Foto: Me, Public domain · bron
Kruidachtige plant · Ooievaarsbekfamilie (Geraniaceae)
Slipbladige ooievaarsbek
Geranium dissectum
In andere talen: Géranium découpé (Français) · Cut-leaved crane’s-bill (English)
Komt in België in het wild voor.
Slipbladige ooievaarsbek is een kleine, eenjarige ooievaarsbek met diep ingesneden, bijna draadfijn verdeeld blad en kleine, paarsroze bloemetjes. Hij is algemeen in heel België op akkers, in ingezaaide graslanden, in bermen, op braakland, in moestuinen en in de duinen. Je herkent hem aan de rondachtige bladeren die tot bijna aan de voet in smalle slippen zijn verdeeld, aan de bloemen van nauwelijks 1 cm op korte steeltjes en aan de lange snavel van de vrucht, waaraan de familie haar naam dankt. De hele plant is behaard, bovenaan met kliertjes. Kleine bijen en zweefvliegen bezoeken de bloemetjes, en de rupsen van het bruin blauwtje eten van het blad.
Licht
Volle zon
warm en licht
Vocht
Normaal
geen natte voeten
Winterhard
tot -15 °C
jonge planten beschermen
Grootte
0,3 m
hoog, 0,3 m breed
Bloei
mei–september
| Hoogte | 0,3 m |
|---|---|
| Inheems in België | Ja |
| Bloei | mei–september |
Herkennen
Zo herken je hem
- Groeivorm
- Eenjarig, soms tweejarig, 10–60 cm, liggend tot opstijgend en vertakt; vaak tussen andere planten.
- Blad
- Rondachtig in omtrek, 2–7 cm, tot bijna aan de voet verdeeld in 5–7 smalle slippen die verder ingesneden zijn; behaard.
- Bloem
- Paarsroze tot roodpaars, 8–10 mm breed, met vijf ingekeepte kroonbladen; kelkbladen met een kort naaldpuntje; op korte bloemsteeltjes, korter dan de bladeren.
- Vrucht/Zaad
- Een snavelvormige vrucht van 1–1,5 cm met vijf behaarde deelvruchtjes; de zaden zijn fijn netvormig gegroefd.
- Stengel
- Rond, dun, roodachtig en met afstaande haren, bovenaan met kliertjes.
- Verwarring met
- Fijne ooievaarsbek heeft lange bloemsteeltjes, grotere bloemen en kale deelvruchtjes. Zachte ooievaarsbek heeft zachtbehaarde, ronde bladeren die maar tot halverwege ingesneden zijn. Robertskruid is groter, ruikt sterk en heeft blad dat in aparte deelblaadjes verdeeld is.
Bloei: mei–september
In je tuin
Waarom in je tuin?
- Waardplant voor het bruin blauwtje, een vlindertje waarvan de rupsen van kleine ooievaarsbekken en reigersbek eten.
- Bloeit van mei tot september en levert nectar voor kleine bijen, zweefvliegen en vliegjes.
- Fijn, decoratief blad dat in de zon vaak rood verkleurt.
- Een boeiende vrucht: de snavel slingert de zaden bij rijpheid weg, een mooi schouwspel voor kinderen.
- Hoort bij bloemrijke bermen, akkerranden en jonge graslanden, en laat zich makkelijk wieden waar hij niet gewenst is.
Waar staat een slipbladige ooievaarsbek graag?
- In het wild op akkers, in ingezaaide graslanden, bermen, op braakland, in moestuinen en in de duinen.
- Volle zon; in de schaduw groeit hij ijl.
- Normale tot vrij droge, matig voedselrijke grond: zand, leem of klei.
- Hij heeft open plekken nodig om te kiemen: in een dichte grasmat verdwijnt hij, in een jong of kort gemaaid grasland houdt hij stand.
Mooi samen met
- Gewone reigersbek: Een familielid van zandige bermen, ook een waardplant van het bruin blauwtje.
- Vogelwikke: Paarse trossen in dezelfde berm, voor hommels en bijen.
- Gewone rolklaver: Gele bloemen voor bijen en de waardplant van het icarusblauwtje.
- Korenbloem: Blauwe bloemen in een akkerrand, geliefd bij bijen en vlinders.
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een slipbladige ooievaarsbek?
