
Foto: Ivar Leidus, CC BY-SA 4.0 · bron
Vaste plant · Caryophyllaceae
Echte koekoeksbloem
Silene flos-cuculi
In andere talen: Lychnis fleur de coucou (Français) · Ragged robin (English)
De echte koekoeksbloem is een inheemse vaste plant van natte hooilanden, moerassige graslanden en slootkanten in bijna heel Europa. Uit een rozet van smalle, spatelvormige bladeren groeien dunne, vertakte stengels van 30–60 cm, met van mei tot juli roze bloemen waarvan elk kroonblad in vier smalle slippen is gespleten. Daardoor zien de bloemen er rafelig en luchtig uit, alsof ze uit papier geknipt zijn. Door drainage is hij in het wild veel zeldzamer geworden, maar in een natte tuinhoek of aan een vijverrand is hij makkelijk te kweken. Er bestaan een witte vorm, ‘Alba’, en het gevulde roze ras ‘Jenny’.
Licht
Zon of halfschaduw
liefst wat zon
Vocht
Vochtig tot nat
mag niet uitdrogen
Grond
Leem, klei of veen
zuur tot neutraal
Winterhard
Volledig winterhard
tot -30 °C
Grootte
0,6 m
hoog, 0,3 m breed
Bloei
mei–juli
| Snoeimaanden | maart en augustus |
|---|---|
| Hoogte | 0,6 m |
| Inheems in België | Ja |
| Goed voor bijen, vlinders en vogels | Ja, voor bijen en vlinders |
| Giftig voor mens en huisdier | Niet als giftig bekend |
| Bloei | mei–juli |
Herkennen
Hoe herken je een echte koekoeksbloem?
- Groeivorm
- Losse pol met een bladrozet en dunne, rechtopstaande stengels van 30–60 cm hoog en ongeveer 30 cm breed.
- Blad
- Rozetbladeren smal spatelvormig. Aan de stengel smalle, lancetvormige bladeren in paren tegenover elkaar.
- Bloem
- Roze, soms wit, 3–4 cm breed, met vijf kroonbladen die elk diep in vier smalle slippen zijn gespleten. Bloeit van mei tot juli.
- Vrucht
- Een klein doosvruchtje vol fijne zaden, die uit de opening worden geschud als de stengel beweegt.
- Levensduur
- Een kortlevende vaste plant die na enkele jaren minder wordt, maar zich door uitzaaien vernieuwt.
Bloei: mei–juli · Zaaien: maart–april en september · Planten: maart–mei en september–oktober · Snoeien: maart en augustus
In je tuin
Waarom in je tuin?
- Fijne, rafelige roze bloemen van mei tot juli, in een periode waarin de vijverrand nog weinig kleur heeft.
- Een echte nectarplant voor dagvlinders, hommels en andere bijen met een lange tong.
- Inheems en in het wild achteruitgegaan: met een paar planten in je tuin help je de soort.
- Groeit waar het nat is: ideaal voor de moeraszone van een vijver, een wadi of een vochtig hooiland.
- Zaait zich bescheiden uit en houdt zo zelf een kleine populatie in stand.
Waar staat een echte koekoeksbloem graag?
- Zon tot halfschaduw. In volle zon bloeit hij het rijkst, zolang de grond nat blijft.
- Leem, klei of venige grond, zuur tot neutraal. Op kalkrijke grond groeit hij minder goed.
- Natte tot zeer vochtige grond: een nat hooiland, een slootkant of de moeraszone van een vijver, op of net boven de waterlijn.
- Hij verdraagt af en toe een paar centimeter water boven de wortels, maar niet het hele jaar door diep water.
- Plant op 25–30 cm afstand, liefst in groepjes van vijf of meer.
- Licht
- Zon en halfschaduw
- Grondsoort
- Leem, klei of veen
- Zuurtegraad
- Zuur of neutraal
- Vocht
- Nat
- Grootte
- 0,6 m hoog, 0,3 m breed
- Winterhard
- Winterhard (tot -30 °C)
Mooi samen met
- Dotterbloem: Gele bloemen in april, vlak voor de koekoeksbloem begint, in dezelfde natte zone.
- Moerasvergeet-mij-nietje: Lichtblauwe bloempjes laag aan de waterkant, rond dezelfde tijd.
- Scherpe boterbloem: Glanzend geel naast het roze: samen het beeld van een nat hooiland.
- Moerasspirea: Romige, geurende pluimen in de zomer, als de koekoeksbloem is uitgebloeid.
- Grote kattenstaart: Paarse aren die de bloei aan de vijverrand tot in september voortzetten.
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een echte koekoeksbloem?
Planten in maart–mei en september–oktober.
- Plant in maart–mei of in september–oktober, als de grond nat en niet bevroren is.
- Graaf een plantgat iets groter dan de pot en meng er bij arme zandgrond wat bladcompost door.
