Twee op een rij
Struikhei of gewone dophei? Zo zie je het verschil
Calluna vulgaris · Erica tetralix
Een struikhei herken je aan de piepkleine schubblaadjes in vier rijen tegen de twijgjes en de lila bloempjes in lange trossen in augustus–september; een gewone dophei heeft grijsgroene, behaarde naaldblaadjes in kransjes van vier en roze klokjes in tuiltjes aan de toppen.
Kijk waar ze groeien: struikhei op droge heide, dophei op natte heide en rond vennen. Van dichtbij: lila bloempjes verspreid langs lange trossen bij de struikhei, een tuiltje grote roze klokjes aan de top bij de dophei.
| Struikhei | Gewone dophei | |
|---|---|---|
| Blad | Piepkleine, schubvormige blaadjes (1–3 mm) in vier rijen dicht tegen de twijgjes. | Naaldvormige blaadjes van 3–5 mm in kransen van vier, grijsgroen en met klierharen. |
| Bloei | Kleine lila (soms witte) klokjes in lange trossen, augustus–september. | Roze, eivormige klokjes in tuiltjes aan de toppen, juni–september. |
| Vrucht | Kleine doosvruchtjes. | Kleine doosvruchtjes. |
| Schors | Dunne, taaie houtige stengels. | Dunne, behaarde stengeltjes. |
| Vorm en hoogte | Dwergstruik, 0,2–1 m | Dwergstruik, 20–50 cm |
| Standplaats | Volle zon, zure grond, droog | Volle zon, zure grond, vochtig tot nat |
| Inheems in België | Ja | Ja |
| Goed voor bijen, vlinders en vogels | Ja, voor bijen en vlinders | Ja, voor bijen en vlinders |
| Giftig voor mens en huisdier | Niet als giftig bekend | Niet als giftig bekend |
| Snoeimaanden | Maart–april | Maart–april |
Het beste kenmerk per seizoen
- Lente
- Beide lopen in april weer uit. Het grijsgroene, behaarde blad van de dophei staat in kransjes van vier, het blad van de struikhei ligt als schubjes in vier rijen tegen de twijg.
- Zomer
- De dophei bloeit eerst, van juni tot september, met roze, eivormige klokjes; de struikhei kleurt de heide lila in augustus–september.
- Herfst
- De struikhei bloeit tot in oktober en blijft daarna bruin-lila van de uitgebloeide bloempjes; de dophei draagt droge, bruine klokjes aan de toppen.
- Winter
- Beide zijn groenblijvende dwergstruikjes. De struikhei wordt hoger, tot 1 m, en is taai en houtig; de dophei blijft laag, 20–50 cm, met behaarde stengeltjes.
Waar groeien ze?
Beide zijn inheems. De struikhei is het beeld van de droge heide in de Kempen en op de Veluwe; de gewone dophei groeit op natte, zure heide, rond vennen en in hoogvenen. Waar droge en natte heide in elkaar overgaan, groeien ze naast elkaar.
Welke kies je voor je tuin?
- Beide willen zon en zure grond: struikhei op droge zandgrond, dophei op vochtige tot natte grond. In een tuin op kalkrijke of gewone grond kwijnen ze weg; kies dan liever een winterbloeiende heide.
- Voor bijen en vlinders zijn ze allebei waardevol, de struikhei vooral in de nazomer. Knip ze in maart–april licht terug, zodat ze dicht blijven en goed bloeien.
Wist je dat? Heidehoning van de struikhei is een streekspecialiteit van de Kempen: zo dik dat imkers hem eerst moeten losroeren voor ze hem kunnen slingeren.
Verder lezen
- Fiche: Struikhei
- Fiche: Gewone dophei
- Struikhei snoeien: wanneer en hoe
- Gewone dophei snoeien: wanneer en hoe
- Determinatietabel: de vraag waar ze uit elkaar gaan

