
Foto: Ivar Leidus, CC BY-SA 3.0 · bron
Kruidachtige plant · Weegbreefamilie (Plantaginaceae)
Vlasbekje
Linaria vulgaris
In andere talen: Linaire commune (Français) · Common toadflax (English)
Komt in België in het wild voor.
Vlasbekje is een inheemse vaste plant uit de weegbreefamilie die in België algemeen is in wegbermen, op spoorwegtaluds en dijken, op braakliggende grond, in droge graslanden en in de duinen. Hij wordt 30–80 cm hoog en heeft smalle, grijsgroene bladeren die dicht langs de stengel staan, zoals bij vlas. Van juni tot in oktober staan er dichte aren van gele bloemen met een oranje ‘keel’ en een lange spoor, die op een kleine leeuwenbek lijken. De bloem is gesloten: alleen hommels zijn sterk genoeg om de onderlip open te duwen en bij de nectar in de spoor te komen. Met zijn kruipende wortelstokken vormt hij groepjes, ideaal voor een droge, zonnige berm in de natuurtuin.
Let op: Vlasbekje geldt als licht giftig: eet het niet en laat kinderen er niet van snoepen. Grazend vee laat het in de wei meestal staan.
Licht
Volle zon
warm en licht
Vocht
Droog tot normaal
geen natte voeten
Winterhard
Volledig winterhard
tot -30 °C
Grootte
0,5 m
hoog, 0,3 m breed
Bloei
juni–oktober
| Snoeimaanden | maart en oktober |
|---|---|
| Hoogte | 0,5 m |
| Inheems in België | Ja |
| Bloei | juni–oktober |
Herkennen
Zo herken je hem
- Groeivorm
- Vaste plant van 30–80 cm met rechte, meestal onvertakte stengels en kruipende wortelstokken; vormt groepjes.
- Blad
- Lijnvormig, 2–6 cm lang en een paar millimeter breed, grijsgroen en kaal, verspreid en dicht langs de stengel.
- Bloem
- Lichtgeel met een oranje gehemelte, 2–3 cm inclusief de lange, rechte spoor; een gesloten ‘leeuwenbekje’ in dichte aren aan de top.
- Vrucht/Zaad
- Eivormige doosvrucht met talrijke platte, gevleugelde zaadjes die met de wind meegaan.
- Wortels
- Kruipende wortelstokken waaruit nieuwe scheuten opkomen; zo vormt hij kolonies.
- Verwarring met
- Zonder bloemen lijkt hij op cipreswolfsmelk, maar die heeft wit melksap als je een blad afbreekt; vlasbekje niet. De leeuwenbek uit de tuin heeft bredere bladeren en grotere bloemen zonder lange spoor.
Bloei: juni–oktober · Snoeien: maart en oktober
In je tuin
Waarom in je tuin?
- Bloeit laat en lang, van juni tot in oktober, als veel andere wilde bloemen al uitgebloeid zijn.
- Een echte hommelbloem: alleen hommels kunnen de gesloten bloem openen en bij de nectar in de lange spoor.
- Waardplant voor rupsen van enkele nachtvlinders, zoals de vlasbekdwergspanner, die in de bloemen en zaaddozen leeft.
- Een sierlijke wilde bloem voor een droge, zonnige berm, een rotstuin of een grindtuin.
- Verdraagt droogte, arme grond en hitte, en vraagt bijna geen zorg.
Waar staat een vlasbekje graag?
- In het wild: wegbermen, spoorwegtaluds, dijken, braakliggende grond, akkerranden, droge graslanden en duinen.
- Volle zon; in de schaduw bloeit hij nauwelijks.
- Droge tot frisse, goed doorlatende grond: zand, grind, leem of kalkrijke grond, liefst niet te voedselrijk.
- In de tuin: een droge berm, een grindtuin, de voet van een zonnige muur of een bloemenweide op schrale grond.
Mooi samen met
- Slangenkruid: Blauwe aren op dezelfde droge grond, ook een hommelmagneet.
- Wilde marjolein: Roze bloemschermen in juli–september voor vlinders en bijen.
- Muurpeper: Gele sterretjes in juni op de schraalste, droogste plekjes.
- Gewone margriet: Wit in mei–juni, voor het vlasbekje begint te bloeien.
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een vlasbekje?
- Koop planten of zaad bij een kwekerij voor inheemse planten. Graaf nooit planten uit in het wild.
