
Foto: Wikimedia Commons, Public domain · bron
Boom · Moerbeifamilie (Moraceae)
Papiermoerbei
Broussonetia papyrifera
In andere talen: Mûrier à papier (Français) · Paper mulberry (English)
Komt van buiten Europa, maar staat hier veel in tuinen en parken.
De papiermoerbei is een snelgroeiende, bladverliezende boom uit Oost- en Zuidoost-Azië, familie van de moerbei en de vijg. Hij groeit er aan bosranden, langs rivieren en op open, verstoorde grond, en is in warmere streken elders in de wereld vaak verwilderd. In België groeit hij niet in het wild: je vindt hem af en toe in parken, arboreta en stadstuinen. Je herkent hem aan het grillige blad, dat op één tak zowel ongelobd als diep gelobd kan zijn, ruw als schuurpapier aan de bovenkant en fluweelzacht aan de onderkant, en aan het witte melksap uit een gebroken bladsteel. Van zijn binnenbast wordt al eeuwenlang papier en schorsstof gemaakt, wat hem een bijzondere plaats in de cultuurgeschiedenis geeft.
Let op: Mannelijke bomen geven in mei veel stuifmeel, dat bij gevoelige mensen hooikoorts kan veroorzaken. De boom maakt wortelopslag en verwildert in warme streken makkelijk via zaad: plant hem niet in of naast een natuurgebied.
Licht
Volle zon
warm en licht
Vocht
Droog tot normaal
geen natte voeten
Winterhard
Volledig winterhard
tot -20 °C
Grootte
8 m
hoog, 6 m breed
Bloei
mei–juni
| Snoeimaanden | januari–februari |
|---|---|
| Hoogte | 8 m |
| Inheems in België | Nee, aangeplant |
| Bloei | mei–juni |
Herkennen
Zo herken je hem
- Groeivorm
- Kleine tot middelgrote boom, bij ons meestal 6–10 m, vaak met meerdere stammen en een brede, ronde, wat grillige kroon. Vormt wortelopslag.
- Blad
- 7–20 cm, eirond, soms ongelobd, soms met 2–5 diepe lobben, met een gezaagde rand. Bovenkant ruw als schuurpapier, onderkant grijsgroen en fluweelzacht. Een gebroken bladsteel geeft wit melksap.
- Bloem
- Tweehuizig: mannelijke bomen dragen in mei hangende, wormvormige katjes van 3–8 cm; vrouwelijke bomen ronde bolletjes van 1–2 cm met lange, paarse stijlharen.
- Vrucht
- Een bolvormige vruchtenkluwen van 2–3 cm, eerst groen, in augustus–september oranjerood, met uitstekende, sappige vruchtjes. Eetbaar, zoet maar flauw, en snel bedorven.
- Twijgen en schors
- Jonge twijgen dicht behaard; de schors is glad en lichtgrijs, later met ondiepe groeven. Het hout is zacht en bros.
- Verwarring met
- Moerbeien (Morus) hebben ook wisselend gelobd blad en melksap, maar langwerpige vruchten als een braam, en geen fluweelzachte bladonderkant. De vijg heeft dikker, groter, handvormig gelobd blad en draagt vijgen.
Bloei: mei–juni · Snoeien: januari–februari
In je tuin
Waarom in je tuin?
- Opvallend, speels blad: op dezelfde boom vind je ongelobde, wantvormige en diep ingesneden bladeren.
- Groeit snel en verdraagt droogte, hitte, arme grond en stadslucht.
- Vrouwelijke bomen dragen in de nazomer opvallende, oranjerode bolvormige vruchten, waar vogels graag van pikken.
- Een levend stuk cultuurgeschiedenis: grondstof voor papier in Oost-Azië en voor tapa, de schorsstof van de eilanden in de Stille Oceaan.
- Een bijzondere boom voor een warme stadstuin of een verzameling exoten.
Waar staat een papiermoerbei graag?
- In zijn thuisgebied aan bosranden, langs rivieren, op open, verstoorde grond en rond dorpen; elders vaak verwilderd op braakliggende grond en langs wegen.
- In de tuin: volle zon, op een warme, beschutte plek, bijvoorbeeld bij een muur op het zuiden of in een stadstuin.
- Elke goed doorlatende grond, ook arm, droog of kalkrijk; geen natte grond.
- De takken zijn bros: beschut tegen harde wind. Reken op 5–6 m ruimte en houd afstand van terrassen, waar vallende vruchten vlekken geven.
Mooi samen met
- Vijg: Ook ruw, gelobd blad en ook een liefhebber van een warme, zonnige muur.
- Zwarte moerbei: Een familielid met donkerrode, sappige vruchten: samen een kleine moerbeihoek.
- Lavendel: Bloeit in de zomer in dezelfde droge zon en lokt bijen, iets wat de papiermoerbei zelf niet doet.
- Bloedooievaarsbek: Een lage, taaie bodembedekker voor droge grond aan de rand van de kroon.
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een papiermoerbei?
- Koop een jonge boom in pot bij een boomkwekerij die exoten verkoopt. Vraag of het een mannelijke of vrouwelijke plant is, als dat bekend is: alleen vrouwelijke bomen dragen vruchten.
