftig bekend |
| Snoeimaanden | Juni–september en november–februari | Juni–september en november–februari |
Het beste kenmerk per seizoen
- Lente
- In april–mei is jong beukenblad lichtgroen met een zilveren randje van haartjes; jong haagbeukenblad is meteen geplooid als een harmonica.
- Zomer
- De vruchten verschillen sterk: de beuk heeft driekantige nootjes in een stekelig napje, de haagbeuk trossen nootjes aan een drielobbig vleugelblaadje.
- Herfst
- De beuk kleurt goudbruin tot koperrood, de haagbeuk eerder geel. Beukennootjes vallen in september–oktober uit hun opengesprongen napjes.
- Winter
- Kijk naar de knoppen: bij de beuk lang, spits en sigaarvormig, afstaand van de twijg; bij de haagbeuk korter en tegen de twijg aangedrukt. Als haag houden beide hun dorre, bruine blad vaak tot de lente.
Waar groeien ze?
Beide zijn inheems. De beuk vormt donkere bossen op goed doorlatende leem en kalk, zoals het Zoniënwoud; hij verdraagt geen natte voeten. De haagbeuk groeit op bijna elke grond, ook op zware, natte klei, en staat in eiken-haagbeukenbossen, houtkanten en heggen.
Welke kies je voor je tuin?
- Voor een haag zijn ze allebei uitstekend: dicht, inheems en een nestplaats voor vogels. Kies beuk op droge tot normale, goed doorlatende grond en haagbeuk op zware of natte grond.
- Als vrije boom wordt de beuk 25–40 m hoog en de haagbeuk 15–25 m: allebei te groot voor een kleine tuin. Haagbeuk verdraagt zware snoei nog beter en loopt weer uit uit oud hout.
Wist je dat? De naam haagbeuk zegt het al: hij werd zoveel in hagen geplant dat de haag in zijn naam terechtkwam. Zijn hout is zo hard dat het vroeger voor de tandwielen van molens gebruikt werd.
Verder lezen
- Fiche: Beuk
- Fiche: Haagbeuk
- Beuk snoeien: wanneer en hoe
- Haagbeuk snoeien: wanneer en hoe
- Determinatietabel: de vraag waar ze uit elkaar gaan

