Selderij (Apium graveolens)

Foto: Rasbak 12:47, 10 June 2007 (UTC), CC BY-SA 3.0 · bron

Kruidachtige plant · Schermbloemenfamilie (Apiaceae)

Selderij

Apium graveolens

In andere talen: Céleri (Français) · Wild celery (English)

Komt in België in het wild voor.

Selderij is in zijn wilde vorm een tweejarige schermbloem van 30–100 cm die van nature groeit op brakke en zilte plekken: langs sloten en dijken in de kustpolders, aan de rand van schorren en langs getijdenrivieren. In België is wilde selderij vrij zeldzaam en vooral aan de kust te vinden; landinwaarts zie je hem weinig. Je herkent hem aan de sterke, typische selderijgeur, het glanzende, geveerde blad met brede, getande slippen en de kleine, groenig witte schermpjes die kort gesteeld in de bladoksels staan. Uit deze wilde plant zijn bleekselderij, knolselderij en snijselderij gekweekt. In de tuin teel je meestal snijselderij als keukenkruid; laat je een plant overwinteren, dan bloeit hij het tweede jaar en trekt hij veel kleine insecten aan.

Let op: Selderij is een bekend voedselallergeen: mensen met een selderijallergie reageren soms al op het sap. Bij gevoelige mensen kan het sap samen met zonlicht huidirritatie geven; draag handschoenen bij veel oogstwerk. Pluk nooit wilde schermbloemen om te eten: wilde selderij lijkt op zeer giftige soorten van natte plekken, zoals watertorkruid en waterscheerling.

  • Licht

    Zon of halfschaduw

    liefst wat zon

  • Vocht

    Normaal tot nat

    mag niet uitdrogen

  • Winterhard

    tot -15 °C

    jonge planten beschermen

  • Grootte

    0,8 m

    hoog, 0,4 m breed

  • Bloei

    juni–september

Feiten op een rij
Snoeimaandenmaart
Hoogte0,8 m
Inheems in BelgiëJa
Bloeijuni–september

Herkennen

Zo herken je hem

Groeivorm
Tweejarig kruid: het eerste jaar een bladrozet, het tweede jaar een sterk vertakte bloeistengel van 30–100 cm. Na de zaadzetting sterft de plant af.
Blad
Glanzend donkergroen, enkel geveerd met 3–7 brede, ruitvormige of drielobbige, grof getande slippen. De bovenste bladeren zijn kleiner en drietallig. Sterke selderijgeur.
Bloem
Kleine, groenig witte bloempjes in schermpjes van 2–5 cm, kort gesteeld of bijna zittend, vaak tegenover een blad, zonder schutblaadjes. Bloeit in juni–september.
Vrucht/Zaad
Kleine, bijna ronde, bruine vruchtjes van 1–1,5 mm met fijne ribbels; ze ruiken naar selderij.
Stengel
Diep gegroefd, kaal, groen en sterk vertakt.
Verwarring met
Groot moerasscherm groeit in ondiep water, heeft fijner getande blaadjes en mist de sterke selderijgeur. Giftige schermbloemen van natte plekken, zoals watertorkruid en waterscheerling, hebben fijner verdeeld blad en grotere witte schermen. Ruik altijd: alleen selderij ruikt onmiskenbaar naar selderij.

Bloei: juni–september · Snoeien: maart

In je tuin

Waarom in je tuin?

  • De kleine, open bloempjes zijn in het tweede jaar een trekpleister voor zweefvliegen, vliegen, kevertjes en sluipwespjes.
  • De wilde stamvader van bleekselderij, knolselderij en snijselderij: een stukje levende landbouwgeschiedenis.
  • Snijselderij is een makkelijk keukenkruid: je oogst maandenlang blad voor soep, stoofpotten en bouillon.
  • Een typische plant van brakke slootkanten en dijken aan de kust, die je in het wild meteen ruikt.
  • Verdraagt zout: geschikt voor een tuin aan de kust, waar zeewind en zilte grond veel andere planten hinderen.

Waar staat een selderij graag?

  • In het wild op brakke en zilte plekken: slootkanten en dijken in de kustpolders, randen van schorren en oevers langs getijdenrivieren.
  • Volle zon tot halfschaduw.
  • Vochtige tot natte, voedselrijke grond; zout verdraagt hij goed, uitdrogen niet.
  • In de tuin: teel snijselderij in de moestuin of in een grote pot, op humusrijke, vochthoudende grond. Wilde selderij past aan een vochtige vijver- of slootrand, zeker in een kusttuin.

Mooi samen met

  • Prei: Een klassieke buur in de moestuin, en in de soep.
  • Goudsbloem: Bloeit lang en trekt zweefvliegen en andere nuttige insecten aan.
  • Echte heemst: Groeit op dezelfde brakke slootkanten aan de kust, met zachtroze bloemen.
  • Grote kattenstaart: Paarsroze aren aan een vochtige vijverrand, naast de groene schermpjes.

Onderhoud

Hoe en wanneer plant je een selderij?

