Doornappel (Datura stramonium)

Foto: Franz Eugen Köhler, Köhler's Medizinal-Pflanzen, Public domain · bron

Kruidachtige plant · Nachtschadefamilie (Solanaceae)

Doornappel

Datura stramonium

In andere talen: Datura stramoine (Français) · Thorn-apple (English)

Komt in België in het wild voor.

De doornappel is een forse, eenjarige plant uit de nachtschadefamilie, die waarschijnlijk uit Amerika komt en al sinds de 16e eeuw in Europa groeit. Je vindt hem op omgewerkte, voedselrijke grond: akkers, braakliggende terreinen, havens, rivieroevers, composthopen en onder vogelvoederplekken. In België duikt hij hier en daar op, vaak maar een paar jaar op dezelfde plek en vooral in warme zomers. Je herkent hem aan de grote, witte trompetbloemen die ’s avonds opengaan, de grof getande bladeren met een onaangename geur en de rechtopstaande, stekelige vruchten zo groot als een walnoot. Alle delen zijn zeer giftig, dus het is vooral een plant om goed te leren herkennen.

Let op: Zeer giftig: alle delen, vooral de zaden en de bloemen. Al enkele zaden kunnen voor een kind gevaarlijk zijn. Ook giftig voor honden, katten, paarden en vee. Kweek hem niet waar kleine kinderen spelen of dieren komen, draag handschoenen, was je handen en houd sap weg van je ogen. Bij inslikken meteen een arts of het Antigifcentrum bellen.

  • Licht

    Volle zon

    warm en licht

  • Vocht

    Droog tot normaal

    geen natte voeten

  • Winterhard

    tot 0 °C

    beschermen in strenge winters

  • Grootte

    0,8 m

    hoog, 0,6 m breed

  • Bloei

    juli–oktober

Feiten op een rij
Snoeimaandenaugustus–oktober
Hoogte0,8 m
Inheems in BelgiëNee, ingeburgerd
Bloeijuli–oktober

Herkennen

Zo herken je hem

Groeivorm
Eenjarige, vrijwel kale plant van 30–100 cm, soms tot 1,5 m, met gaffelvormig vertakte stengels en een brede, struikachtige vorm.
Blad
Groot en eirond, 8–20 cm, met een grof en onregelmatig getande of gelobde rand; donkergroen en onaangenaam ruikend als je het kneust.
Bloem
Van juli tot oktober grote, witte, soms lichtpaarse trompetbloemen van 6–10 cm, apart in de vorken van de stengels, met vijf spitse punten. Ze gaan ’s avonds open, geuren en blijven maar kort open.
Vrucht
Een rechtopstaande, eivormige doosvrucht van 3–5 cm, bezet met stevige stekels, die in vier kleppen openspringt en honderden zwarte, niervormige zaden loslaat.
Stengel
Dik, rond en glad, groen of paars aangelopen; planten met paarse stengels hebben meestal lichtpaarse bloemen.
Verwarring met
De engelentrompet (Brugmansia) is een struik met hangende bloemen en gladde vruchten. Andere doornappels uit tuinen, zoals Datura innoxia, hebben grijs behaarde bladeren en hangende vruchten. Jonge planten kunnen tussen groenten opschieten en per ongeluk mee geoogst worden: leer het grof getande, onaangenaam ruikende blad herkennen.

Bloei: juli–oktober · Snoeien: augustus–oktober

In je tuin

Waarom in je tuin?

  • Grote, geurende witte trompetbloemen die ’s avonds opengaan en nachtvlinders zoals pijlstaarten lokken.
  • Een opvallende, exotisch ogende plant met stekelige vruchten: een boeiende soort om te leren kennen in een afgeschermde, educatieve tuin.
  • Een pionier van omgewerkte, rijke grond: hij verschijnt waar de bodem net verstoord is en verdwijnt weer als de begroeiing dichter wordt.
  • Belangrijk om te herkennen: hij kan als zeer giftig onkruid opduiken in de moestuin, op akkers en onder de vogelvoederplaats.
  • Een plant met een lange cultuurgeschiedenis, die een rol speelt in verhalen, volksgebruiken en de geschiedenis van de plantkunde.

Waar staat een doornappel graag?

  • In het wild: akkers, vooral maïs- en groentevelden, braakliggende grond, ruigten in havens en op industrieterreinen, rivieroevers, composthopen en stortplaatsen.
  • Volle zon en een warme plek: in koele, natte zomers blijft hij klein of komt hij niet tot bloei.
  • Voedselrijke, losse en omgewerkte grond; zand, leem of klei, normaal vochtig tot wat droog.
  • In de tuin duikt hij vaak vanzelf op onder de vogelvoederplaats, op de composthoop of in de moestuin. Wie hem bewust kweekt, kiest een plek die kinderen en huisdieren niet bereiken.

Mooi samen met

  • Teunisbloem: Gele bloemen die ook ’s avonds opengaan en nachtvlinders lokken.
  • Avondkoekoeksbloem: Witte bloemen die ’s avonds geuren, voor een nachtvlindertuin.
  • Wilde kamperfoelie: Klimplant die ’s avonds sterk geurt en pijlstaarten aantrekt.
  • Zeepkruid: Roze bloemen die ’s avonds geuren en nachtvlinders lokken, op dezelfde zonnige plek.

