Grote wederik (Lysimachia vulgaris)

Foto: Michael Apel, CC BY-SA 2.5 · bron

Vaste plant · Primulaceae

Grote wederik

Lysimachia vulgaris

In andere talen: Lysimaque commune (Français) · Yellow loosestrife (English)

Grote wederik is een inheemse vaste plant uit de sleutelbloemfamilie die je langs sloten en rivieroevers, in rietlanden en in natte bossen vindt. Hij maakt rechtopgaande stengels tot ongeveer 1 m met smalle, spitse bladeren in paren of in kransen van drie à vier. Van juni tot augustus verschijnen bovenaan pluimen van helgele, stervormige bloemen. Natuurtuiniers kiezen hem omdat de bloemen olie in plaats van nectar geven: de zeldzame slobkousbij is daar helemaal van afhankelijk. Verwar hem niet met de puntwederik, een veel geplante tuinsoort met bloemen in de bladoksels.

Let op: Grote wederik breidt zich in natte grond sterk uit met ondergrondse uitlopers. Plant hem in een kleine tuin met een wortelbegrenzing of in een vijvermand, en zet nooit planten of stukken wortelstok uit in de natuur.

  • Licht

    Zon of halfschaduw

    liefst wat zon

  • Vocht

    Vochtig tot nat

    mag niet uitdrogen

  • Grond

    Elke tuingrond

    elke zuurtegraad

  • Winterhard

    Volledig winterhard

    tot -30 °C

  • Grootte

    1 m

    hoog, 0,6 m breed

  • Bloei

    juni–augustus

Feiten op een rij
Snoeimaandenmaart
Hoogte1 m
Inheems in BelgiëJa
Goed voor bijen, vlinders en vogelsJa, voor bijen
Giftig voor mens en huisdierNiet als giftig bekend
Bloeijuni–augustus

Herkennen

Hoe herken je een grote wederik?

Groeivorm
Rechtopgaande, weinig vertakte stengels van 0,6–1 m, uit een kruipende wortelstok met uitlopers.
Blad
Lancetvormig, 5–12 cm, tegenoverstaand of in kransen van drie à vier, met kleine zwarte of oranje klierstipjes die je tegen het licht ziet.
Bloem
Helgeel, stervormig, 1,5–2 cm, met vijf kroonblaadjes, in pluimen aan de stengeltop, van juni tot augustus.
Olie
De bloemen maken geen nectar, maar olie en stuifmeel: een beloning voor gespecialiseerde bijen.
Wortels
Kruipende wortelstok met ondergrondse uitlopers; na een paar jaar vormt hij een flinke groep.

Bloei: juni–augustus · Planten: maart–mei en september–oktober · Snoeien: maart

In je tuin

Waarom in je tuin?

  • Helgele bloempluimen van juni tot augustus, een felle kleur aan de waterkant.
  • Onmisbaar voor de slobkousbij, een wilde bij die olie en stuifmeel van wederik verzamelt.
  • Ook andere bijen en zweefvliegen bezoeken de bloemen voor het stuifmeel.
  • Groeit in natte grond en langs vijverranden, waar veel tuinplanten wegrotten.
  • Inheems, sterk en zeer winterhard.
  • De stengels bieden in de winter beschutting aan insecten.

Waar staat een grote wederik graag?

  • Zon of halfschaduw; in de zon bloeit hij het rijkst.
  • Natte tot zeer vochtige grond: zand, leem, klei of veen, zuur tot kalkrijk. Tijdelijk hoog water verdraagt hij goed.
  • Ideaal op een natte oever of in de moeraszone van een vijver, tot ongeveer 5 cm onder water.
  • Geef hem ruimte: reken op 60 cm per plant, en plant hem in een kleine tuin met een wortelbegrenzing of in een vijvermand.
  • Voor de slobkousbij: plant een groepje op een zonnige plek, met in de buurt wat open grond waarin ze kan nestelen.
Licht
Zon en halfschaduw
Grondsoort
Zand, leem, klei of veen
Zuurtegraad
Niet kieskeurig
Vocht
Nat
Grootte
1 m hoog, 0,6 m breed
Winterhard
Winterhard (tot -30 °C)

Mooi samen met

  • Kattenstaart: Paarsrode aren naast het geel: een klassieke combinatie langs de waterkant.
  • Koninginnekruid: Roze schermen in de nazomer, als de wederik uitbloeit.
  • Moerasspirea: Roomwitte, geurende pluimen op dezelfde natte plek.
  • Gele lis: Gele bloemen in mei–juni, voor de wederik begint te bloeien.
  • Watermunt: Een geurende, lage plant voor de voet, in dezelfde natte grond.

