Herderstasje (Capsella bursa-pastoris)

Foto: Rasbak, CC BY-SA 3.0 · bron

Kruidachtige plant · Kruisbloemenfamilie (Brassicaceae)

Herderstasje

Capsella bursa-pastoris

In andere talen: Capselle bourse-à-pasteur (Français) · Shepherd’s-purse (English)

Komt in België in het wild voor.

Herderstasje is een van de meest algemene wilde planten van België en zelfs van de hele wereld. Dit kleine een- of tweejarige plantje uit de kruisbloemenfamilie groeit overal waar de grond open ligt: op akkers, in moestuinen, tussen tegels, langs paden en op braakliggende grond. Je herkent het aan de witte bloempjes met vier kroonblaadjes en vooral aan de platte, driehoekig-hartvormige vruchtjes, die op een ouderwets tasje lijken. Het bloeit bijna het hele jaar en zaait zich razendsnel uit. Voor veel tuiniers is het een onkruid, maar vroeg en laat in het jaar is het voedsel voor kleine insecten, en vogels eten graag het zaad.

  • Licht

    Zon of halfschaduw

    liefst wat zon

  • Vocht

    Droog tot normaal

    geen natte voeten

  • Winterhard

    Volledig winterhard

    tot -20 °C

  • Grootte

    0,3 m

    hoog, 0,15 m breed

  • Bloei

    februari–november

Feiten op een rij
Hoogte0,3 m
Inheems in BelgiëJa
Bloeifebruari–november

Herkennen

Zo herken je hem

Groeivorm
Een- of tweejarig plantje van 5–40 cm, met een platte bladrozet en een of meer rechte, weinig bebladerde stengels.
Blad
Rozetbladeren 5–10 cm en zeer wisselend: van bijna gaaf tot diep ingesneden zoals bij paardenbloem. Stengelbladeren klein en smal, met een pijlvormige voet die de stengel omvat.
Bloem
Witte bloempjes van 2–3 mm met vier kroonblaadjes in een kruis, in een tros die tijdens de bloei steeds langer wordt.
Vrucht
Platte, driehoekig-hartvormige hauwtjes van 5–8 mm op lange steeltjes, met kleine, oranjebruine zaadjes.
Wortels
Dunne, witte penwortel; de plant is makkelijk uit te trekken.
Verwarring met
Witte krodde heeft grotere, ronde, breed gevleugelde vruchtjes en ruikt naar look als je hem kneust. Kleine veldkers heeft lange, smalle hauwtjes en geveerde blaadjes. Zonder vruchten lijkt de rozet op die van paardenbloem, maar herderstasje heeft geen melksap.

Bloei: februari–november

In je tuin

Waarom in je tuin?

  • Bloeit al vanaf februari tot diep in de herfst: een vroege en late bron van stuifmeel en nectar voor kleine bijen, zweefvliegen en vliegjes.
  • De talloze zaadjes zijn voedsel voor zaadetende vogels zoals mussen en vinken.
  • Bedekt kale grond snel, tot andere planten het overnemen.
  • De jonge bladeren zijn eetbaar en worden in de Aziatische keuken gekookt of als vulling gebruikt.
  • Een ideaal plantje om kinderen te leren kijken: de tasjesvormige vruchtjes zijn makkelijk te herkennen.

Waar staat een herderstasje graag?

  • In het wild: akkers, moestuinen, bermen, paden, braakliggende grond en alle andere plekken met open, verstoorde grond.
  • Zon tot halfschaduw; in de schaduw blijft hij klein.
  • Groeit op bijna elke grond, van droog zand tot vochtige klei, maar het best op voedselrijke grond.
  • In een natuurtuin hoort hij in een akkerrand, langs een pad of in een hoekje met open grond.

Mooi samen met

  • Vogelmuur: Ook een vroege, eenjarige plant van open grond; samen voedsel voor vogels.
  • Paarse dovenetel: Bloeit tegelijk vroeg in het jaar en is goed voor hommels.
  • Klaproos: Voor een akkerhoekje met felle kleur in de zomer.
  • Korenbloem: Blauw naast het wit; ook een plant van open, bewerkte grond.

Onderhoud

Hoe en wanneer plant je een herderstasje?

