Foto: No machine-readable author provided. TeunSpaans assumed (based on copyright claims)., CC BY-SA 3.0 · bron
Kruidachtige plant · Schermbloemenfamilie (Apiaceae)
Gewone engelwortel
Angelica sylvestris
In andere talen: Angélique sauvage (Français) · Wild angelica (English)
Komt in België in het wild voor.
Gewone engelwortel is een statige schermbloem van natte graslanden, ruigten, slootkanten, beekoevers en vochtige bossen. In België is het een vrij algemene plant, vooral in beekdalen en op vochtige, voedselrijke grond. Je herkent ze aan de dikke, holle, kale stengel, die vaak paars aangelopen en wit berijpt is, aan de grote bladeren met opgeblazen bladscheden en aan de bolle, witte tot roze schermen die van juli tot september bloeien. In de nazomer gonzen de schermen van de insecten: zweefvliegen, wespen, kevers en vliegen komen er massaal op af. Voor een natte natuurtuin of een vijverrand is het een prachtige structuurplant.
Let op: Het sap van engelwortel kan in combinatie met zonlicht de huid irriteren of blaren geven, al is het veel minder erg dan bij berenklauw: draag handschoenen. Verwar de plant niet met reuzenberenklauw, die op de Europese lijst van invasieve soorten staat, of met de zeer giftige waterscheerling, die ook op natte plaatsen groeit.
Licht
Zon of halfschaduw
liefst wat zon
Vocht
Normaal tot nat
mag niet uitdrogen
Winterhard
Volledig winterhard
tot -30 °C
Grootte
1,5 m
hoog, 0,8 m breed
Bloei
juli–september
| Snoeimaanden | maart en oktober |
|---|---|
| Hoogte | 1,5 m |
| Inheems in België | Ja |
| Bloei | juli–september |
Herkennen
Zo herken je hem
- Groeivorm
- Forse, vaak kortlevende vaste plant; bloeistengels van 1–2 m.
- Blad
- Groot, twee- tot driemaal geveerd met brede, eironde, fijn gezaagde blaadjes. De bladsteel is aan de bovenkant gegroefd; hogerop zitten opgeblazen, zakvormige bladscheden rond de stengel.
- Bloem
- Bolle schermen tot 15 cm breed, wit tot rozeachtig, van juli tot september.
- Stengel
- Dik, hol, kaal en vaak paars aangelopen, met een witte waslaag die je kunt wegwrijven.
- Vrucht/Zaad
- Platte, ovale splitvruchtjes van 4–5 mm met brede vleugelranden; ze drijven op water.
- Verwarring met
- Gewone berenklauw heeft ruwe, behaarde stengels en brede, gelobde bladeren. Reuzenberenklauw wordt 3–4 m hoog, met paarse vlekken en borstelharen op de stengel. Grote engelwortel heeft groengele bloemen en ruikt sterk aromatisch.
Bloei: juli–september · Snoeien: maart en oktober
In je tuin
Waarom in je tuin?
- Een van de beste nectarplanten van de nazomer: de schermen trekken in juli–september een grote verscheidenheid aan insecten.
- Statige structuur van 1,5–2 m hoog voor een vijverrand, een natte weide of een beekoever.
- De holle stengels bieden in de winter onderdak aan overwinterende insecten.
- De uitgebloeide schermen met platte, gevleugelde zaden zijn in de herfst en de winter decoratief.
- Bloeit laat, wanneer veel andere wilde bloemen al uitgebloeid zijn.
Waar staat een gewone engelwortel graag?
- In het wild: natte en vochtige graslanden, ruigten, slootkanten, beekoevers, elzenbossen en vochtige bosranden.
- Zon tot halfschaduw.
- Vochtige tot natte, voedselrijke grond; natte voeten zijn geen probleem.
- In de tuin: aan de rand van een vijver, in een natte hoek of in een moerasborder, met 80 cm ruimte rond de plant.
Mooi samen met
- Moerasspirea: Romige pluimen in dezelfde natte grond, iets vroeger in bloei.
- Grote kattenstaart: Paarse aren als contrast, een topper voor bijen en vlinders.
- Koninginnekruid: Roze schermen in de nazomer, geliefd bij vlinders.
- Gele lis: Voor de vijverrand, met bloei in mei–juni.
