Kappertjesstruik (Capparis spinosa)

Foto: Ghislain118 http://www.fleurs-des-montagnes.net, CC BY-SA 3.0 · bron

Struik · Kapperfamilie (Capparaceae)

Kappertjesstruik

Capparis spinosa

In andere talen: Câprier (Français) · Caper (English)

Komt in het wild voor in Europa, maar niet in België.

De kappertjesstruik is een lage, uitgespreide struik uit het Middellandse Zeegebied, die van Zuid-Europa en Noord-Afrika tot in Centraal-Azië voorkomt. Hij groeit in het wild in spleten van rotsen en kliffen en op oude muren, vestingen en ruïnes, op plekken waar bijna niets anders wil groeien. Je herkent hem aan de lange, liggende of hangende takken met ronde, wat vlezige blaadjes, vaak met twee kleine haakdoorntjes aan de voet, en aan de grote witte bloemen met een kwast van lange, paarsroze meeldraden, die maar één dag bloeien. De kappertjes uit de keuken zijn zijn ingelegde bloemknoppen. In België staat hij alleen aangeplant, meestal in een pot die je vorstvrij overwintert, of tegen een hete zuidmuur.

  • Licht

    Volle zon

    warm en licht

  • Vocht

    Droog

    verdraagt droogte

  • Winterhard

    tot -8 °C

    beschermen in strenge winters

  • Grootte

    0,5 m

    hoog, 1,5 m breed

  • Bloei

    juni–september

Feiten op een rij
Snoeimaandenmaart
Hoogte0,5 m
Inheems in BelgiëNee, aangeplant
Bloeijuni–september

Herkennen

Zo herken je hem

Groeivorm
Lage, uitgespreide struik van 30–50 cm hoog en 1–2 m breed, met lange, liggende of over een muur hangende takken vanuit een dikke, houtige wortelstok.
Blad
Afwisselend, rond tot eirond, 2–5 cm, wat vlezig, blauwgroen tot frisgroen, met een kort steeltje. Aan de voet vaak twee kleine, gele tot bruine haakdoorntjes; bij sommige vormen ontbreken die.
Bloem
Alleenstaand in de bladoksels, 5–7 cm breed, met vier witte tot lichtroze kroonbladen en tientallen lange, paarsroze meeldraden. Elke bloem gaat ’s ochtends open en verwelkt binnen een dag. Van juni tot september.
Vrucht
Een langwerpige, groene bes van 2–4 cm aan een lange steel, de kapperbes. Rijp barst ze open en toont ze rood vruchtvlees met veel kleine zaadjes.
Wortels
Diep en sterk: in het wild dringen ze ver door in rotsspleten en muren, op zoek naar water.

Bloei: juni–september · Snoeien: maart

In je tuin

Waarom in je tuin?

  • Spectaculaire bloemen van 5–7 cm, wit met een kwast van paarsroze meeldraden, van juni tot september.
  • Eetbaar: de bloemknoppen worden ingelegd als kappertjes, de jonge vruchten als kapperbessen.
  • De bloemen trekken grote bijen aan, zoals hommels en houtbijen.
  • Kan tegen hitte, droogte en arme grond: een plant voor de heetste plek van het terras of de grindtuin.
  • Een stukje Middellandse Zee op je terras, dat bovendien heel weinig water vraagt.

Waar staat een kappertjesstruik graag?

  • In het wild: rotsspleten, kliffen, oude muren, ruïnes en droge, stenige hellingen, vaak vlak bij de zee, altijd in volle zon.
  • Volle zon en zoveel mogelijk warmte; zonder een warme zomer bloeit hij weinig.
  • Zeer goed doorlatende, arme, stenige grond, kalkrijk of neutraal; natte voeten zijn dodelijk, vooral in de winter.
  • In België: in een terracotta pot met een mengsel van tuingrond, grof zand en grind op een zonnig terras, of in een droge voeg van een zuidmuur of rotstuin, met winterbescherming.

Mooi samen met

  • Rozemarijn: Dezelfde hete, droge grond; blauwe bloemen voor bijen in het voorjaar.
  • Echte tijm: Een lage, geurige bodembedekker voor dezelfde zonnige pot of grindtuin.
  • Lavendel: Paarse bloemen en geur, en net zo droogtebestendig.
  • Vijg: Groeit in het Middellandse Zeegebied vaak samen met kappertjes op oude muren; ook in een grote pot op het terras.

Onderhoud

Hoe en wanneer plant je een kappertjesstruik?

  1. Koop een jonge plant bij een kwekerij voor mediterrane planten of kruiden. Haal nooit planten of stekken uit oude muren of rotsen in het wild, ook niet op vakantie.
  2. Plant of verpot in mei, als er geen vorst meer komt, zodat hij een hele zomer heeft om te wortelen.
  3. Gebruik een diepe pot met een drainagelaag en vul hem met gelijke delen tuingrond, grof zand en grind of steenslag.
  4. Zet de plant even diep als in de pot, geef één keer flink water en laat de grond daarna goed opdrogen.
  5. In een muur of rotstuin: plant hem in een droge voeg of spleet op het zuiden, met zand en grind rond de wortels.
  6. Verplant zo weinig mogelijk: hij houdt niet van gestoorde wortels.

