Waterkruiskruid (Jacobaea aquatica)

Foto: Hans Hillewaert, CC BY-SA 3.0 · bron

Kruidachtige plant · Composietenfamilie (Asteraceae)

Waterkruiskruid

Jacobaea aquatica

In andere talen: Séneçon aquatique (Français) · Marsh ragwort (English)

Komt in België in het wild voor.

Waterkruiskruid is een tweejarig tot kortlevend overblijvend kruid van 30–80 cm met heldergele, stervormige bloemhoofdjes in een losse, wijd vertakte tuil. Het groeit in natte, matig voedselrijke graslanden, hooilanden, slootkanten, beekoevers en moerasranden. In België komt het verspreid voor in natte hooilanden en beekvalleien, maar het is achteruitgegaan doordat veel natte graslanden gedraineerd of bemest zijn. Je herkent het aan de onderste bladeren, die vaak onverdeeld zijn of een grote eindslip hebben, en aan de losse, open bloeiwijze, die het onderscheidt van jakobskruiskruid. Het is een rijke voedselbron voor insecten en een waardplant van de sint-jacobsvlinder, maar zoals alle kruiskruiden is het giftig voor vee.

Let op: Giftig: de plant bevat pyrrolizidine-alkaloïden die de lever beschadigen. Vooral gevaarlijk voor paarden en runderen, zeker gedroogd in hooi of kuilvoer, omdat de dieren hem dan niet meer proeven. Houd hem uit weides en hooiland, eet hem nooit, draag handschoenen bij het uittrekken en houd kleine kinderen en huisdieren weg van de plant.

  • Licht

    Zon of halfschaduw

    liefst wat zon

  • Vocht

    Vochtig tot nat

    mag niet uitdrogen

  • Winterhard

    Volledig winterhard

    tot -25 °C

  • Grootte

    0,6 m

    hoog, 0,3 m breed

  • Bloei

    juli–september

Feiten op een rij
Snoeimaandenaugustus–september
Hoogte0,6 m
Inheems in BelgiëJa
Bloeijuli–september

Herkennen

Zo herken je hem

Groeivorm
Rechtopgaand kruid van 30–80 cm dat vanaf het midden wijd vertakt, tweejarig of kortlevend overblijvend.
Blad
Onderste bladeren langwerpig, onverdeeld of met een grote, eironde eindslip en enkele kleine zijslippen; hogere bladeren veerdelig. Glanzend groen, vaak wat paars aangelopen.
Bloem
Gele hoofdjes van 2,5–3 cm met 12–15 straalbloemen, in een losse, wijd uitstaande tuil, van juli tot september.
Vrucht/Zaad
Kleine nootjes met een wit pluis, die met de wind meewaaien.
Stengel
Stevig, vaak paars aangelopen en bijna kaal.
Verwarring met
Jakobskruiskruid groeit op drogere grond, heeft dieper ingesneden bladeren en een dichtere, plattere tuil. Bezemkruiskruid heeft smalle, lijnvormige bladeren en staat op de Belgische lijst van invasieve soorten.

Bloei: juli–september · Snoeien: augustus–september

In je tuin

Waarom in je tuin?

  • Een rijke bron van nectar en stuifmeel in de zomer voor bijen, zweefvliegen, vlinders en kevers.
  • Waardplant van de sint-jacobsvlinder: de geel-zwart gestreepte rupsen eten van kruiskruiden.
  • Kenmerkend voor bloemrijke natte hooilanden, samen met echte koekoeksbloem, moerasrolklaver en kale jonker.
  • Een opvallende gele bloeier voor een natte bloemenweide of een poelrand.
  • Bloeit in de zomer, na de voorjaarsbloeiers van natte graslanden, en verlengt zo het bloemenseizoen.

Waar staat een waterkruiskruid graag?

  • In het wild: natte hooilanden en weilanden, slootkanten, beekoevers, natte duinvalleien en moerasranden.
  • Zon tot lichte halfschaduw.
  • Natte tot vochtige, matig voedselrijke grond: klei, leem, veen of zand; het verdraagt overstroming in de winter.
  • In de tuin: in een natte bloemenweide of langs een poel, ver weg van paarden en ander vee.

Mooi samen met

  • Echte koekoeksbloem: Roze bloemen in mei–juni in hetzelfde natte hooiland.
  • Moerasrolklaver: Gele vlinderbloemen op natte grond, voor hommels.
  • Grote kattenstaart: Paarse aren aan dezelfde slootkant, in juli–augustus.
  • Moerasspirea: Romige pluimen in de zomer naast de gele hoofdjes.
  • Kale jonker: Paarse distelbloemen voor vlinders in een natte weide.

