Zeekool (Crambe maritima)

Foto: Joachim Müllerchen (Jom), CC BY-SA 2.0 de · bron

Kruidachtige plant · Kruisbloemenfamilie (Brassicaceae)

Zeekool

Crambe maritima

In andere talen: Chou marin (Français) · Sea-kale (English)

Komt in België in het wild voor.

Zeekool is een stevige, meerjarige kustplant uit de kruisbloemenfamilie, een verwant van onze koolsoorten. In het wild groeit hij op kiezel- en schelpenstranden, in vloedmerken met aangespoeld zeewier en aan de voet van jonge duinen, net boven de hoogwaterlijn. In België is hij zeer zeldzaam: er zijn maar enkele groeiplaatsen aan de kust. Je herkent hem meteen aan de grote, dikke, blauwgrijze bladeren met een golvende rand en de brede, witte bloemenwolken die in mei–juni naar honing ruiken. Bijen, hommels en zweefvliegen komen er massaal op af. In de moestuin is zeekool een oude, bijna vergeten groente: de jonge, gebleekte stelen eet je zoals asperges.

Let op: Zeekool is in het wild bij ons zeer zeldzaam en kwetsbaar: pluk, oogst of graaf nooit iets uit op het strand of in de duinen, ook niet een paar bladeren of vruchtjes. Eet alleen wat je zelf in de tuin kweekt.

  • Licht

    Volle zon

    warm en licht

  • Vocht

    Droog

    verdraagt droogte

  • Winterhard

    Volledig winterhard

    tot -20 °C

  • Grootte

    0,6 m

    hoog, 0,8 m breed

  • Bloei

    mei–juli

Feiten op een rij
Snoeimaandenjuli en november
Hoogte0,6 m
Inheems in BelgiëJa
Bloeimei–juli

Herkennen

Zo herken je hem

Groeivorm
Forse, kale vaste plant van 40–75 cm hoog en tot 1 m breed, die een brede, ronde pol vormt. De hele plant is bedekt met een blauwige waslaag.
Blad
Groot, vaak 30 cm of langer, dik en vlezig, blauwgrijs, op lange stelen. De rand is gelobd, golvend en gekruld. Het lijkt op koolblad, maar is grover en grijzer.
Bloem
Witte bloemen van ongeveer 1 cm met vier kroonbladen in een kruis, met gele helmknoppen, in grote, breed vertakte trossen boven het blad. Ze ruiken naar honing en bloeien in mei–juni, soms tot in juli.
Vrucht/Zaad
Een hard, bolrond vruchtje van ongeveer 1 cm op een kort steeltje, met één zaad. Rijp is het droog en kurkachtig: het blijft drijven en wordt zo door de zee verspreid.
Wortels
Een dikke, diepe penwortel met vlezige zijwortels, waarmee hij zich verankert in los grind en zand en water uit de diepte haalt.
Verwarring met
Koolsoorten hebben gele bloemen en lange, smalle hauwen. Zeeraket groeit op dezelfde stranden, maar is een klein, eenjarig plantje met lila bloemen en smalle, vlezige bladeren.

Bloei: mei–juli · Snoeien: juli en november

In je tuin

Waarom in je tuin?

  • Een zeldzame, inheemse kustplant die in een tuin jarenlang op dezelfde plek blijft staan.
  • De honinggeurende bloemen in mei–juni lokken honingbijen, hommels, solitaire bijen en zweefvliegen.
  • Het dikke, blauwgrijze blad met de golvende rand is van het voorjaar tot de herfst een blikvanger in een grindtuin of border.
  • Waardplant voor de rupsen van het groot en klein koolwitje, zoals de meeste kruisbloemigen.
  • Een eetbare vaste plant: gebleekte scheuten in het voorjaar, jonge bladeren en bloemknoppen later in het seizoen.
  • Verdraagt wind, zout en droogte: ideaal voor een tuin aan de kust of een droge, zonnige plek in het binnenland.

Waar staat een zeekool graag?

  • In het wild: kiezel- en schelpenstranden, vloedmerken met aangespoeld zeewier en de voet van jonge duinen, waar zout en wind de concurrentie klein houden.
  • In de tuin: volle zon, op een open, luchtige plek.
  • Diepe, goed doorlatende grond: zand, grind of zandige leem, liefst kalkhoudend tot neutraal. In de winter verdraagt hij geen natte voeten.
  • Mooi in een grindtuin of kusttuin, of op een vaste plek achteraan in de moestuin, waar hij jarenlang ongestoord kan staan.

Mooi samen met

  • Blauwe zeedistel: Een zilverblauwe kustplant voor dezelfde droge, zonnige zandgrond.
  • Engels gras: Roze bloemkussentjes aan de voet, ook een echte kustplant.
  • Gele hoornpapaver: Blauwgrijs blad en grote, gele bloemen; een plant van dezelfde kiezelstranden.
  • Asperge: Een andere vaste groente voor een vaste plek in de moestuin.

Onderhoud

Hoe en wanneer plant je een zeekool?

  1. Koop zaad of planten bij een kwekerij voor inheemse planten of bij een zaadhandel voor oude groenten. Haal nooit planten, wortels of zaad uit het wild: zeekool is bij ons zeer zeldzaam.
  2. Zaai in maart–april in potjes of een zaaibak, 2 cm diep. Het zaad kiemt sneller en gelijkmatiger als je eerst voorzichtig de harde, kurkachtige vruchtwand verwijdert.
  3. Plant jonge planten of wortelstekken in maart–april uit, als de grond niet meer bevroren of te nat is.
  4. Geef elke plant ongeveer 60 cm ruimte; in de moestuin plant je in rijen op 45–60 cm.
  5. Verbeter zware grond met grof zand of grind. In de moestuin mag er een schop compost bij, in een natuurtuin is dat niet nodig.
  6. Geef na het planten water en houd de grond de eerste weken licht vochtig; daarna is water geven zelden nodig.

