Natuurtuin
Een groene gevel met klimplanten: zo begin je
Een groene gevel maak je met een klimplant op 30–50 cm van de muur: klimop of klimhortensia hechten zich zelf vast, kamperfoelie, hop en bosrank slingeren en hebben draden of een rek nodig.
Wat doe je?
- Kies de muur: klimop en klimhortensia groeien ook op het noorden, kamperfoelie en hop willen meer zon.
- Kijk de muur na: zelfhechters zoals klimop beschadigen gezond metselwerk niet, maar dringen wel in scheuren en losse voegen. Herstel die eerst.
- Span bij slingerplanten stevige draden of een rek op 5–10 cm van de muur.
- Plant in maart–april of oktober–november op 30–50 cm van de gevel, in een plantgat met goede grond, en geef het eerste jaar water in droge periodes.
- Houd de plant weg van dakgoten, pannen en ramen door één keer per jaar te snoeien, buiten het broedseizoen.
Let op: Klimop, bosrank en de bessen van kamperfoelie zijn giftig voor mensen en huisdieren.
Waarom helpt het?
- Een begroeide gevel koelt het huis in de zomer, houdt in de winter wat warmte vast en geeft vogels nestplaatsen en insecten schuilplaatsen, zelfs in een tuin zonder grond.
- Klimop bloeit in september–november, als er bijna niets meer bloeit, en draagt bessen in de late winter: een van de beste planten voor natuur op weinig ruimte.
Welke planten?
- Klimop Hedera helix Klimplant · bloeit september–november InheemsGiftig
- Wilde kamperfoelie Lonicera periclymenum Klimplant · bloeit juni–september InheemsGiftig
- Hop Humulus lupulus Klimplant · bloeit juli–augustus Inheems
- Bosrank Clematis vitalba Klimplant · bloeit juli–september InheemsGiftig
- Klimhortensia Hydrangea anomala subsp. petiolaris Klimplant · bloeit juni–juli
Wanneer?
Maart–april en oktober–november.
Tuinwerk in maartTuinwerk in aprilTuinwerk in oktoberTuinwerk in november
Doe mee met de uitdaging
-
Hang een nestkast op (februari–maart)
Hang een nestkast op 2 à 3 m hoogte, met de opening naar het oosten of zuidoosten, uit de felle zon en de wind.
Wist je dat? Klimop draagt twee soorten blad: gelobd aan de klimmende takken, en ovaal aan de bloeiende takken bovenaan, die niet meer klimmen.