  1. Kopen is niet nodig: herderstasje komt bijna altijd vanzelf. Graaf geen planten uit in de natuur; laat ze gewoon opkomen waar ze verschijnen.
  2. Wil je toch zaaien, verzamel dan in de zomer rijpe vruchtjes in je eigen tuin of langs een pad.
  3. Strooi het zaad van maart tot september dun op kale, losgemaakte grond en druk het licht aan; nauwelijks afdekken.
  4. Het kiemt binnen enkele dagen tot weken en kan al na een week of zes bloeien.
  5. Water geven is alleen nodig bij lange droogte na het zaaien.

Verzorgen

Water
Niet nodig; bij droogte blijft hij klein maar bloeit hij toch.
Bemesten
Niet nodig.
Wieden
In de moestuin trek je hem uit voor hij zaad vormt; dat gaat snel, dus wied om de twee à drie weken.
Zaad laten vallen
In een wilde hoek mag hij uitzaaien: zo heb je elk jaar nieuwe planten voor insecten en vogels.
Mulchen
Wil je hem niet in een border, houd de grond dan bedekt met mulch of andere planten: herderstasje kiemt vooral op kale grond.

Tip: Laat in de moestuin een strookje langs het pad met rust: daar mag herderstasje bloeien voor de insecten, terwijl je de bedden zelf proper houdt.

Snoeien en maaien

Wanneer: Niet nodig. Wil je uitzaaien beperken, trek de planten dan uit voor de vruchtjes rijp zijn.

Hoe:

  • Trek ongewenste planten met wortel en al uit, het liefst als de grond vochtig is.
  • Planten zonder rijp zaad mogen op de composthoop; met rijp zaad kun je ze beter in de gft-container gooien.
  • Laat in een wilde hoek een paar planten volledig uitbloeien en uitzaaien.

Snoeikalender en basisregels

Vermeerderen

Zaad
De enige manier. Eén plant geeft duizenden zaadjes, die jaren in de grond kiemkrachtig blijven. Zaaien kan van maart tot september.

Hoe komt een herderstasje de winter door?

Winterhard tot −20 °C.

  • Zaailingen uit de late zomer overwinteren als kleine rozet en bloeien al vroeg in het voorjaar.
  • In zachte winters bloeit hij soms gewoon door.
  • Winterhard tot ongeveer −20 °C.

Ziektes en plagen

  • Witte roest: Witte, poederige bultjes en vervormde stengels door een schimmelachtig organisme dat ook op andere kruisbloemigen voorkomt. Trek aangetaste planten uit als ze naast koolgewassen staan.
  • Aardvlooien: Kleine springende kevertjes maken gaatjes in het blad; ze belagen ook kool en radijs. Houd herderstasje daarom kort bij de moestuin.
  • Te veel zaailingen: Mulch en regelmatig wieden in de moestuin; laat hem enkel staan waar het mag.
  • Klein blijven: Op droge, arme grond blijft hij soms maar 5 cm hoog; dat is normaal en hij bloeit toch.

Het jaar rond

  • Februari: Eerste bloempjes op overwinterde rozetten.
  • Maart: Bloei. Zaaien op kale grond kan.
  • April: Volle bloei; kleine bijen en zweefvliegen.
  • Mei: Eerste rijpe vruchtjes. Wieden in de moestuin.
  • Juni: Zaad verzamelen.
  • Juli: Een nieuwe generatie bloeit.
  • Augustus: Wieden voor het zaad rijp is.
  • September: Laatste zaaimoment; zaailingen worden rozetten.
  • Oktober: Bloei op late planten.
  • November: Laatste bloemen; rozetten overwinteren.
  • December: Rozetten in rust.

Jij en deze soort

Wist je dat?

  • De naam verwijst naar de vruchtjes, die lijken op de leren tasjes die herders vroeger aan hun riem droegen; ook de Latijnse naam bursa-pastoris betekent ‘herderstas’.
  • Het is een van de meest verspreide planten ter wereld: hij komt voor op bijna alle continenten.
  • In China en Korea is herderstasje een gewaardeerde groente, onder meer als vulling voor dumplings.

Meer soorten uit Europa · Alle soorten

Laden…