
Foto: Wikimedia Commons, CC BY-SA 2.1 es · bron
Boom · Cipresfamilie (Cupressaceae)
Spaanse jeneverbes
Juniperus thurifera
In andere talen: Genévrier thurifère (Français) · Spanish juniper (English)
Komt in het wild voor in Europa, maar niet in België.
De Spaanse jeneverbes is een langzaam groeiende, altijdgroene naaldboom uit de droge, koude hooglanden van Spanje, met kleinere groeiplaatsen in de Franse Alpen, op Corsica en in het Atlasgebergte van Noord-Afrika. In Spanje vormt hij open, eeuwenoude bossen op kalkrijke plateaus, waar de zomers heet en de winters bitterkoud zijn. In België komt hij niet in het wild voor: je ziet hem alleen in enkele arboreta en verzamelingen. Je herkent hem aan het fijne, grijsgroene loof van kleine schubblaadjes, aan de dikke stam met roodbruine, vezelig afbladderende schors en aan de blauwzwarte, berijpte bessen. Hij is gemaakt voor droogte en kalk en is een bijzondere boom voor een droge, zonnige tuin of grindtuin.
Let op: Behandel deze jeneverbes als giftig: eet de bessen niet en houd kinderen en huisdieren weg van de bessen en het snoeisel. Alleen de bessen van de gewone jeneverbes worden als specerij gebruikt. Het geurige sap kan bij gevoelige mensen de huid irriteren.
Licht
Volle zon
warm en licht
Vocht
Droog
verdraagt droogte
Winterhard
Volledig winterhard
tot -20 °C
Grootte
10 m
hoog, 5 m breed
Bloei
februari–maart
| Snoeimaanden | april |
|---|---|
| Hoogte | 10 m |
| Inheems in België | Nee, aangeplant |
| Bloei | februari–maart |
Herkennen
Zo herken je hem
- Groeivorm
- Naaldboom van 6–15 m met een dikke stam; jong smal kegelvormig, oud breed, rond en grillig. Hij groeit traag en wordt heel oud.
- Blad
- Kleine schubblaadjes van 1–2 mm, in vier rijen dicht tegen de dunne twijgjes gedrukt, met een klierputje op de rug. Jonge planten hebben ook naaldvormige, prikkende blaadjes. Het loof geurt als je het kneust.
- Bloei
- Meestal tweehuizig: in februari–maart geven de kleine, gele mannelijke kegeltjes aan de twijgtoppen veel stuifmeel; de vrouwelijke kegeltjes zijn klein en groenig.
- Vrucht
- Ronde ‘bessen’, eigenlijk vlezige kegels, van 7–12 mm, blauwzwart tot donkerpaars met een witte waslaag. Ze rijpen pas in het tweede jaar en bevatten 1–4 zaden.
- Schors
- Roodbruin tot grijsbruin, bladdert af in lange, vezelige repen.
- Verwarring met
- De zevenboom (Juniperus sabina) is meestal een lage struik met een onaangename geur en kleinere bessen van 5–7 mm. De Fenicische jeneverbes (Juniperus phoenicea) heeft roodbruine bessen. De gewone jeneverbes heeft alleen prikkende naalden in kransen van drie, nooit schubblaadjes.
Bloei: februari–maart · Snoeien: april
In je tuin
Waarom in je tuin?
- Uitzonderlijk bestand tegen droogte en kalk: een boom voor de droogste, armste plek van de tuin.
- Altijdgroen, met fijn, grijsgroen, geurig loof en een stam met sierlijk afbladderende schors.
- De blauwzwarte bessen zijn in de winter voedsel voor lijsters en andere vogels.
- De dichte kroon geeft het hele jaar beschutting aan kleine vogels.
- Groeit traag en kan heel oud worden: een boom voor generaties.
- Een zeldzaamheid: bij ons alleen in verzamelingen te zien.
Waar staat een Spaanse jeneverbes graag?
- In het wild op hoge, droge plateaus en hellingen in Spanje, de Franse Alpen, Corsica en het Atlasgebergte, meestal op kalksteen, in een landklimaat met hete zomers en koude winters.
- In de tuin: volle zon, op een open, luchtige plek.
- Arme, droge, heel goed doorlatende grond; kalkrijk is ideaal. Natte winters en zware klei verdraagt hij slecht: plant op een helling, in een verhoogd bed of in een grindtuin.
- Reken op 4–5 m ruimte; hij groeit traag, maar wordt uiteindelijk breed.
Mooi samen met
- Steeneik: Groeit in Spanje op dezelfde droge plateaus en verdraagt bij ons ook droogte en kalk.
- Lavendel: Bloeit in de zomer op dezelfde droge, kalkrijke grond en lokt bijen.
- Echte tijm: Een lage, geurige bodembedekker voor arme, droge grond, met bloemen voor bijen.