Verzorgen

Water
Alleen jonge planten bij droogte. Een gevestigde plant haalt met zijn diepe penwortel genoeg water uit de diepte, ook in droge zomers.
Bemesten
In een natuurtuin niet nodig. Wil je hem als groente oogsten, geef dan in het voorjaar een laagje compost: dat geeft dikkere scheuten.
Bleken
Zet in januari–februari een emmer of bleekpot over de rustende plant. In het donker groeien de scheuten bleek en mals; oogst ze in maart–april als ze 15–20 cm lang zijn.
Rust na de oogst
Haal de pot na de oogst weg, zodat de plant de rest van het jaar kan groeien en weer sterk wordt. Oogst de eerste twee jaar nog niet.
Bloemstengels
Wil je vooral blad en scheuten, knip de bloemstengels dan na de bloei weg. Voor de insecten en het zaad laat je er een paar staan.
In de keuken
Gebleekte scheuten kook of stoom je kort, zoals asperges. Jonge bladeren gebruik je zoals boerenkool, de bloemknoppen zoals broccoli.

Tip: Zet twee of drie planten als je wilt oogsten: dan kun je telkens één plant bleken en de andere een jaar rust gunnen. Een laagje grind of schelpen rond de kroon houdt hem droog in de winter.

Snoeien en maaien

Snoeimaanden: juli en november.

Wanneer: Na de bloei, in juli, voor de bloemstengels, en in november voor het afgestorven blad.

Hoe:

  • Knip uitgebloeide bloemstengels net boven het blad weg als je geen zaad wilt, of laat er een paar staan om te laten rijpen.
  • Haal in de herfst gele en afgestorven bladeren weg: ze trekken slakken aan en kunnen rotten.
  • Snijd gebleekte scheuten met een scherp mes vlak boven de kroon af en laat de knoppen in het hart staan.
  • Laat de kroon zelf altijd ongemoeid: daar zitten de knoppen voor volgend jaar.

Let op: Snijd nooit in de kroon of de penwortel, en oogst nooit van planten in het wild.

Snoeien: wanneer en hoe · Snoeikalender en basisregels

Vermeerderen

Zaad
Zaai in maart–april of in de herfst in potten met zandige grond. Verwijder de kurkachtige vruchtwand om de kieming te versnellen; de kieming is vaak onregelmatig.
Wortelstekken
Snijd in de herfst of winter stukken zijwortel van potloodformaat af, 10–15 cm lang. Snijd de bovenkant recht en de onderkant schuin, zodat je weet wat boven is. Bewaar ze in vochtig zand en plant ze in maart rechtop, met de bovenkant net onder de grond.

Hoe komt een zeekool de winter door?

Winterhard tot −20 °C.

  • Het blad sterft in de herfst af; de plant overwintert als een kale, dikke kroon op de penwortel.
  • Volledig winterhard, tot ongeveer −20 °C. Natte, zware grond is in de winter een groter gevaar dan vorst.
  • In januari–februari is het tijd om te bleken: zet een pot of emmer over de kroon.
  • Markeer de plek met een stok, zodat je de rustende plant niet per ongeluk omspit.

Ziektes en plagen

  • Koolwitjes: De rupsen van het groot en klein koolwitje vreten aan het blad. Zoek eitjes en rupsen weg of span een fijn insectengaas; op een gezonde, grote plant is wat vraat geen probleem.
  • Aardvlooien: Kleine, springende kevertjes maken in het voorjaar gaatjes in het jonge blad. Houd de grond licht vochtig; oudere planten groeien er gewoon overheen.
  • Slakken: Ze eten graag van de jonge, gebleekte scheuten. Kijk regelmatig onder de bleekpot en haal ze met de hand weg.
  • Knolvoet: Een bodemziekte van koolachtigen die de wortels doet zwellen. Plant zeekool niet waar eerder kool met knolvoet stond; kalkrijke, goed doorlatende grond helpt.
  • Duiven: Houtduiven pikken in de winter en de lente aan het blad. Een net over jonge planten helpt.

Het jaar rond

  • Januari: Een bleekpot of emmer over de rustende kroon zetten.
  • Februari: Bleken. Wortelstekken in vochtig zand bewaren.
  • Maart: Gebleekte scheuten oogsten. Zaaien en wortelstekken planten.
  • April: Laatste oogst, daarna de pot weghalen. Jonge planten uitplanten.
  • Mei: De bloei begint: honinggeur en veel bijen.
  • Juni: Volle bloei. Letten op rupsen van koolwitjes.
  • Juli: Laatste bloemen. Bloemstengels wegknippen of laten staan voor zaad.
  • Augustus: De vruchtjes rijpen. Jonge planten water geven bij droogte.
  • September: Rijp zaad oogsten.
  • Oktober: Zaaien in potten buiten. Wortelstekken nemen.
  • November: Afgestorven blad weghalen. De plek markeren met een stok.

Jij en deze soort

Wist je dat?

  • De geslachtsnaam Crambe komt van het Griekse krambē, een oud woord voor kool.
  • De kurkachtige vruchtjes blijven drijven in zeewater en kunnen zo met de stroming naar nieuwe stranden spoelen.
  • Langs de Engelse kust oogstten mensen vroeger de scheuten die bleek door het grind omhoog groeiden. In de 18e en 19e eeuw werd zeekool er een geliefde groente, die men onder speciale bleekpotten kweekte.

Meer soorten uit Europa · Alle soorten

Laden…