Hop (Humulus lupulus)

Foto: Rasbak, CC BY-SA 3.0 · bron

Klimplant · Hennepfamilie (Cannabaceae)

Hop

Humulus lupulus · ook: Wilde hop

Hop is een inheemse, kruidachtige slingerplant die elk voorjaar uit zijn wortelstok opschiet en in één seizoen 4–8 m hoog om een paal, touw of struik windt. In de herfst sterft hij boven de grond af. Vrouwelijke planten dragen in de nazomer lichtgroene hopbellen, die bier zijn bitterheid en aroma geven. In het wild groeit hij in vochtige bosranden, hagen en langs beken; in de tuin maakt hij elke zomer snel een groene wand over een pergola of hek.

Let op: Hopbellen – vers, gedroogd of na het bierbrouwen – zijn giftig voor honden: ze kunnen een gevaarlijk hoge koorts veroorzaken. Laat ze niet rondslingeren. De ruwe stengels schuren de huid.

  • Licht

    Zon of halfschaduw

    liefst wat zon

  • Vocht

    Normaal

    geen natte voeten

  • Grond

    Elke tuingrond

    elke zuurtegraad

  • Winterhard

    In heel België

    geen bescherming nodig

  • Grootte

    slingert 4–8 m per jaar

    hoog

  • Bloei

    juli–augustus

Feiten op een rij
Snoeimaandennovember–maart
Hoogteslingert 4–8 m per jaar
Inheems in BelgiëJa
Giftig voor mens en huisdierDeels: zie Let op bovenaan
Bloeijuli–augustus

Herkennen

Hoe herken je een hop?

Groeivorm
Kruidachtige slingerplant die elk jaar 4–8 m om een steun windt en in de herfst afsterft; hij overwintert met een wortelstok en vormt uitlopers.
Blad
Tegenoverstaand, 10–15 cm, handvormig 3–5-lobbig (bovenaan soms ongelobd), grof gezaagd en ruw.
Stengels
Kantige stengels met haakharen die ruw aanvoelen; ze sterven in de herfst af en lopen elke lente opnieuw uit de wortelstok uit.
Bloem
Tweehuizig: mannelijke planten met losse pluimen kleine geelgroene bloempjes, vrouwelijke met groene, kegelvormige bloeiwijzen, juli–augustus.
Vrucht
Hopbellen: lichtgroene kegeltjes (2–4 cm) van dakpansgewijze schubben met gele, bitter geurende klierkorrels (lupuline), augustus–september.
Verschil met de heggenrank
De heggenrank klimt met krulranken en heeft verspreid blad en rode bessen.
Verschil met de wijnstok
De wijnstok is houtig, met verspreid blad, ranken tegenover het blad en druiven.

Bloei: juli–augustus · Oogst en vruchten: maart–april en augustus–september · Snoeien: november–maart

Herkennen per kenmerk: Slingerende klimplanten

Lijkt op, maar is het niet

In je tuin

Waarom in je tuin?

  • Maakt elke zomer in een paar maanden een dichte, groene wand of schaduw over een pergola.
  • Inheems en volledig winterhard; hij sterft elke winter af, zodat hij de steun niet blijvend belast.
  • Decoratieve hopbellen in de nazomer, vers of gedroogd.
  • Waardplant van de gehakkelde aurelia; de dichte ranken zijn een schuilplaats voor insecten en vogels.
  • De jonge scheuten zijn eetbaar: hopscheuten, een Poperingse delicatesse.

Waar staat een hop graag?

  • Zon tot halfschaduw; in de zon groeit hij het snelst en maakt hij de meeste hopbellen.
  • Voedselrijke grond die niet uitdroogt.
  • Hij slingert met zijn ruwe stengels om een touw, paal, draden of pergola en heeft geen hechtwortels: muren beschadigt hij niet. Een stevig touw of verticale draden zijn genoeg.
  • Hij sterft elke winter af, maar groeit in de zomer snel: houd hem uit dakgoten en weg van kleine struiken en jonge bomen, die hij overwoekert.
  • Met zijn uitlopers verspreidt hij zich ondergronds: geef hem een plek waar dat geen kwaad kan.
Licht
Zon of halfschaduw
Grond
Elke tuingrond
Vocht
Normaal
Grootte
6 m hoog, 2 m breed
Winterhard
In heel België, geen bescherming nodig

Mooi samen met

  • Hazelaar: Hop slingert in een natuurlijke houtkant door de hazelaar, zoals in het wild.
  • Katwilg: Samen in een vochtige, natuurlijke haag of langs een beek of vijver.
  • Gewone vlier: Een andere inheemse soort van vochtige, voedselrijke grond: samen bloesem, bessen en hopbellen in een wilde haag.

