
Foto: This photography was created by Artem Topchiy (user Art-top). Other photos see here This photograph , CC BY-SA 3.0 · bron
Grasachtige plant · Cypergrassenfamilie (Cyperaceae)
Moeraszegge
Carex acutiformis
In andere talen: Laîche des marais (Français) · Lesser pond-sedge (English)
Komt in België in het wild voor.
Moeraszegge is een forse, inheemse zegge van 60–150 cm die met lange, kruipende wortelstokken grote, dichte vegetaties vormt. Je vindt hem in heel België langs sloten, beken en vijvers, in moerassen, natte ruigtes en elzenbroekbossen, op voedselrijke, natte grond; hij is er algemeen. Zoals alle zeggen heeft hij een scherp driekantige stengel zonder knopen. In mei en juni draagt hij bovenaan 2–3 donkerbruine mannelijke aren en daaronder 3–5 slankere vrouwelijke aren. Zijn blauwgroene, tot 15 mm brede bladeren met snijdend scherpe randen maken van hem een stevige oeverplant voor een slootkant of grote poel, en vogels en insecten vinden beschutting in zijn dichte vegetaties.
Licht
Zon of halfschaduw
liefst wat zon
Vocht
Vochtig tot nat
mag niet uitdrogen
Winterhard
Volledig winterhard
tot -30 °C
Grootte
1 m
hoog, 1 m breed
Bloei
mei–juni
| Snoeimaanden | maart |
|---|---|
| Hoogte | 1 m |
| Inheems in België | Ja |
| Bloei | mei–juni |
Herkennen
Zo herken je hem
- Groeivorm
- Forse, rechtopgaande zegge van 60–150 cm die met lange wortelstokken uitgestrekte, dichte vegetaties vormt.
- Blad
- Blauwgroen tot grijsgroen, 7–15 mm breed, met vlijmscherpe, ruwe randen; de onderste bladscheden zijn bruinachtig.
- Bloem
- Bovenaan 2–3 donkerbruine mannelijke aren, daaronder 3–5 cilindervormige vrouwelijke aren van 2–5 cm, met drie stempels per bloempje; in mei–juni.
- Stengel
- Scherp driekantig, ruw op de randen, gevuld en zonder knopen.
- Vrucht/Zaad
- Kleine, eironde, licht generfde urntjes met een kort, tweetandig snaveltje; rijp in juli–augustus.
- Verwarring met
- Oeverzegge is nog forser, heeft bredere bladeren, dikkere aren en mannelijke aren met spits toelopende schubben; de urntjes zijn opgeblazen en hebben een lange snavel. Scherpe zegge heeft twee stempels en platte urntjes. Liesgras is een gras met ronde stengels met knopen.
Bloei: mei–juni · Snoeien: maart
In je tuin
Waarom in je tuin?
- Vormt dichte oeverbegroeiingen die de grond van slootkanten en oevers vasthouden.
- Vogels zoals de rietgors en het waterhoen vinden beschutting en nestgelegenheid in de hoge, dichte vegetaties.
- Libellen en waterjuffers rusten op de stevige bladeren; tussen de stengels leven kevers, spinnen en slakken.
- Blauwgroen blad dat de hele zomer fris oogt en in de winter strokleurig blijft staan: structuur aan de waterkant.
- Zoals riet neemt hij voedingsstoffen uit het water op; zeggen worden soms gebruikt in plantenfilters.
Waar staat een moeraszegge graag?
- In het wild: oevers van sloten, beken, rivieren en vijvers, moerassen, natte ruigtes en elzenbroekbossen.
- Zon tot halfschaduw; verdraagt ook vrij veel schaduw onder elzen en wilgen.
- Natte tot zeer natte, voedselrijke grond; verdraagt ondiep water van 0–20 cm en overstroming.
- In de tuin: alleen langs een grote poel, een sloot of in een natte hoek waar hij mag uitbreiden. In een kleine vijver zet je hem in een stevige mand.
Mooi samen met
- Gele lis: Grote gele bloemen in mei–juni aan dezelfde oever.
- Moerasspirea: Romige, geurige pluimen in de zomer.
- Grote kattenstaart: Paarse bloemaren in juli–augustus voor bijen en vlinders.