Verzorgen

Water
Weinig: alleen als de grond helemaal droog is, in een pot in de zomer ongeveer om de week. In de winter bijna droog houden.
Bemesten
Niet nodig in de grond; in een pot hooguit één keer in het voorjaar wat compost.
Overwinteren
Zet een pot vanaf oktober op een koele, lichte, vorstvrije plek, zoals een onverwarmde serre of een garage met raam, en geef bijna geen water. Hij laat vaak zijn blad vallen; dat is normaal.
Kappertjes oogsten
Pluk de knoppen nog gesloten, liefst ’s ochtends en om de paar dagen: hoe kleiner, hoe fijner. Laat er een paar zitten voor de bloemen.
Warmte
Zet hem in de zomer op de heetste plek: tegen een muur of op een stenen terras.

Tip: Geef hem een terracotta pot op de heetste, droogste plek van je terras en vergeet hem bijna: de kappertjesstruik bloeit en geeft het meest als hij het warm en droog heeft.

Snoeien en maaien

Snoeimaanden: maart.

Wanneer: In maart, voor de nieuwe scheuten verschijnen; bij een pot die binnen overwinterde, net voor hij weer naar buiten gaat.

Hoe:

  • Knip alle takken van vorig jaar terug tot 5–10 cm boven de wortelstok: hij bloeit aan de nieuwe scheuten van dit jaar.
  • Haal dode en bevroren takken helemaal weg.
  • Snoei niet in de zomer: elke scheut draagt dan knoppen en bloemen.

Let op: Aan de voet van de bladeren zitten kleine, scherpe haakdoorntjes: draag handschoenen bij het snoeien en oogsten.

Snoeien: wanneer en hoe · Snoeikalender en basisregels

Vermeerderen

Zaad
Lastig maar mogelijk. Week verse zaadjes een dag in lauw water, leg ze 1–2 maanden koud en vochtig in de koelkast en zaai ze in april in warme, zanderige zaaigrond. De kieming is traag en onregelmatig.
Stekken
In maart houtige stekken van 10–15 cm van takken van vorig jaar nemen en in zanderige stekgrond op een warme plek zetten. Ze slagen maar af en toe.

Hoe komt een kappertjesstruik de winter door?

Winterhard tot −8 °C: beschermen in strenge winters.

  • In een koel klimaat laat hij zijn blad vallen en sterven de takken af; de houtige wortelstok loopt in het voorjaar weer uit.
  • Verdraagt maar lichte vorst, tot ongeveer −8 °C en alleen als hij droog staat; buiten overleeft hij de meeste Belgische winters niet zonder bescherming.
  • Overwinter een pot koel, licht en vorstvrij, bij 5–10 °C, en bijna droog.
  • Buiten in een muur of rotstuin: bescherm de voet met een laag grind en een afdakje tegen winterregen, en leg een vlies over de plant bij strenge vorst.

Ziektes en plagen

  • Wortelrot: Gele bladeren, slappe takken en een rottende voet door te veel water of natte grond. Geef minder water en gebruik een veel grovere grond.
  • Geen bloemen: Te weinig warmte of zon, of te laat gesnoeid. Zet hem op de heetste plek en snoei vroeg in het voorjaar.
  • Bladluis en wolluis: Kunnen verschijnen tijdens het overwinteren binnen. Wegvegen met een vochtige doek of afspuiten met water.
  • Rupsen van koolwitjes: Kappertjes zijn verwant aan de kolen en hebben dezelfde scherpe smaakstoffen; rupsen van koolwitjes kunnen aan het blad eten. Pluk ze weg.

Het jaar rond

  • Januari: Overwinteren: koel, licht, vorstvrij en bijna droog.
  • Februari: Overwinteren. Zaad koud en vochtig wegleggen in de koelkast.
  • Maart: Snoeien tot vlak boven de wortelstok. Stekken nemen.
  • April: Nieuwe scheuten verschijnen. Voorzichtig weer water geven. Zaaien in warme zaaigrond.
  • Mei: Pot naar buiten zetten na de laatste vorst. Planten of verpotten.
  • Juni: Eerste knoppen: kappertjes oogsten. Begin van de bloei.
  • Juli: Bloei. Om de paar dagen kappertjes plukken. Water geven als de grond droog is.
  • Augustus: Bloei. Kapperbessen oogsten.
  • September: Laatste bloemen. Rijpe vruchten openbreken voor zaad.
  • Oktober: Minder water. Pot naar binnen halen voor de eerste vorst.
  • November: Overwinteren. Bladval en afstervende takken zijn normaal.

Jij en deze soort

Wist je dat?

  • Kappertjes zijn de nog gesloten bloemknoppen. Vers zijn ze bitter; hun typische smaak krijgen ze pas door ze in zout of azijn in te leggen.
  • Het Italiaanse eiland Pantelleria en het Eolische eiland Salina zijn beroemd om hun kappertjes.
  • Elke bloem leeft minder dan een dag: ze gaat ’s ochtends open en verwelkt al voor de volgende ochtend.

Meer soorten uit Europa · Alle soorten

Laden…