Past goed bij, en liever niet bij

Past goed bij

Onderhoud

Hoe en wanneer plant je een hop?

  1. Plant in het voorjaar (maart–april) of in de herfst.
  2. Plant aan de voet van een paal, pergola of touw; reken op één plant per paal of per 1–2 m hek.
  3. Werk compost of goed verteerde mest door de grond.
  4. Wil je hopbellen, koop dan een vrouwelijke plant: zaailingen kunnen mannelijk zijn. ‘Aureus’ is een tuinvorm met geelgroen blad.

Verzorgen

Water
Bij droogte, vooral in de zomer, als hij snel groeit.
Bemesten
In het voorjaar compost of goed verteerde mest aan de voet.
Leiden
Kies in april–mei 3–4 sterke scheuten per plant, leid ze om het touw en knip de rest weg.
Uitlopers
Steek uitlopers die te ver gaan elk voorjaar af.
Hopbellen
Pluk ze eind augustus–september, als ze papierachtig aanvoelen en geel poeder (lupuline) loslaten.

Tip: Laat hop langs een stevig touw tussen de grond en een haak of pergola groeien: in de winter knip je touw en stengels samen weg, en in de lente hang je een nieuw touw op.

Wanneer snoei je een hop?

Snoeimaanden: november–maart.

Wanneer: In de late herfst of de winter (november–maart), als de stengels afgestorven zijn.

Hoe:

  • Knip alle dode stengels vlak boven de grond af en haal ze van de steun.
  • In de lente lopen er nieuwe scheuten uit: houd er een paar per plant en leid ze langs een touw of draad.
  • Je mag een deel van de dode stengels tot februari laten staan: ze zijn een winterschuilplaats voor insecten.

Let op: De ruwe stengels schuren de huid: draag handschoenen en lange mouwen.

Snoeien: wanneer en hoe · Snoeikalender en basisregels

Vermeerderen

Delen
Steek in het voorjaar een stuk wortelstok met een paar knoppen af en plant het meteen op zijn nieuwe plek.
Stekken
Jonge scheuten wortelen in de lente of vroege zomer als stek in een potje.

Hoe komt een hop de winter door?

Winterhard in heel België: geen bescherming nodig.

  • Volledig winterhard: de wortelstok overleeft elke winter.
  • Boven de grond sterft hij in de herfst helemaal af; in maart–april komen de nieuwe scheuten op.

Ziektes en plagen

  • Bladluis: Luizen op de bladonderkant en scheuttoppen in de zomer. Spuit met water; lieveheersbeestjes doen de rest.
  • Meeldauw: Witte, poederige laag op blad en hopbellen, vooral bij droogte of op een benauwde plek. Knip aangetaste delen weg en geef water.
  • Spint: Fijn gespikkeld, dof blad met spinsel in hete, droge zomers. Sproei het blad af.
  • Woekering: Uitlopers die overal in de border opduiken. Steek ze elk voorjaar af met een spade.

Het jaar rond

  • Januari: Snoeien: dode stengels wegknippen en van de steun halen.
  • Februari: Snoeien: de laatste dode stengels weg; touwen en draden nakijken.
  • Maart: Laatste snoei voor de nieuwe scheuten opkomen; hopscheuten oogsten; planten.
  • April: 3–4 sterke scheuten per plant kiezen en om het touw leiden; uitlopers afsteken.
  • Juni: Snelle groei; water geven bij droogte.
  • Augustus: Hopbellen vormen zich.
  • September: Hopbellen plukken en drogen.
  • November: De stengels sterven af: snoeien, of een deel laten staan voor insecten.
  • December: Snoeien: dode stengels wegknippen.

