Twee op een rij

Blauwspar of fijnspar? Zo zie je het verschil

Picea pungens · Picea abies

Een blauwspar herken je aan de zeer stijve, scherp stekende, blauwgrijze tot zilverblauwe naalden en de kegels van 6–10 cm; een fijnspar heeft groene, minder stekende naalden, langere kegels van 10–15 cm en zijtwijgen die als gordijnen afhangen.

Kijk naar de kleur en grijp voorzichtig een twijg: bij de blauwspar zijn de naalden blauwig door een waslaagje en prikken ze echt, bij de fijnspar zijn ze groen en stijf, maar minder scherp. Beide hebben vierkante naalden rondom de twijg, op kleine houten pinnetjes, en hangende kegels. Niet elke blauwspar is even blauw: er zijn ook groenere vormen.

Blauwspar (Picea pungens)

Foto: USDA-NRCS PLANTS Database / Herman, D.E. et al. 1996. North Dakota tree handbook. USDA NRCS ND State, Public domain · bron

Blauwspar Picea pungens

Fijnspar (Picea abies)

Foto: Ivar Leidus, CC BY-SA 3.0 ee · bron

Fijnspar Picea abies

Blauwspar en fijnspar naast elkaar
BlauwsparFijnspar
NaaldenNaalden 2–3 cm, vierkant in doorsnede, zeer stijf en scherp stekend, blauwgrijs tot zilverblauw (‘Glauca’), rondom de twijg op kleine houten pinnetjes.Naalden 1–2,5 cm, stijf, puntig en vierkant in doorsnede (je kan ze tussen je vingers rollen). Ze staan rondom de twijg op kleine houten pinnetjes die achterblijven als de naald afvalt.
Bloei––
Kegels en zadenHangende, lichtbruine kegels van 6–10 cm met gekreukte schubranden.Hangende, sigaarvormige kegels van 10–15 cm die in hun geheel afvallen.
SchorsGrijs en schubbig.Roodbruin, dun en in kleine ronde schubben afschilferend.
Vorm en hoogteNaaldboom, 15–25 m (in tuinen meestal 10–15 m)Naaldboom, 30–50 m
StandplaatsVolle zon, elke tuingrond, normaalZon of halfschaduw, zure grond, normaal
Inheems in BelgiëNee, aangeplantNee, ingeburgerd
Goed voor bijen, vlinders en vogelsJa, voor vogelsJa, voor vogels
Giftig voor mens en huisdierNiet als giftig bekendNiet als giftig bekend
SnoeimaandenMei–juniAugustus–september

Het beste kenmerk per seizoen

Lente
In mei lopen de knoppen uit: de jonge scheuten van de blauwspar zijn vaak zilverblauw, die van de fijnspar fris lichtgroen. Bij beide zitten de kegels vooral hoog in de kroon.
Zomer
De vorm verraadt ze: de blauwspar is een regelmatige, dichte kegel met takken tot op de grond; de fijnspar heeft een smalle kroon met lang afhangende zijtwijgen.
Herfst
De kegels zijn rijp: lichtbruin, 6–10 cm, met gekreukte schubranden bij de blauwspar; sigaarvormig en 10–15 cm bij de fijnspar. Bij beide vallen ze in hun geheel af.
Winter
Groenblijvend, dus het hele jaar te vergelijken. Kijk naar de schors: grijs en schubbig bij de blauwspar, roodbruin en in kleine ronde schubben afschilferend bij de fijnspar.

Waar groeien ze?

De blauwspar komt uit de Rocky Mountains en staat bij ons vooral in tuinen, parken en kerstboomkwekerijen. De fijnspar komt van nature voor in de bergen en het noorden van Europa; bij ons staat hij in veel aangeplante bossen, vooral in de Ardennen.

Welke kies je voor je tuin?

  • De fijnspar is met 30–50 m te groot voor een tuin en waait bij storm makkelijk om; in een kleine tuin passen dwergvormen zoals de nestspar. Ook de blauwspar wordt in een tuin 10–15 m hoog en 5 m breed: kies voor een kleine tuin een trage of dwergvorm.
  • Beide wortelen ondiep, en onder de kroon is het droog en zuur: daar groeit weinig. De naalden van de blauwspar prikken scherp: plant hem niet naast een pad, een speelplek of een zitplek. In ons vochtige klimaat is hij ook gevoelig voor de sitkaluis.

Wist je dat? De naalden van beide sparren staan op kleine houten pinnetjes die op de twijg achterblijven als de naald afvalt: een kale sparrentwijg voelt daardoor ruw als een rasp, een kale twijg van een zilverspar glad.

Verder lezen

Lijkt ook op

Herkennen per kenmerk

Alle soorten die op elkaar lijken

Laden…