- Koop zaad bij een kweker van wilde planten, of laat hem vanzelf komen; graaf nooit planten uit in de natuur.
- Zaai in september–oktober of in maart–april op losgemaakte grond met wat open plekken.
- Strooi het zaad dun, hark het licht in en druk de grond aan.
- Houd 20–30 cm tussen de planten, of zaai hem verspreid in een bloemenmengsel voor een berm of akkerrand.
- Houd de grond vochtig tot de kiemplanten er staan; daarna is water geven niet nodig.
Verzorgen
- Water
- Niet nodig, behalve voor kiemplanten in een droge lente.
- Bemesten
- Niet nodig: op te rijke grond wordt hij overgroeid door gras en grote kruiden.
- Maaien
- In een bloemrijke berm maai je in juli en in september of oktober, en voer je het maaisel af. Zo blijven er open plekjes waar hij kan kiemen.
- Woekeren
- Hij zaait zich uit, maar woekert zelden. In de moestuin trek of schoffel je ongewenste planten voor ze vruchten zetten.
- Zaad laten vallen
- Laat een paar planten hun snavels rijpen: dan komt hij elk jaar terug.
Tip: Maai een bloemrijke berm met slipbladige ooievaarsbek niet voor juli: dan heeft hij zijn zaad al weggeschoten en komt hij het volgende jaar terug.
Snoeien en maaien
Wanneer: Niet nodig: het is een eenjarige plant. In een berm volstaat het maaibeheer; in de moestuin wied je in mei–juni, voor de vruchten rijpen.
Hoe:
- Laat de planten staan tot de meeste snavels opengesprongen zijn, als je wilt dat hij terugkomt.
- Trek ongewenste planten met wortel en al uit; ze komen makkelijk los.
- Gewiede planten zonder rijpe vruchten mogen op de composthoop.
Vermeerderen
- Zaad
- Vermeerdert zich alleen met zaad. Bij rijpheid krullen de snavelstroken plots op en slingeren ze het zaad weg. Het zaad kiemt vooral in de herfst en het voorjaar, en blijft enkele jaren kiemkrachtig in de grond.
Hoe komt een slipbladige ooievaarsbek de winter door?
Winterhard tot −15 °C: jonge planten beschermen.
- Planten die in de herfst kiemen, overwinteren als kleine rozetjes met fijn ingesneden, vaak roodachtig blad.
- Ze verdragen gewone Belgische winters; strenge vorst kan de rozetten doden, maar het zaad in de grond overleeft.
- Planten die in de zomer bloeiden, sterven in de herfst af.
Ziektes en plagen
- Verdwijnen: In een dichte, hoge grasmat kiemt hij niet meer. Maai twee keer per jaar en voer het maaisel af, of maak hier en daar een open plekje.
- Te veel zaailingen: In een moestuin kan hij talrijk worden. Schoffel tijdig en mulch de grond.
- Meeldauw: Soms wit poeder op de bladeren in droge zomers. Onschuldig voor een eenjarige; laat het.
- Verwarring met andere soorten: Kleine ooievaarsbekken lijken op elkaar. Kijk naar het blad, de lengte van de bloemsteeltjes en de beharing van de deelvruchtjes.
Het jaar rond
- Maart: Zaaien op losse grond. Herfstrozetten groeien verder.
- April: Groei. Zaaien kan nog.
- Mei: Begin van de bloei. Wieden in de moestuin waar hij niet gewenst is.
- Juni: Volle bloei; de eerste snavels rijpen.
- Juli: Bloei en zaadzetting. Eerste maaibeurt in een rijke berm.
- Augustus: Bloei. Let op rupsen van het bruin blauwtje.
- September: Laatste bloei. Zaaien voor volgend jaar.
- Oktober: Maaien en het maaisel afvoeren. Nieuwe rozetjes kiemen.
Jij en deze soort
Wist je dat?
- Geranium komt van het Griekse geranos, ‘kraanvogel’: de lange snavel van de vrucht lijkt op een vogelbek. In het Nederlands werd het een ooievaar.
- Als de vrucht rijp is, krullen de vijf stroken van de snavel plots op en slingeren ze de zaden een eind weg: een eigen katapult.
- Dissectum betekent ‘in stukken gesneden’, naar de diep ingesneden bladeren.