Gebruiken

Wat kan je ermee?

Eten en drinken
Hopscheuten: de jonge, witte scheuten in maart, een Poperingse delicatesse.
Ook gebruikt voor
De hopbellen geven bier zijn bitterheid en aroma; in een kussentje zouden ze helpen bij het inslapen.
Voor de natuur
Waardplant van de gehakkelde aurelia; de dichte ranken zijn een schuilplaats voor insecten en vogels.
Tuin en landschap
Snelle groene zomerwand voor een pergola of hek; sterft elke winter af.

Let op: Hopbellen, ook gebruikte van het bierbrouwen, zijn giftig voor honden.

Eetbaar en bruikbaar

Jonge scheuten (maart–april)
Steek of knip de jonge scheuten in maart en april, als ze 15–25 cm lang zijn en de top nog gesloten en stevig is. Neem per plant maar enkele scheuten, zodat ze verder kan groeien. Wil je bleke scheuten, laat ze dan opkomen onder een omgekeerde emmer of een laagje aarde. Knip ze net boven de grond af en breek het taaie onderste stuk weg. Eet ze nooit rauw: kook ze altijd gaar, ongeveer zoals asperges.
Bloemen (augustus–september)
Pluk de hopbellen eind augustus en in september, als ze lichtgroen tot geelgroen zijn, licht en papierachtig aanvoelen, plakkerig zijn van de gele klierkorrels en sterk bitter ruiken. Zijn ze bruin of slap, dan zijn ze te laat. Knip ze met een stukje steel af en gebruik ze meteen of laat ze drogen. Hopbellen zijn krachtig bitter: een handvol volstaat voor de meeste recepten.
Bewaring
Verse hopscheuten bewaar je in een vochtige doek in de koelkast en gebruik je binnen 2 dagen; blancheer ze 2 minuten en vries ze in als je ze langer wilt bewaren. Hopbellen droog je in een dunne laag op een rooster op een luchtige, schaduwrijke plek (5–7 dagen) of in een droogoven op hoogstens 40 °C, tot de schubben knisperen. Bewaar ze droog, donker en luchtdicht; ze houden hun aroma ongeveer een jaar.
Fermenteren
Hopbellen zijn het kruid van bier: ze geven bitterheid en aroma en helpen het bier langer goed te blijven. Wie zelf bier brouwt, kookt de bellen mee in de wort. Dat vraagt mout, gist en zorgvuldig gereinigd materiaal en valt buiten deze recepten.

Let op: Eet hopscheuten alleen gekookt en alleen als je ze zeker herkent. Verwar ze niet met de scheuten van heggenrank (Bryonia dioica) en spekwortel (Tamus communis), die giftig zijn. Hop heeft een ruwe, hoekige stengel met kleine haakjes, tegenoverstaande bladeren en windt zich om steunen zonder ranken; heggenrank heeft spiraalranken en wisselstandige bladeren, spekwortel glanzende, hartvormige bladeren. Haartjes en klierkorrels van hop kunnen bij gevoelige mensen de huid irriteren: draag handschoenen. Hopthee is krachtig en bitter: drink geen grote hoeveelheden. Hop is giftig voor honden, ook de afgewerkte bellen van het bierbrouwen: houd ze buiten hun bereik. Pluk niet in natuurgebieden, ver van drukke wegen en bespoten velden, en eet nooit iets wat je niet met zekerheid herkend hebt.

Eten en gebruiken doe je op eigen risico: zie de gebruiksvoorwaarden.

Recepten

Jij en deze soort

Wist je dat?

  • In het Hoppeland rond Poperinge zijn hopscheuten een gegeerde lentegroente: de jonge, witte scheuten worden in maart uit de grond gestoken en behoren tot de duurste groenten.
  • Hop is familie van hennep: beide horen bij de hennepfamilie (Cannabaceae).
  • In een kussentje gevuld met hopbellen zou je beter inslapen.

Alle soorten · Determinatietabel · Snoeikalender

Laden…