- Zet de plant even diep als in de pot. Aan een vijver komt de wortelhals op of net boven de waterlijn.
- Plant in een vijver met folie in een vijvermand met schrale vijveraarde of een mengsel van leem en zand, zonder potgrond of mest.
- Houd 25–30 cm tussen de planten en druk de grond goed aan.
- Geef meteen water en houd de grond de eerste weken nat.
Verzorgen
- Water
- De grond mag nooit uitdrogen. Op een gewone borderplek in droge zomers flink water geven.
- Bemesten
- Niet nodig. Op voedselrijke grond wordt hij slap en verdringen grassen hem.
- Maaien
- In een hooiland maai je pas na de zaadzetting, vanaf augustus, en voer je het maaisel af.
- Uitgebloeide bloemen
- In de border kun je ze wegknippen voor een nette plant, maar laat een paar stengels zaad zetten om de plant te vernieuwen.
- Vernieuwen
- Laat elk jaar een paar zaailingen staan: oude planten vallen na enkele jaren weg.
Tip: Zaai hem in een vochtig grasland en maai pas na de zaadzetting: zo houdt de kortlevende plant zichzelf in stand. Aan de vijver zet je de wortelhals op de waterlijn, niet eronder.
Wanneer snoei je een echte koekoeksbloem?
Snoeimaanden: maart en augustus.
Wanneer: Eind februari–maart oude stengels opruimen, en in augustus na de zaadzetting terugknippen of maaien.
Hoe:
- Knip in augustus de uitgebloeide stengels terug tot boven de bladrozet, nadat een deel van het zaad is uitgevallen.
- Maai een nat hooiland in augustus of september en voer het maaisel af, zodat de grond niet voedselrijker wordt.
- Haal eind februari–maart dode stengels en bruine bladeren weg; laat de groene rozet staan.
Vermeerderen
- Zaaien
- In maart–april of september: strooi het fijne zaad op vochtige grond of in een pot en druk het aan, nauwelijks bedekken. Houd het nat; na een paar weken kiemen de eerste plantjes.
- Scheuren
- In maart–april: graaf een oudere pol op en trek hem in stukken met elk een eigen bladrozet en wortels. Zo vermeerder je ook ‘Jenny’, die weinig zaad zet.
- Zaailingen
- Zelf uitgezaaide plantjes kun je in het voorjaar of de herfst met een kluitje naar een betere plek verhuizen.
Hoe komt een echte koekoeksbloem de winter door?
Winterhard tot −30 °C.
- Volledig winterhard, tot ongeveer −30 °C: in België is geen bescherming nodig.
- De bladrozet blijft in zachte winters vaak groen; laat ze onbedekt, zodat ze niet gaat rotten onder een dikke laag blad.
- Natte grond in de winter is geen probleem, langdurig diep water boven de rozet wel.
Ziektes en plagen
- Bladluis: Op de jonge stengeltoppen in het voorjaar. Meestal ruimen lieveheersbeestjes en zweefvlieglarven ze op; anders afspuiten met water.
- Slakken: Vreten aan jonge rozetten en zaailingen. ’s Avonds rapen helpt; aan een vijver eten kikkers en padden er ook een deel van.
- Verdwijnen na enkele jaren: Normaal voor deze kortlevende plant. Laat zaad rijpen en enkele zaailingen staan, of zaai zelf bij.
- Verdrogen: Op een te droge plek bloeit hij kort en sterft hij snel af. Verhuis hem naar nattere grond.
- Koekoeksspuug: Witte schuimklodders op de stengels in het voorjaar. Het is het beschermende schuim van de larve van het schuimbeestje, onschuldig voor de plant.
Het jaar rond
- Maart: Oude stengels opruimen. Zaaien en scheuren.
- April: Planten en zaaien. Letten op bladluis.
- Mei: Begin van de bloei. Vlinders en hommels komen op de bloemen af.
- Juni: Volle bloei. Grond nat houden.
- Juli: Laatste bloemen. Het zaad rijpt.
- Augustus: Na de zaadzetting terugknippen of het hooiland maaien.
- September: Zaaien en planten. Zaailingen verplaatsen.
- Oktober: Planten aan de vijverrand of in een nat grasland.
Gebruiken
Goed voor dieren
- Bijen
- Nectar en stuifmeel voor honingbijen en wilde bijen.
- Vlinders
- Nectar voor dagvlinders.
Jij en deze soort
Wist je dat?
- De plant heette vroeger Lychnis flos-cuculi; op basis van DNA-onderzoek wordt hij nu bij het geslacht Silene ingedeeld.
- De naam verwijst naar de koekoek, die rond de bloeitijd roept. Ook het schuim van het schuimbeestje op de stengels werd vroeger koekoeksspuug genoemd.
- Elk van de vijf kroonbladen is in vier slippen gespleten, waardoor één bloem op een klein rafelig sterretje van twintig smalle lintjes lijkt.