- Dotterbloem: Glanzend geel in het vroege voorjaar, voor de zegge uitgroeit.
- Grote wederik: Gele bloemen in de zomer; de slobkousbij verzamelt er olie en stuifmeel.
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een moeraszegge?
- Koop planten bij een kwekerij van water- of inheemse planten; steek nooit pollen uit in het wild.
- Plant van april tot september in natte grond of in water tot 10–20 cm diep.
- Zet 2–4 planten per m² voor een snelle oeverbegroeiing; ze groeien snel aaneen.
- Bij een vijver met folie: plant in een stevige mand of bak, zodat de wortelstokken niet de hele oever innemen.
- Houd de grond het eerste jaar altijd nat.
- Draag handschoenen bij het planten: de bladranden snijden.
Verzorgen
- Water
- Moet altijd nat staan; vul de vijver in droge zomers bij met regenwater.
- Bemesten
- Nooit: mest maakt het water rijk en geeft algen.
- Maaien
- Knip of maai eind februari–maart het dode blad weg; laat in grote vegetaties elk jaar een deel staan.
- Woekeren
- Steek elk voorjaar of in september de randen af met een scherpe spade als hij te ver uitbreidt.
- Handschoenen
- Werk altijd met handschoenen en lange mouwen: de bladranden zijn vlijmscherp.
Tip: Zet moeraszegge in een kleine vijver altijd in een stevige mand of plantbak: zo heb je het mooie blad zonder dat de wortelstokken de hele oever overnemen.
Snoeien en maaien
Snoeimaanden: maart.
Wanneer: Eind februari tot eind maart, voor het nieuwe blad uitloopt.
Hoe:
- Knip of maai het dode blad af tot 10–15 cm boven de grond of het water.
- Haal het afgeknipte blad uit de vijver, zodat het water niet verrijkt.
- Laat bij een grote vegetatie telkens een deel ongemaaid: daar overwinteren insecten.
Let op: Maai of knip niet tussen april en juli: dan nestelen vogels in de dichte vegetatie.
Vermeerderen
- Delen
- In april–mei stukken wortelstok met een paar scheuten afsteken en elders in natte grond planten.
- Zaad
- Rijpt in juli–augustus; zaai vers op natte, kale grond. Uit zaad gaat het traag, delen is sneller.
Hoe komt een moeraszegge de winter door?
Winterhard tot −30 °C.
- Het meeste blad verkleurt strogeel tot bruin; een deel blijft groen.
- Volledig winterhard, tot ongeveer −30 °C.
- De dichte, dode vegetatie biedt schuilplaatsen aan insecten, spinnen en kleine zoogdieren.
Ziektes en plagen
- Woekeren: Kan een kleine vijver volledig dichtgroeien. Plant in een mand of steek de randen elk jaar af.
- Snijdend blad: Kinderen en huisdieren kunnen zich snijden aan de bladranden. Plant hem niet langs een pad of speelplek.
- Verlanding: Dode bladeren hopen zich op en vullen de vijver op. Haal elk voorjaar het afgeknipte blad weg.
- Uitdrogen: Op een plek die in de zomer droogvalt, verdort het blad. Kies een plek die nat blijft.
Het jaar rond
- Maart: Dood blad wegknippen en uit de vijver halen.
- April: Nieuwe scheuten. Planten en delen.
- Mei: Bloei: donkerbruine mannelijke aren met lichte helmknoppen.
- Juni: Bloei; vogels nestelen in de vegetatie.
- Juli: Zaad rijpt.
- September: Randen afsteken waar hij te ver uitbreidt.
- November: Het blad verkleurt strogeel; laten staan als winterbeschutting.
Jij en deze soort
Wist je dat?
- Acutiformis betekent ‘in de vorm van acuta’: de plant lijkt op scherpe zegge, Carex acuta.
- Zegge en het Engelse sedge gaan terug op een oud woord dat verwant is met ‘snijden’, naar de scherpe bladranden.
- In het Engels onthoud je het verschil met een rijmpje: ‘sedges have edges, rushes are round’. Zeggen hebben kanten, russen zijn rond en grassen hebben knopen.