- Bloedooievaarsbek: Een taaie bloeier voor de zonnige, droge rand van een grindtuin.
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een Spaanse jeneverbes?
- Koop een jonge plant in pot bij een kwekerij die bijzondere coniferen of mediterrane bomen verkoopt.
- Plant in april of in september, als de grond warm is maar niet uitgedroogd.
- Graaf een ruim plantgat en meng de grond met een flinke hoeveelheid grind of grof zand; op zware grond plant je op een verhoogde heuvel.
- Zet de plant even diep als in de pot, druk aan en geef water. Doe geen compost of mest in het plantgat.
- Geef het eerste jaar af en toe water bij langdurige droogte, daarna niet meer.
- Graaf nooit planten uit in de natuur en neem geen zaailingen mee van vakantie: koop ze bij een kwekerij.
Verzorgen
- Water
- Alleen het eerste jaar bij langdurige droogte. Daarna niet meer: hij is gemaakt voor droogte.
- Bemesten
- Niet doen. Arme grond houdt hem compact en gezond.
- Mulch
- Een laag grind rond de voet houdt de stamvoet droog; leg geen dikke laag compost of houtsnippers.
- Licht
- Plant niets hoogs vlak ervoor: in de schaduw worden de binnenste takken bruin en kaal.
- Sneeuw
- Schud natte sneeuw van jonge planten, zodat de takken niet breken.
Tip: Plant hem in grind of op een helling en geef hem na het eerste jaar geen water of mest meer: hoe armer en droger, hoe beter. Natte voeten in de winter zijn zijn grootste vijand.
Snoeien en maaien
Snoeimaanden: april.
Wanneer: Zelden nodig. Kleine correcties doe je in april, als de vorst voorbij is.
Hoe:
- Haal dode en bruine takken weg, tot op gezond, groen hout.
- Knip alleen in groene, beschubde twijgen: jeneverbessen lopen niet uit op kaal, oud hout.
- Heeft een jonge boom twee toppen, laat dan de sterkste staan en knip de andere weg.
Let op: Snoei nooit terug tot in het kale hout: daar komt geen nieuw groen meer. Draag handschoenen, want het geurige sap kan de huid irriteren.
Vermeerderen
- Zaad
- Pluk rijpe, blauwzwarte bessen in de herfst, haal de zaden eruit en zaai ze meteen buiten in een bak. Ze hebben een warme en daarna een koude periode nodig en kiemen vaak pas na één tot twee jaar. Veel zaden zijn leeg.
- Stekken
- Halfrijpe stekken met een hieltje in augustus–september, in zanderige stekgrond in een koude bak. Ze wortelen traag en niet altijd.
Hoe komt een Spaanse jeneverbes de winter door?
Winterhard tot −20 °C.
- Altijdgroen: het grijsgroene loof en de blauwe bessen blijven de hele winter.
- Koude verdraagt hij goed, tot ongeveer −20 °C; natte grond in de winter is gevaarlijker dan vorst.
- Zware, natte sneeuw kan takken breken: schud ze bij jonge planten voorzichtig af.
- Lijsters en andere vogels eten in de winter de rijpe bessen.
Ziektes en plagen
- Wortelrot: In natte, zware grond verkleurt het loof en sterft de plant af. Plant alleen op heel goed doorlatende grond of op een verhoogde plek.
- Bruine binnentakken: Binnenin de kroon sterven oude twijgjes af; dat is normaal. Te veel schaduw maakt het erger: geef hem rondom licht.
- Takstefsterfte: Bruine twijgtoppen na een nat voorjaar, door een schimmel. Knip ze terug tot op gezond hout en zorg voor een luchtige plek.
- Spint: Doffe, grijzige twijgen met fijne webjes in droge, warme zomers. Spuit de plant af met een harde waterstraal.
Het jaar rond
- Februari: Mannelijke bomen bloeien: bij aanraken komt er een geel stuifmeelwolkje af.
- Maart: Bloei. Natte sneeuw van jonge planten schudden.
- April: Planten. Dode of bruine twijgen wegknippen.
- Juni: Jonge planten water geven bij langdurige droogte.
- Augustus: Halfrijpe stekken nemen.
- September: Planten. Stekken nemen kan nog.
- Oktober: Rijpe, blauwzwarte bessen oogsten en het zaad buiten zaaien.
- December: Lijsters eten van de bessen. Natte sneeuw afschudden.
Jij en deze soort
Wist je dat?
- Thurifera betekent ‘wierookdragend’: het geurige hout en loof zouden vroeger als wierook gebrand zijn.
- Het grootste deel van alle Spaanse jeneverbessen ter wereld groeit in Spanje, in open, eeuwenoude bossen die sabinares heten, onder meer rond Soria.
- In de winter eten lijsters, waaronder kramsvogels en koperwieken uit het noorden, de bessen en verspreiden zo de zaden over de plateaus.