- Plant in april–mei, als de grond opgewarmd is: zo kan hij goed wortelen voor de eerste winter.
- Graaf een plantgat twee keer zo breed als de kluit, zet de boom even diep als in de pot en druk de grond goed aan.
- Geef meteen 10–20 liter water en zet een schuine paal aan de windkant.
- Bescherm de stam van een jonge boom de eerste winters bij strenge vorst met jute of vliesdoek.
- Graaf nooit planten uit in het wild, ook niet op reis: koop ze bij een kwekerij.
Verzorgen
- Water
- Het eerste jaar elke week een flinke gieter bij droogte. Daarna verdraagt hij droogte goed.
- Bemesten
- Niet nodig. Te veel mest geeft zacht, lang hout dat in de winter makkelijk bevriest.
- Wortelopslag
- Er verschijnen scheuten uit de wortels, soms meters van de stam. Trek of snijd ze weg zodra je ze ziet.
- Winterbescherming
- De eerste twee à drie winters een dikke laag mulch over de wortels en jute rond de stam bij strenge vorst.
- Vruchten
- Raap gevallen vruchten op paden en terrassen op; ze zijn zacht en geven vlekken.
Tip: Ben je gevoelig voor hooikoorts, kies dan een vrouwelijke boom: die maakt geen stuifmeel. Geef hem de warmste, meest beschutte plek van de tuin.
Snoeien en maaien
Snoeimaanden: januari–februari.
Wanneer: In januari–februari, als de boom in volle rust is en het niet streng vriest.
Hoe:
- Haal dode, gebroken en kruisende takken weg; knip bevroren twijgtoppen terug tot op levend hout.
- Kort te lange, brosse takken in, zodat ze niet afbreken bij wind of onder het gewicht van de vruchten.
- Hij verdraagt hard terugsnoeien en loopt goed uit op oud hout; je kan hem ook knotten.
- Snij wortelopslag het hele jaar door weg, zo dicht mogelijk bij de wortel.
Let op: Bij het snoeien komt wit, kleverig melksap vrij: draag handschoenen. Snoei niet in het voorjaar, als de sapstroom op gang komt.
Vermeerderen
- Wortelopslag
- In het voorjaar een scheut met een stuk wortel afsteken en oppotten. De makkelijkste manier.
- Wortelstekken
- In januari–februari stukken wortel van 5–10 cm horizontaal in een pot met zanderige grond leggen, licht afdekken en vorstvrij zetten.
- Zaad
- Haal de zaadjes uit rijpe vruchten, spoel ze schoon en zaai ze in het voorjaar in een pot op ongeveer 20 °C. Alleen bestoven vrouwelijke bomen geven kiemkrachtig zaad.
Hoe komt een papiermoerbei de winter door?
Winterhard tot −20 °C.
- Bladverliezend: het blad wordt in de herfst geel tot bruin en valt af.
- Winterhard tot ongeveer −20 °C; twijgtoppen en jonge bomen kunnen bevriezen, maar lopen meestal weer uit vanuit oud hout.
- Leg de eerste winters een dikke laag mulch over de wortels en kies een plek uit de koude wind.
Ziektes en plagen
- Bevroren twijgen: Na een strenge winter zijn de twijgtoppen dood. Knip ze terug tot op levend hout; de boom loopt meestal krachtig weer uit.
- Wortelopslag: Scheuten uit de wortels in het gazon of de border. Regelmatig wegsnijden; maaien helpt in een gazon.
- Takbreuk: Het zachte hout breekt bij storm of onder vruchten. Te lange takken tijdig inkorten en beschut planten.
- Meniezwam: Oranjerode puistjes op dode takken. Dood hout tijdig wegknippen en afvoeren.
Het jaar rond
- Januari: Snoeien bij zacht weer. Wortelstekken nemen.
- Februari: Snoeien kan nog. Jonge bomen beschermen bij strenge vorst.
- April: Planten. Wortelopslag afsteken en oppotten.
- Mei: Het blad loopt uit en de katjes en bolletjes bloeien. Dode, bevroren twijgtoppen wegknippen.
- Juni: Einde van de bloei. Wortelopslag weghalen.
- Juli: Water geven bij droogte, vooral het eerste jaar.
- Augustus: Vrouwelijke bomen: de vruchten kleuren oranjerood.
- September: Rijpe vruchten proeven of laten hangen voor de vogels. Zaad oogsten.
- Oktober: Het blad verkleurt geel tot bruin.
- November: Bladval. Mulch over de wortels van jonge bomen.
Jij en deze soort
Wist je dat?
- Broussonetia verwijst naar de Franse natuurvorser Pierre Broussonet; papyrifera betekent ‘papierdragend’. In Oost-Azië wordt van de binnenbast al eeuwenlang papier gemaakt, in Japan onder meer het traditionele washi.
- Austronesische zeevaarders namen hem duizenden jaren geleden mee over de Stille Oceaan, tot op Hawaï en Paaseiland, om van de bast tapa te kloppen, een stof voor kleding en ceremonies.
- In Islamabad, in Pakistan, is hij massaal verwilderd en is zijn stuifmeel een van de belangrijkste oorzaken van hooikoorts.