Onderhoud

Hoe en wanneer plant je een waterkruiskruid?

  1. Koop zaad of plantjes van inheemse herkomst bij een kwekerij voor wilde planten.
  2. Zaai in september–oktober op een vochtige, open plek; het zaad kiemt vlot in het voorjaar.
  3. Druk het zaad aan, bedek het nauwelijks en houd de grond vochtig.
  4. Zet plantjes op 30–40 cm afstand, in maart–april of in september–oktober.
  5. Zaai of plant het niet in of naast een weide met paarden, runderen of schapen, en niet in grasland dat je als hooi gebruikt.
  6. Graaf nooit planten uit in het wild.

Verzorgen

Water
Alleen nodig als de grond in de zomer uitdroogt; een natte plek is beter.
Bemesten
Niet nodig; mest maakt het gras te sterk en verdringt de bloemen.
Maaien
Maai de weide in september, na de bloei, en voer het maaisel af. Gebruik het maaisel nooit als hooi of kuilvoer.
Zaad laten vallen
Laat een deel zaad vormen als je het wilt houden: als tweejarige heeft het elk jaar nieuwe zaailingen en open plekjes nodig.
Woekeren
Op natte, open grond zaait het zich vlot uit. Trek planten met handschoenen uit waar je ze niet wilt.

Tip: Zet waterkruiskruid alleen in een natte bloemenweide die je niet als hooi gebruikt en waar geen vee graast: dan geniet je zorgeloos van de bloemen en van de sint-jacobsvlinder.

Snoeien en maaien

Snoeimaanden: augustus–september.

Wanneer: In augustus–september, na de bloei.

Hoe:

  • Maai of knip de uitgebloeide stengels af en voer ze af, nooit naar veevoer of strooisel.
  • Wil je zaad, laat dan een paar planten afrijpen voor je maait.
  • Laat een strook staan voor insecten, maar niet langs een weide met vee.
  • Draag handschoenen bij het werk.

Let op: Gebruik maaisel met waterkruiskruid nooit als hooi, kuilvoer of strooisel voor dieren.

Snoeien: wanneer en hoe · Snoeikalender en basisregels

Vermeerderen

Zaad
Rijpt vanaf augustus. Zaai het in de herfst op open, vochtige grond; het zaait zich ook vanzelf uit.

Hoe komt een waterkruiskruid de winter door?

Winterhard tot −25 °C.

  • Jonge planten overwinteren als bladrozet en bloeien het volgende jaar.
  • Bloeiende planten sterven na de zaadzetting meestal af.
  • Winterhard tot ongeveer −25 °C en bestand tegen overstroming.
  • Rupsen van de sint-jacobsvlinder verpoppen in de grond of het strooisel en overwinteren als pop.

Ziektes en plagen

  • Giftig voor vee: Bevat pyrrolizidine-alkaloïden. Houd het uit weides en hooiland, en trek het met handschoenen uit waar dieren grazen.
  • Uitzaaien: Op natte, open grond kan het snel uitbreiden. Maai voor de zaadzetting op plekken waar je het niet wilt.
  • Kaalgevreten planten: De rupsen van de sint-jacobsvlinder kunnen een plant helemaal kaal eten. Laat ze: de plant herstelt of zaait zich uit, en de vlinder is een mooie gast.
  • Verdroging: Op te droge grond verdwijnt het. Kies een natte plek.

Het jaar rond

  • Maart: De rozetten groeien weer; plantjes zetten.
  • April: De rozetten worden groter.
  • Juni: Bloeistengels schieten omhoog; rupsen van de sint-jacobsvlinder kunnen verschijnen.
  • Juli: Eerste gele bloemen.
  • Augustus: Volle bloei; vanaf eind augustus maaien.
  • September: Laatste bloei; maaien en afvoeren. Zaaien.
  • Oktober: Zaaien op open, vochtige grond.
  • December: Rust; de rozetten overwinteren.

Jij en deze soort

Wist je dat?

  • Waterkruiskruid heette lang Senecio aquaticus; DNA-onderzoek plaatste het samen met jakobskruiskruid in het geslacht Jacobaea.
  • De naam Jacobaea verwijst naar Sint-Jacob: rond zijn feestdag, 25 juli, staan de kruiskruiden in bloei.
  • De rupsen van de sint-jacobsvlinder slaan het gif van de plant op in hun lichaam en zijn daardoor oneetbaar voor veel vogels; hun geel-zwarte strepen zijn een waarschuwing.

Meer soorten uit Europa · Alle soorten

Laden…