Gewone waternavel (Hydrocotyle vulgaris)

Foto: Wikimedia Commons, CC BY-SA 3.0 · bron

Kruidachtige plant · Araliafamilie (Araliaceae)

Gewone waternavel

Hydrocotyle vulgaris

In andere talen: Hydrocotyle commune (Français) · Marsh pennywort (English)

Komt in België in het wild voor.

Gewone waternavel is een laag, kruipend, overblijvend plantje van natte, voedselarme plekken, met ronde, glanzende blaadjes waarvan het steeltje precies in het midden vastzit, zoals bij een parasolletje. Hij groeit in natte heide, veenmoerassen, natte duinvalleien, schraallanden en langs de oevers van vennen en poelen. In België is hij vrij algemeen in de Kempen en in de duinen, en elders zeldzamer. De piepkleine, roze-witte bloemetjes zitten in kleine kransjes onder de bladeren en vallen nauwelijks op. Voor een poelrand of moerastuin is hij een fijne bodembedekker, en in de natuur is hij een teken van natte, voedselarme grond.

Let op: Verwar gewone waternavel niet met grote waternavel: die staat op de Europese lijst van invasieve soorten en mag je niet kopen, planten of verspreiden.

  • Licht

    Zon of halfschaduw

    liefst wat zon

  • Vocht

    Vochtig tot nat

    mag niet uitdrogen

  • Winterhard

    Volledig winterhard

    tot -25 °C

  • Grootte

    0,1 m

    hoog, 0,5 m breed

  • Bloei

    juni–augustus

Feiten op een rij
Snoeimaandenseptember
Hoogte0,1 m
Inheems in BelgiëJa
Bloeijuni–augustus

Herkennen

Zo herken je hem

Groeivorm
Laag, kruipend kruid van 5–15 cm, met dunne stengels die op elke knoop wortelen en matten vormen.
Blad
Rond, 1–5 cm breed, glanzend groen met een gekartelde rand; het lange steeltje zit in het midden van het blad vast (schildvormig).
Bloem
Piepklein, roze-wit tot groenig, in kleine kransjes op korte steeltjes, meestal verscholen onder de bladeren, van juni tot augustus.
Vrucht/Zaad
Kleine, platte, ronde splitvruchtjes van 1–2 mm.
Wortels
Fijne wortels op elke knoop van de kruipende stengels.
Verwarring met
Grote waternavel staat op de Europese lijst van invasieve soorten: hij heeft niervormige, gelobde bladeren met het steeltje aan de rand, wordt veel groter en vormt drijvende matten op het water. Navelkruid heeft ook schildvormige, maar dikke, vlezige bladeren en groeit op muren en rotsen.

Bloei: juni–augustus · Snoeien: september

In je tuin

Waarom in je tuin?

  • Een fijne, lage bodembedekker voor natte plekken waar weinig anders groeit.
  • De matten bieden beschutting aan kikkers, salamanders en kleine insecten langs de oever.
  • De kleine bloemetjes worden bezocht door kleine vliegjes en kevertjes.
  • Een kenmerkende plant van waardevolle, voedselarme natte natuur, samen met veenpluis, dopheide en kleine zeggen.
  • Het blad met het steeltje in het midden is een van de herkenbaarste bladvormen van onze flora: leuk om te ontdekken met kinderen.

Waar staat een gewone waternavel graag?

  • In het wild: natte heide, venoevers, veenmoerassen, natte duinvalleien, blauwgraslanden en schrale, natte weiden.
  • Zon tot halfschaduw.
  • Natte tot drassige, voedselarme, zure tot neutrale grond; hij verdraagt heel ondiep water.
  • In de tuin: langs de ondiepe rand van een poel, in een moerasbak of in een natte, schrale gazonhoek. In voedselrijke grond verliest hij het van grotere planten.

Mooi samen met

  • Veenpluis: Witte pluizen in de zomer, in dezelfde natte, voedselarme grond.
  • Dopheide: Roze klokjes in de zomer op natte, zure grond.
  • Wateraardbei: Donkerrode bloemen aan een natte, venige poelrand.
  • Moeraswalstro: Fijne witte bloempjes tussen de ronde blaadjes.

Onderhoud

Hoe en wanneer plant je een gewone waternavel?