- Echte valeriaan: Roze-witte schermen voor een vochtige border.
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een gewone engelwortel?
- Koop een plant bij een kwekerij voor inheemse planten of zaai met zaad van wilde herkomst.
- Zaai vers zaad in september–november ter plaatse of in een pot die buiten blijft: het zaad heeft een koudeperiode nodig en verliest snel zijn kiemkracht.
- Druk het zaad licht aan, dek het nauwelijks af en houd de grond vochtig.
- Plant jonge planten in het voorjaar of de herfst op 60–80 cm afstand, in vochtige grond.
- Geef na het planten water en houd de grond het eerste jaar vochtig.
- Graaf nooit planten uit in de natuur.
Verzorgen
- Water
- Op een natte plek niet nodig. In een gewone border in droge zomers ruim water geven.
- Bemesten
- Niet nodig; vochtige, humusrijke grond levert genoeg.
- Zaad laten vallen
- Laat een paar schermen uitzaaien: de plant is vaak kortlevend en zaailingen nemen het over.
- Maaien
- Maai een natte hooiweide pas in oktober, na de zaadrijping, en voer het maaisel af.
- Handschoenen
- Draag handschoenen bij het knippen: het sap kan in de zon de huid irriteren.
Tip: Gooi de oude stengels in maart niet weg, maar bind ze in bundels en leg ze op een zonnige, droge plek: zo heb je meteen een gratis insectenhotel.
Snoeien en maaien
Snoeimaanden: maart en oktober.
Wanneer: In maart de oude stengels weg; een natte hooiweide maaien in oktober.
Hoe:
- Laat de uitgebloeide schermen en holle stengels de hele winter staan.
- Knip in maart de oude stengels aan de voet af.
- Bind de afgeknipte holle stengels samen of leg ze op een hoopje: insecten die erin overwinteren, kunnen er dan nog uitkruipen.
- Maai een natte hooiweide in oktober, nadat de zaden rijp zijn, en voer het maaisel af.
Let op: Draag handschoenen en lange mouwen: het sap kan in combinatie met zonlicht de huid irriteren.
Vermeerderen
- Zaad
- Zaai vers zaad in de herfst buiten. Gedroogd en lang bewaard zaad kiemt slecht.
- Zelfuitzaai
- Op een vochtige, open plek zaait de plant zichzelf uit; verplant zaailingen jong, met een kluit.
Hoe komt een gewone engelwortel de winter door?
Winterhard tot −30 °C.
- De plant sterft bovengronds af; de droge stengels en schermen blijven staan.
- In de holle stengels overwinteren insecten.
- Volledig winterhard, tot ongeveer −30 °C.
- Na een rijke bloei sterft de plant soms helemaal af; zaailingen in de buurt nemen het dan over.
Ziektes en plagen
- Kortlevend: Na een paar jaar bloei kan de plant verdwijnen. Laat altijd wat zaad vallen.
- Bladluis: Op stengels en schermen in de zomer; lieveheersbeestjes en zweefvlieglarven ruimen ze snel op.
- Huidirritatie: Het sap kan in de zon roodheid of blaren geven. Draag handschoenen en was je huid als je sap gemorst hebt.
- Droogte: Op een te droge plek hangt het blad en blijft de plant klein. Kies een natte of vochtige plek.
Het jaar rond
- Maart: Oude stengels afknippen en op een hoopje leggen.
- April: Nieuwe bladeren lopen uit. Planten.
- Mei: De bladeren groeien uit tot grote pollen.
- Juni: De bloeistengels schieten omhoog.
- Juli: Begin van de bloei.
- Augustus: Volle bloei: insecten op de schermen.
- September: Laatste bloei; het zaad rijpt. Vers zaad oogsten en zaaien.
- Oktober: Natte hooiweide maaien. Zaaien.
- December: Droge stengels en schermen laten staan.
Jij en deze soort
Wist je dat?
- De naam Angelica verwijst naar engelen: volgens een middeleeuwse legende toonde een engel de plant aan de mensen als middel tegen de pest.
- De zaden hebben brede vleugelranden en drijven op water, zodat beken en rivieren ze stroomafwaarts verspreiden.
- Van de verwante grote engelwortel worden de stengels gekonfijt; als groene, gesuikerde stukjes vind je ze in sommige gebakjes.