- Zaai in september–oktober buiten op open grond of in potjes die buiten overwinteren: de kou helpt bij de kieming.
- Bedek het fijne zaad nauwelijks en hou de grond licht vochtig tot het kiemt.
- Plant potplanten in maart–april of in oktober, op 30–40 cm van elkaar; de wortelstokken vullen de ruimte vanzelf.
- Geef na het planten water; daarna heeft hij op de meeste gronden geen extra water nodig.
Verzorgen
- Water
- Alleen na het planten. Hij verdraagt droogte uitstekend.
- Bemesten
- Niet doen: arme grond houdt hem compact en bloeirijk.
- Maaien
- In een berm of bloemenweide pas in oktober of in maart maaien, zodat hij kan doorbloeien en zaad zetten.
- Woekeren
- De wortelstokken breiden uit. Steek in het voorjaar uitlopers af die te ver gaan, of zet hem waar hij ruimte heeft.
- Zaad laten vallen
- Laat de zaaddozen rijpen: de gevleugelde zaadjes zorgen voor nieuwe planten op open plekjes.
Tip: Zet vlasbekje op de droogste, zonnigste plek van je tuin, zoals langs een grindpad of tegen een zuidmuur: daar bloeit het het rijkst en blijft het compact.
Snoeien en maaien
Snoeimaanden: maart en oktober.
Wanneer: Laat de stengels de winter over staan en knip ze in maart af; een bloemenweide maai je in oktober.
Hoe:
- Laat na de bloei de stengels met zaaddozen staan: ze zijn mooi in de winter en bieden schuilplaats aan insecten.
- Knip in maart de dode stengels af tot net boven de grond, voor de nieuwe scheuten opkomen.
- Maai een bloemenweide laat, in oktober, en voer het maaisel af.
Vermeerderen
- Zaad
- Zaai in september–oktober op open grond of in potjes die buiten overwinteren; het kiemt in het voorjaar.
- Scheuren
- Steek in maart–april of in oktober een stuk wortelstok met scheuten af en plant het elders.
- Wortelstekken
- Stukjes wortelstok van ongeveer 5 cm, in het voorjaar in een pot met zanderige grond gelegd, lopen makkelijk uit.
Hoe komt een vlasbekje de winter door?
Winterhard tot −30 °C.
- De stengels sterven in de herfst af; de wortelstokken overleven de winter.
- Volledig winterhard.
- Laat de droge stengels met zaaddozen staan: ze zijn een schuilplaats voor kleine insecten.
- In maart–april verschijnen de nieuwe, grijsgroene scheuten.
Ziektes en plagen
- Woekeren: Op losse, zanderige grond kan hij zich met wortelstokken flink uitbreiden. Steek uitlopers af of zet hem waar hij mag uitbreiden.
- Weinig bloei: Te veel schaduw of te rijke grond. Verplant hem naar een zonnige, schrale plek.
- Gaatjes in de spoor: Hommels met een korte tong bijten soms een gaatje in de spoor om bij de nectar te komen. Onschuldig.
- Bladluis: Soms luizen op de toppen. Laat ze voor lieveheersbeestjes en larven van zweefvliegen.
Het jaar rond
- Maart: Oude stengels afknippen. Planten of scheuren.
- April: Nieuwe grijsgroene scheuten. Planten.
- Juni: Eerste bloemen. Hommels op bezoek.
- Juli: Volle bloei.
- Augustus: Bloei. De eerste zaaddozen vormen zich.
- September: Bloei en eerste rijpe zaad. Zaaien.
- Oktober: Laatste bloemen. Zaaien. De bloemenweide maaien.
- December: Rust. Droge stengels laten staan.
Jij en deze soort
Wist je dat?
- Linnaeus beschreef in 1744 een vreemde vorm van vlasbekje met een stervormige bloem en vijf sporen, die hij Peloria noemde; in 1999 bleek dat er geen fout in de DNA-code zit, maar dat één gen ‘uitgezet’ is: een vroeg bekend voorbeeld van epigenetica.
- De naam verwijst naar de vlasachtige bladeren en naar de bloem, die als een bekje opengaat als je er zachtjes in de zijkanten knijpt; ook Linaria komt van het Latijnse linum, ‘vlas’.
- Europeanen namen vlasbekje mee naar Noord-Amerika, waar het nu op veel plaatsen een lastig onkruid is.