Onderhoud

Hoe en wanneer plant je een doornappel?

  1. Denk eerst goed na: zet doornappel alleen in een tuin zonder kleine kinderen of huisdieren, of in een afgeschermd hoekje.
  2. Zaai in april binnen in potjes, of na half mei buiten ter plaatse als de grond warm is; het zaad heeft geen koudeperiode nodig. Dek het af met 0,5–1 cm grond.
  3. Plant of dun uit op 50–60 cm afstand: één plant wordt al snel een halve meter breed.
  4. Draag handschoenen bij het zaaien, verplanten en wieden, en was nadien je handen.
  5. Geef water tot de jonge planten goed groeien; daarna redt hij zich in een gewone zomer zonder extra water.
  6. Haal nooit planten of zaad uit akkers of uit het wild, en strooi geen zaad buiten je tuin uit.

Verzorgen

Water
Geef bij lange droogte water aan de voet; verder is weinig nodig.
Bemesten
Niet nodig: op rijke grond wordt hij al groot genoeg.
Vruchten
Knip de stekelige vruchten met handschoenen weg voor ze openspringen, als je geen zaailingen wilt.
Zaailingen
Wied ongewenste zaailingen jong, met handschoenen, voor ze bloeien.
Opruimen
Trek de plant na de eerste nachtvorst uit en gooi ze bij het restafval, niet op de composthoop: het zaad overleeft daar makkelijk.

Tip: Zie je onder de vogelvoederplaats of in de moestuin een onbekende plant met grof getande, vies ruikende bladeren opschieten, trek hem dan met handschoenen uit voor hij bloeit: zaad van doornappel zit soms in vogelvoer of in aangevoerde grond.

Snoeien en maaien

Snoeimaanden: augustus–oktober.

Wanneer: Niet snoeien. Knip in augustus–september de vruchten weg voor ze openspringen en trek de plant in oktober, na de eerste vorst, uit.

Hoe:

  • Knip met handschoenen de groene, stekelige vruchten weg zodra de bloemen verwelkt zijn.
  • Doe ze in een zak en gooi ze bij het restafval.
  • Trek na de eerste nachtvorst de hele plant met wortel uit.
  • Gooi plantenresten met zaad nooit op de composthoop.

Let op: Draag altijd handschoenen en raak daarna je ogen of mond niet aan: het sap is giftig en kan in het oog de pupil urenlang verwijden.

Snoeien: wanneer en hoe · Snoeikalender en basisregels

Vermeerderen

Zaad
Zaai in april binnen of na half mei buiten, op een warme plek. Het zaad kiemt pas bij warm weer en blijft vele jaren kiemkrachtig in de grond.
Zelfuitzaai
Eén plant vormt duizenden zaden. Die vallen rond de plant of reizen mee met grond, compost, vogelvoer en oogst; zo duikt hij op onverwachte plekken op.

Hoe komt een doornappel de winter door?

Winterhard tot 0 °C: beschermen in strenge winters.

  • Eenjarig: de plant sterft bij de eerste nachtvorst af en overleeft de winter alleen als zaad.
  • De opengesprongen vruchten blijven soms tot in de winter aan de dode stengels staan; ruim ze op, want ook het zaad is giftig.
  • Het zaad verdraagt vorst en blijft vele jaren in de grond liggen: na het omspitten kunnen plots weer planten opduiken.

Ziektes en plagen

  • Giftigheid: De grootste zorg: kinderen kunnen zaden of bloemen in de mond steken en huisdieren knabbelen aan de plant. Kweek hem afgeschermd of niet, en ruim vruchten en zaad op.
  • Zelfuitzaai: Hij zaait zich rijkelijk uit. Knip de vruchten weg voor ze openspringen en wied zaailingen jong.
  • Ongewenst in de moestuin: Zaailingen tussen groenten kunnen per ongeluk mee geoogst worden. Wied ze zodra je ze herkent en controleer je oogst.
  • Bladluis en slakken: Op jonge planten soms bladluis of slakkenvraat. Meestal ruimen natuurlijke vijanden de luizen op; haal slakken ’s avonds weg.

Het jaar rond

  • April: Binnen zaaien in potjes.
  • Mei: Na half mei buiten zaaien of uitplanten. Ongewenste zaailingen wieden.
  • Juni: Water geven bij droogte. Zaailingen in de moestuin herkennen en wieden.
  • Juli: Eerste bloei. ’s Avonds kijken naar nachtvlinders.
  • Augustus: Volle bloei. Vruchten met handschoenen wegknippen.
  • September: Bloei. Vruchten weghalen voor ze openspringen.
  • Oktober: Laatste bloemen. Na de eerste vorst de plant uittrekken en bij het restafval gooien.

Jij en deze soort

Wist je dat?

  • De Engelse naam jimsonweed komt van Jamestown in Virginia: volgens een oud verslag aten soldaten er in 1676 van de plant en gedroegen ze zich dagenlang verward.
  • Het zaad kan tientallen jaren kiemkrachtig blijven in de grond; daarom verschijnt de plant soms plots na grondwerken op een plek waar hij jaren niet stond.
  • De bloemen gaan ’s avonds open en geuren dan het sterkst, wat nachtvlinders lokt; toch kan de plant zichzelf ook bestuiven.

Meer soorten uit Europa · Alle soorten

Laden…