Twee op een rij

Beuk of haagbeuk? Zo zie je het verschil

Fagus sylvatica · Carpinus betulus

Een beuk herken je aan het blad met een gave, golvende rand en de gladde, zilvergrijze stam; een haagbeuk heeft scherp dubbel gezaagd, geplooid blad en een grijze stam met gedraaide richels.

Voel aan de bladrand. Beukenblad is glad en golvend, met zijdeachtige haartjes als het jong is; haagbeukenblad is scherp dubbel gezaagd en geplooid tussen 10–15 paar nerven. Ondanks zijn naam is de haagbeuk familie van de berk, niet van de beuk.

Beuk (Fagus sylvatica)

Foto: Jean-Pol GRANDMONT, CC BY 3.0 · bron

Beuk Fagus sylvatica

Haagbeuk (Carpinus betulus)

Foto: Willow, CC BY 2.5 · bron

Haagbeuk Carpinus betulus

Beuk en haagbeuk naast elkaar
BeukHaagbeuk
BladVerspreid, eivormig, 5–10 cm, met gave, golvende rand; jong blad heeft zijdeachtige haartjes langs de rand. 5–9 paar evenwijdige nerven.Verspreid, eivormig spits, 5–10 cm, scherp dubbel gezaagd, met 10–15 paar evenwijdige nerven waartussen het blad geplooid is.
BloeiApril–meiApril–mei
VruchtDriekantige beukennootjes in een stekelig napje dat openspringt in vier kleppen.Nootjes aan een drielobbig vleugelblaadje, in hangende trossen.
SchorsGlad en zilvergrijs, ook bij heel oude bomen. Knoppen lang, spits en bruin, afstaand van de twijg.Grijs en glad, met gedraaide richels alsof er spieren onder zitten. Knoppen spits en tegen de twijg aangedrukt.
Vorm en hoogteLoofboom, 25–40 mLoofboom, 15–25 m, vaak als haag
StandplaatsZon tot schaduw, elke tuingrond, normaalZon tot schaduw, elke tuingrond, normaal
Inheems in BelgiëJaJa
Goed voor bijen, vlinders en vogelsJa, voor vlinders en vogelsJa, voor vlinders en vogels
Giftig voor mens en huisdierNiet als giftig bekendNiet als giftig bekend
SnoeimaandenJuni–september en november–februariJuni–september en november–februari

Het beste kenmerk per seizoen

Lente
In april–mei is jong beukenblad lichtgroen met een zilveren randje van haartjes; jong haagbeukenblad is meteen geplooid als een harmonica.
Zomer
De vruchten verschillen sterk: de beuk heeft driekantige nootjes in een stekelig napje, de haagbeuk trossen nootjes aan een drielobbig vleugelblaadje.
Herfst
De beuk kleurt goudbruin tot koperrood, de haagbeuk eerder geel. Beukennootjes vallen in september–oktober uit hun opengesprongen napjes.
Winter
Kijk naar de knoppen: bij de beuk lang, spits en sigaarvormig, afstaand van de twijg; bij de haagbeuk korter en tegen de twijg aangedrukt. Als haag houden beide hun dorre, bruine blad vaak tot de lente.

Waar groeien ze?

Beide zijn inheems. De beuk vormt donkere bossen op goed doorlatende leem en kalk, zoals het Zoniënwoud; hij verdraagt geen natte voeten. De haagbeuk groeit op bijna elke grond, ook op zware, natte klei, en staat in eiken-haagbeukenbossen, houtkanten en heggen.

Welke kies je voor je tuin?

  • Voor een haag zijn ze allebei uitstekend: dicht, inheems en een nestplaats voor vogels. Kies beuk op droge tot normale, goed doorlatende grond en haagbeuk op zware of natte grond.
  • Als vrije boom wordt de beuk 25–40 m hoog en de haagbeuk 15–25 m: allebei te groot voor een kleine tuin. Haagbeuk verdraagt zware snoei nog beter en loopt weer uit uit oud hout.

Wist je dat? De naam haagbeuk zegt het al: hij werd zoveel in hagen geplant dat de haag in zijn naam terechtkwam. Zijn hout is zo hard dat het vroeger voor de tandwielen van molens gebruikt werd.

Verder lezen

Lijkt ook op

Alle soorten die op elkaar lijken

Laden…