Onderhoud

Hoe en wanneer plant je een grote wederik?

Planten in maart–mei en september–oktober.

  1. Plant in maart–mei of in september–oktober.
  2. Graaf een plantgat twee keer zo breed als de kluit; in een kleine tuin zet je er een wortelbegrenzing of een bodemloze emmer omheen.
  3. Zet de plant even diep als in de pot en druk de grond aan. In de vijver gebruik je een mand met zware tuingrond, afgedekt met grind, op 0–5 cm onder water.
  4. Hou ongeveer 60 cm tussen de planten.
  5. Giet goed aan en hou de grond nat tot de plant is aangeslagen.

Verzorgen

Water
De grond moet nat blijven; geef water in droge zomers of vul de vijver bij met regenwater.
Bemesten
Niet nodig; in een vijver geeft mest alleen algen.
In toom houden
Steek elk voorjaar uitlopers af die buiten de gewenste plek komen.
Steun
Meestal niet nodig; op een winderige plek kunnen de stengels omvallen.
Stengels
Laat de uitgebloeide stengels in de winter staan en knip ze in maart af.

Tip: Plant een groepje van minstens drie planten op een zonnige plek: hoe meer bloemen, hoe groter de kans dat de slobkousbij je tuin vindt. Laat de stengels in de winter staan.

Wanneer snoei je een grote wederik?

Snoeimaanden: maart.

Wanneer: Knip de afgestorven stengels in maart af, net voor de nieuwe scheuten verschijnen.

Hoe:

  • Knip alle oude stengels af tot vlak boven de grond.
  • Laat de stengels tot dan staan: insecten vinden er in de winter beschutting.
  • Uitgebloeide pluimen mogen blijven staan; wegknippen is niet nodig.
  • Steek bij het opruimen meteen de uitlopers af die te ver gaan.

Let op: Laat geen stukken wortelstok rondslingeren: uit elk stukje kan een nieuwe plant groeien.

Snoeien: wanneer en hoe · Snoeikalender en basisregels

Vermeerderen

Delen
In maart–april of in oktober een stuk van de pol met wortelstok en knoppen afsteken en elders planten.
Uitlopers
In het voorjaar uitlopers met een paar knoppen losmaken en meteen planten of oppotten.
Zaad
Vers zaad in de herfst in een pot met vochtige zaaigrond zaaien en buiten laten overwinteren; hou de pot nat.

Hoe komt een grote wederik de winter door?

Winterhard tot −30 °C.

  • Zeer winterhard, tot ongeveer −30 °C: geen bescherming nodig.
  • Het bovengrondse deel sterft af; de wortelstok loopt in het voorjaar weer uit.
  • Laat de stengels in de winter staan: ze geven beschutting aan insecten en sieren de oever.
  • Een vijvermand kan gewoon in het water blijven staan.

Ziektes en plagen

  • Woekeren: De uitlopers duiken op tussen andere planten. Elk voorjaar afsteken en de plant in een mand of met een wortelbegrenzing planten.
  • Bladluis: Op de stengeltoppen in het voorjaar. Afspuiten met water; gebruik geen bestrijdingsmiddelen bij de vijver.
  • Slakken: Jonge scheuten worden in april–mei aangevreten. ’s Avonds rapen; oudere planten hebben er weinig last van.
  • Weinig bloei: Te veel schaduw of te droge grond. Een zonnigere, nattere plek helpt.

Het jaar rond

  • Maart: Oude stengels afknippen. Planten of delen.
  • April: Planten. Uitlopers afsteken die te ver gaan.
  • Mei: Planten. Slakken in de gaten houden.
  • Juni: Eerste gele bloemen.
  • Juli: Volle bloei. De slobkousbij vliegt en verzamelt olie en stuifmeel.
  • Augustus: Laatste bloei. Water geven of de vijver bijvullen bij droogte.
  • September: Planten of delen.
  • Oktober: Planten. De stengels laten staan.
  • December: Rust. De stengels sieren de oever.

Gebruiken

Goed voor dieren

Bijen
Nectar en stuifmeel voor honingbijen en wilde bijen.

Jij en deze soort

Wist je dat?

  • De slobkousbij verzamelt olie uit de bloemen van wederik: daarmee maakt ze haar nestcellen waterdicht, en ze mengt de olie met stuifmeel als voedsel voor haar larven.
  • De slobkousbij dankt haar naam aan de dichte haren op de achterpoten van de vrouwtjes, waarmee ze olie en stuifmeel vervoert.
  • In het Engels deelt hij de naam loosestrife met de kattenstaart, purple loosestrife, maar de twee planten zijn niet verwant.

Tuinplanten · Alle soorten

Laden…