Foto: Atilin, Public domain · bron
Kruidachtige plant · Composietenfamilie (Asteraceae)
Rode zonnehoed
Echinacea purpurea
In andere talen: Échinacée pourpre (Français) · Purple coneflower (English)
Komt van buiten Europa, maar staat hier veel in tuinen en parken.
De rode zonnehoed is een vaste plant uit de open prairies en lichte bossen van het oosten en midden van Noord-Amerika. In België groeit hij niet in het wild, maar in tuinen is hij erg geliefd als border- en prairieplant. Je herkent hem meteen aan de grote, roze tot purperen bloemen met licht afhangende lintbloemen rond een bol, oranjebruin hart vol stijve stekeltjes. Van juli tot in september is hij een topper voor bijen, hommels en vlinders, en in de winter pikken putters de zaden uit de hoofdjes. Eens ingeworteld verdraagt hij droogte goed en blijft hij jarenlang staan op een zonnige plek met doorlatende grond.
Licht
Volle zon
warm en licht
Vocht
Droog tot normaal
geen natte voeten
Winterhard
Volledig winterhard
tot -30 °C
Grootte
1 m
hoog, 0,5 m breed
Bloei
juli–september
| Snoeimaanden | maart |
|---|---|
| Hoogte | 1 m |
| Inheems in België | Nee, aangeplant |
| Bloei | juli–september |
Herkennen
Zo herken je hem
- Groeivorm
- Rechtopgaande, horstvormende vaste plant van 80–120 cm hoog en 40–50 cm breed, met stevige stengels die weinig vertakken.
- Blad
- Eirond tot lancetvormig, 10–20 cm, grof getand en ruw aanvoelend; de wortelbladeren hebben een lange steel, de stengelbladeren zijn kleiner.
- Bloem
- Bloemhoofdjes van 8–12 cm met roze tot purperen lintbloemen die licht naar beneden hangen, rond een bol, oranjebruin hart van buisbloemen met stijve, stekelige kafblaadjes.
- Vrucht/Zaad
- Kleine, vierhoekige nootjes die tussen de stekels van het droge, bruine hart rijpen.
- Wortels
- Een stevige wortelstok met vezelige wortels; de plant breidt zich traag uit en woekert niet.
- Verwarring met
- Gele zonnehoed (Rudbeckia) heeft gele lintbloemen en een zwart, minder stekelig hart. Bleke zonnehoed (Echinacea pallida) heeft smallere, bleekroze en sterk hangende lintbloemen.
Bloei: juli–september · Snoeien: maart
In je tuin
Waarom in je tuin?
- Lange bloei van juli tot in september, tot ver in de nazomer.
- Een echte bijen- en vlinderplant: honingbijen, hommels, solitaire bijen en vlinders zoals de dagpauwoog en de kleine vos halen er nectar en stuifmeel.
- De stevige zaadhoofdjes blijven de hele winter staan en zijn voer voor putters en andere zaadeters.
- Verdraagt droogte en hitte goed eens hij ingeworteld is: een plant voor een klimaatbestendige tuin.
- Mooie snijbloem; het kegelvormige hart blijft ook zonder lintbloemen sierlijk in een droogboeket.
- Past in een prairieborder, een grindtuin of een bloemrijke border tussen siergrassen.
Waar staat een rode zonnehoed graag?
- In het wild: open prairies, droge graslanden en lichte bossen in het oosten en midden van Noord-Amerika.
- Volle zon is ideaal; in lichte halfschaduw bloeit hij minder en valt hij sneller om.
- Doorlatende, gewone tuingrond: zand of leem, liefst niet te rijk. Zware, natte klei in de winter is zijn grootste vijand.
- Verdraagt droogte goed als hij eenmaal ingeworteld is; staat graag in een prairie- of grindborder.
- Reken op 40–50 cm per plant, in groepjes van 3–5 voor het mooiste effect.
Mooi samen met
- Gele zonnehoed: Gele bloemen naast de roze, in dezelfde zon en even lang in bloei.
- Patagonisch ijzerhard: IJle, paarse bloemen boven de border: samen een vlindermagneet.
- Vingergras: Een luchtig prairiegras dat in de herfst rood kleurt en in de winter blijft staan.
- Dropplant: Blauwe aren met anijsgeur en dezelfde wensen: zon en doorlatende grond.
- Hemelsleutel: Bloeit door in september–oktober en trekt dan nog bijen en vlinders.
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een rode zonnehoed?
- Koop planten bij een kwekerij of tuincentrum; haal nooit planten uit het wild.
- Plant in april–mei of in september, zodat de wortels nog kunnen groeien voor de zomerhitte of de winter.
- Maak de grond los en meng bij zware klei wat grof zand of grind door voor een goede afwatering.
- Zet de plant even diep als in de pot, niet dieper: de wortelhals mag niet onder de grond verdwijnen.
- Geef de eerste weken regelmatig water tot hij goed aanslaat, daarna enkel bij langdurige droogte.
- Zaaien kan ook: in maart–april binnen, of in de herfst in een pot buiten, want het zaad kiemt beter na een koude periode.