  1. Koop plantjes bij een kwekerij voor inheemse water- en oeverplanten, en controleer het blad: het steeltje moet in het midden zitten.
  2. Plant in april–juni in natte, zandige of venige grond aan de poelrand, 20–30 cm uit elkaar.
  3. Je kunt hem ook in heel ondiep water zetten, op de vlakke rand van de poel.
  4. Gebruik geen potgrond of compost: voedselarme grond past bij hem en houdt hem compact.
  5. Houd de grond altijd nat; droogt hij uit, dan kwijnt hij weg.
  6. Graaf nooit planten uit in natuurgebieden: heidevennen en venen zijn kwetsbare, beschermde natuur.

Verzorgen

Water
De grond moet nat blijven. Vul de poel bij met regenwater, niet met leidingwater.
Bemesten
Nooit: mest maakt het water troebel en laat grote, sterke planten winnen.
Woekeren
Op een vochtige plek kan hij zich breed uitspreiden. Trek uitlopers aan de rand gewoon uit.
Maaien
In een natte gazonhoek mag je hem gewoon mee maaien; dat verdraagt hij goed.
Controleren
Kijk nieuwe waterplanten goed na: grote waternavel kan als verstekeling meekomen in potten.

Tip: Werk de rand van een nieuwe poel af met schraal zand en zet er waternavel in: hij vormt snel een groen randje dat de overgang van water naar land mooi afwerkt.

Snoeien en maaien

Snoeimaanden: september.

Wanneer: In september, als de matten te breed worden.

Hoe:

  • Trek of knip te lange uitlopers aan de rand weg.
  • Laat de rest staan: de matten zijn een schuilplaats voor kikkers en insecten.
  • Haal in de herfst afgevallen bladeren van bomen van de plantjes, zodat ze niet verstikken.

Snoeien: wanneer en hoe · Snoeikalender en basisregels

Vermeerderen

Delen
In april–juni een stuk van de mat met wortels lossnijden en elders in natte grond planten; het slaat snel aan.
Stekken
Een stukje stengel met een paar knopen op natte grond leggen en vastpinnen; op elke knoop vormen zich wortels.

Hoe komt een gewone waternavel de winter door?

Winterhard tot −25 °C.

  • In zachte winters blijft een deel van de bladeren groen; bij strenge vorst sterft het bovengrondse deel af.
  • De kruipende stengels overwinteren in de natte grond en lopen in het voorjaar opnieuw uit.
  • Winterhard tot ongeveer −25 °C.
  • Onder de matten overwinteren kleine diertjes langs de oever.

Ziektes en plagen

  • Verwarring met grote waternavel: Deze invasieve exoot overwoekert vijvers en sloten. Koop alleen bij een betrouwbare kwekerij en controleer het blad: steeltje in het midden is gewone waternavel.
  • Verdroging: In droge zomers verdort hij. Houd de poelrand nat met regenwater.
  • Verruiging: In voedselrijke grond groeien riet, pitrus of gras over hem heen. Houd de grond schraal en maai de oever af en toe.
  • Slakken: Eten soms aan het blad, maar meestal zonder ernstige schade.

Het jaar rond

  • Maart: De eerste nieuwe blaadjes verschijnen.
  • April: Planten of delen aan de poelrand.
  • Mei: De matten groeien; houd de grond nat.
  • Juni: De piepkleine bloemetjes verschijnen onder het blad.
  • Juli: Bloei; bij droogte de poel bijvullen met regenwater.
  • Augustus: Laatste bloei en vruchtjes.
  • September: Te brede matten aan de rand inkorten.
  • November: Afgevallen bladeren van de matten halen.
  • December: Rust; in zachte winters deels groen.

Jij en deze soort

Wist je dat?

  • Hydrocotyle komt van het Griekse hydor, water, en kotyle, een napje: naar de ronde, schotelvormige bladeren op natte plekken.
  • Vroeger werd waternavel tot de schermbloemenfamilie gerekend; DNA-onderzoek toonde aan dat hij nauwer verwant is aan klimop, in de araliafamilie.
  • In Engeland kreeg hij vroeger de schuld van ziekte bij schapen in natte weiden; in werkelijkheid ging het om de leverbot, een parasiet van dezelfde natte plekken.

Meer soorten uit Europa · Alle soorten

Laden…