Groene els (Alnus alnobetula)

Foto: Simon Eugster --– Simon / ?! 07:52, 20 October 2006 (UTC), CC BY-SA 3.0 · bron

Struik · Berkenfamilie (Betulaceae)

Groene els

Alnus alnobetula

In andere talen: Aulne vert (Français) · Green alder (English)

Komt in het wild voor in Europa, maar niet in België.

De groene els is een meerstammige struik uit de bergen van Europa, vooral de Alpen en de Karpaten, met nauwe verwanten tot in het hoge noorden van Azië en Noord-Amerika. Hij groeit in het wild rond de boomgrens, op lawinebanen, vochtige hellingen en langs bergbeken, waar hij dichte struwelen vormt. Zijn buigzame stammen leggen zich onder de sneeuw plat en veren in het voorjaar weer op. Je herkent hem aan het frisgroene, scherp dubbel gezaagde blad, aan de spitse knoppen zonder steeltje en aan de vrouwelijke katjes die pas samen met het blad verschijnen, later dan bij andere elzen. In België staat hij alleen aangeplant; als stikstofbinder is hij een stevige struik voor arme, vochtige grond.

  • Licht

    Zon of halfschaduw

    liefst wat zon

  • Vocht

    Normaal tot nat

    mag niet uitdrogen

  • Winterhard

    Volledig winterhard

    tot -40 °C

  • Grootte

    2,5 m

    hoog, 2,5 m breed

  • Bloei

    april–mei

Feiten op een rij
Snoeimaandendecember–februari
Hoogte2,5 m
Inheems in BelgiëNee, aangeplant
Bloeiapril–mei

Herkennen

Zo herken je hem

Groeivorm
Meerstammige, brede struik van 1–3 m, in het wild soms tot 5 m, met buigzame, vaak boogvormig opgaande stammen. Schors glad, grijs tot grijsbruin.
Blad
Afwisselend, eirond tot elliptisch, 3–8 cm, met een spitse top en een fijn, scherp dubbel gezaagde rand; frisgroen en jong wat kleverig. Geen ingedeukte top zoals bij de zwarte els.
Knoppen
Zittend, dus zonder steeltje, spits, glanzend en wat kleverig. Bij zwarte en grauwe els zijn de knoppen gesteeld.
Bloem
Eenhuizig. De lange, gele mannelijke katjes worden al in de zomer gevormd en hangen de winter over naakt aan de takken; ze bloeien in april–mei. De vrouwelijke katjes zitten de winter over in de knoppen en verschijnen pas samen met het blad. Bestoven door de wind.
Vrucht/Zaad
Kleine, eivormige elzenproppen van 1–1,5 cm aan lange steeltjes, eerst groen, later bruin en houtig. De nootjes hebben een brede, vliezige vleugel.
Verwarring met
Zwarte els: boom met rond blad met een ingedeukte top, gesteelde knoppen en bloei in februari–maart, voor het blad. Grauwe els: boom met een grijs behaarde bladonderkant en gesteelde knoppen. Hazelaar: rond, zacht behaard blad en hazelnoten in plaats van elzenproppen.

Bloei: april–mei · Snoeien: december–februari

In je tuin

Waarom in je tuin?

  • Bindt met hulp van wortelknolletjes stikstof uit de lucht, zodat hij ook op arme, kale grond goed groeit.
  • Een stevige struik voor koele, vochtige plekken en hellingen: de wortels houden de grond vast.
  • Zoals bij andere elzen zijn de zaadjes in de kleine proppen wintervoer voor sijsjes en barmsijzen.
  • Zoals andere elzen voedt hij rupsen van verschillende nachtvlinders en andere insecten.
  • Blijft veel kleiner dan de zwarte els en de grauwe els, en past dus ook in een gewone tuin.
  • Een bijzondere bergplant voor wie een stukje Alpen in de tuin wil, bijvoorbeeld aan een vijverrand.

Waar staat een groene els graag?

  • In het wild: lawinebanen, steile, vochtige hellingen, oevers van bergbeken en open plekken rond de boomgrens, meestal op kalkarme grond.
  • Zon tot halfschaduw, op een koele plek; op een hete, droge plek lijdt hij.
  • Vochtige tot natte, liefst zure tot neutrale grond: leem, zand of grind. Arm mag, droog niet.
  • In de tuin: aan een vijverrand, op een noordhelling of in een vochtige border; als losse struik of in een groep op een talud dat je wilt vastleggen.

Mooi samen met

  • Wilde lijsterbes: Groeit in de bergen vaak samen met de groene els; witte bloemen en oranjerode bessen voor vogels.
  • Bosgeitenbaard: Hoge, roomwitte pluimen in juni op dezelfde koele, vochtige plek.
  • Wijfjesvaren: Fijn, frisgroen loof voor de voet, in halfschaduw.
  • Moerasspirea: Geurige, roomwitte pluimen in de zomer op natte grond.

Onderhoud

Hoe en wanneer plant je een groene els?

