Foto: GerardM at nl.wikipedia, CC BY-SA 3.0 · bron
Kruidachtige plant · Schermbloemenfamilie (Apiaceae)
Reuzenberenklauw
Heracleum mantegazzianum
In andere talen: Berce du Caucase (Français) · Giant hogweed (English)
Komt in België in het wild voor.
Reuzenberenklauw is een reusachtige schermbloem uit de Kaukasus die in de 19e eeuw als sierplant naar Europa kwam en nu in België verwilderd is langs rivieren, beken, spoorwegen en wegbermen en op braakliggende grond. Hij wordt 2–4 m hoog, met dikke, holle stengels vol paarse vlekken, bladeren tot 2 m lang en witte schermen tot 50 cm breed. Het is een invasieve exoot die op de Europese lijst staat: hij verdringt inheemse planten en vormt dichte haarden. Bovendien is zijn sap gevaarlijk: samen met zonlicht veroorzaakt het zware brandwonden. Plant hem dus nooit en ruim hem voorzichtig op als hij in je tuin opduikt.
Let op: Invasieve exoot op de Europese lijst: plant, zaai of verspreid hem nooit. Het sap veroorzaakt samen met zonlicht zware brandwonden; hou kinderen en huisdieren weg, werk altijd met beschermende kleding en een bril, en voer schermen en zaden af in een dichte zak bij het restafval, nooit op de composthoop.
Licht
Zon of halfschaduw
liefst wat zon
Vocht
Normaal tot nat
mag niet uitdrogen
Winterhard
Volledig winterhard
tot -30 °C
Grootte
3 m
hoog, 1,5 m breed
Bloei
juni–augustus
| Snoeimaanden | april–juli |
|---|---|
| Hoogte | 3 m |
| Inheems in België | Nee, een invasieve exoot |
| Bloei | juni–augustus |
Herkennen
Zo herken je hem
- Groeivorm
- Reusachtige plant van 2–4 m. Hij groeit eerst enkele jaren als grote bladrozet, bloeit dan één keer en sterft daarna af.
- Blad
- Enorm, vaak 1–2 m lang, diep ingesneden in spitse, scherp gezaagde lobben; groen en minder ruw dan bij gewone berenklauw.
- Bloem
- Witte schermen tot 50 cm breed met 50–150 stralen, in juni–augustus: een groot hoofdscherm met kleinere zijschermen eromheen.
- Vrucht/Zaad
- Platte, ovale, gevleugelde zaden van ongeveer 1 cm, in enorme aantallen. Ze drijven en verspreiden zich langs waterlopen.
- Stengel
- Hol en gegroefd, 5–10 cm dik aan de voet, met opvallende paarsrode vlekken en stijve haren.
- Verwarring met
- Gewone berenklauw blijft kleiner (0,5–2 m), heeft schermen van 10–20 cm, ruw behaarde bladeren met brede, stompe lobben en geen grote paarse vlekken op de stengel. Engelwortel heeft gladde, vaak paars aangelopen stengels en fijner, dubbel gevind blad.
Bloei: juni–augustus · Snoeien: april–juli
In je tuin
Wat je moet weten
- Herkennen is belangrijk: zijn sap veroorzaakt met zonlicht zware brandwonden, vooral bij kinderen die met de holle stengels spelen.
- Hij staat op de Europese lijst van invasieve exoten: plant of verspreid hem nooit.
- Eén plant vormt duizenden zaden, die enkele jaren kiemkrachtig blijven in de grond.
- Dichte haarden verdringen inheemse planten en laten in de winter kale oevers achter die makkelijk afkalven.
- Vroeg ingrijpen loont: een paar planten ruim je in een middag op, een grote haard kost jaren werk.
Waar staat een reuzenberenklauw graag?
- In het wild: oevers van rivieren en beken, vochtige ruigtes, bermen, spoorwegtaluds, parken en braakliggende grond.
- Groeit in zon en halfschaduw, op frisse tot vochtige, voedselrijke grond.
- In de tuin hoort hij nergens thuis: duikt hij op, verwijder hem dan zo snel mogelijk.
- Let vooral op na grondwerken, langs waterkanten en waar aangevoerde grond ligt: daar kiemen zaden makkelijk.
Beter in de plaats
- Engelwortel: Inheems alternatief: een schermbloem van 1–2 m voor vochtige plekken, met witte tot roze schermen vol insecten.
- Koninginnekruid: Inheems alternatief: grote, roze bloemschermen in juli–augustus langs het water, een vlindermagneet.
- Grote kattenstaart: Inheems alternatief: paarse aren aan de waterkant, geliefd bij bijen.
- Moerasspirea: Inheems alternatief: romige, geurende pluimen op natte grond.
Onderhoud
Zo verwijder je hem
- Plant of zaai reuzenberenklauw nooit en geef geen zaad of planten door: hij staat op de Europese lijst van invasieve exoten.
- Bescherm je volledig voor je begint: waterdichte handschoenen, lange mouwen, lange broek, laarzen en een veiligheidsbril of gelaatsscherm. Werk bij bewolkt weer.
- Steek kleine en middelgrote planten in april–mei uit: steek met een scherpe spade de penwortel 10–15 cm onder de grond door en trek het bovenste deel eruit.
