Citroenmelisse (Melissa officinalis)

Foto: Wikimedia Commons, CC BY-SA 3.0 · bron

Kruidachtige plant · Lipbloemenfamilie (Lamiaceae)

Citroenmelisse

Melissa officinalis

In andere talen: Mélisse officinale (Français) · Lemon balm (English)

Komt in België in het wild voor.

Citroenmelisse is een vaste plant uit de lipbloemenfamilie met frisgroene, gekartelde bladeren die naar citroen ruiken als je erover wrijft. Ze komt oorspronkelijk uit Zuid-Europa en West-Azië, wordt al sinds de oudheid gekweekt en is in België ingeburgerd: je vindt ze verwilderd langs muren, in bermen, op ruige plekken en aan bosranden, meestal in de buurt van dorpen en tuinen. Herken haar aan de vierkante stengels, de tegenoverstaande, eironde bladeren en de kleine witte lipbloempjes in kransen in de bladoksels. Honingbijen zijn er dol op: de naam melisse komt van het Griekse woord voor honingbij. In de kruidentuin is ze een klassieker voor thee en keuken.

  • Licht

    Zon of halfschaduw

    liefst wat zon

  • Vocht

    Normaal

    geen natte voeten

  • Winterhard

    Volledig winterhard

    tot -20 °C

  • Grootte

    0,7 m

    hoog, 0,5 m breed

  • Bloei

    juni–september

Feiten op een rij
Snoeimaandenmaart en juli
Hoogte0,7 m
Inheems in BelgiëNee, ingeburgerd
Bloeijuni–september

Herkennen

Zo herken je hem

Groeivorm
Struikvormige vaste plant van 50–80 cm hoog en 40–60 cm breed, met veel rechtopstaande, vertakte stengels.
Blad
Eirond tot bijna hartvormig, 3–7 cm, gekarteld, wat gerimpeld en licht behaard; tegenoverstaand. Ruikt sterk naar citroen als je erover wrijft.
Bloem
Kleine lipbloempjes van ongeveer 1 cm, wit tot lichtgeel, soms met een roze zweem, in losse kransen in de bladoksels; van juni tot september.
Stengel
Vierkant, zoals bij de meeste lipbloemen, licht behaard en aan de voet wat houtig.
Vrucht
Vier kleine, donkerbruine nootjes in de kelk; ze vallen uit en kiemen makkelijk.
Verwarring met
Munt ruikt naar munt en bloeit in aren of bolletjes aan de top. Wild kattenkruid is grijzig behaard en ruikt scherp. Witte dovenetel heeft grotere witte bloemen en geurt niet naar citroen.

Bloei: juni–september · Snoeien: maart en juli

In je tuin

Waarom in je tuin?

  • Een topplant voor honingbijen, hommels en zweefvliegen, van juni tot in september.
  • Het blad geurt fris naar citroen en is lekker in thee, limonade, salades en desserts.
  • Sterk en makkelijk: groeit in zon en halfschaduw en komt elk jaar trouw terug.
  • Na een terugsnoei in juli groeit er snel nieuw, fris blad.
  • Al eeuwenlang een vaste waarde in klooster- en kruidentuinen, met een rijke geschiedenis.

Waar staat een Citroenmelisse graag?

  • In het wild: oude muren, bermen, ruige plekken en bosranden, vooral bij dorpen, waar ze uit tuinen is ontsnapt.
  • In de tuin: zon of halfschaduw. In de felle middagzon kan het blad verbranden en geel worden.
  • Elke gewone, goed doorlatende tuingrond; natte voeten in de winter verdraagt ze slecht.
  • Ideaal in de kruidentuin, bij het terras of in een bijenborder, en ook in een grote pot van minstens 30 cm.

Mooi samen met

  • Lavendel: Ook een bijenmagneet in de zon, voor een geurige kruidenhoek.
  • Bieslook: Paarse bolletjes vooraan in de kruidentuin.
  • Salie: Grijs blad naast het frisgroene van de melisse.
  • Wilde marjolein: Bloeit in de nazomer verder voor bijen en vlinders.
  • Goudsbloem: Oranje kleur tussen het groen, met eetbare bloemblaadjes.

Onderhoud

Hoe en wanneer plant je een Citroenmelisse?

