Twee op een rij
Fijnspar of gewone zilverspar? Zo zie je het verschil
Picea abies · Abies alba
Een fijnspar herken je aan de stekende, vierkante naalden op houtige pinnetjes en de hangende kegels; een gewone zilverspar heeft platte, zachte naalden met twee witte strepen onderaan en kegels die rechtop staan.
Grijp een twijg vast: steekt het, dan is het een fijnspar; voelt het zacht, dan is het een zilverspar. Rol een naald tussen je vingers: de vierkante naald van de fijnspar rolt, de platte naald van de zilverspar niet.
| Fijnspar | Gewone zilverspar | |
|---|---|---|
| Naalden | Naalden 1–2,5 cm, stijf, puntig en vierkant in doorsnede (je kan ze tussen je vingers rollen). Ze staan rondom de twijg op kleine houten pinnetjes die achterblijven als de naald afvalt. | Naalden 1,5–3 cm, plat en zacht met een stompe of ingekeepte top; onderaan twee witte strepen. Ze staan in twee zijdelingse rijen (kamvormig). De voet is verbreed als een zuignapje en laat een rond litteken na op een gladde twijg. |
| Bloei | – | – |
| Kegels en zaden | Hangende, sigaarvormige kegels van 10–15 cm die in hun geheel afvallen. | Rechtopstaande kegels van 10–15 cm die op de boom uiteenvallen; alleen de spil blijft staan. |
| Schors | Roodbruin, dun en in kleine ronde schubben afschilferend. | Glad en zilvergrijs, bij oude bomen in kleine platen. |
| Vorm en hoogte | Naaldboom, 30–50 m | Naaldboom, 30–50 m |
| Standplaats | Zon of halfschaduw, zure grond, normaal | Halfschaduw of schaduw, elke tuingrond, normaal |
| Inheems in België | Nee, ingeburgerd | Nee, aangeplant |
| Goed voor bijen, vlinders en vogels | Ja, voor vogels | Weinig |
| Giftig voor mens en huisdier | Niet als giftig bekend | Niet als giftig bekend |
| Snoeimaanden | Augustus–september | Augustus–september |
Het beste kenmerk per seizoen
- Lente
- De nieuwe scheuten zijn bij beide lichtgroen. Kijk waar de naalden vastzitten: bij de fijnspar op kleine houten pinnetjes, bij de zilverspar met een voetje als een zuignapje.
- Zomer
- De kegels staan bij de zilverspar rechtop bovenin de kroon, bij de fijnspar hangen ze als sigaren aan de takken.
- Herfst
- Onder een fijnspar vind je hele kegels, want die vallen in hun geheel af; onder een zilverspar vind je losse schubben, want de kegels vallen op de boom uiteen en alleen de spil blijft staan.
- Winter
- Beide zijn wintergroen. Trek een naald los: bij de fijnspar blijft een houten pinnetje achter op een ruwe twijg, bij de zilverspar een rond litteken op een gladde twijg. De schors is roodbruin en schilferig bij de fijnspar, glad en zilvergrijs bij de zilverspar.
Waar groeien ze?
Geen van beide is bij ons inheems. De fijnspar komt uit de bergen en het noorden van Europa en staat in veel bossen, vooral in de Ardennen. De gewone zilverspar komt uit de middengebergtes, zoals de Vogezen en het Zwarte Woud, en wordt bij ons weinig aangeplant.
Welke kies je voor je tuin?
- Beide worden 30–50 m hoog: veel te groot voor een tuin. De fijnspar wortelt ondiep en waait bij storm makkelijk om; de zilverspar heeft het moeilijk met droogte en late nachtvorst.
- Wil je een kerstboom in de tuin planten, kies dan een dwergvorm zoals de nestspar, of plant hem ver van het huis. Voor de natuur scoort een inheemse boom of struik beter.
Wist je dat? De fijnspar was de klassieke kerstboom, maar die rol is grotendeels overgenomen door de Kaukasische zilverspar of nordmannspar, die zijn zachte naalden langer houdt.
Verder lezen
- Fiche: Fijnspar
- Fiche: Gewone zilverspar
- Fijnspar snoeien: wanneer en hoe
- Gewone zilverspar snoeien: wanneer en hoe
- Determinatietabel: de vraag waar ze uit elkaar gaan