  1. Koop zaad of jonge plantjes van snijselderij bij een tuincentrum, of zaad van wilde selderij bij een zadenhandel voor inheemse planten. Graaf nooit planten uit in het wild.
  2. Zaai binnen in maart–april in een zaaibakje. Het zaad is heel fijn en kiemt in het licht: strooi het op vochtige zaaigrond, druk het aan en bedek het niet. Het kiemt traag, in 2–3 weken, bij 15–20 °C.
  3. Verspeen de zaailingen in potjes als ze twee echte blaadjes hebben, en hou ze binnen of in een koude bak tot half mei: lange koude doet jonge planten soms al het eerste jaar doorschieten.
  4. Plant na half mei uit op 25–30 cm van elkaar, met wat compost in het plantgat.
  5. Geef meteen water en hou de grond de hele zomer vochtig.

Verzorgen

Water
Selderij is dorstig: hou de grond altijd vochtig en geef bij droogte twee keer per week flink water. Droogte maakt het blad taai en bitter.
Bemesten
Snijselderij is een veeleter: werk in het voorjaar een flinke laag compost in. Wilde selderij aan een vochtige slootrand heeft geen extra mest nodig.
Mulchen
Een laag grasmaaisel of compost rond de planten houdt de grond koel en vochtig.
Oogsten
Knip van snijselderij steeds de buitenste bladstelen af, van juli tot de vorst; het hart groeit door.
Zaad laten vallen
Laat in het tweede jaar een plant bloeien: de insecten genieten ervan en je kunt zaad oogsten, dat je ook als kruid in de keuken kunt gebruiken.

Tip: Bedek selderijzaad niet: het heeft licht nodig om te kiemen. Strooi het op vochtige zaaigrond, druk het aan en leg een glasplaat of doorzichtig deksel op het bakje tot de kiemplantjes er zijn.

Snoeien en maaien

Snoeimaanden: maart.

Wanneer: Geen echte snoei. Je oogst van juli tot de vorst en knipt de dorre bloeistengels in maart weg.

Hoe:

  • Knip bij het oogsten de buitenste bladstelen aan de voet af en laat het hart staan.
  • Laat in het tweede jaar de bloeistengels staan tot het zaad rijp is, voor de insecten en voor je eigen zaad.
  • Laat de dorre stengels in de winter staan als schuilplaats voor insecten en knip ze in maart weg.

Let op: Werk je veel met selderijblad en daarna in de zon, draag dan handschoenen: het sap kan bij gevoelige mensen samen met zonlicht huidirritatie geven.

Snoeien: wanneer en hoe · Snoeikalender en basisregels

Vermeerderen

Zaad
De enige manier. Oogst het zaad in augustus–september van een plant in zijn tweede jaar en laat het goed drogen. Zaai snijselderij in maart–april binnen; wilde selderij kun je ook in de herfst buiten zaaien op vochtige, kale grond.
Zelf uitzaaien
Aan een vochtige slootrand zaait wilde selderij zich soms zelf uit als je de zaadstengels laat staan.

Hoe komt een selderij de winter door?

Winterhard tot −15 °C: jonge planten beschermen.

  • In zijn eerste jaar overwintert selderij als bladrozet; in zachte winters blijft snijselderij groen en kun je af en toe oogsten.
  • Winterhard tot ongeveer −10 à −15 °C; dek de planten in strenge winters af met stro of vliesdoek.
  • In het tweede voorjaar schiet de plant in bloei en na de zaadzetting sterft hij af.
  • Dorre bloeistengels bieden in de winter schuilplaats aan kleine insecten.

Ziektes en plagen

  • Selderijvlieg: De larven mineren in het blad en maken bruine, blaasachtige vlekken. Knip aangetaste bladeren weg en dek jonge planten af met insectengaas.
  • Bladvlekkenziekte: Bruine vlekjes met zwarte puntjes op het blad, vooral in natte zomers. Verwijder aangetaste bladeren en zaai niet elk jaar op dezelfde plek.
  • Doorschieten: Jonge planten die te vroeg buiten lange koude krijgen, bloeien al in het eerste jaar. Plant pas uit na half mei.
  • Slakken: Vreten graag aan jonge plantjes. Raap ze ’s avonds op en plant stevige plantjes uit.
  • Taai, bitter blad: Een gevolg van droogte of te arme grond. Geef regelmatig water, mulch en werk compost in.

Het jaar rond

  • Maart: Binnen zaaien, licht en warm. Dorre stengels van vorig jaar wegknippen.
  • April: Zaailingen verspenen in potjes en binnen of in een koude bak houden.
  • Mei: Na half mei uitplanten op 25–30 cm. Compost geven.
  • Juni: Water geven. Tweedejaarsplanten beginnen te bloeien.
  • Juli: Eerste oogst van snijselderij. Bloei: zweefvliegen op de schermpjes.
  • Augustus: Oogsten. Ruim water geven bij droogte. Het zaad rijpt.
  • September: Zaad oogsten en drogen. Blijven oogsten.
  • Oktober: Blad oogsten en invriezen of drogen voor soep.
  • November: Planten afdekken met stro of vliesdoek bij strenge vorst.

Jij en deze soort

Wist je dat?

  • In het oude Griekenland kregen de winnaars van de Nemeïsche Spelen een krans van selderij. De Siciliaanse stad Selinunte dankt haar naam aan het Griekse selinon, selderij, en haar munten droegen een selderijblad.
  • Bleekselderij, knolselderij en snijselderij zijn allemaal dezelfde soort: telers selecteerden de ene vorm op dikke bladstelen, de andere op een dikke knol en de derde op veel blad.
  • Graveolens betekent ‘sterk geurend’: wilde selderij ruikt nog sterker dan de gekweekte vormen.

Meer soorten uit Europa · Alle soorten

Laden…