- Bloeiende planten die je niet kunt uitsteken: knip de schermen af zodra de eerste groene zaden zich vormen, nog voor ze rijp en bruin zijn, en kijk na 2–3 weken opnieuw.
- Stop schermen en zaden in een dichte zak bij het restafval, nooit op de composthoop of bij het groenafval. Laat wortels en bladeren op een verharde plek uitdrogen of voer ze ook af met het restafval.
- Controleer de plek de volgende jaren elk voorjaar op nieuwe zaailingen en meld grote haarden aan je gemeente.
Bestrijden
- Uitsteken
- De beste methode voor losse planten: de penwortel in april–mei 10–15 cm onder de grond doorsteken. De plant loopt dan niet meer uit.
- Schermen afknippen
- Bij bloeiende planten de schermen wegknippen als de eerste zaden groen zijn. Te vroeg knippen geeft nieuwe schermen, te laat en de zaden vallen al.
- Maaien
- Herhaald maaien, elke 2–3 weken van april tot augustus, verzwakt grote haarden maar doodt de planten niet snel. Bescherm je goed tegen opspattend sap.
- Afdekken
- Kleine haarden kun je na het afmaaien een volledig groeiseizoen afdekken met zwart, lichtdicht folie.
- Nazorg
- Kom elk jaar terug: de zaden in de grond leveren nog jaren nieuwe zaailingen.
Tip: Pak reuzenberenklauw aan in maart–april, als de rozetten nog klein zijn: dan steek je de wortel makkelijk door en kom je nauwelijks met sap in aanraking.
Snoeien en maaien
Snoeimaanden: april–juli.
Wanneer: Uitsteken in april–mei; schermen afknippen in juni–juli, als de eerste zaden groen zijn.
Hoe:
- Draag altijd volledig beschermende kleding en een bril of gelaatsscherm.
- Steek de penwortel 10–15 cm onder de grond door: zo sterft de plant af.
- Knip bij bloeiende planten alle schermen af, ook de kleinere zijschermen, en voer ze af in een dichte zak.
- Kom na 2–3 weken terug en verwijder schermen die opnieuw verschijnen.
- Gebruik geen bosmaaier die sap in het rond spat zonder volledige bescherming.
Let op: Sap op de huid plus zonlicht geeft zware brandwonden die vaak pas na een dag verschijnen en lang zichtbaar blijven. Na contact: de huid meteen wassen met water en zeep, minstens twee dagen uit de zon houden en bij blaren naar een arts gaan.
Hoe hij zich verspreidt
- Zaad
- Hij verspreidt zich alleen met zaad, maar wel met duizenden zaden per plant. De meeste vallen binnen enkele meters, maar via water, maaimachines en aangevoerde grond reizen ze veel verder.
- Zaadbank
- Zaden blijven enkele jaren kiemkrachtig in de grond. Verplaats nooit grond van een plek waar reuzenberenklauw stond.
- Langs water
- Zaden drijven en spoelen bij hoog water aan op oevers verder stroomafwaarts. Verwijder daarom ook planten langs beken en sloten.
Hoe komt een reuzenberenklauw de winter door?
Winterhard tot −30 °C.
- De bladeren sterven in de herfst af; de dikke penwortel overleeft de winter.
- Planten die gebloeid hebben, sterven na het zaadzetten helemaal af, maar hun droge stengels kunnen lang blijven staan.
- In maart verschijnen de nieuwe bladrozetten: het beste moment om ze te herkennen en aan te pakken.
- Volledig winterhard: ook strenge vorst doodt de wortels niet.
Ziektes en plagen
- Brandwonden: Sap en zonlicht geven blaren en brandwonden, soms met littekens of maandenlang donkere vlekken. Werk altijd volledig beschermd.
- Zaadbank: Ook na het verwijderen kiemen nog jaren zaailingen. Controleer elk voorjaar en steek ze jong uit.
- Hergroei na maaien: Gemaaide planten lopen opnieuw uit en bloeien soms laag bij de grond. Steek de wortel liever door.
- Verspreiding langs water: Zaden spoelen aan van stroomopwaarts. Werk samen met je buren en meld haarden aan je gemeente.
Het jaar rond
- Maart: Nieuwe bladrozetten verschijnen. Zoek ze op en markeer ze.
- April: Jonge planten uitsteken: de penwortel 10–15 cm diep doorsteken.
- Mei: Uitsteken afronden voor de bloeistengels groot worden.
- Juni: De bloei begint. Schermen afknippen als de eerste zaden groen zijn.
- Juli: Nieuwe schermen opsporen en afknippen. Zakken met schermen naar het restafval.
- Augustus: Laatste schermen weghalen voor de zaden bruin worden.
- September: De plek nakijken op late zaailingen.
- Oktober: De bladeren sterven af. Haarden noteren voor volgend jaar.
Jij en deze soort
Wist je dat?
- De wetenschappelijke naam eert de Italiaanse wetenschapper Paolo Mantegazza.
- De plant bloeit maar één keer in zijn leven: na enkele jaren als rozet maakt hij een enorm scherm, zet zaad en sterft af.
- In de 19e eeuw werd hij in Europa als bewonderde sierplant in parken en grote tuinen gezet; van daaruit verwilderde hij langs rivieren.