  1. Koop een plant bij een kwekerij en plant ze in april–mei of in september.
  2. Of zaai in maart–april binnen: strooi het fijne zaad op vochtige zaaigrond en druk het aan zonder het te bedekken, want het kiemt in het licht.
  3. Plant de jonge planten na half mei uit op 40–50 cm afstand.
  4. Geef water na het planten en de eerste weken opnieuw bij droogte.
  5. Kies een plek waar een paar zaailingen geen kwaad kunnen, of knip na de bloei terug.
  6. Graaf nooit planten uit in het wild: bij kwekerijen en in tuinen is er genoeg.

Verzorgen

Water
Na het aanslaan enkel bij lange droogte; in een pot regelmatig.
Bemesten
Niet nodig. Op rijke grond wordt ze groot, maar geurt het blad minder sterk.
Oogsten
Pluk het blad vanaf mei, liefst vlak voor de bloei, wanneer de geur het sterkst is.
Woekeren
Ze zaait zich ruim uit. Knip na de bloei terug als je geen zaailingen wilt.
Verjongen
Scheur de pol om de 3–4 jaar, want het hart wordt houtig en kaal.

Tip: Pluk de toppen regelmatig en knip in juli een deel terug: zo heb je de hele zomer fris, sterk geurend blad en zaait de plant zich veel minder uit.

Snoeien en maaien

Snoeimaanden: maart en juli.

Wanneer: In juli, na de eerste bloei, een deel terugknippen; in maart de oude stengels.

Hoe:

  • Knip na de eerste bloei de helft van de stengels terug tot 10–15 cm; de rest laat je bloeien voor de bijen.
  • Zo krijg je fris blad voor de keuken en beperk je het uitzaaien.
  • Laat de laatste stengels in de herfst staan: insecten overwinteren erin en ertussen.
  • Knip de oude stengels in maart terug tot net boven de nieuwe scheuten aan de voet.

Let op: Knip niet alles tegelijk weg in volle bloei: de bijen rekenen erop. Snoei in fasen.

Snoeien: wanneer en hoe · Snoeikalender en basisregels

Vermeerderen

Scheuren
In maart–april of in september de pol met een spade in stukken steken en meteen opnieuw planten.
Stekken
In mei–juni stekken van 8–10 cm van niet-bloeiende scheuten in vochtige stekgrond zetten; ze wortelen snel.
Zaad
In maart–april binnen of in mei buiten zaaien, zonder te bedekken: het zaad kiemt in het licht.

Hoe komt een Citroenmelisse de winter door?

Winterhard tot −20 °C.

  • Bovengronds sterft ze grotendeels af; aan de voet blijven vaak kleine groene blaadjes staan.
  • Goed winterhard, tot ongeveer −20 °C, zolang de grond niet te nat is.
  • De droge stengels bieden schuilplaatsen aan insecten; knip ze pas in maart weg.
  • In een pot: zet de pot tegen een muur en hou hem aan de droge kant.

Ziektes en plagen

  • Uitzaaien: Zaailingen duiken overal op. Knip de bloeistengels terug voor het zaad rijp is en wied zaailingen als ze klein zijn.
  • Meeldauw: Wit poeder op het blad in de nazomer. Knip terug; het nieuwe blad is meestal gezond.
  • Geel blad: Door felle zon, droogte of natte voeten. Kies een plek met wat middagschaduw en goed doorlatende grond.
  • Kaal hart: Oudere pollen worden in het midden houtig. Scheur ze om de paar jaar.
  • Slakken: Vreten jonge scheuten in het voorjaar, vooral bij pas geplante planten.

Het jaar rond

  • Maart: Oude stengels terugknippen. Binnen zaaien.
  • April: Planten of scheuren. Nieuw blad loopt uit.
  • Mei: Blad oogsten. Stekken nemen.
  • Juni: Begin van de bloei. Honingbijen op de bloemen.
  • Juli: Volle bloei. De helft van de stengels terugknippen voor fris blad.
  • Augustus: Bloei. Water geven bij lange droogte.
  • September: Laatste bloemen. Scheuren of planten kan.
  • November: Stengels laten staan voor overwinterende insecten.

Jij en deze soort

Wist je dat?

  • Melissa is het Griekse woord voor honingbij. Imkers wreven vroeger hun bijenkorven in met het blad, omdat zwermen er dan graag in zouden trekken.
  • De citroengeur komt van geurstoffen zoals citral en citronellal; citral zit ook in citroengras.
  • In de 17e eeuw maakten karmelieten in Parijs er een bekend kruidenwater mee, het karmelietenwater of ‘eau de mélisse des Carmes’.

Meer soorten uit Europa · Alle soorten

Laden…