Verzorgen
- Water
- Het eerste jaar bij droogte wekelijks water geven. Daarna redt hij zich meestal zelf; geef enkel water bij lange hittegolven.
- Bemesten
- Niet nodig. In rijke grond worden de stengels slap en leeft de plant korter. Een dun laagje compost in het voorjaar volstaat op arme zandgrond.
- Uitgebloeide bloemen
- Knip in juli–augustus een deel van de uitgebloeide hoofdjes weg voor een langere bloei, maar laat vanaf september alles staan voor de vogels.
- Slakken
- Bescherm de jonge scheuten in april–mei: slakken kunnen een plant volledig opeten. Een ring van scherp zand of ’s avonds rapen helpt.
- Verjongen
- Na 4–5 jaar wordt de horst soms minder krachtig. Verjong hem door hem in het voorjaar te scheuren of laat jonge zaailingen opgroeien.
Tip: Laat in de nazomer een paar zaadhoofdjes rijpen en ruim ze in de winter niet op: zo krijg je putters in de tuin en af en toe een zaailing die de oude plant vervangt.
Snoeien en maaien
Snoeimaanden: maart.
Wanneer: Eind februari tot eind maart, voor de nieuwe scheuten verschijnen.
Hoe:
- Laat de stengels met de zaadhoofdjes de hele winter staan: putters eten de zaden en in de stengels overwinteren insecten.
- Knip ze in maart af tot net boven de grond, voor de nieuwe rozet uitloopt.
- Wil je lagere, stevigere planten? Knip eind mei de helft van de stengels een derde in: ze bloeien dan iets later en lager.
- Leg het snoeisel op een takkenhoop of in een rustig hoekje, zodat de insecten in de stengels nog kunnen uitkomen.
Let op: Snoei niet in de herfst: je ontneemt vogels en insecten dan hun wintervoer en schuilplek.
Vermeerderen
- Zaad
- Zaai in maart–april binnen op 18–20 °C, of in de herfst in een pot buiten: na een koude periode kiemt het zaad beter. Zaailingen bloeien meestal vanaf het tweede jaar. Rassen komen niet zuiver uit zaad.
- Scheuren
- Graaf in april een oudere horst op en steek hem met een spade in stukken met elk een paar knoppen. Hij houdt niet van verstoring: doe het enkel bij oudere planten.
- Wortelstekken
- Leg in de winter stukjes dikke wortel van 5 cm in een pot met zanderige grond; in het voorjaar lopen ze uit.
Hoe komt een rode zonnehoed de winter door?
Winterhard tot −30 °C.
- Het blad sterft in de herfst af; de plant overwintert als knoppen op de wortelstok net onder de grond.
- De donkere zaadhoofdjes op stijve stengels blijven staan en zijn met rijp of sneeuw erop een mooi winterbeeld.
- Goed winterhard, tot ongeveer −30 °C; natte, zware grond in de winter is gevaarlijker dan vorst.
- Putters en andere zaadeters pikken de zaden tot diep in de winter uit de hoofdjes.
Ziektes en plagen
- Slakken: Eten in het voorjaar de jonge scheuten op. Raap ze in de vroege ochtend of ’s avonds en geef egels, padden en loopkevers een plek in de tuin.
- Wegrotten in de winter: In natte, zware grond rot de wortelstok weg. Plant in doorlatende grond, eventueel iets verhoogd, en verbeter klei met grind.
- Kort leven: Vooral gekleurde en gevulde rassen verdwijnen vaak na 2–3 jaar. Kies de gewone soort of sterke rassen, en laat wat zaailingen opkomen.
- Vergroende bloemen: Groene, misvormde bloemen wijzen op een fytoplasma, overgebracht door cicaden. Er is geen remedie: haal de plant met wortel en al weg en gooi ze bij het restafval.
- Meeldauw: Wit poeder op de bladeren in droge nazomers. Onschuldig voor de bloei; zorg voor ruimte en geef water aan de voet.
Het jaar rond
- Maart: Oude stengels afknippen tot net boven de grond. Binnen zaaien.
- April: Planten of scheuren. Jonge scheuten beschermen tegen slakken.
- Mei: Eventueel de helft van de stengels inknippen voor een lagere plant.
- Juni: Knoppen verschijnen. Jonge planten water geven bij droogte.
- Juli: Begin van de bloei. Bijen, hommels en vlinders bekijken.
- Augustus: Volle bloei. Een deel van de uitgebloeide hoofdjes wegknippen voor een langere bloei.
- September: Laatste bloemen. Zaadhoofdjes laten staan. Planten kan nog.
- Oktober: Zaad oogsten en meteen in een pot buiten zaaien.
- December: De zaadhoofdjes blijven staan voor de putters.
Jij en deze soort
Wist je dat?
- De naam Echinacea komt van het Griekse echinos, egel of zee-egel, door het stekelige hart van de bloem.
- Linnaeus beschreef de plant in 1753 als Rudbeckia purpurea; pas in 1794 kreeg hij een eigen geslacht, Echinacea.
- Door kruisingen met andere Echinacea-soorten bestaan er nu ook rassen in wit, geel, oranje en rood.