  1. Koop een plant bij een kwekerij voor inheemse of bijzondere heesters; hij is niet overal te koop. Haal nooit planten of zaailingen uit het wild, ook niet in de bergen op vakantie.
  2. Plant in de winterrust, van november tot maart, als de grond niet bevroren is.
  3. Graaf een plantgat dubbel zo breed als de kluit en voeg geen mest toe.
  4. Zet de plant even diep als in de pot, druk de grond goed aan en geef meteen flink water.
  5. Reken op 1,5–2 m tussen de planten voor een groep of een losse haag.
  6. Hou de grond het eerste jaar vochtig en leg een laag bladcompost rond de voet.

Verzorgen

Water
Hij mag nooit lang uitdrogen. Het eerste jaar wekelijks bij droogte; daarna alleen in lange, droge zomers.
Bemesten
Niet nodig: hij maakt zijn eigen stikstof met de wortelknolletjes.
Mulchen
Een laag bladcompost of houtsnippers houdt de grond koel en vochtig.
Grond
Hij groeit het best op zure tot neutrale grond; op sterk kalkrijke grond doet hij het minder goed.
Ruimte
Hij vormt een dicht struweel. Om de paar jaar een paar oude stammen weghalen houdt hem open en binnen de perken.

Tip: Plant hem op de koelste, vochtigste plek van je tuin, bijvoorbeeld aan de noordkant van een vijver: daar voelt deze bergstruik zich thuis en blijft zijn blad tot in de herfst fris.

Snoeien en maaien

Snoeimaanden: december–februari.

Wanneer: In de winter, van december tot februari, buiten het broedseizoen.

Hoe:

  • Weinig nodig: haal dode en gebroken takken weg en dun een te dichte struik uit door een paar oude stammen aan de voet af te zagen.
  • Wordt hij te groot, zet hem dan om de 5–10 jaar helemaal af tot 10–20 cm boven de grond; hij loopt krachtig opnieuw uit.
  • Zet gespreid af, telkens een deel van de stammen, zodat er altijd dekking blijft voor vogels.

Snoeien: wanneer en hoe · Snoeikalender en basisregels

Vermeerderen

Zaad
Pluk de proppen in oktober–november, laat ze drogen tot ze opengaan en zaai de zaadjes in de herfst in een pot buiten, oppervlakkig op vochtige grond. De winterkou verbetert de kieming.
Afleggen
Leg in het voorjaar een lage tak in de grond en pin hem vast; na een jaar heeft hij wortels en kun je hem loskoppelen. In de bergen gebeurt dat vanzelf onder de sneeuw.

Hoe komt een groene els de winter door?

Winterhard tot −40 °C.

  • Bladverliezend: het blad valt in de herfst vaak nog groen of geelgroen af.
  • Uiterst winterhard, tot −40 °C en kouder; in de bergen overwintert hij onder een dik sneeuwpak.
  • De naakte mannelijke katjes en de kleine, bruine proppen hangen de hele winter aan de takken.
  • Sijsjes en andere vinken zoeken in de winter de zaadjes uit de proppen.

Ziektes en plagen

  • Elzenhaantje: Kleine, staalblauwe kevertjes en hun zwarte larven eten in de zomer gaten in het blad. Een gezonde struik herstelt; vogels en roofinsecten eten ze.
  • Droogte en hitte: Bruine bladranden en vroege bladval op een hete, droge plek. Geef water en mulch, of verplant hem naar een koelere plek.
  • Bladluis: Op jonge scheuten in het voorjaar. Meestal ruimen lieveheersbeestjes en vogels ze op; anders afspuiten met water.
  • Te dicht struweel: Zonder snoei wordt hij breed en dicht. Gespreid oude stammen afzagen houdt hem jong en compact.

Het jaar rond

  • Januari: Rust. Snoeien of afzetten bij zacht weer. Planten.
  • Februari: Laatste snoeibeurt. Planten.
  • Maart: Planten. De mannelijke katjes zwellen.
  • April: Het blad loopt uit en de mannelijke katjes gaan open: begin van de bloei.
  • Mei: Bloei; de vrouwelijke katjes verschijnen samen met het blad. Afleggen.
  • Juni: Water geven bij droogte. Let op het elzenhaantje.
  • Juli: Grond vochtig houden en mulchen.
  • September: De proppen kleuren bruin.
  • Oktober: Bladval. Proppen plukken voor zaad.
  • November: Planten. Zaaien in een pot buiten.
  • December: Rust. Snoeien of afzetten.

Jij en deze soort

Wist je dat?

  • De naam alnobetula betekent letterlijk ‘els-berk’: de soort werd oorspronkelijk als berk beschreven.
  • Zijn buigzame stammen leggen zich onder sneeuw en lawines plat en richten zich daarna weer op; zo overleeft hij op lawinebanen waar bomen breken.
  • In de Alpen rukt hij op in verlaten bergweiden: de dichte struwelen verdringen er bloemrijke graslanden en verrijken de grond met stikstof.

Meer soorten uit Europa · Alle soorten

Laden…